Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Hoefgetrappel in de nacht  (886 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 6 jaar geleden »
[Almaria, 1005 A.D.]
De schemering vulde zich met hoefgetrappel. Vrouwen keken hun mannen verschrikt aan, vluchtten naar binnen met hun kinderen. Mannen sprongen op, grepen hun wapens bij elkaar, schreeuwden onhoorbare bevelen naar elkaar, terwijl het geluid van naderende paarden steeds luider en luider werd.
 “Doof de vuren!” “Grijp je wapens!”
Ze waren te laat. Van alle kanten kwamen nachtelfen te paard, maaiden iedereen neer die ze zagen. Overal in het zigeunerkamp klok geschreeuw, gegil, gekrijs. Een woonwagen was opeens omringd met vlammen, tenten stonden in brand. Brandende, vluchtende vrouwen vluchtten met hun kinderen naar buiten om daar alsnog door zwaard en pijl om te komen.
De volgende ochtend waren de nachtelfen verdwenen. Wat overbleef was as, verbrand hout, verkoolde resten van wat de vorige dag nog vrolijke zigeuners waren. Maar vooral, lichamen. Wolfachtige wezens in een verkrampte houding, klauwend naar de zilveren wapens in hun borst.

 Een weerwolvenkamp was het geweest. Er hadden mannelijke weerwolven gewoond en vrouwelijke, hun echtgenoten en echtgenotes, meestal mensen, zoals dat gebruikelijk is bij weerwolven. Een weerwolf trouwt immers nooit met iemand van zijn eigen soort. Dat is metis, het afschuwelijkste wat je kunt doen, het is tegennatuurlijk.
En nu, nu was de hele gemeenschap Ravnos uitgeroeid.
Echtgenoot van Tetachan Mocha
« Laatst bewerkt op: 6 jaar geleden door Cú Chull'ain »

« [Reactie #1] : 6 jaar geleden »
Ajith Mairtín keek uit over zijn landgoed, zijn armen op zijn rug. Het was een lange nachtelf, zijn witte haren toonden zijn puurheid van ras. Hij was 70, in de kracht van zijn leven. Hij was niet van hoge adel, maar zijn landgoed had een flinke omvang. Het land in Mircam was vruchtbaar, zeker hier aan de westkust.
Iemand kuchte. Een nutteloos gebaar, want hij had de man al aan horen komen met zijn scherpe oren. Zonder zich om te draaien luisterde hij naar wat zijn adjudant te vertellen had. “Ze zijn allemaal dood, heer Mairtín.” De nachtelf knikte, maar hij wist dat het niet waar kon zijn wat zijn adjudant hem vertelde. De kans dat er een weerwolf of mens ontkomen was aan de slachting van de afgelopen nacht, achtte hij klein, maar zoiets kon je niet zeker weten. Zeker niet bij weerwolven. Hij bedwong de neiging om over zijn slapen te wrijven. Hij kon het zich niet veroorloven zwak te lijken voor zijn ondergeschikten. “Je kunt gaan,” zei hij kortaf, “laat Artois hier komen.” De man  verdween en Ajith Mairtín was weer alleen.
Echtgenoot van Tetachan Mocha

« [Reactie #2] : 6 jaar geleden »
Hij was te ver gegaan. Hoe lang zou het duren voordat de IRMM lucht zou krijgen van zijn misdaad? Het was zijn bevel geweest, hij was meegereden, had in blinde woede mannen neergeslagen, vrouwen bij de haren gegrepen en doorstoken, kinderen vertrappeld onder de hoeven van zijn paard. Als het alleen maar mensen waren geweest, had er geen haan naar gekraaid. Hooguit zou je kunnen zeggen dat het een verkwisting was van grondstoffen. Maar er waren myrofas bij betrokken geweest: weerwolven.

Weerwolven. Als Ravnos Mtuc er niet was geweest… De knappe Ravnos, met zijn mooie blauwzwarte haren, zijn brede borstkas, zijn vrolijkheid. Alia was als een blok voor hem gevallen. Je hoefde geen genie te zijn om dat te zien. Zijn Alia, zijn vrouw, verliefd op een weerwolf.
Hij had haar verboden ooit nog naar de markt gegaan. Afgeranseld had hij haar toen ze keer op keer toch ging om ‘boodschappen’ te doen. Maar die liefde had hij kennelijk nooit uit haar kunnen slaan. Ze had hem te schande gemaakt voor de hele nachtelfengemeenschap. Een nachtelf die zijn vrouw niet onder de duim kon houden. Een lachtertje was het.

Alia. Ze was een mooie vrouw: spitse oren, prachtige blauwe ogen, zilverkleurig haar. En ze was van hogere afkomst geweest dan hij. Wat was hij trots geweest toen zijn ouders haar voor hem hadden gevonden! Hij had haar in de mooiste kleren gestoken, haar met juwelen behangen. Hij had haar aanbeden. Maar zij, zij had niet van hem gehouden. Na drie jaar had ook hij zichzelf niet meer voor de gek kunnen houden. En toen kwam Ravnos Mtuc. Hij had zijn oog op haar laten vallen, haar versierd met zijn vette glimlachjes en zijn steelse knipoogjes. En Alia, ach Alia. Hij was haar kwijt.

Ravnos Mtuc, de zigeuner, had zijn mooie vrouw gekidnapt. Voor zijn neus weggekaapt en ze had niet eens gevochten. Ach, natuurlijk had ze wel gevochten, dat hoorde toch zo als je gekidnapt werd, maar haar best had ze er niet voor gedaan. En hij, hij stond met lege handen. Oh, de schande. Zijn mannen hadden nog geen blijk gegeven van minachting, nog niet. Hij was de nachtelf die zijn vrouw niet houden kon, die zijn echtgenote voor zijn neus liet wegkapen door een weerwolf. Door een weerwolf nota bene! Achterlijke halve beesten.

Woedend was hij geweest, toen hij het hoorde. Blinde haat verduisterde zijn denken en de brandewijn had zijn gemoedstoestand er niet beter op gemaakt. Hij had zijn manschappen verzameld, had alles wat zilver was, laten halen en was toen het bos ingedenderd. Doden zou hij ze, allemaal.
Echtgenoot van Tetachan Mocha

« [Reactie #3] : 3 jaar geleden »
Voetstappen klonken in de gang. Dat was Artois, zijn slaaf. Het was de enige slaaf in zijn hofhouding die kon schrijven. Artois was een mens, maar best een slim exemplaar. Hij was een soort geestelijke geweest in een vorig leven, maar was op de een of andere manier in handen gevallen van slavenhalers. Nee, hij was zelfs een hoge geestelijke geweest, want hij sprak redelijk latijn. Hij sprak het alsof het een soort frans was, maar al met al was het goed verstaanbaar en goed leesbaar.
De nachtelf draaide zich om van zijn plek bij het venster en liep naar zijn zetel. “Artois, ik wil een brief schrijven naar mijn neef Salyu. Schrijf het volgende:

Gewaardeerde neef,
Als dit schrijven je bereikt, zal ik mijn landgoed verlaten hebben. Tegen die tijd zul je ook gehoord hebben waarom. Wat de geruchten ook van de werkelijkheid zullen maken, je zult begrijpen dat ik niet langer op de Elfenhorst kon blijven wonen. Ik schrijf jou dit als een schriftelijk bewijs dat ik al mijn bezittingen aan jou overdraag. Ik zal het laten ondertekenen door mijn rentmeester Jorah en ik zal er ook mijn eigen naam onder zetten.

“En dan sluit je het af op de gebruikelijke wijze. Als je klaar bent, roep dan Jorah hier en kom ook zelf terug. Ik wil dat je opschrijft wat er gezegd wordt.”

De slaaf schreef nog even door en verdween toen om de opdrachten van zijn heer uit te voeren. Artois was niet dom. Hij was de abt geweest van het klooster toen deze overvallen was door Noormannen. Wonderwel waren deze noorderlingen niet van het vermoordende soort maar hadden ze liever mensen gevangen om ze te verkopen. Pas later had Artois de overeenkomsten tussen de Noormannen en de myrofas op Elfenhorst gezien: de spitse oren, de grauwe gezichtskleur, het ongebruikelijke witte haar. Nachtelfen waren het geweest. En hij had geleerd dat het in deze cultuur volstrekt gewoon was om mensen als slaaf te houden. En het had ook niet lang geduurd voordat hij ontdekte dat hij zijn opperwezen wel op zijn blote knieën mocht danken omdat hij kon lezen en schrijven en op die manier erg nuttig was voor de elfen. Andere mensen die hij trof op de Elfenhorst werden geslagen en vernederd, terwijl hijzelf waarschijnlijk niet eens aangeraakt mocht worden door Mairtins ondergeschikten.

Het duurde niet lang voordat Artois de rentmeester van het landgoed had gevonden. Hij bevond zich in zijn eigen vertrekken, twee kleine kamers waar hij in sliep en zijn werk deed. Toen de slaaf hem haalde, stond hij snel op uit zijn zetel bij de haard en volgde hem naar de vertrekken van zijn landheer.


De schemering viel al in toen de wachters van de Elfenhorst de poort openden voor een uitgaande ruiter. Diens paard had een lichte bepakking. Een slaapmatje, wat kleren en proviand voor onderweg. Dat was alles wat Ajith Mairtín meenam op zijn vlucht.
 
Echtgenoot van Tetachan Mocha

« [Reactie #4] : 3 jaar geleden »
En hij was niet te vroeg geweest. Het had maar een week geduurd voordat hij een aanplakbiljet zag met zijn naam erop. Ajith Mairtín, Slachter van Elfenhorst, afleveren bij de IRMM, liever levend dan dood. Dat was het moment geweest waarop de werkelijkheid pas volledig tot hem doorgedrongen was. Hij had gemoord en opdracht gegeven om te moorden. Vijftig personen waren door zijn bevel om het leven gekomen. Vijftig personen! En waarom? Had hij vijftig personen gedood voor een vrouw? Voor een vrouw?! Was dat uiteindelijk niet een nog grotere schande dan het verliezen van de vrouw?

Het aanplakbiljet stelde hem voor de keuze: zich overgeven aan de rechtgevende instantie die een prijs op zijn hoofd had gezet, of vluchten en een nieuw leven opbouwen, onder een nieuwe naam. Het ene betekende wellicht eerherstel voor zijn familie en het betekende gerechtigheid. Of hij zich er nu schuldig voor voelde of niet, hij was een moordenaar. Het was een rationele keus om te maken: de schuldenaar moet boeten. Aan de andere kant, hij had gehandeld in drift en daardoor in feite zijn leven vergooid. Hij had recht op een kans om het goed te maken. En hij wilde nog niet dood. De nachtelf aarzelde, wist niet welke keus hij moest maken en stelde hem dus uit.

Te lang, want het aantal myrofas dat hem voorbij had zien komen en hem had herkend, werd groter en groter. Hij had het moeten zien aan hun blikken, maar het was hem ontgaan. Alsof hij dacht dat niemand hem iets kon maken, zolang hij zijn keuze nog niet had gemaakt! En toen stonden er opeens tien fulaki op zijn pad en versperden hem de doorgang. Ajith Mairtín schrok, wendde zijn paard en kwam tot de ontdekking dat er soldaten van alle kanten kwamen om hem in te sluiten. Plotseling was de keus niet zo moeilijk meer: hij zou zich niet laten grijpen. In zijn ontsnappingsdrang vond hij de kracht om zich een weg naar buiten te vechten met magie en zwaard. En hij was vaardig in beide. Met de grootste vaart die hij nog uit het paard kon halen, rende hij of een groepje fulaki af, wierp ondertussen een magisch schild op dat hem tegen spreuken moest beschermen en hakte zich door de soldaten een weg naar buiten. De ene na de andere soldaat werd door zijn machtige ijzeren zwaard geveld. Gekerm klonk van alle kanten. Een magiër vuurde spreuken op hem af, maar zijn schild hield het. Voorlopig. De nachtelf brulde toen hij een pijl in zijn onderrug voelde. Een ander stak zijn zwaard in zijn kuit en als hij de man niet juist op tijd opzij had geworpen, had hij geen onderbeen meer gehad.  Doorgaan! Maande hij zichzelf. Er was nu geen weg meer terug. Als hij nu in handen van de fulaki viel, was hij zeker van de galg. Hij brulde als een stier, gooide alles wat hij wist aan spreuken in de strijd en wist te ontsnappen.
Echtgenoot van Tetachan Mocha