home
contact
chat
2
1
0
Uit Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Geboorte en zwangerschap

In de middeleeuwen verliepen zwangerschap en geboorte ietwat anders dan tegenwoordig. Hieronder wordt uitgelegd hoe.

Zwangerschap

Iedere geboorte begint bij de zwangerschap. Het belangrijkste punt om een zwangerschap aan te tonen is en was het uitblijven van de menstruatie. Maar omdat een menstruatie ook kon uitblijven door een ziekte gebruikte men andere methodes, zoals het meten van de buikomvang. Ook zang van bepaalde vogels zouden aanwijzen dat er binnenkort een kindje zou worden geboren.
Als bekend was dat iemand zwanger was ging men zich voorstellingen maken hoe de foetus eruit kon zien. Het ideaalbeeld van het kindje was dat het na 9 maanden geboren zou worden. Het kindje moest verder een roze huid, blakend van gezondheid, blond krulhaar en verder een knap gezichtje hebben.
Men dacht dat de moeder 2 functies had tijdens de zwangerschap; het beschermen van de foetus en het doorgeven van indrukken. Als de moeder bijvoorbeeld zou schrikken van een haas, zou het kind een hazenlipje krijgen.

Geboorte

Na ongeveer 9 maanden zou een kindje worden geboren. Het was een ingrijpende gebeurtenis. Bevallen was een vrouwenzaak, buurvrouwen, vriendinnen en vrouwelijke familieleden omringende de vrouw die moest bevallen. Mannen waren vrijwel verboden in de kraamkamer. De materiele voorbereiding stelde weinig voor, het bestond uit een kookketel, wat oude doeken en linnengoed voor de baby. De vroedvrouw nam alleen een schaar of een mes mee om de navelstreng door te knippen. Verder had een vroedvrouw als taak het begeleiden ven de bevalling, het zorgdragen voor de hygi├źne, het verlenen van hulp bij de geboorte en de verzorging van de moeder en baby. Een vroedvrouw was meestal een vrouw die een behoorlijk aantal bevallingen had meegemaakt. Het was vaak een wat oudere vrouw en een weduwe. Ze moest ieder moment beschikbaar zijn en ze moest weten wat het was om een kind te krijgen. Vroedvrouw zijn was een liefdadigheid werk en werd niet beloond. Als ze wat kreeg was het in natura zoals een brood of wat eieren. Na de geboorte van het kind werd het gereinigd en ingebakerd. De baby werd zo strak in doeken gewikkeld zodat het zich niet kon bewegen, dat werd gedaan voor een rechte houding, het beschermen tegen de kou en de opgelopen kneuzingen te herstellen. Na 8 maanden werd het wikkelen langzaam achterwege gelaten. Als men niet zelf borstvoeding kon geven kon men iemand inhuren die het kind borstvoeding gaf. Een voedster was meestal alleen weggelegd voor rijkere gezinnen, maar het was verstandiger zelf het kind te voeden, want dan had het een veel grotere overlevingskans en dat wist men wel.

Bron: http://www.scholieren.com/werkstukken/10638

Persoonlijke instellingen