Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Brouwsels  (474 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 9 jaar geleden »
Amaltheus liep door de gangen en probeerde zo onopvallend mogelijk bij zijn eindbestemming te komen. Dat werd steeds makkelijker, naar mate hij dichter bij de vleugel kwam waar hij moest zijn. Het was alleen lastig dat de Heracortoren hier in de buurt zat, dus werd zijn groene gewaad steeds zeldzamer. Gelukkig duurde het niet lang of hij was de enige en toen liep hij snel de gang in die naar de Verboden Vleugel leidde.
Aan het eind van de gang was een blinde muur en Amaltheus bleef even stilstaan. De vorige keer dat hij hier geweest was, had daar een grote poort gestaan. Blijkbaar was de Verboden Vleugel toch mysterieuzer dan hij had gedacht. Snel liep hij naar de muur toe en betastte de harde stenen. De muur zag er net zo uit als alle andere muren in Bumetrel en even vroeg hij zich af of hij wel de goede gang ingelopen was.

Toen herinnerde hij zich de poort die pas open wilde nadat hij een bepaald woord gezegd had. Misschien was dit gewoon diezelfde poort, maar dan onzichtbaar of iets dergelijks. Vol goede moed probeerde hij zich te herinneren wat dat woord ook al weer was. Na een aantal seconden schoot het hem weer te binnen en hij ging voor de muur staan. Even voelde hij zich volslagen voor gek staan.
Wie ging er nu voor een blinde muur staan en daar tegen praten? Hij zag er vast uit als iemand die niet helemaal normaal was. Toch zette hij door en zei tegen de muur: ‘Geheim.’ Dat had de vorige keer gewerkt, dus zou het nu vast ook werken. Helaas gebeurde er niets. Er kwam geen poort, de muur zakte niet in elkaar en er was zelfs geen enkel geluid dat deed vermoeden dat er iets was veranderd.

Een beetje moedeloos liep Amaltheus naar de muur toe en duwde er tegenaan, want misschien zat er ergens een geheime schakelaar. Terwijl Amaltheus probeerde te duwen, merkte hij ineens dat de muur helemaal geen muur meer was. Hij tuimelde dwars door de stenen heen en kwam in een grote hal terecht. De vorige keer dat hij hier was geweest, had het er heel anders uitgezien.
Aan het dak hingen sterren te schitteren en ze gaven voldoende licht om Amaltheus een goede indruk te geven van de ruimte. Aan weerszijden waren deuren die naar allerlei ruimtes leidden en een heel kort moment vroeg Amaltheus zich af hoe dit kon. De vleugel kon nooit zo groot zijn en achter al die deuren zouden nooit nóg meer ruimtes passen. Vertwijfeld liep hij verder, in de richting van de eerste deur aan zijn linkerhand.

Aangekomen bij de doorgaan, zwaaide de deur open alsof hij wist dat Amaltheus er aan kwam. Nieuwsgierig liep hij verder en bedacht zich ineens waarom hij hier was. Zou het er nog staan? Als de hele vleugel iedere keer veranderde, was er ook wel een kans dat zijn spullen verdwenen waren. Terwijl hij naar binnen stapte, merkte hij dat de deur achter hem dichtging. Het was licht binnen, maar hij kon niet zien waar dat licht vandaan kwam. Er waren geen kaarsen of toortsen. Het licht was er gewoon.
Snel liet hij zijn ogen door de ruimte flitsen. Tegen de wanden van de ruimte stonden kasten en rekken met daarop allerlei voorwerpen, waarvan Amaltheus de meeste niet eens herkende. Een gelukkige glimlach verscheen op zijn gezicht bij het zien van de spullen die hij zocht.

Een ketel, gevuld met allerlei ingrediënten en materialen die hij nodig had om een toverdrank te maken. Hij liep snel naar de ketel toe en zag dat naast de ketel zelfs de drankjes nog stonden die hij de vorige keer gemaakt had. Toen hij twee weken eerder deze vleugel verkend had, had hij deze wonderlijke ketel gevonden die helemaal gevuld was met alles wat hij nodig had. Uiteraard had hij de verleiding niet kunnen weerstaan om een drankje te proberen te maken.
Terwijl hij bezig was geweest, had hij gemerkt dat het nog makkelijker ging dan bij mevrouw Mocha in het lokaal. De ketel leek te weten wat hij wilde en de lepel waar hij mee roerde deed beter wat hij wilde dan de lepels van mevrouw Mocha of die van zijn moeder. Het leek wel alsof de ketel een oneindigheid aan alle mogelijke ingrediënten bevatte.

Snel haalde Amaltheus de ketel leeg en zette alles netjes neer om zich heen en hij begon de ketel te vullen met water. Vervolgens vroeg hij zich af hoe hij dat aan de kook ging brengen. Hij keek om zich heen en zag wat hout liggen. Hij liet het naar zich toe zweven en maakte met behulp van twee ijzeren stoelen en dat hout een stellage waar hij mee kon koken. Vervolgens stak hij het aan en snuffelde tussen de stukken knoflook en paddenstoelen naar iets wat bruikbaar was.

Hij ging zo op in zijn bezigheden dat hij niet eens de voetstappen hoorde die weerklonken in de hal.

Spoiler: click to toggle

« [Reactie #1] : 9 jaar geleden »
Buiten regende het. En niet zo'n klein beetje, het water kwam met bakken uit de lucht. Zelfs verstandige dwergen bleven op een dag als vandaag binnen. En dus had Dorian haar huiswerk gemaakt, haar achterstanden weggewerkt, een tweedejaars geholpen met een werkstuk, plannen verzonnen om een feestje te bouwen of Angelus te pesten - dat was bijna hetzelfde - en was tenslotte door een oudstejaars die voor een tentamen aan het leren was, geërgerd de leerlingenkamer uitgestuurd met de uitroep: 'Ga alsjeblieft wat doen! Je maakt me gek!' En aangezien Dorian een heel meevoelende dwerg was, die niet iemands kansen bij een tentamen wilde verkleinen, was ze de leerlingenkamer uitgewandeld, had het plan verworpen om de kelders nog weer eens te onderzoeken op geheime gangen en had zich gerealiseerd dat er nog een gebied in het kasteel was waar ze het fijne niet van wist.

De Verboden Vleugel.

Al dwalend door het kasteel kwam ze steeds dichterbij de gang waar ze niet mochten komen en op een moment dat er niemand in de buurt was, was ze de gang ingelopen, had 'Geheim' tegen de kleine, ronde deur gepreveld en was naar binnen gegaan.

Daar regende het niet, gelukkig. Integendeel, boven zich zag ze de sterren. Dorian ontwaarde de Grote en de Kleine Beer en verbaasde zich over de helderheid ervan. Toen liet ze haar blik door de hal gaan. Deuren, deuren en nog eens deuren. Ze wandelde eens heen en weer, las wat opschriften en vroeg zich af welke deur ze zou openen. Ze wilde weten wat er achter die deuren zat, maar had geen zin om per ongeluk een of ander monster te bevrijden.

Toen hoorde ze geluiden, getik, ze rook brandend hout. Het kwam achter de eerste deur vandaan. Dorian wandelde er naar toe, luisterde aan de deur, maar werd daar niets wijzer van. Gelukkig had ze de laatste jaren goed opgelet bij wilsmagie, dus nu kon ze eerst een schild opwerpen voor ze de deur opendeed.

Heel langzaam en zonder enig geluid te maken draaide ze aan de deurknop. De deur kierde open op blijkbaar goed geoliede scharnieren. Dorian gluurde om het hoekje en liet haar schild zakken. Ze kuchte even om haar aanwezigheid een beetje aan te kondigen en vroeg toen: 'Amaltheus? Wat ben jij aan het uitspoken?'
Klein maar dapper