Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

GRAUW - Terwijl Dribbel Bumetrel in de as legt...  (1220 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

Zijtopic naast GRA! Alle stal-activiteiten vinden hier plaats.

Het was wel weer duidelijk. Het kasteel zou ten onder gaan, Patu had het al maanden geleden voorspeld. En iedereen zocht onderdak in de stallen, al dan niet gedwongen. Hij kon geen stap verzetten of er kwam weer een leerling binnengetuimeld en die had meteen een heleboel praatjes. Patu keek hem strak aan. 'Je naam?'

Op dat moment kwam de dwerg terug. Door de open deur was het gehinnik van pony's te horen. 'Meneer..' begon ze, maar toen kreeg ze de jongen in het oog. 'Ha, Aelin, jij leeft ook nog! Kom mee, je moet me helpen.' Meteen verdween ze weer achter de deur.

Patu keek de jongen nogmaals strak aan en herinnerde zich net op tijd de naam van het meisje. 'Je mag Dorian helpen. Maar als je herrie schopt, belandt je in de koeienstal. Om die uit te mesten.' Het was beter om meteen maar duidelijk te maken hoe de zaken stonden. Dat maakte het gesprek wel zo eenduidig.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Patu Gnarl »

Terwijl Dorian een in paniek geraakte pony, die uit zijn box was ontsnapt, probeerde te kalmeren - en tegelijkertijd zijn voorbenen te ontwijken, klonk een stem in haar hoofd. Yanta. Dorian negeerde haar. Ze kon toch niet antwoorden, bij de talrijke gaven die ze bezat, hoorde geen telepathie. Straks zou ze wel even aan de stalmeester vragen of hij telepathie kon en een bericht door kon geven.

'Kalm maar,' suste ze de pony, 'niets aan de hand. Ho... Rustig!' Ze was er eindelijk in geslaagd het beest zover te krijgen dat hij niet meer steigerde. Nu naderde ze hem langzaam, een wortel in haar hand. Het was een geluk dat de stalmeester die dingen in de ponystal bewaarde en niet bij de andere voorraden.

De pony keek haar wantrouwig aan, angst was in zijn ogen te lezen. Die stomme draak ook, die joeg iedereen de stuipen op het lijf. 'Kalm,' zei Dorian nog eens. De pony leek eindelijk te besluiten dat dit kleine, rode wezen niet bij de enge geluiden buiten kon horen en dat die wortel er wel erg lekker uitzag. Hij boog zijn hoofd en pakte de wortel aan. Dorian aaide de pony, net zolang tot hij kalm genoeg was weer mee terug te lopen naar zijn box.

Daar bekeek Dorian de schade. De pony had de grendel van de boxdeur er finaal afgetrapt. Tegen de muur aan lag een plank, daarmee en met wat touw kon ze de box wel weer afsluiten. Maar als ze dat deed, zou de pony vast weer in paniek raken. Ze zuchtte.

Toen bond ze een touw aan de halster van de pony en zette hem vast aan de enige haak waar ze bij kon. Veel te dicht bij de kapotte deur die ze moest repareren. Zodra die draak weer zou overvliegen, zou hij weer gaan steigeren, en dan zou Dorian tussen de ponyhoeven en de muur vast komen zitten. Daar ging ze dus niet aan beginnen.

Ze voerde de pony nog een wortel, keek of hij wel echt goed vastzat, deelde snel wat wortels uit aan de andere pony's, kroelde even haar eigen pony door zijn manen en ging op weg naar de stalmeester. Dit kon ze niet alleen aan.

Bij de stalmeester vond ze tot haar verrassing een eerstejaars, en nog wel een van haar eigen afdeling. Hoewel ze niet zoveel met de jongen ophad, hij was haar te arrogant, was ze blij hem te zien. Bovendien kon hij haar helpen, dan hoefde ze de stalmeester verder niet lastig te vallen. 'Ha, Aelin,' zei ze, 'jij leeft ook nog! Kom mee, je moet me helpen.'

Meteen haastte ze zich weer terug naar de pony's. Het klonk alsof de paniekerige pony zijn wortel op had en niet langer vast wilde zitten.
Klein maar dapper

Nou nou, wat waren alle mensen hier weer vriendelijk. Hij zat hier toch niet voor zijn ongelofelijke grote lol? Aelin rechtte zijn schouders na zijn val en opende zijn mond, toen zijn ooghoeken een andere leerling waarnamen. Eentje uit zijn eigen afdeling, een meisje. Was het niet een van de vijf? Hij zou echt eens wat beter moeten gaan opletten in de leerlingenkamer, wilde hij zijn verstand niet verliezen. Zonder eromheen te draaien, commandeerde het meisje hem zo'n beetje haar te volgen. Aelin zijn grijze ogen schoten naar de stalmeester en weer naar het meisje. De stalmeester gaf hem vrijwel direct toestemming, zodat hij niet lang aarzelde. Hij negeerde het dreigement -hij snapte écht niet wat al die volwassenen toch tegen hem hadden- en liep achter het meisje aan. Als hij zou reageren, zou hem dat vast weer -5 opleveren. Als het meisje voor hem dat te weten kwam... ze zou vast en zeker helemaal niet blij met hem zijn. He-le-máál niet blij.

En ja, dan zou hij waarschijnlijk zijn leven snel beëindigen. Het was dus een schone zaak de woorden niet in haar mond te leggen. Aelin liep met grote stappen achter het meisje aan en belandde uiteindelijk bij een paniekerige pony. Het beest dreigde uit te breken en was duidelijk behoorlijk van slag door de grote, afschrikwekkende, roze draak. Arm beest. Het paard dan.
'Ssh...' Sprak Aelin zachtjes. 'Ssh, bezwaar je hart niet, mijn jongen.' Zijn stem was opmerkelijk diep, toen hij tegen het paard begon te praten. Hij kon niet garanderen dat het beest er rustig van werd. Pegasus had dat vaak wel gedaan, maar dat waren meestal íets andere omstandigheden. Zonder roze draken bijvoorbeeld.

Aelin kalmeerde de pony, zeer tot Dorians opluchting. 'Kun jij hem even rustig houden?' vroeg ze en pakte de plank en het touw. 'Dan ga ik de deur even repareren.' De plank was wat onhandelbaar, maar met wat gewurm kreeg ze hem op de goede plaats, waarna ze hem vastzette met flink wat touw. Spijkers gebruiken zou makkelijker geweest zijn, maar dan had ze weer op zoek moeten gaan naar de stalmeester om te vragen waar die lagen... Nee, dat mocht de man zelf doen, als de draak weer weg was.

'Klaar,' zei ze even later tevreden. 'Hij mag weer in zijn box, wil jij dat doen? Het is misschien goed om hem even vast te zetten.' De deur zag er niet uit alsof hij nog een heleboel schoppen van een steigerende pony kon verdragen, ook al was hij dan gerepareerd.

In de hoek hinnikte haar pony. Dorian liep er naar toe en voerde hem een wortel. Het beestje snapte er natuurlijk ook niets van dat zij wel in de stal was, maar zich niet met hem bemoeide. Ze keek de stal rond en zag niets wat hun onmiddellijke aandacht vereiste. 'Hoe ben jij aan de draak ontsnapt?' vroeg ze en niet geheel logisch erachteraan, 'kun jij telepathie?'
Klein maar dapper

Ooc; sorry voor de late post, ik heb SE-week
^^   

Ic;
Het was bijna tot Aelins verbazing dat het paard rustig werd. Zachtjes duwde het beest zijn neus in Aelins hand en begon eraan te snuffelen. Aelin hield zijn hoofd een beetje schuin. Contact met een paard, of sowieso met een dier, was voor hem bedreigend, maar geweldig tegelijkertijd. Dieren konden hem rustiger, vriendelijker maken. Aan de ene kant was hij hier helemaal niet blij mee, aan de andere kant kon het hem op dat moment weinig schelen. Aelin hield met zijn ene hand het paard vast, terwijl hij met zijn andere hand zachtjes de hals streelde. Het paard boog zijn hoofd en blies zachtjes in zijn oor. Aelin trok grijnzend zijn hoofd weg. Dat kietelde! Hij was Dorian helemaal vergeten. De huid van het paard was zo zacht, hij voelde de kriebels om op de rug van het beest te gaan zitten, maar waarschijnlijk zou deze dan weer compleet in paniek raken. Ergens voelde hij de aandrang, diep van binnen, om zich trots naar Dorian te keren. Met een blik te laten weten dat hij iets kon als eerstejaars, wat zij niet voor elkaar had gekregen. Maar zoals ik hiervoor al zei, Aelin werd aardiger als hij met beesten omging en daarbij was hij Dorian straal vergeten, totdat deze tegen hem begon te spreken.

De box was gemaakt. Aelin beantwoordde Dorian zijn vraag door het beest te keren en hem rustig zijn box in te laten stappen. De verandering van omgeving leek het paard te doen schrikken, alsof hij plotseling tot het besef kwam dat er buiten een roze draak vloog en hij hier opgesloten zou worden. Voordat Aelin kon ingrijpen, rukte het beest de teugels uit zijn hand en trapte hij Aelin omver. Met een doffe bons belandde Aelin in het stro, dat gelukkig zijn vang omving. Het enige probleem was dat er een steigerende pony boven hem stond en hij precies in de doorgang op de grond lag. Aelin rolde zich om en werd op deze manier op een haar gemist door de hoeven. Hoewel hij niet bang was geweest voor die grote, enge draak, sloeg de angst nu tot in zijn aderen toe. De pony steigerde nog eens. Dorian. Waar was Dorian? Aan de wand trok Aelin zichzelf op en ging voor de deuropening staan, zodat de pony niet kon ontsnappen.

'Help me hem vast te houden!' Riep Aelin over zijn schouder. Hij greep richting de leidsels. Natuurlijk, hij had ze in een keer. Maar dat wilde niet zoveel zeggen. Het paard was vele malen sterker dan hij en als hij niet snel rustig werd, kon Aelin hem onmogelijk houden. 'Ho, sshht. Ho maar.' Zijn diepe stem borrelde door de stallen heen. Ergens was hij bang dat de stalmeester zou denken dat dit zijn schuld was en er opnieuw zomaar punten zouden worden afgetrokken. Het zou niet de eerste keer zijn. Dorians vragen zouden zometeen wel komen.

Er klonk wat gebonk in de stal, maar Dorian ging ervan uit dat Aelin de pony wel onder controle had. Dat was een misvatting. Ze haastte zich naar hem toe toen hij om hulp vroeg en zag de hachelijke positie waarin hij verkeerde.

Ze dook onder Aelins arm door en staarde de pony aan. 'Kalm...' mompelde ze, 'kalm...' Tegelijk probeerde ze wilsmagisch een kalmerend gevoel mee te sturen. De pony steigerde en Dorian zag dat Aelin de teugels bijna liet schieten. Snel greep ze boven zich en begon mee te trekken aan de teugels. Daar kon de pony niet tegenop. Hij zakte weer op zijn vier benen. 'Laat maar los,' zei Dorian, 'ik maak hem vast aan die haak.' Het was logisch dat zij dat deed, want zij was kleiner en dus kon ze makkelijker langs de pony lopen. Aelin liet los en Dorian maakte snel de teugels vast. De pony probeerde nog wat te bokken, maar merkte dat dit lastig ging.

'Schuif dat touw eens hierheen?' vroeg Dorian, wijzend op een stuk touw dat vlakbij Aelin op de grond lag. Toen ze het had, maakte ze ook dit touw vast aan het halster en aan de haak. Als de pony weer in paniek raakte, zou hij in ieder geval niet zijn teugels kapot breken. Dorian wandelde de box weer uit, deed de deur dicht en vroeg Aelin om de pony een wortel te voeren.

Zelf leunde ze tegen de muur, een moment uitpuffend. Toen liep ze alle pony's langs, constateerde dat geen ervan op het punt stond los te breken en ging op een haverkist zitten. 'En? Kun je telepathie?'

Klein maar dapper

De luchtelf en de dwerg verdwenen weer naar de pony's en hoewel hij er een hekel aan had, besloot Patu erop te vertrouwen dat ze het wel onder controle hadden. Hij liep snel naar Fernand toe en droeg hem op een rondje door de stallen te maken om te zien of alle dieren in orde waren. Fernand knikte ernstig. 'Als er wat is,' zei Patu, 'dan ben ik buiten.' Fernand keek bang en Patu vermoedde dat hij niet zo heel snel door de staljongen gestoord zou worden. Des te beter.

Door de achterdeur wandelde hij het achterpleintje op, waar Muliph helemaal door begon te draaien. Hij was een beetje opgelucht toen hij merkte dat Amaltheus niet aanwezig was. Snel kalmeerde hij het monster met een verlamspreuk en klom toen via het hok op het dak van de stallen.

De draak vloog over en Patu vernauwde zijn ogen. Wat bengelde daar onderaan... Was dat... Welja, dat was ook een creatieve manier om van een schoolhoofd af te komen. Er doken wat spreuken op in zijn geheugen, die hij negeerde. Als hij het beest ging omleggen zou mevrouw het schoolhoofd vast heel pijnlijk op de grond terechtkomen. Dat was niet de bedoeling. Bovendien stonden er allemaal gekken op het dak van de school, die vast heel ijverig bezig waren met het neerhalen van de draak en het opvangen van het schoolhoofd. Vrouwe van Uncha was zijn verantwoordelijkheid niet. De stallen waren dat wel.

Snel liet hij zijn blik over het dak van de stallen gaan, wandelde er, toen de draak de andere kant op vloog, snel overheen en liet zich aan de andere kant weer op de grond vallen. Hij brak niet eens zijn benen.
Nu hij weer wist hoe groot de stallen van boven waren, werd het tijd om zijn favoriete spreuk in vroeger tijden eens onder het stof vandaan te halen en uit te vergroten. Hij had hem van Bor geleerd, de koopman met wie hij rond had gereisd voor hij naar Ypsilon ging. Het was een heel handige spreuk die ze nog wel eens gebruikten als er woedende mensen naderden die eruit zagen alsof ze niet zoveel met kobolden ophadden.

Geconcentreerd begon hij te spreuken, zijn krachten tot het uiterste oprekkend. Precisie was vereist. Hij wilde dat de stallen vanuit de lucht niet zouden worden opgemerkt, maar iemand die van het grasveld kwam, moest wel de ingang kunnen vinden. Hij kon dus de spreuk niet zomaar als een schild over de stallen heengooien, iets wat Bor en hij wel eens met de huifkar gedaan hadden.

Kostbare minuten gingen voorbij, evenals een haastige draak, maar toen was hij klaar. Patu knikte tevreden en liep naar de staldeur. De draak zou, als het goed was, nu de stallen niet zien als hij naar beneden keek. Hij zou ook geen gat zien. Hij zou gewoon... de plek zou zijn aandacht niet trekken.
De kobold legde zijn hand op de deurknop, maar aarzelde even. Hij keek over zijn schouder naar school, zag de chaos en zuchtte. De stallen waren zijn verantwoordelijkheid, maar natuurlijk kon hij het niet laten de hele school tot zijn verantwoordelijkheid te maken, met als enige logische resultaat dat alles ten onder zou gaan.

Met zijn geest zocht hij die van Rhiakath - een van de weinigen op school die hij goed genoeg kende om een telephatisch gesprek mee te voeren - en vroeg: 'Kun je die draak in je eentje aan?'

Aelin was kind of gratefull, dat de dwerg hem had gered van het krankzinnige paard. Hoewel de leidsels niet uit zijn handen waren geglipt, had hij het zeker niet lang meer gehouden en de kracht van het meisje was onvoorstelbaar in combinatie met de zijne. Samen kregen ze het paard weer op vier benen en wisten hem uiteindelijk zelfs vast te binden. Of... Dorian althans. Aelin liet een beetje beschaamd het laatste werk aan haar over. Wat was hij nou voor vent. Oké. Elfen stonden niet echt bekend om hun wonderbaarlijke kracht. Althans, luchtelfen niet. Hij kon niet in alles goed zijn, nietwaar? Hij was al zo perfect, het zou ook maar saai worden als hij volmaakt zou zijn. Een van de touwen in zijn buurt werd door Dorian gevraagd naar haar toe te komen. Nouja, er werd eigenlijk aan Aelin gevraagd of hij het touw naar haar wilde schuiven. De jonge luchtelf schoof het met modder besmeurde toe met lichte walging naar de dwerg. Hij voelde er ergens helemaal niets voor om nu zijn handen vies te maken. Niet nu ze al in zo'n hachelijke situatie zaten. Logisch? Absoluut niet, maar dat was Aelin ook niet.

Nadat hij weer overeind was gekrabbeld en goed en wel weer veilig stond, leunde hij op de net gemaakte staldeur, om naar zijn afdelingsgenoot te kijken. Een dwerg was absoluut geen match voor hem, maar hij kon het toch niet laten om zijn hormonen zijn grijsblauwe ogen te lenen. Na een tijdje vroeg de dwerg hem een vraag, die ze al eerder had gevraagd, maar op dat moment voelde Aelin zich niet in de juiste positie om daar vrij op te antwoorden. Dit keer echter, nu het paard vastgebonden was en de deur gemaakt, richtte hij zijn sprekende ogen op het meisje en keek haar even aan.
'Zie ik eruit alsof ik telepathie kan?' Het was niet geheel onaardig, maar toch wel een beetje spottend. Aelin liep naar een van de strobalen en plofte er op neer, hoewel het er nog aardig galant uitzag. 'Nee, ik kan geen telepathie,' vervolgde hij ditmaal zonder drijvende spot. 'Ik verdiep me meer in de vechtkunst, hoewel ik ook elementaire magie volg.' Een strootje bleef haken op zijn kleding. Zijn slanke vingers plukten hem er vanaf. 'Kun jij telepathie?'

De jongen staarde naar haar. Dat vond Dorian geen probleem, ze staarde gewoon terug. En dat werkte, want eindelijk gaf hij antwoord. Als hij in de leerlingenkamer zo op haar gereageerd had, nou... dan had ze hem misschien op zijn nummer gezet, hij was tenslotte maar een eerstejaars. Maar nu was er sprake van een bijzondere situatie, dus ze luisterde alleen naar zijn woorden, niet naar de toon waarop hij dat zei.

'Nee,' antwoordde ze, 'dat is nu net het probleem. Ik kreeg van Yanta de boodschap om naar de leerlingenkamer te komen, maar ik kan haar niet vertellen dat ik hier zit en jij ook. Misschien kan de stalmeester telepathie.'

De staljongen kwam binnen, vroeg of alles in orde was en Dorian knikte. 'Kun jij telepathie, toevallig?' De staljongen schudde zijn hoofd. 'Nou ja, pech gehad dan. Heb je nog hulp nodig?' 'Weet nog niet,' mompelde de jongen. 'Je roept maar,' zei Dorian, 'dan komen we wel helpen.' Ze had er geen enkel probleem mee om Aelin daarbij in te sluiten. Als er een crisis was, moest iedereen doen wat hij kon doen. De staljongen knikte en verdween weer.

Dorian wist dat ze op zoek moest naar de stalmeester om hem te vragen of hij een bericht naar Yanta kon sturen, maar ze kwam niet in beweging. In plaats daarvan vroeg ze Aelin: 'Hoe vind je het tot nu toe op Bumetrel?'
Klein maar dapper

Yanta? Dat was toch een van de leden van de raad van vijf, waar hij laatst nog mee had zitten praten? Aelin mocht haar wel, ze was vriendelijk geweest, maar niet overvriendelijk, waar sommige leerlingen hier op school nog wel eens last van schenen te hebben. Aelin knikte afwezig. Juist, misschien kon de stalmeester wel telepathie. Die chagrijnige... misschien kon hij echt telepathie. Hield dat in dat je dan ook gedachten kon lezen? Voortaan zou hij oppassen met gedachten bij iedereen in de buurt waarvan hij niet zeker wist of ze telepathie konden of niet. De Heracor jongen draaide zich om, toen een geluid zijn oren binnendrong. De staljongen stond even in de deuropening, voordat hij naar binnen liep. De grijsblauwe ogen van Aelin volgden hem zwijgend. Dorian vroeg iets aan hem, maar ook hij kon geen telepathie. Zijn gedachten waren weer vrij. Hij, de staljongen, was in ieder geval niet erg zeker over zijn zaak. Waarschijnlijk had de grote boze draak hem behoorlijk aan het schrikken gemaakt. Aelin keek even opzij naar Dorian. Aha. Het was altijd handig om te weten waar je aan toe was, nietwaar? Ze had hem zojuist betrokken bij het 'helpen'. Dat had niet helemaal in Aelins plannen gelegen, maar wellicht was helpen hier nog niet eens zo verkeerd. Dan kon hij uit deze gevaarlijke stal ontsnappen en tenminste naar zijn leerlingenkamer gaan. Het was een wonder dat die kleine grote Dribbel de stal nog niet platgebrand had.

'Ja, dan komen we je helpen,' bevestigde de eerstejaars met een sluw lachje, die hij zo goed en zo kwaad als het ging verborgen hield voor Dorian. Hij volgde de staljongen en duwde hem met zijn ogen over de drempel. Dag dag! In de verte zag hij wat opflitsen, waarschijnlijk de draak die een poging deed tot de hare stenen muur van het kasteel in de brand te steken. Wat een grap. Hier moest hij zijn. Joehoe! Hier dus.
Een vraag van Dorian deed hem opkijken. Op de een of andere manier leken alle leden van de raad van vijf -tenminste, zij was er toch een?- dezelfde vragen te stellen. Hij glimlachte een kleine lach. 'Krankzinnig,' antwoordde hij. Tja, wat moest je er nog meer van maken. 'Wij hadden geen roze draken in ons bos, dat kan ik je verzekeren.' Hij keek haar serieus aan. In zijn blik was geen spoor van een plagerijtje te bekennen, ook al bedoelde hij het wel zo. Alhoewel, met Aelin kon je dat nooit zeker weten. 'In ieder geval, ik vind het wel oké hier. Een paar lessen zijn wat nutteloos en een paar Myrofas zijn erg... ' Aelin schatte haar even in. Hij was persoonlijk recht voor zijn raap, maar hij wilde niet dat zij om zou vallen, omdat hij iets raars had gezegd, dus besloot hij het maar simpel te houden: 'dom.' Eindigde hij zijn zin. Hij dacht aan de centaur uit zijn jaar. Die was pas echt zielig, maar de rest viel wel mee. 'Maar het is in ieder geval een ervaring, daar hou ik wel van.'

Er klonk iets door in de stem van Aelin wat Dorian niet helemaal begreep. Ze negeerde het. Misschien probeerde hij gewoon te verbergen dat hij bang was. Ze grijnsde bij het horen van zijn antwoord. 'Wij wel in de bergen,' reageerde ze. 'Niet roze trouwens. Rody en ik hebben hem een keer van dichtbij gezien, maar die was oud en sliep. Dribbel is een stuk enger.' Ze hoopte maar dat de leraren iets konden bedenken om hem weg te jagen.

Ze glimlachte even bij zijn opmerkingen over sommige medeleerlingen. 'Kijk maar uit,' zei ze op een wat plagende toon, 'op een dag ontdek je dat die domme myrofas alleen op een heel andere manier ehm... praten of denken dan jij.' Ze trok haar knieën op en sloeg haar armen over elkaar heen. 'Woonden er bij jullie in het bos andere myrofas of alleen luchtelfen?' Wat deden luchtelfen eigenlijk in het bos? Die woonden toch in luchtsteden? 'Ik weet nog wel dat het heel lang duurde voor ik alle verschillen tussen alle rassen een beetje doorhad. Iedereen is op z'n eigen manier wel slim, maar...' Ze glimlachte even. 'Soms is het wel lastig om dat te ontdekken ja.'

De pony's leken aardig rustig te blijven. Dorian bedacht dat ze maar eens op zoek moest gaan naar de stalmeester, toen de paniekerige pony weer begon te bokken. Ze sprong van de haverkist af en liep naar hem toe. Met al haar kracht trok ze aan het touw waarmee hij aan de muur vast zat, zodat hij niet kon gaan steigeren. 'Kalm...' mompelde ze. Ze aaide hem over zijn hals en hij kalmeerde wat.

'Hoe ben je eigenlijk aan Dribbel ontsnapt?' vroeg ze over haar schouder.
Klein maar dapper

Aelin trok zijn wenkbrauw op. Hadden ze serieus een echte draak gezien? Maar toen vertelde Dorian dat ze alleen maar een oude en slapende draak hadden gezien. Meteen werd het verhaal een stuk geloofwaardiger. Aelin geloofde er namelijk niets van dat Dorian er zomaar een had gezien en het dan ook nog op deze manier kon navertellen. Alhoewel, er lag nog steeds ergens een kans dat het hem wel overkwam, maar deze draak was roze. Dat telde niet. Hij liet zijn wenkbrauw weer zakken en bleef bewegingsloos staan, geconcentreerd luisterend of Dribbel nog in de buurt was. Hij had er geen flauw idee van dat Dribbel inderdaad nog in de buurt was en een enorme ravage aan het aanrichten was door leraren te grijpen en met ze rond te vliegen. Hij had ook geen idee dat alle leraren zo'n beetje buiten stonden. Voordat hij echt domme dingen kon gaan doen, bracht Dorian hem weer terug naar de wereld binnen een stal met een houten dak dat binnen één tel in vlammen op kon gaan.

Hij grinnikte. 'Oja?' Antwoordde hij alleen maar. Er klonk een lichte spot door in zijn stem. Hij was niet zo bang voor andere wezens. Misschien te weinig, maar daar kwam hij dan ooit nog wel eens achter. Luchtelfen waren een superieur ras. Daar hadden anderen aan te wennen. 'Nog andere luchtelfen?' Vroeg hij verbaasd, terwijl hij naar Dorian keek. Wist die dan helemaal niets van luchtelfen? Belachelijk!
'Natuurlijk woonden er nog andere luchtelfen! Mijn dorp was niet bouwvallig, er is ruimte genoeg voor zo'n honderd luchtelfen.' Er kwam nog een vraag achteraan, werd ze daar nou nooit moe van?
'Ik weet er alles van,' mompelde Aelin, terwijl hij met een schuin oog naar Dorian keek. Hij draaide zich om en liep naar de deur van de stal waar hij even zijn hoofd naar buiten stak. Op het eerste gezicht leek alles rustig, maar hij hoorde het gebrul. Het was nog niet over. Aelin stapte weer naar binnen en keek om naar Dorian die met een van de pony's bezig was. Hij liep erheen en leunde ontspannen tegen de deurpost, met zijn armen over elkaar geslagen.
'Ontsnapt? Dribbel was helemaal geen gevaar, ik zat prima in mijn boom, maar Olfughto wilde me perse hier hebben. Daar is niets ontsnapperigs aan. Lukt het?'
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Aelin Eleniel »

Dorian schudde licht haar hoofd, hij had haar helemaal verkeerd verstaan, maar ze nam niet de moeite hem te verbeteren. Waarschijnlijk had hij, toen hij nog thuis woonde, helemaal geen aandacht gehad voor andere myrofas dan luchtelfen. Maar ze grinnikte wel even toen hij zei dat Dribbel geen gevaar was. 'Volgens mij onderschat je Dribbel,' zei ze, 'hij had je levend geroosterd als je in die boom was blijven zitten. Wees blij dat Olfughto je hierheen gestuurd heeft.'

De pony was weer kalm geworden, Dorian bond het touw wat strakker vast en draaide zich om naar Aelin. Toen keerde de chaos weer terug.

--- Intussen achter de stallen - Fernand ---

Fernand had zijn ronde door de stallen afgerond en liep in het gangetje dat naar de deur naar het achterpleintje voerde, toen die deur opeens openging en er een meisje binnen kwam hollen, al gillend. Hij greep haar vast, wetend dat hij dat onder andere omstandigheden dan deze nooit, maar dan ook nooit mocht doen en schudde haar door elkaar. Het meisje kwam weer wat bij zinnen, keek hem verwezen aan en riep: 'Help! Is die draak weg? Lola is gevallen. Het stonk! Ze verdrinkt!' Fernand keek het kind met grote ogen aan en vroeg: 'Waar?' terwijl een angstwekkende mogelijkheid in hem opkwam. Haar antwoord - een wijzende arm - bevestigde zijn ergste vermoedens. Even wilde hij naar buiten om Gnarl te halen, maar toen besefte hij dat de kobold niet op het achterpleintje geweest was, anders had hij het meisje wel opgevangen. Hij moest dit zelf afhandelen.
'Ga naar de ponystal. Die deur door en dan de tweede deur rechts. Daar zitten twee ouderejaarsleerlingen. Neem ze mee naar de plek waar Lola gevallen is. Ze moeten touw meenemen.' Het meisje huilde nu, maar knikte toch en liep in de richting die hij gewezen had. Zelf rende hij de andere kant op.

--- Ponystal - Dorian ---

In de verte werd gegild, er klonken stemmen, haastige voetstappen, de deur ging open, een klein dwergenmeisje in een Merifelgewaad tuimelde binnen en bazelde iets over een Lola die verdronk en dat ze touw mee moesten nemen. Dorian sprong op. 'Kom mee,' zei ze tegen Aelin, en liep achter het meisje aan de deur uit. In het gangetje hing een bos touw aan een haak, die ze zonder pardon in Aelins armen deponeerde en voordat hij kon protesteren begon ze te rennen, achter het meisje aan.

Ze gingen naar buiten, het achterpleintje op. Dorian wierp een blik op de lucht en zag tot haar grote opluchting niets roze. Ze renden om de stal heen en bleven abrupt staan. Daar was de gierput, met de staljongen op de rand en een gillend en spartelend meisje erin. Hoe had ze het in vredesnaam klaargespeeld om daarin te komen? 'Het touw,' zei ze haastig en gaf het snel door aan Fernand. Zelf klom ze ook op de rand. 'Lola, kun je me horen? Lola!' Het meisje stopte even met gillen, wat haar de kans gaf om te zeggen: 'We gaan je hieruit halen, Lola. Kun je zwemmen?' Ze had geen idee hoe je lang boven kon blijven in de vloeibare mest , maar ze moesten alles doen wat ze konden. Naast haar knoopte en gooide Fernand een lasso, maar Lola bleef maar spartelen en de lus gleed weer van haar arm af voor hij hem aan kon trekken.

'Aelin!' zei Dorian. 'Jij kunt vliegen! Kun je er vlak overheen vliegen en haar handen pakken? Of de lasso om haar middel laten vallen?' Hij moest het kunnen, hoe konden ze anders het meisje redden?

Spoiler: click to toggle
Klein maar dapper