Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Een nieuw raadshoofd  (595 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 6 jaar geleden »
Langzaam voelde Radda de kalmte door zijn lichaam glijden van, zijn hartslag vertraagde, hij opende zijn ogen en keek vol vertrouwen de wereld tegemoet. Zijn blik kwam niet verder dan de vier muren van de kamer en de gezichten van de enkele vertrouwelingen, maar het was voldoende. Hij glimlachte eigenzinnig, knakte zijn vingers en gaf met een hoofdknikje aan dat hij klaar was. Iemand opende de deur en Radda verliet de kamer van de Smedenclan, liep door de lichtkrommende gang van de raadszaal en trad de raadszaal binnen.

Het was een dag in het voorjaar van 1287. Veertien dwergen waren bijeengekomen in een zaal met veertien zetels en veertien bijzettafels. Wanneer je als dwerg voor de eerste maal de zaal in kwam lopen, werd je overweldigd door de sfeer in de zaal. Er was niet veel opsmuk, simpele zuilen, een cirkel van stoelen, het flakkerende licht van de fakkels. Maar dan kwam het besef wie voor jou deze kamer in waren gelopen. Welke belangrijke beslissingen al sinds de geboorte van de aarde hier genomen worden. Dat de eenvoud van deze kamer juist de kracht was van alle belangrijke besluiten in de historie van de dwergen. Wanneer je je ten volle bewust was van het belang van deze kamer, wilde je meestal even gaan zitten.

En dat deden dan ook alle veertien krijgsheren; een voor een namen ze plaats in de kring. Ze waren allen verschillend, maar allemaal hadden ze duidelijk moeite genomen om er zo verfijnd en imposant mogelijk uit te zien. Zodra ze allemaal zaten, nam een van hen, stond de krijgsheer van de clan Technit weer op. Het was de jongste van alle aanwezigen, zijn blauwe gewaad stond hem nog wat onwennig, maar hij nam zoals het zo hoorde het woord. "Wij zijn hier bijeengekomen om Kovingu Tradzik te herdenken en in zijn gedenkenis een nieuw raadshoofd te benoemen." Na dat gezegd te hebben, ging de dwerg weer zitten. Radda knikte hem goedkeurend toe. Het was diens eerste raadsvergadering, de eerste woorden van hem hier. Radda zelf had ze ook tien jaar geleden gesproken, na de dood van zijn vader en zijn verkiezing als krijgsheer.
Er was een moment van stilte, waarin een ieder de tijd werd gegund om de vorige krijgsheer te herdenken. Radda en de meeste andere krijgsheren gebruikte echter dit moment om de andere krijgsheren te doorgronden. Wat waren ze in de komende minuten van plan te gaan doen?

De krijgsheer stond weer op. "Ik ben de nieuwe krijgsheer van de clan van de wijzen, verkozen door hen die ik vertegenwoordig. Ik open, zoals het gebruikelijk is, de stemming. Mijn stem is die van mijn clan, de clan der Wijzen, Technit. En mijn stem gaat naar..." Zijn blik gleed de kring rond. "De handelsclan, Dajghesoó." De krijgsheer ging weer zitten. Radda begreep de keuze, deze krijgsheer van de clan der Wijzen had nog geen persoonlijke ervaring met de clan en in het verleden had een krijgsheer van de handelsclan als raadshoofd altijd voor welvaart en rust gezorgd in het land.

De vrouw op de stoel links ging nu ook staan. Ze had haar grijze haar op  een modieuze wijze opgestoken, doorvlochten met zilverdraad, wat goed bij haar haarskleur paste. Haar jurk was zeer traditioneel, wat status uitstraalde, maar volgens Radda's vrouw Katashira erg ongemakkelijk zat. Toch had de jurk bij deze dame effect. Bij de gesprekken die Radda de afgelopen week met de Krijgsvrouwe had gevoerd, had ze altijd simpelere kledij gedragen, maar nu maakte ze veel meer indruk. "Mijn stem is die van mijn clan, de vrouwenclan, Knulaf. En mijn stem gaat naar de smedenclan, Tokkàt." Radda's hart was verheugd om dit te horen. Het was teken dat ze waarde had gehecht aan zijn woorden, dat ze hem vertrouwde in zijn oordeel. Het was Radda's eerste stap richting raadshoofd.

De dwerg links daarvan ging ook staan. Zijn wenkbrauwen waar kleine ringetjes doorheen staken, gingen omhoog terwijl hij lachte en zijn muziekvolle stem klonk:  "Mijn stem is die van mijn clan, de Kunstzinnige Clan, Gavirn. En mijn stem gaat naar de eerste clan, Dives." Radda was bij het horen van dit teleurgesteld. Stemmen waren niet te koop, maar de eerste clan was rijk en financierde de werken van de kunstzinnige clan. De krijgsheer had een beter besluit kunnen maken, dan de continuïteit van de geldstroom naar zijn clan.

De excentriek uitziende dwerg links daarvan stond op. Hij had een baard die in drie punten gesplitst was,een hangende snor die niet in zijn baard overging en in zijn zwarte haren was nauwelijks een spoortje van vergrijzing te zien. Ook zijn kleren verrieden dat hij niet van de Borgonen kwamen, Radda wist niet eens wat de naam van het vest-achtige ding was. "Mijn stem is die van mijn clan, de clan der buitenlanders, Dajborgonen." sprak hij met een zwaar accent. "En mijn stem gaat naar de smedenclan, Tokkàt." Radda had de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan deze clan en vond het dan ook niet vreemd om diens stem te mogen ontvangen. Hij schonk de krijgsheer een dankbare knik als teken van acceptatie.

De volgende dwerg die opstond was van de clan van allerhande en had zijn gezicht nog niet laten zien. Pas nu schoof hij de kap van zijn mantel van zijn hoofd af en glimlachte de zaal rond. Drie gouden tanden waren daarbij kort zichtbaar in zijn mond. "Mijn stem is die van mijn clan, de clan van allerhande, Serpdaj. En mijn stem gaat naar de clan der strijders, Dùrref." Hij wierp een grijns naar de dwerg in harnas tegenover hem, de krijgsheer van de clan der strijders en gin weer zitten. Radda had er een goudstuk voor over gehad om te weten wat die twee hadden afgesproken.

Vervolgens stond de dwerg rechts van Radda met het tuniek van geweven gouddraad op. Hij had een diepe, grauwe stem. "Mijn stem is die van mijn clan, de eerste clan, Dives. En mijn stem gaat naar de clan der Magiërs, Naigsjé." Radda had al een vermoeden op wie de clan der magiërs zou gaan stemmen, want dat was vast in de gangen al afgesproken. In ruil voor een wederstem en de steun in een of ander onderzoek hoogstwaarschijnlijk.

Het was Radda's moment om te stemmen. Hij stond op, keek eenmaal de kring rond en ging nog een keer de gebeurtenissen van afgelopen week af. Alle beloftes, onderhandelingen, potentiële bondgenootschappen. Uiteindelijk had Radda een keuze gemaakt op intuïtie, maar hij had daar een wederstem uit weten te slepen. "Mijn stem is die van mijn clan, de smedenclan, Tokkàt. En mijn stem gaat naar de handelsclan, Dajghesoó." Radda ging weer zitten. Hij voelde een heleboel emoties tegelijkertijd opborrelen. Had hij hier juist aan gedaan? Had hij, met twee stemmen, wel op de handelsclan moeten stemmen, zodat zij nu ook twee stemmen hadden?

Vertwijfeling vrat even aan de roodharige smid, maar werd al snel weer weggenomen door de woorden van de krijgsheer van de mijnersclan: "Mijn stem is die van mijn clan, de mijnersclan, Miskindi. En mijn stem gaat naar de smedenclan, Tokkàt." Dat betekende dat Radda drie van de acht stemmen tot dusver had. Tot dusver de meeste, maar er moesten nog zes krijgheren hun stem uitbrengen.

De dwerg in zijn magiërsgewaad en met zijn rituele staf stond op. "Mijn stem is die van mijn clan, de clan der magiërs, Naigsjé. En mijn stem gaat naar de eerste clan, Dives." Het was dus inderdaad een wederstem geworden, dacht Radda. Dives stemde op Naigsjé, Naigsjé op Dives. Eerlijk maar gevaarlijk politiek spel.

De strijder in harnas stond op. Zijn gezicht was getekend met een baard als die van Radda, maar ook met een indrukwekkende huidstekening. Hij was hooguit de breedste van alle aanwezige dwergen. hij sprak, daadkrachtig, maar toch klonk er een klein beetje vertwijfeling. "Mijn stem is die van mijn clan, de clan der strijders, Dùrref. En mijn stem gaat naar de clan van de oorsprong, Ysbergt." De strijder kreeg van de krijgsheer van de clan van oorsprong een dankbare blik, maar Radda merkt ook op dat de houding van een van de andere krijgsheren veranderde. En verbeelde hij het zich, of hoorde hij daar gouden tanden knarsen?

De volgende dwerg, links van de strijder, stond op. De man was mank aan zijn rechterbeen, maar probeerde dat niet te tonen. Nu iedereen er op zijn best uitzag, wilde deze man daar ook aan voldoen. Dat hij traditionele kleding versierd met edelstenen droeg, hielp daar zeker aan mee. "Mijn stem is die van mijn clan, de clan der ambachten, Idoó. En mijn stem gaat uit naar de eerste clan, Dives." Radda schudde nauwelijks zichtbaar zijn hoofd. Zowel hij als de man in het goud naast hem hadden nu drie stemmen, met nog drie clans te gaan. Zou de krijgsheer van handelsclan zich aan zijn woord houden? Wat zouden de andere twee krijgsheren doen?

De volgende krijgsheer voelde de spanning en hield het kort: "Mijn stem is die van mijn clan, clan van de oorsprong, Ysbercht. En mijn stem gaat uit naar de clan der ambachten, Idoó." De dwerg ging weer zitten, streek met zijn hand langs zijn baard en wachtte de ontknoping van de stemming af.

De volgende krijgsheer, een dwerg met lange witte haren stond op. "Mijn stem is die van mijn clan, de paardenclan, Hronru. En mijn stem gaat uit naar de handelsclan Dajghesoó." De krijgsheer glimlachte, wetend welk effect zijn woorden had  en keek naar de man links van hem. De krijgsheer van de handelsclan.

Alle blikken waren op hem gericht. Hij had niet alleen de laatste stem, maar hij had ook een belangrijke
keuze te maken. Drie clans hadden nu drie stemmen, de eerste clan, de smedenclan en zijn eigen handelsclan. Aangezien de regels het verboden om op jezelf te stemmen, had hij drie keuzes. Hij kon de smedenclan laten winnen, hij kon de eerste clan laten winnen en hij kon een extra stemronde starten door een van de andere clans zijn stem te gunnen. Dat zou een week uitstel betekenen, nog meer beloftes, onderhandelingen en een grotere kans voor de handelsclan, maar vooral voor de eerste clan.

De krijgsheer van de handelsclan stond op, duidelijk was de spanning te merken. Iedere krijgsheer keek afwachtend naar het keurige reiskostuum, de wandelstaf, de volgens de regels geknoopte bruingrijze baard en de kijkglazen waarachter twee nog scherpe ogen de zaal rond keken. "Mijn stem is die van mijn clan, de handelsclan, Dajghesoó." Je kon een speld horen vallen. "En mijn stem gaat uit naar de smedenclan, Tokkàt."

Een last viel van Radda's schouders, maar dertien afwachtende blikken legden er gelijk een nieuwe last op. Hij was nu raadshoofd. Hij zou de rest van zijn leven de raad voorzitten, geschillen beslissen, onderhandelen en verwachtingen scheppen. De krijgsheer van de handelsclan was gaan zitten, Radda stond plechtig op en knikte eenmaal dankbaar naar de handelaar. Hij had woord gehouden, zelfs in deze situatie. "Mijn stem is die van mijn clan, de smedenclan, Tokkàt. Maar zo ook is mijn stem van de dertien andere clans, daar zij mij gekozen hebben. Mijn stem zal daarom twee maal gelden, deze eer en tegelijk last accepteer ik." Nog eenmaal keek de smid de zaal rond. "Ik verklaar deze vergadering voor gesloten."

En zo verliet het nieuwe raadshoofd de zaal.
Heet gesmeden kan alles worden vervaardigd.
« Laatst bewerkt op: 6 jaar geleden door Radda Krogg »