Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Merifel rulez!  (1706 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 9 jaar geleden »
Met een grote grijns en dito humeur fladderde (figuurlijk gesproken uiteraard, regels overtreden was voor eerstejaars) Elmay de grote zaal binnen.

*Bvlamboemboink*

Het was de grote grijze saaiheid die bovenop de sirene viel, en haar helemaal tot moes drukte. Geestelijk strijdend om haar grijns grijnzig te houden en haar fladderingen fladderig, probeerde ze aan de saaiheid te ontsnappen. Iedereen zat maar, deed maar, al wéken lang. De actie miste, de spreekwoordelijke peper in je jeweetwel. Alles ademde mufheid, de creativiteit was onder nul en nog even en iedereen zou verdampen tot een giftige, groene wolk.

"MERIFEL IS DE BESTE" schreeuwen was best leuk.

Weg met de saaiheid, "ten aanval!"

Niet dat iemand het bedreigende grijs zag, maar de boodschap moest duidelijk zijn. De hyper rondspringende Elmay was ook duidelijk genoeg.  


« [Reactie #1] : 9 jaar geleden »
Iathenu Pillao trok een wenkbrauw op en keek naar het Merifelgeval. Het sprong rond. "Dat kind spoort niet," concludeerde ze met verbazing. Ze keek de Socophonners om haar heen vragend aan. "Wil ze nou dat we haar aanvallen? En waarmee dan? Met het bestek?"

De landelf haalde semi-onverschillig haar schouders op en ging verder waar ze mee bezig was. Ze was nieuwsgierig genoeg om zo nu en dan op te kijken en de nimf in de gaten te houden. Zo veel gebeurde er nou ook weer niet op deze school tegenwoordig en de strijd tussen de afdelingen was een heilige. Elmay vergiste zich uiteraard, Socophon was de beste!

Ze hield het precies 2 minuten vol om weer bezig te gaan. Toen won de nieuwsgierigheid het en keek ze met glinsterende ogen naar het spektakel in de grote zaal. "Oke!" riep ze enthousiast, "doen we mee?"

« [Reactie #2] : 9 jaar geleden »
Elisabeth liep door de gang en zag en hoorde Elmay ,waarvan ze de faeria had gestolen, roepen: Merifel is de beste! Wat is dat nou voor belachelijks? Iedereen weet dat Heracor de beste is! En dan nog de woorden ten aanval? Dat slaat toch nergens op? Als ze ten aanval roept dan ga ik ook ten aanval! Ze hoorde iemand anders iets roepen als: Doen we mee? 'Nou, ik doe zeker mee!' Riep Elisabeth. Ze rende de leerlingen kamer in, pakte een bord die op de tafel stond en gooide het naar Elmay's hoofd. 'En onthoud: Heracor is beter dan Merifel en Socophon!' Schreeuwde Elisabeth tegen Elamy. Ze sleurde een niet al te sterk iemand van zijn stoel en gebruikte het als levend schild. Elisabeth maakte haar tas haastig open en pakte het eerste beste boek er uit en gooide het ook naar Elmay. 'Shit! Die kan ik mooi gaan terug betalen!' Fluisterde ze.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Elisabeth Textoris »

« [Reactie #3] : 9 jaar geleden »
Doodstil sloop een schaduw door de gangen. Hij sloeg gade, maar werd niet geslagen. Schimmige wezens die de grens tussen tijd en ruimte overschreden waren afwezig, de waanzin vierde hoogtij. Stilte werd gevuld met doodsheid, maar toch was er vrede. Een harmonie die onwerelds was, hield de gangen in haar greep en de meester hiervan stond stil. Stilstand was achteruitgang, tenzij je met je rug tegen de muur stond.
Aegnor kon niet verder, er was iets dat hem belette om die ene stap te zetten die de stilte zou verbreken. Het was het besef dat zoiets als dit niet eeuwig was en dat alle niet-eeuwige dingen nooit puur konden zijn. Aegnor was eeuwig. Hij was puur. Niemand was als hij, waar velen dankbaar voor waren. Uniciteit was een van de weinige dingen waar iedereen dankbaar om was. Het maakte de vampier weinig uit, want hij kon niets veranderen aan de gebeurtenissen uit het verleden, heden en/of toekomst.

Het was groen.

Niemand had het recht om hier te zijn, dus bleef Aegnor staan en hij aarzelde. De indringer had hem het recht gegeven om die ene stap te zetten, maar het riep toch een weerzin bij hem op. Toen hij die gedachte had geformuleerd, zette hij resuluut een stap vooruit. Hij was een vampier en die deden niet aan slap gezever over weerzin. Met een woeste grijns op zijn gezicht volgde Aegnor de indringer, zonder te beseffen wie het was. Hij kende hem niet, kende haar niet. Het was niet.

'Tsssss,' siste hij zachtjes, maar het hoorde hem niet. Jager en prooi gingen door de gangen in een schijnbaar zinloze dans. De gang werd breder, grote deuren moesten indringers buiten houden. Toch ging de prooi verder en de jager dus ook. Met de dood op de hielen liep een meisje de zaal binnen en zich niet bewust van enig gevaar liep ze verder. Aegnor glimlachte sereen en hield toen stil.
Zijn slachtoffer bleef ook staan en begon toen als een bezetene te schreeuwen. Hij wist niet wat ze zei, want dat was irrelevant. Woorden waren maar tijdelijk, Aegnor was heel anders. Hij sloop dichterbij en terwijl er voorwerpen gegooid werden naar zijn doelwit, liep de vampier rustig verder. Uiteindelijk stond hij achter haar en een ijskoude hand gleed naar haar nek toe en hield haar vast.

Aegnors gezicht boog zich naar het hare toe en op enkele centimeters afstand siste hij vervaarlijk naar haar.

« [Reactie #4] : 9 jaar geleden »
Pok.

Indrukwekkender klink het niet. Een lichte 'pok' tegen haar achterhoofd, een bord dat vervolgens een andere kant op schoot en met een veel grootsere Kablem! aan diggelen viel.

De pijn wist wel iets meer indruk te maken dan de pok, enkele pijnzenuwmederwerkers begonnen gestrest te raken, maar de hitte van de strijd werkte zeer verzachtend. Wat zou het eigenlijk mooi zijn als pijnzenuwmedewerkers overspannen konden raken, floepte een gedachtenspinselmedewerker van Elmay's hoofd ertussendoor. Duidelijk eentje die zijn tijd een jaartje of 700 voor was.

Elmay ondertussen draaide zich om naar de boosdoener, en stond op het punt een welgemikte spreuk af te vuren tot ze zich met een ruk en verschrikte kreet omdraaide. Iets ondefinieerbaars en kouds had zich van haar nek meester gemaakt. Haar hartslag, die een slag terstond een slag achterliep, besloot weer op niveau te komen door maar iets sneller te gaan pompen. Tegelijk siste een vampierig Aegnor geval lucht in haar gezicht. Verbijsterd staarde Elmay hem aan, maar hervond zichzelf en besloot kwaad met kwaad te vergelden. Zij geschrokken, hij geschrokken. Op een wel heel raseigen manier duwde Elmay een kus op zijn mond, grijnsde en huppelde vrolijk verder. Weg, op zoek naar een heracori om uit de dagen.

« [Reactie #5] : 9 jaar geleden »
Dorian kon een grijns niet onderdrukken toen ze Elmay binnen zag komen. Die had ook altijd wat geks en zoals altijd nam iedereen haar weer veel te serieus. Myrofas begonnen door elkaar te roepen en voor je met je ogen kon knipperen was er een ware afdelingenoorlog ontstaan.

En Dorian kreeg bijna een boek tegen haar neus, waaruit bleek dat ze iets te dicht bij het middelpunt en de aanstichtster van de oorlog zat en dat iemand heel onverstandig bezig was. Ze wist het boek net op tijd uit de lucht te plukken, bekeek de titel en kreunde. Welke driedubbelovergehaalde tweedejaars waagde het nu weer zich te bemoeien met Elmay? Dat moesten ze toch eens in de introductie stoppen. 'Wat Elmay ook doet - negeer haar.' Ze dacht dat het een ongeschreven wet was, maar nee hoor. De een of andere idioot gooide boeken naar de sirene.

Dorian schudde haar hoofd naar een ouderejaars aan de overkant van de tafel en samen concludeerden ze dat ze, als ze dit gevecht in wording dan niet konden tegenhouden (wat onmogelijk was), maar beter een zinnige bijdrage konden gaan geven.

De dwerg klom op de tafel, keek in de richting waar het boek uitgekomen was en stiefelde toen recht op de enige Heracortweedejaars af die ze zag. Tussen de borden door bereikte ze heelhuids het meisje dat ze had besloten te negeren, keek haar streng aan en zei op de meest overtuigende toon die ze kende: 'Elisabeth! Wat je ook doet, gooi niet met boeken.' Daarna gaf ze de nachtelf haar boek terug, bukte zich en ontfutselde een kippenpootje aan het bord van een verbouwereerde Socophonner. Ze wandelde een paar passen terug over de inmiddels aardig legere tafel, liet zich toen neerzakken en begon het kippenpootje af te kluiven.

Vanaf hier had ze een prachtig uitzicht op het oog van de storm. Elmay.
Klein maar dapper

« [Reactie #6] : 9 jaar geleden »
Elisabeth keek met woedende ogen naar Aegnor. Hoe durft hij! Eindelijk heb ik Elmay te pakken en eindelijk kan ik haar pijn doen, en dan pakt Aegnor haar van me af! Het was mijn slachtoffer! 'Hey! Aegnor! Elmay is mijn slachtoffer! Ik wil haar pijn doen! Alleen. Dus zonder jou!' Schreeuwde Elisabeth zo hard als ze kon.

Ze keek geschrokken om toen ze iemand iets tegen haar hoorde zeggen. Het was de dwerg Dorian. Een van haar vijanden. Wat heeft zij hier nou weer te zoeken?

Elisabeth luisterde met opgetrokken wenkbrouwen naar wat Dorian zei, en zei toen terug:'Het zijn toch mijn boeken? dan doe ik er mee wat ik wil.' Ze kreeg het boek in handen gedrukt en bedacht zich geen moment. Ze gooide het naar Aegnor. Hij had haar slachtoffer van haar gestolen dus nu werd hij haar slachtoffer.

Elisabeth hield haar levend schild nog wat beter vast. En liep toen naar Aegnor toe.  
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Elisabeth Textoris »

« [Reactie #7] : 9 jaar geleden »
Dorian keek met een grijns toe hoe het kleine opscheppertje beweerde dat Elmay haar slachtoffer was en zich vervolgens op Aegnor ging richten. 'Moet je niet ingrijpen, Dorian?' vroeg iemand aan haar. Ze keek even om en zag een derdejaars Heracor staan. Dorian schudde haar hoofd. 'Elisabeth luistert naar niemand en Elmay en Aegnor hebben mijn hulp niet nodig.'

Bovendien, toekijken was veel leuker. Ze nam nog een hap van haar kippenpoot en wachtte de gebeurtenissen af. Intussen hoopte ze heel hard dat het boek waar Elisabeth mee aan het gooien was van de bibliotheek was en dat dit het moment zou zijn dat Vlad het strijdperk kwam betreden.

Dan zou het pas echt boeiend worden.


Kippenpoot nog wel! :P Ik denk niet dat Channa leerlingen kippenpoten geeft, helemaal niet op een doordeweekse dag als dit, want dan moeten er elke week hónderden en hónderden kippen worden aangesleept en dan zou school zulke kosten weer moeten verhalen op leerlingen en wordt het schoolgeld zo hoog dat leerlingen die armer zijn dan 'hoge adel' niet meer kunnen komen. Duuuuuss ~ Channa

PS. Maar voor deze keer krijg je geen minpunten van mij  :D
Klein maar dapper
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Maièra Levatov-Simenia »

« [Reactie #8] : 9 jaar geleden »
Djoal interesseerde zich er totaal niet in wie nu wiens slachtoffer was, slachtoffers genoeg. En groot ambassadeur en voorstander als hij was van opstootjes en gevechten kon hij het initiatief van de knotsgekke sirene alleen maar toejuichen. Helaas dat er nog geen eten op tafel stond, dan hadden ze er een goed voedselgevecht van kunnen maken, waar hij toch niet de schuld van zou krijgen (hopelijk). Dan maar met boeken, inkt, veren, perkament, een hard broodje van gister en alles wat anders toch ook maar zinloze ballast van een schooldag was.

Zoals meer brave leerlingen ging hij op de tafel staan, keek met verbazing naar iemand met potentie een goede boekwerpster te worden en riep "kom op!". (Helaas was de animo onder de socophonners altijd het minst, stelletje watjes.) Zelf slingerde hij een boek de heracor gelederen in. En daarna gooide hij een houten lepel naar Aegnor, irrealistisch hopend dat die in diens oog zou blijven steken.

Helaas waren zulk soort geneugten geen lang leven beschoren, dus hield Djoal zicht op de deuren ten alle tijde. Als hier ook maar een van die pannenkoeken van personeelsleden zouden komen, was hij vissen.

« Laatst bewerkt op: 8 jaar geleden door Tetachan U. M. Mocha »

« [Reactie #9] : 9 jaar geleden »
Aegnor bleef even verbijsterd staan, terwijl hij nadacht over wat er net gebeurd was. Zijn slachtoffer was niet gillend weggerend, maar had iets onverwachts gedaan. Er klopte iets niet, want prooien hoorden niet te kussen. Geen enkel wezen hoorde Aegnor te kussen. Er viel een diepe stilte die zelfs niet verstoord werd door het gegil van eerstejaars en zielige meisjes. Aegnor was alleen met zijn gedachten en Elmay. Hij keek naar haar, maar ze zag hem niet.

Een schok.

Hij werd wakker, graaide een houten lepel uit de lucht en vroeg zich af sinds wanneer die in de grote zaal hoorden te zweven. Hij dacht bijna een halve seconde over dit vraagstuk na en gooide het ding toen over zijn rechterschouder naar Elisabeth. Hij hoopte dat het hem geluk zou brengen en dat het daarnaast in een of ander lichaamsdeel van het meisje vast zou blijven zitten. Hopelijk zou ze drie maanden met een lepel uit haar neus lopen.
Zonder op reacties te wachten liet Aegnor een heel bataljon kippenpoten aanrukken. Kindertjes gilden toen het vlees plotseling begon te vliegen en hen in het gezicht raakte. Met steeds hogere snelheid gingen ze op Elmay af. Met een genoegzame grijns keek hij toe en wachtte af of de kippen haar recht in het gezicht zouden raken. Toen realiseerde hij zich plotseling iets anders en hij draaide zich om, bukte om een voorwerp te ontwijken en liet de kippenpoot uit Dorians handen op Elisabeth afschieten. Als de spreuk goed lukte en het dwergje niet losliet zou er zometeen een prachtige botsing plaatsvinden.

Zich te laat realiserend dat nu de andere kippenpoten niet langer magisch bestuurd werden, besloot hij zich voor de rest van het voedselgevecht terzijde te houden. Al fluitend wandelde hij naar een tafel toe, klom er boven op en zei tegen Djoal: 'Je gewaad staat in de brand.'


@Channa: Je kunt voedsel toch gewoon vermenigvuldigen met een spreuk? Perkament en boeken zijn ook gigantisch duur, maar die heeft ook iedereen. Lijkt me dat die 'gekopieerd' worden met een beetje magie.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Aegnor Ancalimë »

« [Reactie #10] : 9 jaar geleden »
Elisabeth keek vragend naar Aegnor. Ze wachtte af wat zijn reactie was. Die, zo leek het, niet snel zou komen, want het zag er naar uit dat Aegnor even uit de wereld was.

Op het moment dat Elisabeth hand pijn deed van het levend schild vast houden, en ze het schild los liet vloog er een houten lepel tegen haar buik aan. Ze kromp in een, want de lepel kwam met hoge snelheid tegen Elisabeth aan.

Als ik dat schild nog vastgehouden had was ik nu niet gewond! Stom stom stom!

Elisabeth stond met moeite op en hoorde kindjes gillen. Ze zag stukken kip over al heen vliegen. Ze greep naar haar levend schild, maar die maakte dat ie weg kwam. Natuurlijk, het is niet echt fijn om gebruikt te worden als schild.

Ik moet iets bedenken als wraak... Maar wat?

Elisabeth keek om haar heen en zag overal kip liggen. Ze pakte zoveel kippetjes als ze vast kon houden en begon er mee naar
Aegnor te gooien.

Hoe durft hij mij pijn te doen? Belachelijk toch?

Toen Elisabeth het laatste kippetje af vuurde, greep ze naar haar buik.

Dat lepels zo hard aan kunnen komen!

« [Reactie #11] : 9 jaar geleden »
Een doodnormale dag. Een doodsaaie dag zelfs, had opnieuw zijn intrede gedaan op Bumetrel. De hele dag was er niets bijzonders gebeurd. Stavros en hij waren elkaar niet in de haren gevlogen, tot nu toe had hij nog niet voor minpunten gezorgd en... nouja. Simpelweg, er was helemaal niets gebeurd wat zijn dag aangenamer en bovenal amusanter kon maken. Dat was pech hebben. Tussen de andere Heracori zat Aelin daarom aan tafel zijn maaltijd te eten. De pap voor zijn neus zag er dik en kleverig uit. Aelin was beter voedsel gewend, veel beter. Het was een grote schande dat niemand een onderscheid maakte tussen de verschillende standen hier op school. Er zou toch minstens een tafel voor de goed opgevoede leerlingen moeten zijn. Deze pap zag er meer uit als uitgeknepen lever, dan als een eetbare maaltijd. Bovendien stonk het, de lucht drong zijn neusgaten binnen en verspreidde een walm in zijn hersenen waar hij bijna een spontane hartaanval van krijg. Aelin duwde met een verachtend gezicht het bord een minimaal stukje van zich af en zocht de tafel af. Dit moest vast en zeker de slechtste maaltijd zijn die hier ooit was geserveerd. Het brood stond kilometers van hem af. Belachelijk! Hoe moest hij nu in vredesnaam helemaal bij dat brood komen, als er hier geen lakeien of iets dergelijks waren, die het hem aan konden geven. Ach, de leerlingen hier op school uit arme milieu's wilden hem vast ook met liefde helpen. Hij kwam van kaste twee af. Er waren hier genoeg die minder hadden dan hij en dus onder hem stonden.

'Hé, jij daar!' Riep hij met harde stem over de tafel. Hij was zich er absoluut niet van bewust dat er ondertussen etensresten en boeken door de zaal heen vlogen. 'Ja jij.' Bevestigde hij aan de jongen -zo'n twee of drie jaar ouder dan hijzelf- die vragend op zichzelf wees. 'Geef me het brood eens aan, wil je.' Het brood werd doorgegeven en Aelin pakte het ondankbaar uit de dichtstbijzijnde paar handen. De laatste plak was voor hem. Hij zette net de schaal waar het in had gelegen neer, toen er een boek in zijn pap kletste. Wel potjandriedubbeltjes, waar had hij dit nu weer aan verdiend. Uitgewrongen lever was niet zijn favoriete maaltijd, dus hoefde hij het al helemaal niet over zich heen te hebben! Wat snapte je daar nou niet aan. Kleverig spul vloog over de gehele tafel heen. Niet alleen over de tafel heen, zijn broodje zat onder en zelfs zijn gewaad was besmeurd! Woedend zochten zijn grijze ogen de zaal af. Nu pas besefte hij het geschreeuw van de barbaren. Even verderop zag hij de boosdoener van het boek. Djoal nogwat: onbelangrijk persoontje. Aelin stond op en liep weg. Na twee stappen draaide hij zich echter weer om.

'Ik geloof dat onze wegen hier scheiden, mijn dierbare uitgewrongen lever.' Opnieuw draaide Aelin zich om en liep richting Djoal.
'Ik prefereer geen boeken in mijn eten.' Sprak hij de jongen aan, zodra hij dichtbij genoeg was. Hij was in een vreemde bui vandaag, op de een of andere manier. Het hing vast in de lucht.

« [Reactie #12] : 9 jaar geleden »
Voor hij Djoals reactie kon zien, kwamen er een heleboel kippen op hem afvliegen. Snel dook hij om Djoal heen, zodat hij niet geraakt zou worden. Helaas kon hij niet voorkomen dat eentje hem tegen zijn arm raakte, waardoor hij even verbaasd stil bleef staan om naar de plek des onheils te kijken. Het zag er smerig uit, dus moest er magie gebruikt worden. Met een brede grijns spreukte hij zijn gewaad schoon.
Terwijl hij bezig was, kwam er iemand op hoge poten aanwandelen en Aegnors grijns werd nog veel breder toen hij zag wie het was, of beter gezegd wát het was: Een eerstejaars luchtelf! Hij vond die kindertjes helemaal geweldig, want ze dachten dat ze alles waren en waren vreselijk bijdehand.

Dit exemplaar verklaarde dat hij geen boeken in zijn pap wenste, wat Aegnor niet meer dan redelijk vond. Hij wierp daarom een verwijtende blik richting Djoal en verklaarde met een grafstem: 'Hoed u voor de toorn der luchtelfen.' Met een bijpassend doodgraversgezicht keek hij vervolgens de klagende luchtelf aan en boog zich voorover om hem daarna er van te verzekeren dat het zijn goed recht was om te klagen.
'Misschien moet je naar meneer Vladistov van de bibliotheek gaan, dat is dé persoon bij uitstek als het gaat om boek-in-papzaken,' fluisterde hij en knikte om zijn eigen woorden te bevestigen.

Vervolgens sloeg hij zijn armen over elkaar en keek langs beide jongens heen, starend in het niets dat naderbij kwam met razende snelheid. Een langgerekte innerlijke zucht haalde nooit de weg naar buiten, wat te maken had met raseigenschappen en andere ergerlijke zaken. Plotseling verstrakte zijn gezicht en fluisterde hij met hese stem: 'Het kwaad. Het is het kwaad!'
Met een idiote grijns maakte hij een salto achterover en zorgde ervoor dat hij geen kindertjes raakte tijdens zijn beweging. Hij voelde langzaam de lucht om zich heen bewegen, terwijl hij zweefde en bleef zweven. Bam. Zijn voeten raakten de grond, hij hervond zijn evenwicht en er kraakte is onder hem. Heel voorzichtig wierp hij een blik naar beneden en zag dat er een complete kip om zijn voet geklemd zat. Het beest was netjes gevild en eetklaar gemaakt, maar had nu zijn einde gevonden om Aegnors voet.

'Oeps.'

« [Reactie #13] : 9 jaar geleden »
Iemand trok aan haar kippenpoot, maar er zat niemand aan het andere uiteinde. Als Dorian een onnozele eerstejaars was geweest, had ze nu door de zaal gevlogen. Maar inmiddels had ze wel een beetje ervaring met met onverhoedse spreukaanvallen en was ze wel een kléin beetje gewaarschuwd door alle rondvliegende kippenpoten.

En dus liet ze de kip los, net op het moment dat ze naar de rand van de tafel begon te schuiven. Ze had in haar leven al wel vaak genoeg gevlogen - één keer, om precies te zijn - en toen ze zag in welke richting de kippenpoot ging, was ze nog blijer dat ze had losgelaten. Ze had ook al genoeg met Elisabeth te maken gehad.

Een korte rondvraag leerde haar wie de vermoedelijke uitspreker van de spreuk was en met een radslag en een grote sprong stond ze dan ook voor de dader, die net op dat moment bemiddelde tussen Djoal en Aelin. Ze grijnsde bij het horen van Aegnors advies en besloot ter plekke niets te zeggen. Sommige dingen moest je zelf ervaren en een ontmoeting met de gestoorde bibliothecaris was er daar één van.

'Zeg Aeg,' begon ze toen hij uitgepraat was, maar de vampier kreeg opeens een soort toeval, die eindigde met het nog doder maken van een toch al vermoorde kip. 'Zeg!' zei ze verontwaardigd, 'ik weet dat je niet eet, maar daar kan die kip toch niets aan doen?'

Dorian was nu echter wel het overzicht helemaal kwijt. Ze had geen flauw idee wie er met wie vocht en hoe het de Heracori verging. Wat ze wel zag, was een laatste rondvliegende kippenpoot.

Twee tellen later vloog hij niet meer.
Klein maar dapper

« [Reactie #14] : 9 jaar geleden »
Stavros lachte toen hij een boek in Aelins pap zag belanden. "He Djoal!" schreeuwde hij naar de blauwerd die de afzender was, "leer je Aelin lezen? Zo slim is hij niet hoor!"

Aangezien alle etenswaren van de tafel verdwenen waren, ging de centaur de zaal in, op jacht naar voedsel. Hij had nog steeds trek. De centaur meed de Merifeltafels, want tegen eventuele magie was hij toch niet opgewassen. Socophon daarentegen stelde niet zoveel voor en de meesten zouden toch niet protesteren als hij een etenswaar 'leende'.

Niet dat er nog veel op tafel lag, bleek toen hij bij de socophonafdeling was aangekomen. Hij griste een laatste stuk brood van het bord van een onoplettende tweedejaars die meteen begon te protesteren. "Ach kom op man," zei Stavros, "wie heeft het nou harder nodig, jij of ik? Jullie blauwerds verbruiken nauwelijks energie op een dag. Klaag liever bij die groenerd daar, het is uiteindelijk zijn schuld!" Hij wees met een verwijtende blik naar Aegnor. "Weg met Merifel!"
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Stavros Hippuios »

« [Reactie #15] : 9 jaar geleden »
Quote (selected)
Kippenpoot nog wel! :P Ik denk niet dat Channa leerlingen kippenpoten geeft, helemaal niet op een doordeweekse dag als dit, want dan moeten er elke week hónderden en hónderden kippen worden aangesleept en dan zou school zulke kosten weer moeten verhalen op leerlingen en wordt het schoolgeld zo hoog dat leerlingen die armer zijn dan 'hoge adel' niet meer kunnen komen. Duuuuuss ~ Channa

Ik had dit geëdit in een post van Dorian, en Aegnor had in zijn post daarop gereageerd, dus jullie hadden allemaal kunnen zien dat er iets gaande was etc etc.

Nu even helder: LEERLINGEN eten geen kip. LERAREN wel. En ik heb erop gewezen en het wordt genegeerd, dus ik ga voor ieder kipwoord dat maandag nog in dit topic nog staat een punt aftrekken. Aelin krijgt 3 punten erbij, want hij is de enige die er correct op gereageerd heeft.
Leerlingen eten brood en pap. Een beetje kaas erbij en eens per dag een beker melk, de rest van de tijd water. Het is heus geen vetpot op Bumetrel, en eten is niet zomaar zonder meer te vermenigvuldigen.

Je kunt kip dus vervangen door
a) als het ochtend is: brood of pap, wat je wilt, of water (of dunbier, daar wordt nog over getwist), doe wat je leuk vindt.
b) als het middag is: soep en brood
c) als het avond is: brood of pap of melk.

Dus, voor de duidelijkheid: maandag alle kip eruit, anders is het per keer 'kip' of 'boutje' of 'pootje' dat ik zie een minpunt voor je afdeling (en vorig jaar heb ik de helft van alle pluspunten gedaan, dus ik mág ook een keertje minpunten geven).

Klagen mag bij mij.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Channa Mabilana »

« [Reactie #16] : 9 jaar geleden »
Er stond nog iemand bij die Aelin in zijn eerste oogopslag over het hoofd gezien had. Lees: hij was te onbelangrijk om er aandacht aan te schenken. Nu echter draaide Aelin zich om. Hij wist niet zeker of er met hem werd gespot, of dat de vampier altijd zo doods was. Zijn grijze ogen bestudeerden hem even. Net lang genoeg om de persoon in kwestie ongemakkelijk te laten voelen, mocht hij het type ervoor zijn. Zijn vermoedens zeiden hem echter dat hij niet het type zou zijn. Uiteindelijk keek hij even om naar de vierpoot, ook wel Stavros genoemd, en trok zijn wenkbrauwen op. Hij had de neiging om met zijn ogen te rollen voor de domheid van de jongen, maar deed het bij nader inzien toch maar niet. Een tijdje bedacht hij of hij iets zou zeggen. De jongen was het niet waard, maar het zou toch fijn zijn hem even te kunnen sarren.

'Zorg jij nou maar gewoon dat je op vier benen kunt staan. Praten én staan wordt te moeilijk voor je, dat blijkt maar weer.' Hij schreeuwde niet, zijn stem was van zichzelf wel hard genoeg. Trouwens, schreeuwen was voor apen en barbaren. Het was wel duidelijk waar de vierpoot tot behoorde. Aelin draaide zich naar Aegnor en grijnsde vaag naar hem.
'Wie weet doe ik dat wel.' Antwoordde Aelin neutraal. Of hij nu in de zeik werd genomen of niet, het kon allebei met dit antwoord en het zou perfect zijn. Niemand kon Aelin zomaar afkeuren. Zo simpel was het. Hij wierp een blik op Dorian. Ze waren elkaar favorieten, maar niet heus, en wierp toen nog een keer een blik op Djoal als waarschuwing.
'Als u me nu wilt excuseren.' Zonder op antwoord te wachten, draaide Aelin zich met een ruk om en beende richting de tafel waar hij had gezeten, voordat iemand probeerde zijn pap nog meer op maaginhoud te laten lijken en nam opnieuw plaats. De pap schoof hij helemaal aan de kant. Nee, het enige wat hij nu deed, was vol amusatie naar de overige Myrofas te kijken. Hè, wat was het leven toch heerlijk als anderen erom vochten.