Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

De slang en de raaf  (1593 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 9 jaar geleden »
Stavros had zich nog nooit zo ongemakkelijk gevoeld in zijn leven. Hij was bezig de trap te beklimmen van de engste toren van Bumetrel, de Merifeltoren. Het was niet zozeer de toren zelf die hem angst aanjoeg, maar vooral de wezens die het bouwwerk bevolkten, de groene myrofas van Merifel. Zelden kwamen er andere myrofas dan Merifellers in dit deel van Bumetrel.

En nu liep daar een centaur van Heracor, een eerstejaars, helemaal alleen de trappen van de toren op. Alle Heracori wisten dat je niet naar de Merifeltoren ging, niet tenzij je een hele goede reden had. Stavros wist het ook, maar hij had een goede reden, vond hij. En bovendien zou hij zo snel mogelijk weer weggaan. De Merifellers zouden geen last van hem hebben!

De centaur bereikte de derde verdieping van de toren en liep doelbewust naar de leerlingenkamer van Merifel. Op de drempel bleef hij staan. Hij wenkte naar een eerstejaars die hij herkende van gymnastiek dat hij naar Stavros toe moest komen. Tegelijk maakte hij een gebaar dat ze geen geluid mocht maken. De eerstejaars negeerde hem en draaide zich om. Stavros schuifelde een stukje naar voren om verder de kamer in te kunnen zien. Hij probeerde contact te krijgen met een andere eerstejaars, maar die zag hem kennelijk niet. Nog een stapje, wilde gebaren... Geen succes. Hoe moest hij in vredesnaam in contact komen met Aegnor Ancalimë?

« [Reactie #1] : 9 jaar geleden »
Aegnor bladerde in een beduimeld boekje dat een Franse titel droeg. Hij had werkelijk geen idee wat alles betekende, maar er stond op iedere bladzijde een spreuk met daarbij een plaatje en een heleboel Frans wat uitlegde wat die spreuk inhield. Het Frans interesseerde hem niet, want het plaatje legde het meeste wel uit. De afgelopen weken had hij zich vermaakt met het oefenen van deze spreuken.
Net had hij Geschiedenis van de Mensheid van een medeleerling een liedje laten zingen en met een grijns bedacht hij dat deze spreuken veel leuker waren dan de standaardspreuken die hij hier op school leerde. Dit boekje zou hij nog een tijdje 'lenen' van Vladistov en pas weer terugbrengen als hij alle spreuken uit zijn hoofd kende.

Bij de ingang van de leerlingenkamer merkte hij plotseling onrust op. Gedachteloos keek hij op om de oorzaak te ontdekken. Er stond echter een groepje giechelende luchtelfmeisjes voor, dus stond Aegnor op en ging bovenop de tafel staan om te kijken wat er aan de hand was.
Met een frons op zijn gezicht constateerde hij dat er iets roods binnengedrongen was en dat dat rode er uitzag als een paard. Omdat het waarschijnlijk een eerstejaars zou zijn die het voor elkaar kreeg zó hopeloos te verdwalen dat hij de Heracor- en de Merifeltoren verwisselde, stapte Aegnor van de tafel af en baande zich een weg tussen alle groene gewaden door.

'Beste jongeman, ben je kleurenblind?'

Aegnor keek de jongen aan die nogal schuchter om zich heen keek en besloot dat die groter was dan hij. Toch zat Aegnor in het vierde jaar en in de Raad van Vijf, wat van het paardwezen niet gezegd kon worden. Nu kon je ook niet te veel verwachten van centaurs, zoals je wel kon zien aan Coulson.

Hij wachtte in stilte op het antwoord van de jongen.

« [Reactie #2] : 9 jaar geleden »
Nyanna besprak met een jaargenoot het huiswerk voor de volgende dag, dat abnormaal veel was. Ze waren net bezig een verdeling van de werkzaamheden te maken, zodat het nog af zou komen, toen er tumult bij de deur ontstond. De nachtelf met wie ze aan het overleggen was keek op en ook Nyanna boog zich naar voren, om langs een eerstejaarsmeisje heen te kunnen kijken.

In de deuropening stond een centaur in een rood gewaad. Nyanna keek verbaasd. Wat deed een Heracoreerstejaars in de Merifel leerlingenkamer? Om zich heen zag ze hoe myrofas rechterop gingen zitten, klaar om zo nodig met spreuken te smijten. Ze keek even om zich heen of ze niet in de vuurlijn van een mogelijke spreuk zat, en toen dat niet het geval bleek te zijn, keek ze weer naar de deur, waar de centaur een soort dansje aan het opvoeren was.

Ze glimlachte, benieuwd naar wat er nu gebeuren ging. De nachtelf boog zich naar haar toe. 'Wedden dat hydoree de eerste spreuk is?' zei die. 'Welnee,' fluisterde Nyanna terug. 'Katiem. Er is vast iemand die wil weten wat er gebeurt als je een centaur ondersteboven spreukt.' De nachtelf glimlachte en Nyanna glimlachte terug.

Voor iemand hun miniweddenschap zonder inzet kon oplossen, ontstond er een beweging in een ander deel van de leerlingenkamer. Nyanna keek even wat er gebeurde. Aha, Aegnor zou het wel eens even regelen. Het glimlachje op haar gezicht bleef. Dit was nog leuker dan een spreuk. Eens kijken wat die arme centaur tegen Aegnor ging zeggen...
- Om te vliegen heb je geen handen nodig -

« [Reactie #3] : 9 jaar geleden »
Oh oh, daar had je het al. Was hij zo subtiel geweest, zo onopvallend en nu was hij toch het centrum van de belangstelling. Het zweet brak hem uit toen een vierdejaars vampier op hem af liep. Wat hadden ze ook alweer gezegd over Aegnor Ancalimë? Een vampier van Merifel, arrogante jongen, een van de childes van Vladistov. Was deze vierdejaars dan misschien Aegnor? Dat zou alles makkelijker maken.

De jongen vroeg of hij kleurenblind was. Stavros schudde zijn hoofd. "Natuurlijk niet. Ik ben gewoon op zoek naar een Merifeller en die vind je meestal hier, in de leerlingenkamer van Merifel. Ik kom hier niet voor mijn lol ofzo." Zo, dat klonk best stoer en zelfverzekerd, concludeerde de centaur tevreden.  

Misschien wel te stoer, bedacht hij zich het volgende moment. Die Merifeller moest ook niet denken dat Stavros hem wilde uitdagen. Daarvoor waren er teveel Merifellers en te weinig Stavros.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Stavros Hippuios »

« [Reactie #4] : 9 jaar geleden »
Aegnor keek naar de centaur die nogal arrogant overkwam. Hij moest toegeven dat hij waarschijnlijk niet minder hooghartig zou zijn als hij de leerlingenkamer van Heracor binnen zou dringen, maar de centaur heette geen Aegnor en was geen vampier. Na dit staaltje van uitzonderlijke logica richtte hij zich weer tot de jongen.

‘Heel knap bedacht, zeker voor een Heracori.’

Het was altijd leuk om Heracor te beledigen, wat ook niet meer dan gepast was als een leerling van die afdeling het waagde om in het heiligdom van de Merifellers te komen. Hij mocht blij zijn dat hij niet met zijn poten aan het dak geplakt was en een paars-met groene huid had gekregen.

‘Wie moest je hebben en waarvoor?’ vroeg Aegnor en hij keek de jongen spottend aan. ‘Wie weet kan die persoon er voor zorgden dat je hier ongestoord kunt verdwijnen.’

« [Reactie #5] : 9 jaar geleden »
Stavros negeerde de sarcastische opmerking van de Merifeller. De centaur had niet anders verwacht. Die groenen stonden nou niet bepaald bekend om hun vriendelijke, sociale karakter. Hij sloeg zijn armen over elkaar en keek de jongen aan. Stavros was een beetje langer dan vampier, wat de centaur net iets meer zelfvertrouwen gaf.

"Ik zoek Aegnor Ancalimë. En waarvoor ik hem nodig heb, is mijn zaak en gaat jullie groenen verder niet aan."

De centaur voegde er snel aan toe: "Ik ben alleen maar gekomen om Aegnor op te zoeken. Als ik hem gevonden heb, ben ik hier zo snel mogelijk weer weg."
Voor zover dat zou lukken tenminste. Hij merkte dat zijn spieren zich spanden onder de blikken van al die Merifellers. Waar was hij aan begonnen? Hij had die Ancalimë misschien beter tijdens het eten op kunnen zoeken.

« [Reactie #6] : 9 jaar geleden »
Aegnor volgde het voorbeeld van de jongen en sloeg ook zijn armen over elkaar. Blijkbaar had hij geen enkel idee tegen wie hij het had en dat gaf hem de tijd om even na te denken. Wat zou een eerstejaars van Heracor van hem moeten? Het zou een boodschap kunnen zijn van een leraar, maar die gebruikten meestal Merifellers. Misschien wilde de jongen gewoon interessant doen, maar zelfs eerstejaars waren niet zó dom.

‘Wat moet je van me?’ vroeg Aegnor en hij keek de jongen ongeduldig aan. Het werd zo ondertussen wel eens tijd dat de aap uit de centaurmouw kwam. Bovendien werden ze omringd door Merifellers die doorhadden dat er een Heracori in hun leerlingenkamer was gekomen en zin hadden in een opstootje.
Hij vroeg zich af of een centaur net zoiets was als een boek en of de jongen ook een liedje zou zingen als hij de spreuk uit zijn spreukenboekje zou gebruiken. Deze gedachtegang moest natuurlijk onderzocht worden en Aegnor stond dan ook klaar om de spreuk uit te proberen als de jongen niet snel antwoord gaf.

‘Het zou heel erg vervelend zijn als ik je straf moest geven omdat je in onze leerlingenkamer komt of omdat je over de gangen loopt terwijl dat helemaal niet mag,’ voegde Aegnor er aan toe. Hoe dom moest je zijn als je nu niet doorhad dat je met Aegnor te maken had? Zo heel veel arrogante vierdejaars vampiers liepen er nu ook weer niet rond op Bumetrel en zeker niet van zijn lengte.

« [Reactie #7] : 9 jaar geleden »
Ik moet niets," zei Stavros kort.
Hij begon chagrijnig te raken van de jongen tegenover hem. Werkelijk, kon die kerel niet gewoon mééwerken? Het was toch heel eenvoudig? Hij zocht een leerling om iets mee te bespreken, dat was alles. Die jongen deed gewoon expres vervelend omdat hij van Heracor was.

"Laat maar. Het was duidelijk een vergissing om hierheen te komen." Stavros draaide zich abrupt om en liep naar de trap. Als het zo moest, hoefde het voor hem niet meer, dan zocht hij wel iemand anders.

De centaur was niet zo dom om niet te bedenken dat hij op moest schieten met weggaan. Hij was nog steeds de enige Heracori in een toren vol met Merifel. Als de groenerds besloten dat hij niet welkom was, kon het nog wel eens een heel eind zijn naar de toren van Heracor. Voor straf was hij niet zo bang. Hij had niets verkeerds gedaan.

« [Reactie #8] : 9 jaar geleden »
Aegnor grijnsde en sprak de spreuk uit die hij net geoefend had, maar er gebeurde niets. Helaas, centaurs waren dus geen boeken. Gelukkig waren er genoeg andere spreuken die wel op centaurs werkten. Hij vuurde een vloerspreuk af op de centaur, die onderuit ging.* Aegnor bekeek het resultaat met voldoening en besloot dat het leuk was om vierbenige wezens te vloeren.

'Ik ben Aegnor, wat moet je van me?'

Hij liep langzaam op de jongen af, die overeind krabbelde en niet al te vrolijk leek. Aegnor sloeg opnieuw zijn armen over elkaar en vroeg zich af wat de jongen zou doen. Hij kon wegrennen naar zijn geliefde mentor, maar die zou zich waarschijnlijk niet heel veel aantrekken van zijn klachten. Het was vrij normaal dat Heracori bespreukt werden als ze het waagden in de Merifelkamer te komen.
Misschien kwam hij ook wel op hem af om een confrontatie uit te lokken, wat niet heel verstandig van hem zou zijn. Het zou zelfs nog zo kunnen zijn dat de jongen slimmer was dan hij er uit zag en gewoon zei wat hij wilde hebben.

Hij zag de jongen worstelen, want het was niet makkelijk om als paardachtig wezen overeind te komen. In een genadige bui besloot hij even te helpen en sprak een zweefspreuk uit over het gewaad van de jongen. Op die manier zou hij opgetild worden en dan recht op zijn benen komen te staan. Aegnor realiseerde zich te laat dat een centaur zijn gewaad niet onder zijn buik door vast heeft zitten, zodat alleen het gewaad maar naar boven kwam en niet de centaur zelf.

Snel verbrak hij de spreuk, zodat het gewaad terugviel en zei: 'Oeps.'

*Toegestane GM

« [Reactie #9] : 9 jaar geleden »
Stavros hoorde de verontschuldiging van Aegnor niet eens meer. Hij krabbelde overeind, gooide zijn tuniek in de richting van Aegnor om hem af te leiden en draafde op volle snelheid op de jongen af. Er was maar één gedachte die in zijn hoofd dreunde: pijn doen.

Nooit was hij nooit zo te kijk gezet door iemand. Die arrogante bloedzuiger wás Aegnor Ancalimë. De jongen had een spelletje met hem gespeeld! Hem te kijk gezet voor heel Merifel en als toppunt ook nog zijn kleding uitgespreukt!

Stavros balde zijn vuisten, vastbesloten om de vampier weg te duwen, neer te beuken of met zijn vuisten te bewerken. Alle opties spraken hem erg aan op dat moment. Misschien moest hij het combineren en met neerbeuken beginnen. Stavros was inmiddels nog een halve meter van de vampier verwijderd en bereidde zich voor om de jongen tegen de grond te werken.

« [Reactie #10] : 9 jaar geleden »
'Kataban,' riep Aegnor in een reflex toen het gewaad op hem af kwam. Het vertraagde, maar raakte hem alsnog. Pas toen hij verstrikt raakte in de tientallen meters stof realiseerde hij zich hoe gigantisch het gewaad van een centaur was. Ook al lag hij dan op de grond, had hij zich net onder het gewaad vandaan gewerkt en stormde er een centaur op hem af, bleef hij grijnzen. Dit was waarvoor hij in dit leven rondliep, een mooie uitdaging om de sleur van de dagen te verbreken.

'Nuktoptal, Aposterandreos, Didomioura,' riep Aegnor terwijl hij opzij dook. Doordat hij zo hard bewoog en de centaur ook, was hij een stuk onnauwkeuriger, maar de kans dat hij hem zou raken was wel aardig groot. De centaur was tenslotte op een halve meter afstand van hem. Nog terwijl hij dook, realiseerde hij zich hoe nutteloos het was om een centaur een staart te willen geven.

Of de spreuken nu raak waren of niet, hij kreeg wel een flinke dreun van het paardachtige wezen, raakte de muur en tolde even in het rond. Hij keek naar zijn schouder en voelde de pijn door zijn arm trekken. Snel rende Aegnor een stukje weg, zodat hij voldoende afstand had gecreëerd. Hij gooide een schild over zich heen, zodat de jongen in ieder geval niet meer bij hem kon komen.
Van achter zijn schild probeerde hij de centaur te verlammen, door een aantal verlammingsspreuken op de jongen af te vuren. Het kon niet anders of er zou er eentje raak zijn. Met een brede grijns gooide Aegnor met magie, want zelfs de pijn kon niets afdoen aan dit moment.

Spoiler: click to toggle

« [Reactie #11] : 9 jaar geleden »
De eerste verlammingsspreuk miste de centaur, maar een andere spreuk had het gewenste effect. Stavros zag niets meer, maar oriënteren was de eerste paar seconden niet nodig. Om de vampier te raken hoefde hij alleen maar rechtuit te rennen. Hij voelde hoe hij Aegnor aan de zijkant raakte. Ha, net goed!
Het volgende moment was hij de vampier voorbij en bevond hij zich achter hem. Hij zag niets en kon zich nauwelijks oriënteren. Hij moest afgaan op de geluiden om hem heen, op de stem van Aegnor die hem zonder ophouden bestookte met spreuken. Niet wetend wat te doen, besloot hij op Aegnors stem af te draven. Plotseling voelde hij dat zijn spieren in water veranderden en hij zakte door zijn poten. Hij probeerde overeind te krabbelen, maar geen enkel lichaamsdeel luisterde naar hem.

Ellendige merifellers met hun spreuken. Stelletje lafaards! Nooit zouden ze hun handen vies maken als ze ook een spreukje konden gebruiken.
Stavros realiseerde zich tot zijn grote frustratie dat hij nu volledig overgeleverd was aan de Merifellers. Hij was machteloos en helemaal alleen. Met die conclusie voelde hij zich bang worden, banger dan hij zichzelf wilde toegeven.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Stavros Hippuios »

« [Reactie #12] : 9 jaar geleden »
Aegnor bleef staan en keek vanachter zijn schild naar de gevelde centaur. Voor de tweede keer in een paar minuten lag die op de grond en waarschijnlijk was het ondertussen tot hem doorgedrongen dat hij zich wat fatsoenlijker moest gedragen in het bijzijn van Aegnor en zeker in Merifels leerlingenkamer.

'Als je je gemak kunt houden, verbreek ik de spreuken.'

Aegnor wachtte even en verbrak toen de spreuken. De jongen kon nu weer overeind komen, maar zou het waarschijnlijk niet wagen hem weer aan te vallen. Aegnor hield zijn schild op, voor de zekerheid. Iemand die het waagde hem aan te vallen had nogal eens de gewoonte zoiets te herhalen.

'Dus wat wilde je van me?'

« [Reactie #13] : 9 jaar geleden »
Nyanna knikte de nachtelf tevreden toe. Het bleek maar weer dat zij een beter inzicht had in de gebruikelijke reacties van haar afdelingsgenoten. Overigens was Aegnor er weer eens in geslaagd de leerlingenkamer in een chaos te veranderen. Leerlingen weken achteruit toen de centaur verblind de kamer door banjerde. Nyanna stond ook op toen hij haar richting uit kwam, maar iemand duwde haar, of ze struikelde, dat was niet helemaal duidelijk.

Feit was in ieder geval dat, toen de centaur met een bons op de grond neerkwam, Nyanna's voet tussen hem en de vloer zat. 'Au!' ontschoot haar en wanhopig rukte ze met haar voet. Het interesseerde haar niet dat ze daarmee de centaur zat te schoppen. 'Sta op!' Maar de centaur luisterde niet.

Nyanna herinnerde zich een spreuk uit haar eerste jaar. 'Airo.' Nu moest de centaur toch de lucht ingaan. Het werkte niet. 'Airo!' De centaur bewoog iets. Een paar medeleerlingen hadden haar benarde positie opgemerkt en riepen met haar mee. 'Airo!' Of de spreuk nu op levende wezens werkte of dat er iets anders gebeurde, wist Nyanna niet. Maar de centaur bewoog iets en Nyanna kon haar been terugtrekken. Met wat moeite kwam ze overeind.

'Lekker is dat,' zei ze kwaad tegen de centaur en Aegnor. 'Dankzij jullie kan ik weer naar Doc toe.' En moest ze het vliegverbod overtreden, want lopend naar de ziekenzaal gaan zou haar vast niet lukken.
- Om te vliegen heb je geen handen nodig -

« [Reactie #14] : 9 jaar geleden »
Stavros krabbelde voor de tweede keer in een paar minuten overeind, maar bleef dit keer staan. De vampierjongen stond ongetwijfeld nog steeds in de spreukstand. En hij wilde - verrassend genoeg - nog steeds een antwoord op de vraag waar Stavros hem voor nodig had. Een goed idee dus om deze Aegnor te antwoorden, misschien liet hij hem dan gaan.

"Ik zocht u omdat ik hoopte dat u me ergens mee wilde helpen. Een opdracht van de bibliothecaris... maar ik zoek wel iemand anders. Het spijt me dat ik u lastig gevallen heb."

De laatste woorden kwamen moet moeite uit zijn strot. Een verontschuldiging aan een bloedzuiger, een Merifeller... Wat een afgang. Maar een beetje geveinsde nederigheid deed hem nu vast meer goed dan een nieuwe aanval op de jongen.

Tegelijk met zijn antwoord, vloog het meisje dat per ongeluk klem was geraakt onder zijn verlamde lichaam de deur uit. Naar de dokter kennelijk. Ze leek boos op hem. Alsof hij er iets aan kon doen dat hij werd neer gespreukt en op haar voet belandde! Meisjes!

« [Reactie #15] : 9 jaar geleden »
Aegnor keek naar Nyanna die vast kwam te zitten onder de centaur. Toen ze uiteindelijk bevrijd was, keek ze boos naar Aegnor en die grijnsde vrolijk terug. Straks had ze niet alleen één hand, maar ook één voet. Ze vloog snel richting de ziekenzaal en Aegnor besloot dat het verstandig was om nu ervoor te zorgen dat de centaur verdween.
Die vertelde prompt dat hij gestuurd was door de bibliothecaris en sprak hem netjes aan met u. Hij was in ieder geval zo goed opgevoed dat hij wist wanneer hij onderdanig moest overkomen. Maar hij was dus gestuurd door de oude Vladistov? Dat kon wat beloven.

‘Kom eens mee,’ zei hij en liep de trap af. Toen ze beneden aangekomen waren, keek hij naar de jongen en vroeg: ‘Wat moet Vladistov van mij?’

« [Reactie #16] : 9 jaar geleden »
Stavros schudde zijn hoofd. "U begrijpt het verkeerd. De vraag is: wat moet Vladistov van mij? De man is om de een of andere reden boos op mij en nu moet ik hem een raaf of een slang bezorgen. Anders krijg ik straf."
De centaur zuchtte diep. "Het is een onmogelijke opdracht. Ik mag niet eens in het bos of bij de rivier komen, hoe moet ik dan zulke dieren vangen?" Hij haalde diep adem en stelde de vraag waarvoor hij naar de Merifeltoren was gekomen. "Ik.. ik hoorde dat vampiers wél buiten de poort mogen komen. En, nou ja, ik hoopte dat u misschien kon helpen..."

Stavros keek de Merifeller smekend aan. Grote kans dat de jongen hem niet meer wilde helpen na zijn gedrag in de leerlingenkamer. En als Ancalimë toestemde om te helpen, zou hij vast eisen gaan stellen. Dat was overkomelijk, het was vast minder erg dan straf van de bibliothecaris.

« [Reactie #17] : 9 jaar geleden »
'Helpen,' zei Aegnor nadenkend en hij keek naar de jongen die voor hem stond. Zijn aanspraak was in ieder geval aardig verbeterd. Als Aegnor arrogant zou zijn geweest zou hij hebben gedacht dat hij nu eindelijk met genoeg eerbied werd aangesproken, maar natuurlijk was Aegnor niet arrogant.
Verder had de oude Vlad blijkbaar behoefte aan gezelschap. Het verbaasde hem niets dat die graag samen wilde zijn met reptielen en kleptomane dieren. Hij was zelf tenslotte ook niet helemaal normaal. Maar nu Aegnor er over nadacht was niemand op Bumetrel normaal, dus kon hij de jongen tegenover hem best wel even helpen.

'Goed, ik heb een aantal slangen in de kelders. Kom mee, dan zal ik eens zien wat ik voor je kan doen.'

Ze gingen op pad naar de kelders en ondertussen bedacht Aegnor dat het wel erg toevallig moest lijken dat hij net een aantal slangen in de kelders had losgelaten. Deze reptielen waren echter het eigendom geweest van een van Aegnors slachtoffers en Aegnors nieuwsgierigheid had er voor gezorgd dat hij de dieren had meegenomen, er een poosje mee had geëxperimenteerd en ze uiteindelijk maar in de kelders had losgelaten.
Zo geruisloos mogelijk daalde Aegnor de trap naar de kelders af en toen ze beneden aangekomen waren, luisterde hij aandacht. Vervolgens gaf hij het paard dat naast hem stond een mep en siste hem toe dat hij stil moest zijn. Uiteindelijk hoorde hij wat hij zocht en met hoge snelheid rende hij door de gangen.

Uiteindelijk stopte hij en luisterde hij aandacht. Links van hem hoorde hij een zachte hartslag en Aegnors ogen flitsten naar de plaats waar de slang moest zijn. Een verlammingsstraal volgde en Aegnor ging voorzichtig naar het dier toe. Toen hij hem op wilde pakken, zag hij dat het niet een slang was maar een dikke, zwarte rat. Aegnor rolde met zijn ogen, brak de rug van het beestje en liet het dood achter. Zijn dorst was niet groot genoeg om hem leeg te zuigen.
Door te luisteren naar een hartslag kwam hij uiteindelijk bij één van de slangen die hij had losgelaten. Hij verlamde het beest, pakte het op en hield het de centaur voor die hem nogal vreemd aankeek.

'Hier,' zei Aegnor en hij bood de jongen de slang aan. 'Jij schrijft voor mij een werkstuk van Latijn en jij mag deze slang hebben.'

« [Reactie #18] : 9 jaar geleden »
Met de vampier de kerkers ingaan was niet helemaal wat Stavros voor ogen gehad toen hij Aegnor om hulp had gevraagd. Een mep op zijn achterwerk deed hem bijna vooruit schieten, maar hij kon zich nog net beheersen. Waar was hij in vredesnaam aan begonnen? Voorzichtig, zo stil mogelijk zijn hoeven neerzettend, volgde hij de vampier dieper de kerker in. Hij schrok toen Aegnor opeens met een rotsnelheid verdween.

Het duurde een eeuwigheid voordat Aegnor terug was. Hij had een paar bloedspetters bij zijn mond zitten, waar de centaur wijselijk maar niet over begon. In zijn handen lag een slang. Voor Stavros als hij een werkstuk latijn maakte voor de merifeller. Was dat alles?

"Een werkstuk latijn voor de slang?," vroeg hij voor de zekerheid. "En hoe lang blijft die nog verlamd?" Er moest toch ergens een addertje onder het gras zitten?