Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Huisje 5; begin maar te vertellen  (4810 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 8 jaar geleden »
Het was een warmere oktoberavond toen Aeson geïrriteerd liep langs de studentenhuizen. Hij hield zijn stemming echter wel verborgen, handen achter zijn rug in elkaar gevouwen en zijn gebruikelijke blik onder zijn wenkbrauwen. Niet alle studenten hoefden te weten dat hij lichtelijk geïrriteerd was dankzij zijn collegadecaan.
Terloops had Kenyi bij een kort overleg laten vallen dat hij bij Tatiana Wyliathel was langsgegaan. De decaan had inderdaad ook gemerkt dat Tatiana niet in de les was komen opdagen. Aeson kon Kenyi het eigenlijk niet kwalijk nemen dat hij even bij juffrouw Wyliathel was langsgegaan, maar Aeson vond eigenlijk dat hijzelf dat had moeten doen. Tatiana Wyliathel was immers 'zijn' leerlinge. Misschien was Aeson wel geïrriteerd dat hij niet eerder actie had ondernomen en daar nu op gewezen moest worden.

In iedergeval had Aeson zijn dossier over het eerstejaars luchtelfje van zijn kantoor gehaald en stond nu voor Huisje 5. Met zijn vuist klopte hij drie keer op de deur en wachtte tot Rody, Elrohir, Autumn of Tatiana zelf open deed. Hij was benieuwd welke reden Tatiana zou komen opdraven. Alle signalen wezen erop dat dit niet zomaar een ziekte was en Tatiana was ook geen type dat lessen zou skippen omdat ze er geen zin in had.

Tatiana gluurde via een raam naar buiten, zodat ze kon zien wie er voor de deur stond. Hoewel ze al lang blij was dat het niet Lorrn was, of Ilyas zelfs schrok ze nog wel dat het haar mentor was. Ze was al een week niet op school geweest en hoewel ze wel braaf haar huiswerk had gemaakt (wat natuurlijk niemand wist omdat ze het huis niet verlaten had) verwachtte ze dat ze grote problemen had, misschien werd ze zelfs van school gestuurd! Een beetje angstig opende ze voorzichtig de deur. Niet alleen omdat ze bang was voor wat de mentor ging zeggen, maar vooral omdat ze bang was dat het Lorrn met een swiss-drankje was, of iets dergelijks. De deur bleef dan ook op een kiertje, genoeg om de bezoeker te zien en genoeg voor de bezoeker om haar te zien, maar niet genoeg om er langs binnen te komen. Niet dat ze de kracht had de deur dicht te houden als de man binnen wilde komen.

Ze was thuis, want Aeson zag heel even de gordijnen ritselen. Hij wachtte geduldig en toen schoof de deur open. De deur ging niet open, hij schoof open, op een kiertje. Tatiana stond erachter en gluurde door de kier naar haar mentor. Aeson wachtte tot ze open zou doen, maar ze bleef door dat kiertje naar hem kijken alsof hij een vreemde was. Wat was hier aan de hand, vroeg de decaan zich af, en hij kantelde zijn hoofd een beetje.

Hopelijk was de elf niet bezig met onfatsoenlijke dingen op dit moment. "Goedenavond, Juffrouw Wyliathel. Is alles in orde of gaat u me gewoon buiten laten staan?" Nee, Aeson was niet van plan zich weg te laten sturen. Met dit gedrag had Tatiana alleen maar zijn argwaan versterkt dat er iets mis was.

Tatiana beet even op haar lip en twijfelde, maar opende toen langzaam en voorzichtig de deur, om de man binnen te laten. Ze sloot de deur daarna weer en liep naar de keuken. 'Wilt u misschien iets te drinken?' vroeg ze toen. 'Er is wijn en thee,' vertelde ze. Misschien ook nog wel iets anders, maar het was het enige wat zij nog in huis had, daarbij was het haar laatste fles wijn. Hoewel het meisje wel kon raden wat haar mentor hier deed was ze toch benieuwd naar wat hij te zeggen had. Ze was nog altijd bang dat ze diep in de problemen zat, maar ze hoopte natuurlijk dat hij een oplossing had, of van niets wist en dit gewoon een gezelligheidsbezoek was.

"Nee, bedankt. Ik ben hier niet om iets te drinken. Ik ben hier om even met jou te praten. Kan dat hier of zijn je huisgenoten aanwezig?" De toon was meteen gezet, het zou een serieus gesprek worden. Maar Aeson maakte ook een bezorgde indruk, want hij was bezorgd.
Het lag aan de houding van Tatiana. Ze ontweek zijn blik, leek nerveus, allemaal aanwijzingen dat er iets mis was. Hoewel er veel scenario's in Aesons hoofd rondtolde, had het geen zin om te speculeren. Hij zou het haar gewoon vragen, maar dan als hij zeker wist dat ze alleen waren. "Is er een plek waar ik je onder vier ogen kan spreken of moeten we even naar mijn kantoortje lopen?"

'Ik weet niet waar mijn huisgenoten zijn,' zei Tatiana. Ze had er niet op gelet, het kon dat ze in huis waren, maar het kon ook heel goed dat ze op de universiteit waren. Een veilige goede plek om ongestoord te kunnen praten was natuurlijk haar kamer, maar daar zou ze echt niemand meer mee naartoe nemen, dat durfde ze niet. Het was haar enige veilig plek op de universiteit, daar liet iedereen haar tenminste met rust, ze wilde daar niemand hebben, maar ze wilde ook onder geen enkele omstandigheid het huis verlaten. Ze zou dus ook niet mee gaan met de man. Ze bleef binnen en wat hij te zeggen had kon hij maar beter hier doen. Zo lang het niet over Lorrn ging kon het haar niet meer schelen, van school gestuurd worden zou ze zo toch wel.

"Hier dus?" controleerde Aeson. Toen wees hij Tatiana een stoel aan. "Ga even zitten." Zelfs pakte hij een stoel en schoof die erbij en met een handgebaar sloot hij de deuren. Zo konden ze niet gestoord worden door huisgenoten die besloten een feestje te starten in de woonkamer. Er was een tijd om te feesten, en er was een tijd om moeilijke gesprekken te hebben.

"Goed, ik neem aan dat jij zelf ook wel een vermoeden hebt waarom ik hier ben?" Begon de decaan voorzichtig. "Vertel mij eens wat er aan de hand is, waarom ik naar een hardwerkende, gemotiveerde leerlinge moet komen? Dat is namelijk de Tatiana die ik heb leren kennen toen ze vers hier op Ypsilon kwam." Ergens was Decaan zijn een combinatie tussen een vaderpersoon en een wijze vriend. Zo was het moeilijk om afstand te houden. Aeson sneed expres niet het punt zelf aan, en liet het aan Tatiana over om eerst maar eens te vertellen wat ze wou vertellen, ongeacht hoeveel ervan waar was en in de juiste richting.

Tatiana was volledig overrompeld. Hij ging haar vertellen waar ze moest zitten in haar huis? Toch deed ze wat haar 'gevraagd' was. Ze luisterde naar zijn woorden en ontweek zijn blik. Ze schaamde zich wel dat ze zo lang niet naar school was geweest, een paar dagen! Zonder echte reden, maar ze durfde echt niet naar buiten, ze was zo bang om Lorrn weer tegen te komen, wat hij gedaan was was... Ze drong wat tranen terug en hield haar gebalde vuisten onder de tafel verborgen. 'Ik...' ze aarzelde even met wat ze moest zeggen. 'Ik voelde me niet goed,' zei ze toen. 'Maar ik heb wel al mijn huiswerk geprobeerd bij te houden!' bracht ze toen in. Ze zou zich niet zomaar van school laten sturen.

Aeson nam haar nog steeds aandachtig op. Ze worstelde duidelijk met een groot probleem. "Mag ik concluderen dat je je nog steeds niet goed voelt?" vroeg Aeson, die zag hoe veel moeite Tatiana deed om haar gevoelens te verstoppen. "Normaal gesproken als je je niet goed voelt, ga je naar geneesheer Krathais of naar je decaan. Naar mij dus."

Tatiana ging in de verdediging, maar Aeson schudde zijn hoofd. "Jij weet net zo goed als ik dat huiswerk niet genoeg is om bij te blijven. Het is noodzakelijk om naar je lessen te gaan. Als er iets is waardoor je je lessen niet kunt volgen, meld je je bij mij en bekijken we samen wat eraan gedaan kan worden. Jij bent niet naar mij toegekomen, maar nu ben ik hier bij jou. Kun je me vertellen waarom je al een week geen enkele les hebt gevolgd?"

Aeson keek Tatiana recht met een open blik. "Alles blijft vertrouwelijk onder ons. Als je het niet langer verzwijgt, kan het alleen maar helpen."

Tatiana keek voor een kort moment naar de decaan en hem hiermee recht aan, iets wat niet haar intentie was en waar ze enorm van schrok. Ze ontweek vervolgens dus weer zorgvuldig zijn blik en keek naar haar handen. De tranen stonden in haar ogen, maar ze wilde er niet over praten, ze kón er niet over praten, het was gewoon zo vernederend geweest. Lorrn had haar erg oneerbaar behandeld, hoe kon ze dat nou gaan uitleggen? Ze wist echt niet hoe ze over zoiets, waar zo'n groot taboe op rustte een gesprek moest openen. Ze schudde daarom alleen maar haar hoofd, ze kon het niet vertellen, zéker niet aan een man die niet eens familie was. Haar moeder misschien... maar meer personen dan haar zou ze het echt niet durven vertellen.

Het meisje leek wel een groot vat verdriet, dat op barsten stond. Aeson kon zich wel schuldig gaan voelen, maar hij moest nu wel uitvinden wat er aan de hand was. Hij besloot dit hier af te handelen. Iets zat Tatiana Wyliathel zo erg dwars dat ze erdoor niet meer op school verscheen, en als hij nu niet doordrong zouden er erge dingen kunnen gebeuren. Want hoe vervelend hij het ook zou vinden, dan moest hij het meisje van school verwijderen.

"Ik kan me voorstellen dat je er niet over wilt praten, Tatiana, maar vertrouw me, het moet. Je zult me moeten vertellen wat er aan de hand is. Vanaf hier zie ik alleen dat iets van binnenuit je kapot knaagt en alleen als je me nu in vertrouwen neemt kunnen we er iets aan doen. Wat het ook is, het is het niet waard om al het mooie op Ypsilon voor op te geven."

"Is er iets naars gebeurd?"

Tatiana voelde zich per woord wat Aeson zei meer verdrietig worden. Zeker toen hij er haar op wees, hoewel subtiel, dat ze van Ypsilon gestuurd kon worden. Ze keek een beetje angstig richting de man, maar keek hem niet aan. 'Ik wil er niet over praten...' zei ze zacht, terwijl een traan over haar wang rolde. Ze stond toen resoluut op. 'Ik denk dat het beter is dat u gaat, ik heb nog veel te doen.' Ze had amper meer iets te doen, maar dat nam niet weg dat ze wel wilde dat hij ging. Ze wilde er niet over praten en als hij bleef aandringen wilde ze alleen maar dat hij ging. Hoewel ze niet van hulp hield was het fijn, maar er waren grenzen, ze wilde niet dat de man ging nadenken over wat Lorrn met haar gedaan had.

Aeson schudde zijn hoofd, maar hij stond op. Hij zag dat Tatiana nu op het punt stond uit te barsten, maar ook dat ze het er echt niet over wou hebben. Ze had rust nodig, ze zat dicht en het zou niet over een nacht gaan om haar open te krijgen. Je moest zoiets voorzichtig aanpakken, anders kon het juist het tegenovergestelde bereiken.

"Als dat is wat jij wilt, dan zal ik weggaan." Hij wierp een blik op Tatiana, schudde zijn hoofd weer bedenkelijk, trok zijn mantel stevig dicht en liep naar de deur. Maar haar alleen achter laten deed hij niet, haar nu aan haar problemen overgeven, deed hij niet.

"Morgenavond kom ik wel weer langs."

Ze was niet blij met zijn besluit en nam zich voor om niet open te doen de dag erna. Toch deed ze dit wel. Ze kon niet zo onbeleefd zijn de man buiten te laten staan en ze deed zelfs de deur sneller open dan de dag ervoor, wetend dat hij zou komen en er iets meer op vertrouwend dat hij er was. Tatiana bood hem opnieuw iets te drinken aan. Het was te zien aan haar dat ze moe was, ze had de hele nacht wakker gelegen en zich afgevraagd wat ze moest doen, ze wist niet of ze het hem misschien toch moest vertellen, of niet. De conclusie was een hele vanzelfsprekende, het hem niet vertellen. Als ze iets anders deed zou ze daar vast spijt van krijgen.

Vanzelfsprekend was Aesons dag een stuk beter dan die van Tatiana. Hij had wel goed kunnen slapen, gewoon lessen gegeven en zoals hij al had verwacht was juffrouw Wyliathel niet aanwezig. De stille hoop die hij had gehad dat ze het probleem alleen had overwonnen was tevergeefse hoop geweest. Dus Aeson was 's avonds na de lessen naar huisje 5 gegaan. Maar eerst was hij naar Treseburg gegaan en had hij inkopen gedaan, die hij nu meenam in een zak.

Hij klopte aan en er werd opengedaan, ditmaal sneller dan gister. Hij hoefde dit keer niet voor een kier te blijven staan, wat hij opvatte als een positief signaal. "Goedenavond, Tatiana." Weer sloeg hij het drinken af. Hij legde de zak op een stoel bij de keuken en zijn mantel eroverheen.
Hij was niet van plan om zo snel het huis te moeten verlaten als gister.

"Hoe is jouw dag geweest, Tatiana? Wat heb jij vandaag gedaan?" Haar huisgenoten waren er niet, maar ditmaal kon Aeson dat verklaren: het was een zaterdagavond.

'Huiswerk gemaakt,' loog ze, iets wat ook wel een beetje te zien was. Ze had wat boeken open gehad, maar niet zo goed meer geweten waar ze moest lezen en er ook geen zin meer in om te doen. Ze wilde terug naar school, maar ze was bang, zo bang. Ze wilde Lorrn niet tegenkomen buiten. Toch zou ze snel naar buiten moeten, niet alleen vanwege school. Ze moest zichzelf een keer wassen en dus een tobbe water laten vullen door iemand, of boodschappen laten doen... En die personen die dat normaal deden voor haar, tegen een kleine betaling, kon ze alleen vinden als ze buiten kwam. Ze leefde nu dus op dingen die ze over had en wat restjes van huisgenoten, iets wat ze zeker niet gewend was, daarbij wilde ze per se morgen in bad, want dan was het zondag en ze altijd op zondag in bad, vorige zondag was ze ook al niet geweest, dus dan zou ze twee weken lang niet in bad kunnen! Een groot drama voor een verwend meisje als Tatiana. 'Hoe was uw dag?' vroeg ze toen uit beleefdheid. Het was duidelijk dat het meisje deed wat ze deed omdat ze beleefd opgevoed was en niet omdat ze van plan was de man haar verhaal te vertellen.

Aeson merkte dat het allemaal niet van harte ging, maar hij wist dat Tatiana hem niet kon negeren of wegsturen direct. Ze bleef beleefd en Aeson was precies van plan om deze beleefdheid te gebruiken om haar verdediging langzaam neer te halen. "Mijn dag was goed, dankje. Een aantal studenten op hun fouten gewezen en een belangrijke les gegeven aan de tweedejaars over de handelsoorlogen in Hazdor aan het begin van de vorige eeuw." Hij hield de luchtelf vanuit zijn ooghoeken in de gaten terwijl hij dit zei, en liep naar de tas die hij meegenomen had.

"Ik wist niet of jij al inkopen had gedaan afgelopen week, maar ik had wat meegenomen." Hij wenkte Tatiana dat ze mocht komen kijken wat er in de tas zat. Er zat vlees in, een homp kaas, een paar broden, wat boter, een aantal appelen en een kruikje melk. Zonder op haar waarschijnlijke afwijzing te wachten, begon hij de spullen uit de zak te halen en op de tafel te leggen.

Tatiana wantrouwde de man een beetje. Hij ging wel erg in op hoe zijn dag was en ze kreeg het gevoel dat hij iets in zijn schild voerde. Al snel dacht ze te weten wat. Ze keek naar het spul wat uit de tas kwam en haastte zich toen te zeggen: 'Maar dat is helemaal niet nodig...' Toch kreeg ze honger bij het kijken naar het eten en ze werd voor een kort moment bang dat haar maag dat gevoel ook nog eens zou laten horen. Gelukkig viel dat tot nu toe mee. Natuurlijk nam Aeson geen nee als antwoord. 'Laat me dan tenminste terugbetalen wat u er voor kwijt was...' zei ze toen. Zeker omdat vlees en melk niet de meest goedkope producten waren. Tatiana begon zich schuldig te voelen voor haar gedrag, wat nou als die man zich écht zorgen maakte? En écht wilde helpen...

"Ik dacht dat het wel nodig was." reageerde Aeson terwijl zich omdraaide om naar Tatiana. "Ik had het vermoeden dat je niet veel buiten was geweest, wel?" Hij keek haar even aan, maar liep toen weer verder, pakte een map onderuit de tas en liep naar de woonkamer. Het antwoord, wat waarschijnlijk nee was, kwam wel.

Op haar reactie dat ze terug betalen wou, zei hij simpel "Dat komt wel goed, ik weet zeker dat ik het geld zo snel mogelijk weer op mijn bureau zie verschijnen." Hij liep naar het zitgedeelte, liet de boodschappen op hun plaats zetten aan Tatiana over. Dat kon ze nu doen of later, dat maakte hem niet zoveel uit. Hij gebaarde toen ze weer keek of ze erbij kwam zitten en sloeg de map open.

"Ik heb een aantal aantekeningen van de lessen die je afgelopen weken hebt gemist. Zo kun je de stof van deze week weer bijwerken en weer je lessen oppakken. Dat wil je toch nog wel?" Het was de hamvraag. Hij hoopte dat ze nog motivatie genoeg had om door te studeren. Als ze niet meer wou studeren, was het misschien allemaal vergeefse moeite wat de decaan nu deed.

'Nee...' zei ze zacht. Ze was hélemaal niet buiten geweest zelfs. Ze wilde tegen hem zeggen dat ze het geld meteen wel kon halen, maar hij had een map gepakt en gebaarde dat ze erbij mocht komen zitten. Toch wel nieuwsgierig ging ze ook aan de tafel zitten, maar niet naast hem, dat was te dicht bij, dat durfde ze niet.

Het gezicht van Tatiana klaarde volledig op toen ze zag wat de man bij zich had. Aantekeningen? Zodat ze bij kon werken. Ze knikte enthousiast en nam de map over zodra ze mocht, waarna ze er aandachtig in begon te bladeren en te lezen. Van alle vakken waren er aantekeningen. Ze kon de man wel omhelzen. 'Dank u,' zei ze toen. In ieder geval wist ze nu wat ze morgen zou doen. Misschien was de man toch de kwaadste niet.

Aeson was blij dat de studente de aantekeningen zo kon waarderen. "Niet al je docenten waren er even blij mee om deze te maken. De meeste professoren vinden dat een week die je mist zelf moeten proberen bij te trekken, maar ik heb ze ervan weten te overtuigen dat je een goede reden had en ze zijn overstag gegaan." Hij bleef niet te lang bij dit punt rusten. "Van de meeste docenten moest ik je groeten overbrengen en ze hopen je snel weer te zien." Het waren voornamelijk de dagwezens geweest die die groeten hadden gedaan, had Aeson gemerkt, hoewel dat toeval kon zijn geweest.

"Maar je hebt nog niet geantwoord. Wil je wel je lessen hervatten?" Hij keek haar strak aan, zodat duidelijk was dat hij op deze vraag een antwoord wou hebben.

Ze knikte. 'Natuurlijk!' bracht ze volledig overtuigd uit, voor haar was dat nooit iets geweest waarover ze getwijfeld had. Ze wilde nog steeds dokter worden en ze wilde haar familie tevreden houden. Ze zou ook nooit niet naar de lessen gegaan zijn als ze niet zo bang geweest was het huis te verlaten en Lorrn tegen te komen. Het was erg aardig geweest van de docenten om dit te doen en ze had ook niet verwacht dat ze zoveel moeite zouden doen voor haar. Het schuldgevoel steeg en ze wendde haar blik weer af. Waarom had Lorrn dit nou gedaan, waarom had hij haar niet gewoon met rust gelaten? Ze was zo voorzichtig geweest en toch...

"Ik ben blij om dat te horen, echt blij." Zei Aeson, die daadwerkelijk blij was dat Tatiana wel de wil bezat om de lessen te hervatten. Maar ja, toen waren ze weer bij dat ene heikele punt aangekomen.

"Alleen wij weten beiden dat ik niet iedere week al jou docenten af kan gaan om huiswerk op te halen. Dat wil ik ook niet, trouwens. Dus we moeten samen een manier vinden zodat jij weer op je gemak je lessen kunt volgen en jij jezelf niet langer hierbinnen afsluit van alles." Aeson ging even verzitten en sprak verder: "Als je me niet wilt of kunt vertellen wat er aan de hand is, dan is dat maar zo. Maar zelfs dan moet je verder gaan met je eigen leven en door met je opleiding. Ik weet niet wat er allemaal gaande is, en zolang ik niet alles weet moet jij met een oplossing komen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jij voortaan geen lessen meer mist?"

De toon was niet meer luchtig als eerder, maar langzaam steeds serieuzer geworden, nauwelijks merkbaar.

Schuldbewust knikte Tatiana, maar ze zweeg in eerste instantie op zijn vraag. 'Ik weet het niet...' zei ze toen zacht. Ze wist het echt niet, ze kon niet zo veel doen zonder te bekennen wat er nu precies gebeurt was en daar voelde ze nog altijd niets voor. De gedachte dat ze dan misschien alsnog moest stoppen met haar studie maakte haar weer verdrietig, hoewel ze probeerde dat niet te laten zien. Misschien zou een lijfwacht helpen, hoewel ze dan misschien weer bang zou zijn voor de lijfwacht, tenzij het natuurlijk iemand zou zijn die ze door en door vertrouwde, zoals Mes bijvoorbeeld, maarja, die woonde op Bumetrel.

Aeson kon gewoon niet begrijpen wat er zo erg kon zijn, dat het Tatiana zo in zijn greep hield. Zij kon het niet vertellen, zelf kon zij het niet oplossen en Aeson kon het niet oplossen zolang zij het hem niet vertelde. Ze stonden, zoals dat bij een oud spel heette, in een pat positie.

In eerste instantie had Aeson willen zeggen dat hij hier neits mee kon doen, maar hij hield zich in omdat de luchtelvin dat zelfs ook wel wist. Maar wat kon hij dan doen? Hij besloot het probleem maar direct aan te vallen. "Vind je het erg als we dan heel even wat gaan proberen? We gaan samen even een rondje lopen. Dan krijg je weer wat kleur terug en de frisse buitenlucht zal helpen om je gedachten op een rijtje te zetten." De decaan deed zijn best om overredend te zijn.

"Ik weet zeker dat het je goed zou doen. Ga je mee?"