Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

*Hips*  (2053 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 9 jaar geleden »
Evren liep door de gangen van Bumetrel. Neuriënd, wat nogal ongebruikelijk was. De kobold neuriede nooit, zoiets hoorde niet, net zomin als fluiten. De kobold was in een nogal goede stemming, puik bijna. Ze grijnsde vrolijk naar een Heracori die van schrik nog roder werd. Ze zag het niet eens.

Met een brede grijns verscheen ze in de les en er was geen leerling die haar van haar uitstekende humeur kon beroven. Zelfs het meisje dat na een kwartier haar les nog binnen durfde te wandelen niet. Evren hield voor de verandering eens een boeiend verhaal. Na tien minuten waren de Socophoni nog steeds vol aandacht, wat toch een unicum was, zowel voor de leerlingen als voor Evren. Genoeg reden om de leerlingen eerder weg te sturen. Behalve het meisje dat te laat kwam dan. De kobold liet een lange preek dit maal achterwege en stelde het meisje voor de keus: een paar boodschappen overbrengen of een essay schrijven. Die keus was snel gemaakt.
Evren ging achter haar bureau zitten en schreef twee briefjes met ongeveer dezelfde inhoud, één voor Patu en één voor Rhiakath.

Hallo!

Er is gisteren een handelaar uit Tchaulich aangekomen op Ypsilon en hij heeft van alles meegebracht. Nieuwtjes en nog veel meer. Ik heb iets meegebracht om met jullie te delen. Ik wil jullie uitnodigen om vanavond tegen zonsondergang naar de lerarenkamer te komen.

Evren Doubek


Een tikkeltje formeel, maar ze had geen idee hoe ze de twee anders aan moest schrijven. Evren vouwde de twee vellen perkament op en gaf ze aan het meisje. Ze beloofde het meisje vriendelijk dat ze nog niet jarig was als ze de boodschap waagde te lezen en stuurde haar toen naar buiten.

« [Reactie #1] : 9 jaar geleden »
Rhiakath haalde met een diepe gaap zijn benen van het bureau af en trapte daarbij een stapel boeken over vampiers om. Hij keek vermoeid naar de gigantische puinhoop in zijn kantoor en besloot dat het toch maar eens van opruimen moest komen. Maar eerst was daar de klop op de deur. Die had hem voorzichtig maar abrupt uit zijn sluimeringen opgeschrikt en vroeg om aandacht.
Al balancerend tussen ongewassen kleren en een setje gerepareerde bogen baande hij zich een weg naar de deur, die hij met een ruk opende. Hij keek achterdochtig naar de leerlinge die voor zijn deur stond. Hij kende haar niet en bovendien zag ze er nieuwsgierig uit.

Rhiakath had een pesthekel aan nieuwsgierig kindertjes.

'Vertel,' gromde hij dus en keek de gang over. Verder was het rustig en het meisje stond dus helemaal alleen tegenover een weerwolf die ze had gestoord in zijn middagslaapje. Zo snel dat Rhiakath haar amper kon bijhouden ratelde ze een heel verhaal af over nakomen en Evren en straf en nog meer vermoeiende dingen. Met een diepe zucht kapte hij haar af en hield zijn hand op. Daar werd een papiertje ingedrukt en even later rende het meisje heel hard weg. De klap waarmee de deur van Rhiakaths kantoortje dichtgeslagen werd achtervolgde haar.

Binnen zeeg hij neer op Vampieren, de Vreselijkste Vijanden, door E. Bellum. Rustig ontvouwde hij het papiertje en las dat Evren hen die avond in de leerlingenkamer wilde ontmoeten. Hij las het papiertje twee keer door, kwam tot de conclusie dat er echt niet meer in stond dan dat en vroeg zich af waarom de wereld zo wreed was. Kon hij dan niet ongestoord een uurtje slapen, zonder de hele tijd lastig gevallen te worden door leerlingen, kobolden en andere vreemde wezens?

--- Vlak voor zonsondergang ---

Rhiakath opende de lerarenkamer en keek naar binnen. Hij zag Evren zitten en plofte naast haar neer. Omdat hij de verdere middag niet meer aan slapen was toegekomen, was hij nu redelijk lui en groette hij haar dus halfhartig. 'Wat isser?' vroeg hij lusteloos.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #2] : 9 jaar geleden »
'Gnarl!' brulde Fernand en Gnarl daalde de ladder af die zijn kamers met de wereld verbond. 'Wat is er?' vroeg hij vermoeid. Als Fernand hem op die toon riep was Muliph niet ontsnapt, waren de pegasussen niet in opstand gekomen en vloog er geen draak rond boven Bumetrel. Nee, dan was er iets veel ergers aan de hand. Strafklanten...

De strafklant was vandaag, heel verrassend, een verlegen meisje. Ze zag eruit alsof ze overal liever wilde zijn dan hier, maar dat gold voor de meeste leerlingen. Ze overhandigde hem een briefje en draaide zich om, maar Patu hield haar met een 'wacht even!' tegen. Hij vouwde het briefje open, las wat erin stond, keek op de achterkant, hield het briefje op de kop... niets.

'Was dat alles?' vroeg hij wantrouwig? 'Alleen een briefje? Geen uur stallen schoonmaken? Konijnenhokken uitmesten? Fernand assisteren?' Het meisje schudde haar hoofd, brabbelde heel snel dat ze van mevrouw Doubek echt alleen maar dat briefje hoefde weg te brengen en dat ze ook al bij meneer Worrsedinges geweest was en dat deze straf haar al een heleboel tijd gekost had en dat ze nu zeker te laat zou komen voor de volgende les.

Even, heel even maar overwoog hij of hij haar ook een boodschap moest laten bezorgen, als ze toch terug moest naar het kasteel. Toen bedacht hij dat Vladistov vast niet het juiste gevoel voor humor had voor onzinboodschappen en bovendien had het meisje hem niets misdaan wat erg genoeg was om naar de bibliotheek gestuurd te worden. 'Ga dan maar,' zei hij genadig. Een tel later was ze uit de stallen verdwenen.

Die avond liep een zeer wantrouwige kobold door de gangen van het kasteel. Hij had zich voor de gelegenheid in schone kleren gestoken en zelfs zijn hoed afgeborsteld. Hij had geen flauw idee wat Evren van plan was, maar het idee van 'spontaan iets leuks doen' had niet echt grip kunnen krijgen in zijn brein.

Evren en Rhiakath zaten al bij de haard. Patu tikte tegen zijn hoed om de eerste te begroeten, timmerde de tweede op zijn schouder met de mededeling: 'Hallo meneer Worrsedinges' en ging zitten. 'Er is zeker geen thee?'

« [Reactie #3] : 9 jaar geleden »
Ongelooflijk, die twee zagen eruit alsof er zin in hadden! Het gebrek aan enthousiasme kon Evrens humeur niet bederven. Ze grijnsde en haalde een kruik tevoorschijn.

"Dit is er," kondigde ze het voorwerp aan, daarmee de vragen van beide heren beantwoordend. Ze liep naar een kast en haalde er drie glazen karaffen uit. Ze verbrak het zegel op de kruik en opende hem. Ze schonk de karaffen vol met een transparante, lichtbruine drank en gaf er één aan Patu en Rhiakath. "Dit bracht de handelaar uit Tchaulich mee. Proef maar en zeg me of het de moeite van het komen waard was."

Zelf nam ze ook een karaf met de alcoholrijke drank en rook er even aan. Het rook sterk. Bitter en kruidig tegelijk. Het rook naar Karlsvary, naar haar geboortegrond.

« [Reactie #4] : 9 jaar geleden »
Met een kreun incasseerde Rhiakath een mep op zijn schouder en hij keek smekend naar Patu die hem hardvochtig negeerde. 'Heeft er dan tegenwoordig níemand meer medelijden met een oude man?' bracht hij uit en staarde verdrietig in het niets. Dat niets verdween echter heel snel toen Evren iets pakte wat erg veel leek op drinken. Dat was inderdaad wel het minste wat hij had verdiend na deze vreselijke dag. Hij had niets anders gedaan dan pijlen ontwijken, leerlingen op hun kop geven en proberen in leven te blijven.

In stilte keek hij toe hoe Evren ging inschenken en zijn verdrietige blik veranderde al snel in een hoopvolle grijns, waarna hij snel het glas pakte en er aan rook. Het glas rook als glas, maar de inhoud van het glas rook verdacht bekend. Met een gelukzalige glimlach zette hij het glas aan zijn mond en gooide de drank in één keer achterover. Het brandde in zijn keel en bezorgde hem een rilling van genot. Dít was nog eens goed spul! Toen hij weer opkeek van zijn lege glas, leek de wereld een stuk vrolijker. De lerarenkamer leek minder saai en zelfs Patu leek minder lelijk.

'Kom,' gebood hij en greep de fles uit Evrens handen. Deze drank was zo heilig dat er geen gewone stervelingen aan mochten komen. Met een spreuk verscheen er een fles naast, maar toen hij die aan zijn mond zette kwam hij bedrogen uit. Een kopieerspreuk maakte wel een voorwerp na, maar niet wat daar inzat. Beteuterd keek hij naar de lege fles en goot toen een heel klein beetje drank in de lege fles. Vervolgens vermenigvuldigde hij de drank ín de fles, zodat hij nu een complete fles voor zichzelf had.
Met een plechtig gebaar overhandigde Rhiakath de fles aan Patu en drukte hem op het hart om er toch vooral met de uiterste voorzichtigheid mee om te gaan. Kobolden blonken nu niet bepaald uit in subtiliteit en voor het drinken van zoiets goeds was subtiliteit absoluut nodig.

Hij zette de fles aan de mond, knipoogde schalks naar Evren en nam een flinke teug.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #5] : 9 jaar geleden »
Er was geen thee. Patu legde zijn hoed op het tafeltje en wachtte af. Evren had een verrassing, en het was duidelijk dat ze verwachtte dat ze er blij mee zouden zijn. Hiep hiep hoera. Met een beleefde hoofdknik nam hij de karaf aan en dronk een slokje. Bij het zien van de kruik had hij al zo'n vermoeden.

Ja hoor... Wíst Evren dan niet dat... Of zouden sommige kobolden wel... Hij keek even naar Rhiakath, die wat hanneste met een extra fles en hem de eerste fles in de hand drukte. Patu zette de fles op tafel en staarde er eens naar.

Toen stond hij op, pakte de ketel die naast het haardvuur stond, vulde hem met water en hing hem boven het vuur. Hij ging weer in zijn stoel zitten en keek naar Rhiakath. 'Ik ga je straks niet naar je kamer dragen, hoor,' dreigde hij. Wat was ook alweer de spreuk die je nodig had om een vloeistof in een andere vloeistof te veranderen?

Hij keek nog eens mistroostig naar de karaf die voor hem stond, keek naar Evren, keek naar de fles en keek weer naar Evren. Hij moest het zeggen. Dat was zijn plicht. Bah, hij had een hekel aan dingen die zijn plicht waren, want meestal betekende dat het vervelende klusjes waren die niemand anders op wilde knappen.

'Eh... Evren?' zei hij aarzelend, 'dit is wel heel aardig...' hij gebaarde naar de fles op tafel, 'maar denk je niet dat er een reden is dat ze in alle koboldenkroegen in Nelafo bier met weinig alcohol schenken?' Vanuit een ooghoek zag hij dat Rhiakath vrolijk door dronk. Maar ja, dat was ook een weerwolf. Weerwolven waren raar, zeker als ze Rhiakath heetten.

Hij herinnerde zich iets anders uit het briefje. 'Wat voor nieuws had die handelaar?' Hij luisterde even, maar het water in de ketel kookte nog niet. En hij had net zo'n zin in thee.

« [Reactie #6] : 9 jaar geleden »
"Dat, mijn beste Patu, is dan ook de reden dat ik maar met één kruik kwam aanzetten. Het is je goede vriend hier die er gelijk eentje bij kopieërt. Weet je zeker dat je niet één glaasje wilt?"

Ze glimlachte naar de stalmeester en nam zelf een slokje van het kruidenbitter. Het glas zat nog voor tweederde vol. Als je maar niet te snel dronk ging het altijd wel goed. Wat was dat ook alweer over lengte en massa en alcohol? Evren wist het niet meer. Niet te snel drinken dus. Ze nam nog maar een slok.

"Mijn broer Miklos gaat trouwen. Hij woont in wat de mensen Bohemen noemen. Hij is al in de dertig, dus het werd wel tijd dat hij zich ging binden. Het is niet goed dat een man alleen is, zegt mijn moeder altijd. Maar goed, er komt een groot feest en ik ben ook uitgenodigd. Nu moet ik alleen nog zien te regelen dat ik twee weken verlof krijg."

Koekjes, die ontbraken. Wat stom dat ze die vergeten was! "Er zijn geen koekjes!," deelde Evren haar zorgen met Rhiakath en Patu. Zou die kokkin nog in de keuken zijn? Leerlingen liepen altijd koekjes te eten, die waren dus kennelijk altijd voorradig. (de koekjes, niet de leerlingen) Ze nam nog maar een slok. Ze keek goedkeurend hoe Rhiakath van zijn eigen kruik kruidenbitter genoot. Ze wist niet dat de weerwolf zo'n leuke kerel was!

« [Reactie #7] : 9 jaar geleden »
Rhiakath lurkte gelukzalig aan de fles en breidde zijn onwetendheid uit tot het een rustige barrière vormde die hem afsloot van de werkelijkheid. Eén van de dingen die uiterst belangrijk waren bij het drinken van goede sterke drank was wel dat je niet gestoord kon worden en daarom deed Rhiakath zijn uiterste best Patu en Evren te negeren. Hij hoorde hun discussie over het al dan niet gebruiken van drank niet, maar was ingespannen bezig de vloeistof thuis te brengen in meer dan één opzicht.

Om precies helder te krijgen wat hij dronk, nam Rhiakath nog een flinke slok. Hij liet het in zijn mond rollen en besloot dat het in ieder geval géén wijn was. Nog een slok volgde om hem te laten concluderen dat het lékkere sterke drank was. Voordat hij met zekerheid kon zeggen dat het kruidenbitter was, had hij de halve fles leeg. Hij nam uitgebreid de tijd om onderuit te zakken in zijn stoel en de fles te bestuderen. Het was een oude kruik met in gigantische letters Kruidenbitter erop. Rhiakath hield zijn hoofd scheef, keek nog eens en besloot dat het er echt stond.

Vervolgens bracht hij de kruik weer aan zijn mond, nam een slok en hoorde Evren iets zeggen over koekjes. Hij schrok zich wild, verslikte zich en schoot overeind. Ondertussen besproeide hij Patu met kruidenbitter en bracht hij moeizaam uit: 'Nee, geen koekjes!' In paniek dacht hij terug aan die grap met koekjes die iemand met hem had uitgehaald. Door het eten van een koekje had hij een paar uur lang als vijfjarig mensenkind rondgehuppeld op Bumetrel. Het was een wonder dat hij het had overleefd met alle vampieren die hier huisden.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #8] : 9 jaar geleden »
"Wel koekjes! Wacht, ik ga ze wel even halen!" Ze stond een beetje wankel op van de bank en wachtte een tel totdat alles om haar heen weer in perspectief stond. Het lukte haar redelijk om in een rechte lijn naar de deur te lopen, maar haar gevoel liep steeds een tel achter op de handeling van haar benen. Toch iets te snel gedronken, concludeerde de kobold bij zichzelf. Maar dronken was ze niet, hooguit een beetje aangeschoten.

Ze liep richting de keuken. Als kokkin zou Channa ongetwijfeld daar nog bezig zijn met opruimen, afwassen of de voorbereidingen van het ontbijt. En inderdaad, toen ze haar hoofd om de hoek van de keukendeur draaide, stond daar de fabrikant van de koekjes. De kobold grijnsde enthousiast naar Channa. "Hoi! Zijn er nog koekjes? We hebben een uh... gezellig samenzijn in de lerarenkamer." Ze keek om zich heen of er etenswaren om mee te nemen. "Als je koekjes hebt, mag je ook meedoen," besloot Evren grootmoedig en schonk de kokkin een stralende glimlach. Een bepaald vreselijk gezicht bij een kobold, maar goed bedoeld.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Evren Doubek »

« [Reactie #9] : 9 jaar geleden »
Patu staarde somber naar de karaf op tafel en luisterde naar de woorden van Evren. Het zou er op uitdraaien dat hij zijn beide vrienden vanavond naar hun respectievelijke kamers mocht slepen. Het vervelende was natuurlijk dat Evrens kamer helemaal op Ypsilon was.

Het water begon te borrelen en Patu haalde een mok en thee uit de kast, ondertussen hummend als reactie op Evrens verhaal over haar broer. Zo, dus als je in de dertig was, werd het tijd om te trouwen? Hij schonk het hete water op de thee en bedacht dat hij het prima redde in zijn eentje. Ook al was hij dan in de dertig. Maar hij had natuurlijk geen moeder die hem vertelde dat hij moest gaan trouwen, zoals Evren en haar broer. 'Je boft maar,' zei hij en keek met een schuin oog naar Rhiakath. Hij had zo het idee dat weerwolven ook niet al te best tegen alcohol konden.

Het gesprek kwam op koekjes, waarvoor Rhiakath opeens een panische angst had opgevat (hij had het verhaal gehoord van Fernand de staljongen, die het weer van iemand anders gehoord had). Patu grijnsde. 'Kijk of je ook wat kaas mee kunt krijgen,' riep hij Evren na, maar hij was er niet zeker van of ze hem nog hoorde.

Goed, met Evren in de keuken en Rhiakath halfdronken, werd het tijd om tot handelen over te gaan. Ook Patu sprak een vermenigvuldigingsspreuk uit over de fles en nog één en toen stonden er twee flessen. Die werden gevuld met thee. Rhiakath was nog altijd volledig in zijn fles verdiept, dus Patu goot een klein beetje kruidenbitter bij de thee en sprak nog een spreuk, waardoor de thee min of meer de smaak van de kruidenbitter overnam. Het was wel wat slapper, maar de dronken Rhiakath zou het vast niet merken. En Evren was ook al niet helemaal nuchter meer.

Nu moest hij nog de flessen onopgemerkt verwisselen. Met die van Evren was het niet zo moeilijk.  Maar nu de fles van Rhiakath nog...

« [Reactie #10] : 9 jaar geleden »
Evren negeerde zijn min of meer stille smeekbeden om toch vooral de koekjes hier uit te laten en stormde weg. Met een moedeloze zucht zakte Rhiakath terug in zijn stoel en keek naar Patu. Die was met zijn gebruikelijke norsheid aan het proberen iets anders te brouwen dan sterke drank. De arme jongen moest niet goed zijn om kruidenbitter te willen omruilen voor..
Ja, wat was het eigenlijk? Rhiakath boog naar voren en gluurde naar de ketel waar water in zat. Hij haalde zijn neus op bij voor het drap dat daar ongetwijfeld van gemaakt ging worden en zakte weer terug. Hij nam een diepe teug en zette de fles naast zich neer. Vervolgens sloot hij zijn ogen, vouwde zijn handen voor zijn buik en schurkte zich genoeglijk tegen de leuningen van de stoel.

Het leven was goed, zolang deze rust bleef hangen. Patus lelijkheid viel niet op wanneer je je ogen dicht hield, zijn norsheid was te overleven zolang hij zijn mond hield en diep van binnen was hij best aangenaam gezelschap. Hij had zo zijn goede karaktereigenschappen, zoals het stil weten te zijn wanneer dat nodig is. Met een glimlach bedacht Rhiakath zich dat hij het maar weer goed voor elkaar had in het leven. Vrienden die hem trakteerden op gratis drank en een compleet kasteel waar hij zijn magie kon oefenen zonder problemen te krijgen.

Vol verlangen gleed zijn hand naar beneden, moest even tasten en greep uiteindelijk de fles weer die hij daar neergezet had. Voorzichtig bracht hij die naar de mond, nam een slok en vroeg aan het duister: 'Waarom neem je ook niet een flinke slok, Patu?'
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #11] : 9 jaar geleden »
Rhiakath maakte het hem wel heel makkelijk. Hij zakte onderuit en deed zijn ogen dicht. Patu dacht dat zijn vriend gek geworden was, maar goed, dat dacht hij wel vaker en ondanks de gekte leek Rhiakath redelijk te kunnen functioneren. En Patu ook, want er waren maar een paar steelse bewegingen voor nodig om Rhiakaths fles met die van Patu te verwisselen.
Er was nu wel een probleem. Hij zat met twee flessen sterke drank, die hij moest verbergen, want Rhiakath zou woedend zijn als hij de verwisseltruc opmerkte en wat Evren zou doen, kon hij niet raden. Waarschijnlijk zou ze ook woedend zijn en nooit meer met hem willen praten. Hij had gehoord dat dat de ergste straf was die vrouwen konden bedenken.

Patu ging in zijn stoel zitten, nam een slok, realiseerde zich dat hij niet de beker thee, maar de karaf kruidenbitter te pakken had en zette hem met een klap en een hoop geproest weer op tafel. De twee flessen kruidenbitter lagen onder zijn stoel, verborgen door het kleed dat eroverheen hing. Nog niet goed genoeg, al zou het voorlopig wel voldoen. Hij kon altijd nog een slaapspreuk over zijn vrienden uitspreken. Ze zouden toch niet merken wat het verschil was met dronken in slaap vallen. Hoopte hij.

Nou ja, hij zou wel zien wat hij ermee deed. Misschien moest hij ze laten liggen voor de eerlijke vinder - dat zou een schoonmaakster zijn. Of aan Limki schenken, kon ze Bernard dronken voeren en de kop inslaan. Of ze opsturen naar Bor, die wist er vast ook wel raad mee. Die kerel kon zelfs verdienen aan een fles slechte wijn, laat staan aan echte kruidenbitter.

Hij keek even naar Rhiakath, die nog altijd onderuit hing. 'Leef je nog?' Anders werd het misschien tijd hem naar zijn kamer te transporteren.

« [Reactie #12] : 9 jaar geleden »
Een beetje afwezig keek Channa naar de lerares geschiedenis waar ze een ander beeld van had dan hoe ze zich nu liet kennen, maar haar aandacht was gauw weer vervlogen. Ze was moe, en niet zo'n beetje ook. Zomers waren slopend. Vroeg eruit, laat erin.
"Oh.. eh.. koekjes? Die liggen daar, neem maar wat mee." Ze ging verder met kneden. Toen bedacht ze dat er een uitnodiging aan vast zat. "Nee, dat gaat niet lukken vrees i.. Niet die koekjes!" Dat waren de koekjes die bestemd waren voor heel vervelende kindertjes die niet van haar koekjes konden afblijven. Die lagen altijd helemaal rechts in een zakje, maarja, dat wisten alleen degenen die geregeld in de keuken waren.

« [Reactie #13] : 9 jaar geleden »
"Zeker weten?," vroeg Evren terwijl ze de koekjes pakte die Channa aanwees. Ze liep naar de deur en voegde eraan toe: "Als je je bedenkt, we zitten in de lerarenkamer."

Evren wandelde terug naar de lerarenkamer, waar ze Rhiakath en Patu in ontspannen toestand aantrof. Heel ontspannen in het geval van de weerwolf. "Hoi! Ik heb koekjes." Ze zette de schaal op een tafeltje en pakte haar bijna lege glas kruidenbitter. Ze ging zitten op een van de comfortabele stoelen en gooide het glas in een keer achterover. De tranen sprongen in haar ogen, sterk spul.

Evren overwoog dat ze wel wat meer kon drinken dan één glas nu er koekjes waren. Ze stond op en pakte de originele kruik kruidenbitter en schonk haar glas vol.
"Zeg Patu, denk je dat ik verlof kan krijgen voor de bruiloft van Miklos? Het is zeker een week reizen naar dat deel van Tchaulich." Ze keek de andere kobold vragend aan. Ze nam een slok van het kruidenbitter en keek eens naar de weerwolf. "Rhiakath, ben je er nog?" Evren grijnsde en nam zelf nog een beetje kruidenbitter. Er was iets mee, maar ze kon de vinger er niet opleggen wat precies.

« [Reactie #14] : 9 jaar geleden »
Patu schudde zijn hoofd toen hij zag hoe Evren haar glas in één keer leeg dronk, maar hij zei niets. Hij herinnerde zich eraan dat ze een volwassen vrouw was, dat hij haar gewaarschuwd had en bovendien had hij de rest van de alcohol verdonkeremaand. Misschien had hij dat niet moeten doen. Hij had zelf op hardhandige manier geleerd wat het effect van alcohol was. Maar nu was het te laat.

Hij concentreerde zich op haar vraag. 'Oh... eh... Misschien wel. Als je je leerlingen een groot werkstuk geeft dat ze moeten maken?' Op Ypsilon werd de afwezigheid van docenten meestal ook op die manier opgevangen.

Hij pakte een koekje, oordeelde dat er zowaar niets vreemds mee was en nam er nog een. 'Hoe wil je reizen?' De broer was vast niet zo oplettend dat hij een koets zou sturen, wat vermoedelijk betekende dat Patu één van zijn paarden af zou moeten staan. Natuurlijk zou het allemaal weer op hem neerkomen.

« [Reactie #15] : 9 jaar geleden »
Evren grijnsde. Een groot werkstuk, dat zouden haar leerlingen leuk vinden! Niet Maar de kobold had het niet helemaal goed begrepen, ze zou twee weken weg zijn. En het vervoersmiddel? "Ik heb nog geen idee, eigenlijk. Waarschijnlijk regel ik ergens een paard. Maar die beesten gaan niet eeuwig mee dus zal ik een paar keer moeten wisselen. Een dure aangelegenheid dus. Miklos had wat geld mee moeten sturen." Ze zuchtte.

Evren nam een nieuwe slok en keek verbaasd. Ze nam nog een slok eb toen nog één en toen nog één. De drank zou een dreun moeten veroorzaken in haar hoofd, maar er gebeurde niets. Voor de zekerheid nam ze nog een slok en dronk toen het hele glas in één keer leeg. Niets.

"Wat is er met dit spul aan de hand? Het lijkt wel of alle alcohol eruit is!" Ze keek van Rhiakath naar Patu. "Hebben jullie er soms mee zitten knoeien toen ik weg was?" De vraag was aan Patu gericht. Rhiakath had al een halfuur geen menselijk geluid meer uitgebracht.*


*gm: komt ervan als je niet post

« [Reactie #16] : 9 jaar geleden »
Er kwam een idee in Patu's hoofd op en hij verzocht het dringend daar te blijven. Daar kon niets goeds van komen. Natuurlijk kon hij naar Tchaulich teleporteren, maar het zou veel beter zijn om daarover te zwijgen. Hij moest niet nog meer bij Evrens leven betrokken raken, daar kon, nogmaals, helemaal niets goeds uit voortkomen. En dus zweeg Patu, keek onaangedaan toe hoe Evren in angstwekkend tempo haar glas leegdronk en probeerde wanhopig een reden te bedenken voor de verdwijning van de alcohol.

'Je gaat morgen barstende koppijn krijgen,' voorspelde hij haar dus op de somberste toon die hij kon vinden en die was erg somber. 'Net als Rhiakath.' Als je geen antwoord op een vraag kon geven, was het beter het antwoord vlak langs de vraag te leiden. Net alsof ze dat niet door zou hebben. 'En natuurlijk ben ik degene die Rhiakath naar zijn kamer moet slepen.' Hij zuchtte. 'Voor straf zou ik hem moeten laten liggen, maar als vrouwe Van Uncha hem vindt, heb je het gegooi in de glazen.'

En dus zou Patu de weerwolf op de een of andere manier naar zijn kamer moeten krijgen. Misschien was het wel verstandig om dat zo snel mogelijk te doen. Maar... wie weet... was de weerwolf wel wakker te krijgen. Hij leunde opzij, wilde aan Rhiakaths arm trekken en bedacht zich net op tijd dat het niet handig was om binnen handbereik van een in zijn slaap gestoorde weerwolf te zitten.

Dus zei hij 'hydoree' en richtte de straal precies op Rhiakaths gezicht. Als dat hem niet wakker maakte, deed niets het.


« [Reactie #17] : 9 jaar geleden »
"Hoofdpijn? Dat valt best mee," zei Evren zelfverzekerd. "Wij Tsjechen kennen wel tegen een beetje sterke drank. En Van Uncha, die mag blij zijn dat ze zulke goede docenten heeft als wij." Ze pakte de kruik naast Rhiakaths stoel vandaan en schonk een glas in. "Na zdraví!" en sloeg het glas achterover.

Dat ging haar toch wat te makkelijk. "Het is toch vreemd, weet je," vertelde ze de andere kobold, "het lijkt wel of hier de alcohol ook al uit is. En het gekke is dat dat nog niet zo was toen ik mijn eerste glaasje kruidenbitter dronk.. weet je zeker dat niemand ze verwisseld heeft?" Ze keek de kobold argwanend aan. Evren stond op en opende alle kastjes in de kamer, op zoek naar de sterke drank.

In de tussentijd was Patu bezig de weerwolf te wekken. Toch wel zorgzaam van de stalmeester, vond Evren.

De sterke drank vond ze echter niet. "Patu, waar heb je bij Abilad de drank gelaten?!" drong ze aan.

« [Reactie #18] : 9 jaar geleden »
Groen gras schoot onder zijn poten door, terwijl Rhiakath over de vlakte raasde. Hij joeg er over heen in de vorm van een wolf. Niet in zijn attanna, wat een soort tussenvorm was tussen een mens en een wolf, maar in een échte wolvengedaante. Zijn vacht werd tegen zijn lichaam aangeduwd door de wind en zijn tong hing uit zijn bek om verkoeling te krijgen. Hij voelde de spieren onder zijn huid samentrekken en kracht leveren.
Het gedonder van zijn poten op de grond joeg verschillende dieren de stuipen op het lijf. Herten en konijnen schoten links en rechts weg om hun vege lijf te redden. Rhiakath negeerde ze, want ze vormden geen uitdaging voor hem. Hij was niet op jacht om simpelweg te doden, want dat kon iedereen. Hij rende hier over de graslanden op zoek naar een uitdaging die groot genoeg was.

De zon scheen zachtjes op de aarde en verwamde haar. Rhiakath was gelukkig en hij dacht aan niets anders dan de prooi die hij nog niet kon zien. De wereld was niet groter dan honderd meter in de omtrek. Het geluk wa- Verbijsterd bleef Rhiakath stilstaan en tuurde naar de regenbui die neerplensde op zijn kop. Het water viel met bakken uit de lucht en met een grauw beet hij naar de oorzaak van dit water. Terwijl hij weg wilde springen, besefte hij plotseling waar hij was.
Beteuterd keek hij naar het grijnzende gezicht van Patu en een diepe weerzin maakte zich van hem meester. Het was vreselijk om met water uit je slaap gewekt te worden, maar om vervolgens ook nog eens het hoofd van een kobold te zien was meer dan Rhiakath kon verdragen.

Hij sputterde iets dat klonk als: 'Ik zal je aan je voeten in de regenton hangen,' en viel terug in zijn stoel. Hij sloot zijn ogen en luisterde aandachtig naar wat er allemaal om hem heen gebeurde.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #19] : 9 jaar geleden »
Het gezicht van Rhiakath was de moeite waard - misschien moest hij hem op een dag een van de overgebleven flessen alcohol schenken en dan na een tijdje opnieuw wakker hydoreeën. Daarvoor alleen al zou hij de flessen verborgen moeten houden, nog daargelaten dat Evren vast niet gelukkig werd als ze er eenmaal niet langer onderuit kon dat hij ze echt verdonkeremaand had.

Vandaar dat hij haar eerst niet hoorde, maar in plaats daarvan Rhiakath bestudeerde en zich afvroeg of hij de weerwolf nu alsnog naar zijn kamer moest verslepen. 'Denk je dat je hier doodgaat van de alcohol of red je het nog levend tot je kamer?' informeerde hij op nonchalante toon.

Toen werd hij zich opeens - ahum - bewust van de rondscharrelende Evren. 'Alcohol is een vluchtige stof,' lepelde hij een zin op die hij ooit eens in een lesboek had gelezen en die om de een of andere reden was blijven hangen. Dat was het probleem met onnuttige informatie, die nam altijd zoveel plek in dat er geen ruimte meer overbleef voor samenhangende gedachtenvorming. En wat er nog restte aan logische nadenkvermogen mondde uit in die ene vraag die alle twijfel over Evrens eigen beoordelingsvermogen weg moest nemen. 'Weet je zeker dat je niet dronken bent?'

Nu had hij het alsnog bij haar verbruid. O, wat had hij er toch weer slag van om met andere myrofas om te gaan. Hij had beter in de stallen kunnen blijven.

« [Reactie #20] : 9 jaar geleden »
"Weet je zeker dat je niet dronken bent?" bauwde Evren de stalmeester na. Het laatste kastje werd met een harde knal dichtgegooid. "Hou toch op met dat gezever, je bent mijn moeder niet! Weet je wat je doet, Patu Gnarl? Je gaat maar lekker thee drinken met jezelf. Hier, neem een koekje erbij." Ze gooide de schaal met koekjes in de richting van de stalmeester en beende naar de deur. Zonder om te kijken liep ze de lerarenkamer uit en gooide de deur achter zich dicht.

Eenmaal in haar kamer liet ze zich gaan. Tranen kwamen en ze haatte zichzelf erom. Huilen deed je niet. Teleurstelling, woede en verdriet waren niet rationeel, dus nutteloos. En toch voelde ze ze wel. Ze voelde zich gekwetst door de stalmeester, niet op waarde geschat en waar bemoeide hij zich eigenlijk mee?

Gelukkig bestond ook voor al te heftige gevoelens een remedie. Evren opende een kastje en haalde een fles rode wijn en een karaf tevoorschijn. De karaf werd vol geschonken en vervolgens in een hoog tempo achterover geslagen. Snel en veel drinken werkte aangenaam verdovend, wist ze uit ervaring. De fles wijn was halfleeg* toen ze besloot om haar bed op te zoeken.


*of halfvol
« Laatst bewerkt op: 6 jaar geleden door Evren Gnarl-Doubek »

« [Reactie #21] : 9 jaar geleden »
Rhiakath slaakte een diepe zucht en vouwde zijn handen in elkaar, terwijl hij luisterde naar hoe Patu zichzelf voor gek zetten. Het was schrijnend, maar Rhiakath was niet van plan in te grijpen. Het werd tijd dat Patu leerde met anderen om te gaan en gekwetst worden door een vrouw hoorde nu eenmaal bij de hardheid van dit leven. Toen Evren woedend wegstormde, bleef Rhiakath zwijgen en opende uiteindelijk zijn ogen.

'Dat ging niet al te best, hea?'

Het was heerlijk om understatements te gebruiken. Zeker bij iemand die net op zijn ondefinieerbare hartje getrapt was. Om de stilte te doorbreken tastte Rhiakath naar de fles drank die naast zijn stoel stond. Terwijl hij met zijn hand rondbewoog, begon hij zich af te vragen wat er gebeurd was. De fles was weg. De drank was weg. Een nieuwe zucht weerklonk in de verlaten lerarenkamer en Rhiakath verwaardigde zich overeind te komen.
Hij keek zijn vriend aan en dacht na over wat hij kon zeggen. Ergens diep van binnen voelde hij dat dit het moment was om iets bemoedigends te zeggen, maar het wilde er gewoon niet uitkomen. Hij was tenslotte ook niet in de wieg gelegd om als uithuilschouder te functioneren. Na een lange stilte begon hij: 'Tsja.'

Stilte.

'Wandel bij haar langs en zorg dat ze zichzelf niet verdrinkt. Wie weet verzin je onderweg nog iets troostends.'
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #22] : 9 jaar geleden »
Inderdaad, hij had beter in de stallen kunnen blijven, daar was het tenminste rustig. Patu dook opzij, en de schaal met koekjes knalde tegen de muur aan scherven. Die brachten dan weliswaar geluk, maar de koekjes waren nu niet meer te eten.

Nee, deze avond had hem niet gebracht wat hij ervan verwacht had. Wacht, dat was niet waar. Hij had al verwacht dat het op niets zou uitlopen, en ziedaar, dat was gebeurd. Je kon je maar beter op het ergste voorbereiden, dan kon het alleen maar meevallen.

Met een zucht stond hij op, vuurde nonchalant een 'lou' op de rommel af en negeerde Rhiakaths geklets. Het was duidelijk geweest dat Evren al teveel gedronken had, anders had ze niet zo heftig gereageerd. Wat had hij anders moeten doen, toekijken hoe ze die hele fles zou leegdrinken om vervolgens zichzelf voor gek te zetten?

Uiteindelijk drong het tot hem door dat Rhiakath een antwoord verwachtte.  'Tja, ze zeggen dat vrouwen raadsels zijn,' zei hij vaag. Voor vanavond had hij even zijn bekomst van vrouwelijk gezelschap. Rhiakath was ook niet altijd even gezellig, maar bij hem wist je wat je kon verwachten. Min of meer. Bovendien smeet die niet met deuren als iets hem niet zinde. Hij pakte het altijd iets... rechtstreekser aan.

Hij stond op. 'Drank is nergens goed voor, dat zie je maar weer.'  Hij zette de glazen bij elkaar zodat een schoonmaakster ze kon meenemen en keek naar Rhiakath. 'Denk je dat je de weg nog weet?'

Patu had zijn oude, spottende toon weer teruggevonden. Nee, drank en vrouwen... dat was niets voor hem. Hij raakte er helemaal door van slag.