Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

GRA!  (3699 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 9 jaar geleden »
Met grote slagen van zijn minstens zo grote roze vleugels vloog het grote roze gevaarte over het grote groene bos. Het grote groene bos dat steeds donkerder groen werd door de invallende avond. Nog altijd was dat kasteel dat te midden van zijn domein stond een doorn in het oog. Het was dan wel een tijdje geleden dat hij een poging had gedaan het gedrocht uit te roeien, maar het was jammerlijk gefaald. In de tussentijd had hij het kasteel dus met rust gelaten en had hij enkel zo nu en dan gespeeld met de poppetjes in dat kasteel.
Misschien echter werd het tijd om een nieuwe poging te doen om de bewoners van het kasteel weg te jagen. De grote roze draak vloog daarom over het grote groene bos, op weg naar het grote zwartwitte kasteel. Hoewel Dribbel nog een jonge draak was, in de puberteit, was het wezen al bezig met de voorbereidingen voor het maken van een nestje jonge draakjes. Dat hield in dat hij moest zorgen dat  er een terratorium was waar hij zijn vriendinnetje, als hij die kon vinden, mee naartoe kon nemen. Hier zouden vervolgens zijn kinderen opgroeien. Die Myrofas echter probeerden hem altijd weg te jagen. Dribbel had dus al uitgevogeld dat het een kwestie was van hij hier, of zij hier. Dribbel koos dan ook voor hij hier.
Met een brul zette het wezen zijn aanval in op het kasteel. Rook kwam uit zijn neus, waarna er een grote vlam uit zijn mond kwam terwijl hij over het grote grasveld voor de school vloog. Iedereen die in die vlam terecht zou komen was reddeloos verloren. De draak vloog verder, net over het dak van de school, over de binnenplaats, waar hij opnieuw zijn hete adem gebruikte om iedereen weg te jagen. Hij vloog opnieuw over het gebouw heen, zette zijn klauwen voor een moment in het dak om deze te slopen en brulde, waarna hij opsteeg om van een iets grotere hoogte zijn resultaten te bekijken. Met een grote circel zette de draak opnieuw een aanval in.

Spoiler: click to toggle
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Dribbel »

« [Reactie #1] : 9 jaar geleden »
De gemaskerde (inmiddels niet meer gemaskerd en niet meer gehuld in een allesverhullende mantel - zulke dingen vallen nu eenmaal erg op op klaarlichte dag - maar gekleed als een gewone myrofas) zag de draak vanuit een van de torens van het kasteel aan komen vliegen. Het wezen was weerzinwekkend, besloot de gemaskerde. Het moest een trieste dag voor vader draak geweest zijn toen hij zag dat het broedsel van moeder de vrouw een roze draakje had opgeleverd. Desalniettemin had deze draak dezelfde spuwkracht als een gemiddelde betergetinte draak en het duurde dan ook niet lang voordat het hele kasteel en de terreinen daarbuiten in rep en roer waren.

De gemaskerde bedacht zich niet en zette het op een rennen. Dit was dé kans waar de gemaskerde op gewacht had. Eindelijk...

« [Reactie #2] : 9 jaar geleden »
'Niet doen,' riep Tatiana, waarna ze aan de arm van de myrofas trok die van plan was naar buiten te rennen. 'Dribbel is gevaarlijk. Ga naar je leerlingenkamer.' Het meisje duwde de myrofas in de richting van de andere myrofas, die richting de slaapzaal liepen, waarna de persoon weinig keus had door met de stroming mee te lopen. Met een zorgelijke blik op haar gezicht keek ze uit het raam. Wat ging mevrouw Krause hier nu weer aan doen? Hoewel Tatiana bedacht dat ze fysiek er vast niet tegenop gewassen was, of magisch, bedacht ze zich dat die vrouw niet dom was, die zou ongetwijfeld iets bedenken. Tatiana keek rond om te zien of iedereen richting de slaapzaal ging en corrigeerde nog een paar eerstejaars die dapper wilden zijn. Typisch Heracor.
Het meisje keek rond om te zien of ze een bekende zag. Ze maakte zich zorgen. Ze wist haast zeker dat Djoal nu bezig was met Penina, even voelde ze opnieuw een vleugje jaloersheid opkomen. Penina had alles, ze had veel vrienden, tijd voor hen, ze had een vriendje, ze was altijd vrolijk, altijd aardig... Tatiana voelde zich haast slecht als ze naast Penina stond.
Met een gil dook Tia opzij toen Dribbel vlak langs het raam vloog waar ze stond. Met een bange blik keek ze naar het raam. Hoe gingen ze deze nacht in vredesnaam doorkomen?!

« [Reactie #3] : 9 jaar geleden »
Het was de hoogste tijd om naar bed te gaan, maar Dorian had nog geen zin. Vandaar dat ze nog  samen met wat anderen rondhing op het grasveld. Totdat gealarmeerde kreten het rondhangen veranderde in oplettend kijken.

Er kwam iets aan. Iets groots. Iets... roze? Dorians mond viel open. Slechts één keer eerder had ze een draak gezien, maar die was oud en lag te slapen. En hij was zeker niet roze. 'Wegwezen!' brulde iemand en iedereen rende een andere kant op. Een angstwekkende brul herinnerde haar eraan dat zij nog midden op het grasveld stond. Geen plek om te schuilen. En daar kwam de draak aan!

Er waren niet veel keren dat Dorian echt bang geweest was. De keer op het dak, toen ze door een basilisk aangevallen waren, kwam er dichtbij, maar toen had ze het te druk gehad met stenen gooien. En nu was het tijd om druk te worden met...

wegrennen. Een korte blik op de lucht leerde haar dat de draak recht op haar afkwam. Dorian gilde een oude, dwergse strijdkreet en begon weg te rennen, dwars op de vliegrichting van het beest.

Hij kwam dichterbij. Ze voelde het. Ze hoorde het. Ze róók het. Met een snoekduik dook in de richting van een grote boom. Achter haar raasde een vlam over het grasveld. Dorian ving haar val op met een koprol, rolde door en dook weg achter de boom. Daar bleef ze even zitten om op adem te komen en bekeek ze de schade.

Hmm... haar gewaad was iets geschroeid, maar brandde niet. Haar elleboog zou wel blauw worden, van de manier waarop ze op de grond gekomen was. Het grasveld... Haar ogen werden groot. Het grasveld was geblakerd en de draak was bezig een toren te vernielen.

Tot overmaat van ramp zou ze het hele grasveld over moeten steken om bij school te komen.
Klein maar dapper

« [Reactie #4] : 9 jaar geleden »
Avond, eindelijk. Pedro was nog maar net uit de veren en zat zuchtend zijn lessen voor te bereiden achter z'n bureau. Tot een ijzingwekkend geluid de sleur doorbrak. Die brul kwam hem akelig bekend voor...

De vampier sprong op, pakte meer wapens dan hij tegelijk hanteren kon, en rende als een bezetene door de gangen van het kasteel. Een balkon, snel, of iets dergelijk... Uiteindelijk stond Pedro op een balkon op tweehoog en hoefde niet ver te zoeken. De roze draak brulde nogmaals en scheerde over de gebouwen van Bumetrel heen. "Allemanoggies..." fluisterde Pedro. Bij de vorige keer wist Pedro samen met een paar collega's het beest te verjagen, maar ditmaal was het monster alweer groter geworden. Hij wierp een inschattende blik op z'n sabel en trok een wrange glimlach.

Beneden was er paniek uitgebroken. Myrofas, zelfs enkele volwassene, vluchtten naar binnen. Lafaards... dacht Pedro, het zou niet lang duren voor ze ook binnen niet veilig waren. Het roze gedrocht was immers al begonnen met vuurspuwen. Vuur... Pedro huiverde even. Wat te doen, wat te doen...?

Hij had geen boog bij zich, maar daarmee zou je dan toch een meesterschot moeten verrichten. Hij had een sabel, een speer, en een goeiedag. Men, dat ding was zwaar. Zou een goede tik tegen z'n snufferd helpen? Eerst maar 'ns de aandacht trekken dan. Pedro zette zich over zijn angst heen met de gedachte aan lovende Myrofas en jaloerse rivalen en sprong het dak op.

"Heeee jij! Jij maakt me niet bang, jij varkenshond! Ga je eigen achterste maar koken, zoon van een mafkees! Ik snuit m'n neus in je richting, zogenaamde draak!" Even maakte Pedro kennis met het zeldzame gevoel van een jamais vu...

« [Reactie #5] : 9 jaar geleden »
Aegnor hoorde kinderen gillen en liep er op af. Hij werd bijna ondersteboven gelopen door allerlei blauwe gewaden en besloot dat Nubi waarschijnlijk ontploft was. Een groot paard zou zijn heengegaan en het puntenaantal van Merifel zou drastisch stijgen. Er waren een heleboel omschrijvingen voor die man, maar Aegnor zou de centaur nooit als draak omschrijven. Ten eerste had hij geen vleugels, ten tweede spuwde hij zelden vuur en ten derde was hij er niet knap genoeg voor.

Verderop zag hij Pedro lopen met de halve wapenkamer over zijn schouders. Wat was hij van plan? Heel Heracor bewapenen en de macht overnemen op school? Nieuwsgierig liep Aegnor achter hem aan en stond even later op een balkon. Vlak voor zich zag hij een enorme roze draak langsschieten. Een balkon verderop stond Rodriguez, maar die sprong even later op het dak. Aegnor kon hem alleen nog maar horen schelden, zonder iets te zien.

Nieuwsgierig keek Aegnor naar de dakrand en besloot dat als Pedro naar het dak kon springen, hij dat ook kon. Snel klom hij op de rand van het balkon, wierp een blik de diepte in en sprong naar boven. Zijn vingers grepen de dakrand en vervolgens trok hij zich het dak op. Daar bleef hij liggen, zodat Dribbel hem niet raakte. Hij keek naar de roze buik die over hem heen scheerde en stond vervolgens op.

'Aposterandreos,' riep hij en wachtte tot Dribbel verlamd en wel boven op Gustafs kantoor zou ploffen. Er gebeurde echter weinig, behalve een woest drakenoog dat hem ongetwijfeld zou zien en zich afvragen wie het in zijn hoofd haalde om hem te bespreuken. Snel wierp Aegnor een blik op Pedro en besefte te laat dat die het waarschijnlijk helemaal niet grappig zou vinden dat er een leerling met hem en een levensgevaarlijke draak op het dak zat.

« [Reactie #6] : 9 jaar geleden »
Van het ene op het andere moment sloeg de chaos toe. Pegasussen hinnikten en probeerden weg te vliegen, kippen kakelden door elkaar, konijnen schoten angstig in hun hokken heen en weer, paarden wilden losbreken.

Temidden van dat alles stond Patu even verbijsterd rond te kijken en holde toen naar de pegasussen. Die moesten het eerst gekalmeerd worden. Intussen schreeuwde hij naar Fernand, die net de geiten aan het melken was, dat die het geitenhok moest dichtgooien en de paarden komen kalmeren.

Eén van de pegasussen was al druk bezig met het kapotschoppen van zijn boxdeur. Patu wist niets beters te doen dan een kalmeerspreuk, hoewel hij wist dat het een lapmiddel was. Maar het gaf hem de gelegenheid de pegasus te kluisteren. Het koste wat touw, maar even later kon het beest geen kant meer op.

Er was wel één nadeel: Mocht er iets gebeuren, brand uitbreken enzo, dan zou het hem een hoop tijd kosten om de pegasus weer los te maken. Teveel tijd. Wat hem op de volgende vraag bracht: wat wás er eigenlijk aan de hand?
Patu controleerde de andere pegasussen, concludeerde dat die voorlopig niet konden uitbreken en haastte zich naar de staldeur. Fernand, die op dat moment de paarden rustig had gekregen, kwam achter hem aan. Samen keken ze naar buiten.

'De wereld vergaat!' riep Fernand. Hij werd lijkbleek. Patu schudde zijn hoofd. Natuurlijk, op een dag zou de wereld vergaan, maar waarschijnlijk zou de wereld hem niet het genoegen doen te vergaan op een moment dat Patu er bij was om het schouwspel te bewonderen. Hoewel een roze draak ook wel de moeite van het bekijken waard was.

'Nee,' zei hij op de meest geruststellende toon die hij kon vinden (niet zo heel geruststellend dus), 'de wereld vergaat niet ook al doet Bumetrel dat wel. Maar die draak moet niet denken dat-ie met Patu kan spotten. Hup, ga maar eens kijken of de geiten de boel niet afbreken.'

Fernand sjokte weg, iets gerustgesteld door de vertrouwde moppertoon van de stalmeester. Patu wierp nog een blik buiten de deur, fronste en brulde over het grasveld, in de richting van het rode figuurtje dat daar rondbuitelde: 'He jij daar! Hierheen!'

Het gaf tenslotte geen pas leerlingen opgegeten te laten worden, als je ze ook onderdak kon bieden in de stal.

« [Reactie #7] : 9 jaar geleden »
De gemaskerde had buiten Tatiana gerekend. Zonder pardon duwde ze hem terug de gang in. Hij keek achterom en probeerde weer om te keren maar hij werd vooruit gestuwd door de andere leerlingen die in paniek het kasteel invluchten.

Er zat weinig anders op dan met de stroom mee te lopen en naar de leerlingenkamer te gaan. Niet alleen kon hij onmogelijk teruggaan, zo dwars tegen de stroming in, bovendien zou de gemaskerde onmiddellijk gemist worden als hij zich niet met de andere leerlingen in de leerlingenkamer meldde. Hij verwenste Tia omdat ze in haar eeuwige zorg voor de rest van de wereld hem had belet om het kasteel te verlaten. Hij had de poort niet eens weten te bereiken, waardoor het plan om Bumetrel ongemerkt te ontvluchten al bij voorbaat was mislukt.

Eenmaal in de leerlingenkamer van zijn afdeling meldde de gemaskerde zich bij een willekeurig lid van de raad van vijf. Hij ging aan een tafel zitten en mengde zich (schijnbaar) vol enthousiasme in de gesprekken van zijn afdelingsgenoten die maar niet uitgepraat raakten over de verschrikkelijke roze draak.

« [Reactie #8] : 9 jaar geleden »
Als een krabpaal voor een kat, (die overigens nog niet waren uitgevonden) zo staken de torens zwart en wit omhoog voor de draak. Het was dus ook geen wonder dat Ehriondah, die in haar huis zat en om een aantal redenen  brieven aan het schrijven was. Een naar haar broer om raad te vragen over deze "gemaskerde" die oude gevoelige koeien uit de sloot haalde, en Ehriondah meer had beledigd dan diegene zich waarschijnlijk voor kon stellen. Daarnaast had ze meer brieven, die haar deden glimlachen, en die ze veilig op borg.

OP het moment waarop ze zorgvuldig haar veerpunt in de inkt had gedoopt ging er een schok door haar hele huis en had ze promt een wijdser uitzicht dan ze ooit had gehad (en van haar leven had gewild), vanaf haar bureau.

Geschokt sprong het schoolhoofd op. Zeer diep zuchtend toen ze een roze wezen weg zag vliegen, hoger de lucht in. Dat monster, het kwam veel te vaak en elke keer was hij groter. En Ehriondah wist dat dit soort dingen altijd het uiterste van haar vergden, maar het uiterste bij haar, was een openliggende zenuw. Niet erg goed voor haar dus. Maar ja, draken waren uberhaupt niet goed voor mens, dier, noch myrofas.

Zo snel als ze kon vloog ze naar het grasveld. Waarvandaan iedereen aan het vluchten was. Op een van de kantelen (balkons, daar doen we niet aan op bum:P) Zag ze een rood met zwarte gedaante... Pedro! Snel vloog ze daarheen en landde naast de man neer, zag de potpourie aan wapens en zei:

"Ik denk dat we wat meer man en vuurkracht nodig hebben dit keer. Kun je ze roepen met telepathie?" Ook al was Ehriondah na het gebeuren "Zimaskian" beter geworden in telepathie, ze was er nooit goed in geworden. En het was ook niet iets was wat goed en natuurlijk aanvoelde.


« [Reactie #9] : 9 jaar geleden »
Rhiakath was bezig met de laatste groep van boogschieten. Het was bijna te donker om nog fatsoenlijk bezig te zijn en hij liet de leerlingen nog een paar minuten schieten voor ze konden beginnen met opruimen. De pijlen schoten naar hun doelen en Rhiakath liep achter de schutters langs met zijn handen op zijn rug.

'Iedereen schiet zijn laatste pij-' begon hij te zeggen en werd in de rede gevallen door een meisje dat luid begon te gillen en naar Bumetrel wees. Rhiakath keek waar ze naar wees en het kostte wat tijd voor hij doorhad wat daar gebeurde. Er vloog een roze pegasus boven het kasteel, maar aan de manier van vliegen en de hoeveelheid vuur die uit zijn bek kwam te zien was het eerder een draak dan een pegasus.

'Iedereen bogen laten vallen en hierheen komen!' schreeuwde hij en de kinderen renden naar hem toe. Vervolgens commandeerde hij hun dicht bij hem te blijven, gooide een schild over de groep heen en marcheerde snel naar Bumetrel toe. Toen ze bijna bij de school waren, zag hij op het dak Rodriguez lopen. Snel liet hij de leerlingen naar binnen gaan en rende de binnenplaats weer op.

Een blik omhoog leverde hem een schat aan informatie op. Rodriguez fulmineerde, de draak probeerde Bumetrel op te eten en op het dak stond heel even de gestalte van een leerling. Het groene gewaad van Merifel verdween even later, toen de draak een nieuwe poging deed Bumetrel te verwoesten. Zo snel hij kon rende hij naar binnen, drong tussen de leerlingen door en zorgde dat hij even later bij een raam stond. Vanaf de vensterbank naar het dak was minstens twee meter en Rhiakath aarzelde even.

De merifeljongen bleek een van de childes van Vladistov te zijn en dat feit alleen al zorgde ervoor dat praten geen zin had. Rhiakath opende het raam en haalde diep adem. Hij ging een stukje terug, sloot zijn ogen en ging in attanna. Deze keer hield zijn gewaad het, want na de laatste keer dat hij uit zijn gewaad gescheurd was had hij besloten ervoor te zorgen dat het gewaad de volgende keer netjes mee zou veren met zijn lichaam.
De weerwolf zette zich af, rende naar het raam toe, sprong er in en zette zich af. Met hoge snelheid overbrugde hij het diepe gat en raakte het dak. Snel liet hij zich doorrollen en kegelde daarbij Aegnor omver. Met wat moeite werd hij weer mens, zodat hij de vampier onder zich niet zou vermoorden en greep hem vast. Woedend keek hij hem aan en siste: 'Wat denk jij hier te doen?'

De jongen kende duidelijk het begrip 'retorische vraag' niet, want hij bazelde iets over draken verslaan en spreuken. Rhiakath rolde zijn ogen ten hemel, zag de roze draak en realiseerde zich dat die niet verslaan zou worden door het rollen met ogen. Snel sleurde hij Aegnor mee en toen die protesteerde, verlamde hij hem. Rhiakath keek om zich heen en zocht een manier om snel van het dak af te komen. Verderop zag hij een toren die aansloot op het dak. Door middel van een raam zou hij de bewegingsloze jongen makkelijk in veiligheid kunnen brengen.
Zachtjes zuchtend gooide Rhiakath de vampier over zijn schouder, rende over het dak naar de toren toe en trapte het raam in. Hij had geen idee of het ding ook op een elegantere manier open kon, maar de draak had al zoveel schade aangebracht aan het gebouw dat dit er ook nog wel bij kon.

Gehaast duwde hij Aegnor door het gat en ging er vervolgens zelf achteraan. De spreuk werd opgeheven en Rhiakath zag zich aangekeken door een kwade vampier. Hij was al vaker op zo'n manier aangekeken, maar nog nooit door de childe van zijn werkgever.

'Je gaat nu onmiddellijk naar je leerlingenkamer, als ik merk dat je dat niet gedaan hebt zou je sire wel eens boos kunnen worden.'

Rhiakath was goed op de hoogte van vampieren, want juist dat kleine beetje extra informatie over je vijand kon het verschil betekenen tussen leven of dood. Tremere hadden een sterke band met hun sire en vampieren hadden de neiging met stevige hand leiding te geven, dus was de jongen vast als de dood voor zijn sire.
Met een laatste dreigende blik keek Rhiakath Aegnor aan en zag hem vervolgens weglopen, naar beneden. Hij was er bijna zeker van dat de vampier absoluut niet terug zou gaan naar zijn leerlingenkamer, maar dat was niet zijn probleem. Zolang Aegnor buiten schot bleef, was alles best. Hij was tenslotte niet de mentor van Merifel.

Met een ruk draaide Rhiakath zich om en ging het dak weer op, schoot een verlamspreuk op de draak af en merkte dat dat hem alleen maar kwader maakte. Gebukt rende hij naar Rodriguez toe en zag dat ondertussen Van Uncha er ook al stond. Hij ging bij hen staan en wachtte af wat er zou gaan gebeuren. Hij had geen enkele ervaring met het verslaan van draken en al helemaal niet als ze roze waren en een school aanvielen.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

« [Reactie #10] : 9 jaar geleden »
Niet dat Rhiakaths gemompel tegen Aegnor zin had. Gustaf stond ver boven orders van wie dan ook en het was enkel te danken aan het feit dat Gustaf niet wist dat Rhiakath aan zijn zoon gezeten had dat hij niet geschorst zou worden. De man maakte allerminst haast om zich naar zijn childes te begeven. Hij was misschien wel de eerste geweest, buiten de wachters, die Dribbel aan had zien komen. Dus had hij zijn toren afgesloten en was hij naar het puntje van zijn toren gegaan om daar te kijken hoe er chaos ontstond. Wat hield Gustaf hier van. Zeker omdat hij deze keer misschien een idee had om Dribbel sneller te verjagen, of het echter zou werken was nog maar de vraag, er was een hoop magie voor nodig, daarbij hadden ze ook myrofas nodig die in staat waren om kracht uit te oefenen. Het was een simpel idee, wat lastig uit te voeren was, maar wat te doen moest zijn.
Voor hij zich naar Aegnor begaf ging hij dan ook langs Kayla, die hem vertelde wat haar plan was, waarna hij goedkeurend knikte en haar een opdracht gaf. Vervolgens gebruikte hij zijn vampierzintuigen om zijn childes te zoeken, waarna hij uit het niets Aegnor vastgreep en vervolgens hetzelfde deed met Angelus. Diep in de kerkers liet hij hen los.
'Aegnor, dit is de laatste keer dat ik dit doe, de volgende keer dat jij jezelf in zo'n situatie begeeft zul je niet meer mijn childe zijn.'
Want hoewel Gustaf niet op de hoogte was van de persoon die zijn childe 'gered' had, was hij wel op de hoogte van het gevaar waarin Aegnor verkeerd had, net zoals het feit dat hij wist dat Rodriguez erbij gestaan had.
'Jullie zullen waarschijnlijk de rest van de nacht bezig zijn hier uit te komen. Zo weet ik zeker dat jullie niet door de draak verast worden. Mocht ik een van jullie dood aantreffen, dan kunnen jullie beiden er op aan dat de andere hetzelfde lot zal ondergaan.' Jep, dit was overduidelijk een dreigement en waarschuwing dat ze elkaar maar beter konden laten leven. Met enkel nog een frons en waarschuwende blik verdween Gustaf.
Bij Rodriguez en Ehriondah verscheen hij weer.
'Hoe gaat het hier?'
Met een geamuseerde glimlach wachtte hij af of Ehriondah ging preken over zijn late aankomst, of dat ze dat ze dat stuk oversloeg en/of het bewaarde voor een andere keer.

« [Reactie #11] : 9 jaar geleden »
Stavros zat zich in de leerlingenkamer van Heracor enorm te vervelen. Buiten raasde een enorme roze draak over het kasteel die een ziekelijke honger naar bakstenen had. Nog geen halfuur geleden stond hij nog op het boogschietveld, pijlen af te schieten op doelen. En nu zat hij binnen, omdat Rhiakath iedereen naar het kasteel had gebracht. Zelf stond de man nu buiten om de draak te verslaan, terwijl hij, Stavros, hier binnen zat. Huiswerk maken, was de opdracht geweest. Hoe verzonnen ze het! Zíj waren nota bene Heracori, de vechtersafdeling van het kasteel. Waarom werden zij niet ingezet?

Stavros liep naar Yanta die nu als raadslid min of meer de leiding had in de leerlingenkamer.* "Yanta, wat doen we hier? Waarom mogen we niet naar buiten?" Hij sloeg met een vuist op tafel. Stavros verwachtte niet een bevredigend antwoord, maar hij was gefrustreerd genoeg om er toch over te beginnen.



*toch?
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Stavros Hippuios »

« [Reactie #12] : 9 jaar geleden »
Twee anderen hadden zich bij hen gevoegd, eerst Rhiakath en daarna Gustaf, die stilletjes verscheen en die Ehriondah wel iets had willen toebijten over zijn timing, maar Ehriondah besloot het te bewaren, omdat er iets teveel anderen bij waren, hoewel veel woede niet heel lang bleef hangen. Maar ze zou het hem wel vertellen.

"Waar is de rest?" Ze hadden toch nog wel meer weerbare collega's? "Gustaf, Pedro, hebben jullie de rest al geroepen?" De draak vloog even buiten zicht, maar besloot weer een verterende toer over het grasveld te maken. Er renden nog steeds leraren en leerlingen, dus bedacht ze zich niet, schudde haar hoofd in de wetenschap dat dit fout ging aflopen en vloog naar beneden, roepend dat iedereen het beste naar de kelders kon gaan. Plotseling kreeg ze een idee om de leerlingen en hunzelf iets meer tijd te geven. Schuin voor de roze draak maakte ze, in de verte de illusie van nog een draak. En voor zover ze iets wist van draken anatomie deed ze het op een vrouwelijke variant lijken.

Het was geen briljante illusie, maar dat ging moeilijk als je ook nog hard moest vliegen om vlammen voor te blijven, maar het leek vanuit de verte in ieder geval ergens op.

Even later landde ze weer op het dak. "Waar is Channa, misschien weet zij hoe we ons het beste van dit monster kunnen ontdoen!" Hopelijk zou het beest hier even in trappen.

« [Reactie #13] : 9 jaar geleden »
Achter zich hoorde Dorian iemand roepen en dus wendde ze zich af van het grasveld. Er was toch geen schijn van kans dat ze heelhuids de school zou bereiken. Waar kwam dat geluid vandaan? Ze zag de stal en daar iemand die in de deuropening stond. Natuurlijk, de stallen!

Snel keek ze even over haar schouder. De draak leek zich weer om te keren naar het grasveld. Dorian begon te rennen. Het was weinig meer dan een rode bliksemschicht die over het laatste stukje grasveld raasde. Het was verbazingwekkend hoe snel je kon rennen als er een roze draak achter je aan zat. Ze stormde de stal binnen, waar ze met een ruk tot stilstand werd gebracht. Nu zou haar andere arm ook blauw worden. Maar ze had het gered!

En net op het nippertje. Toen ze zich omdraaide om naar buiten te kijken, zag ze hoe weer een stuk grasveld van groen in zwart veranderde. 'Dank u wel,' zei Dorian met een wat bibberige stem tegen de stalmeester. 'Als u me niet geroepen had...'  

De stalmeester bromde iets wat ze niet kon verstaan en zei toen: 'Nu je toch hier bent, kun je net zo goed helpen. Ga maar kijken of alle stallen van de pony's goed dicht zitten. Als er één dreigt uit te breken, roep je maar.'

Dorian knikte en liep, nog wat hijgend van het harde rennen, naar de pony's toe. Haar hoofd tolde nog wat van de gebeurtenissen. Een roze draak... Ze had wel over het beest gehoord, natuurlijk, maar zich nooit gerealiseerd wat een verwoestend effect het dier had. Even vroeg ze zich af wat Rody nu aan het doen was. Ze grinnikte wat. Die zat vast met haar tekenspullen bij een raam om Dribbel op perkament vast te leggen.

Toen verjoeg de chaos in de ponystal alle gedachten aan Rody en draken uit haar hoofd.
Klein maar dapper

« [Reactie #14] : 9 jaar geleden »
'In plaats van wachten op Channa om van haar een idee te krijgen, kun je ook je krachten sparen en zelf iets bedenken,' sprak Gustaf, lichtelijk geïrriteerd over Ehriondahs actie. Niet alleen zou Dribbel nu meer dan ook zijn territorium veilig willen stellen, maar ook was Ehriondah er al bij voorbaat vanuit gegaan dat Gustaf onmogelijk een idee kon hebben, terwijl deze er een had die Dribbel mogelijk voor langere tijd weg hield, als het mee zat, praktijk zou uitwijzen of dit daadwerkelijk het geval was.
'Daarbij zijn de wachters al bezig met Dribbel bezig houden en iedereen in veiligheid brengen, zoals ze behoren te doen, dus afleiding lijkt me niet nodig.'
De man keek even naar zijn collega.
'Ben ik nodig hier? Er liggen nog enkele belangrijke brieven die eigenlijk niet uitgesteld kunnen worden...' Grijns, ze wilden zijn plannen toch niet weten.

Off: ps, Ehri, Gust kwam pas na Rhia.

« [Reactie #15] : 9 jaar geleden »
Yanta had inderdaad de leiding op zich genomen in de leerlingenkamer. Ze was van mening dat ze hier niet helemaal veilig waren en eigenlijk kon ze iedereen beter naar de kerkers brengen, maar aangezien iedereen naar de leerlingenkamer kwam was ook dit niet zo handig, omdat iedereen dan verward en verdwaald zou zijn op den duur. Ze wees wat leerlingen die de eerste en tweedejaars moesten kalmeren. Ze wees twee grote jongens aan die bij de ingang van de deur bleven staan, zodat niemand de leerlingenkamer meer kon verlaten en ze had nog twee jongens zo ver gekregen dat ze bij de trap naar boven stonden, zodat ook niemand naar boven ging. Nu waren ze nog relatief laag en daar konden ze beter blijven. Hoewel Yanta het niet graag toegaf was ze een beetje bang, bang voor de vlammen van het grote wezen. Ze wees een paar merifelleerlingen de deur die dachten veiligheid te zoeken bij de enige afdeling die zou overleven.
Sire, wat is er aan de hand, waar komt Dribbel vandaan, kunnen jullie hem verjagen?'
Ze leunde tegen de tafel en wreef met haar handen over haar slaap om tot rust te komen. Ze verwachtte niet dat haar mentor snel zou reageren op haar vraag, hij zou immers druk bezig zijn met andere dingen. Met telepathie nam ze ook contact op met de andere raadsleden. 'Kunnen jullie alle leerlingen die jullie vinden naar de leerlingenkamer sturen en als het mogelijk is ook hierheen komen?' Ze kon die versterking wel gebruiken, daarbij wilde ze weten of haar raadsleden nog wel in leven waren. Ze keek even naar de deur waar de twee jongens ruzie hadden met een derde jongen de eiste dat hij er langs mocht, iets met zijn vriendin die nog buiten was... ofzo...
Geschrokken viel Yanta bijna om bij het horen van de klap op de tafel. Venijnig keek ze naar Stavros, die antwoorden wilde.
'Jullie mogen niet naar buiten omdat er een draak zo groot als het kasteel zelf rondvliegt,' legde ze uit, ietwat overdrijvend over de grootte van Dribbel. 'Op zoek naar een heerlijk hapje.' Even overwoog ze om te beweren dat de draak het voornamelijk op paarden en centaurs had voorzien, maar ze zag af van het plan. 'En jij mag niet tegen de draak vechten,' antwoordde ze alvast, omdat ervaring haar geleerd had dat men dit meestal erna vroeg. 'Omdat je een eerstejaars bent. Als je mij kunt verslaan en vervolgens langs die jongens daar kunt komen, dán mag je naar buiten.' Winnen van een zesdejaars deed hij toch niet.

« [Reactie #16] : 9 jaar geleden »
Het was helemaal niet moeilijk om te bedenken waar Aelin zich bevond. Hij zat in een van de bomen van het terrein, onzichtbaar voor vele ogen, in de chaos zelfs onhoorbaar voor vele oren. Hij had rustig toegekeken, dwaas als hij was, naar het schouwspel dat zich boven zijn hoofd en voor zijn neus afspeelde. In het begin had hij rustig zitten lezen, tot er plotseling een roze geval over zijn hoofd was komen vliegen. Roze? Ja, roze. Hij had wel vage geruchten opgevangen, die ene keer dat hij zich lopende over het terrein had gewaagd, dat er een draak bestond en dat nouja... dat hij dus roze was, maar eigenlijk had Aelin er nooit iets van geloofd. Een draak? Dat kon nog wel, maar roze. Nuja, zoals nu bleek was het allemaal waar. Aelin had van zijn boek opgekeken en het geval met zijn grijze ogen gevolgd, zonder een woord te spreken. Hij besefte dat het dier al een tijd had rondgevlogen, want hij kon zich vaag herinneren dat hij al iets ruisends had gehoord, vóórdat het over hem heen was gevlogen. Het boek was echter spannend genoeg geweest om zijn aandacht vast te houden en hem niet te laten letten op dingen die misschien niet goed voor hem zouden zijn.

Nu was er complete paniek uitgebroken op het terrein. Het was duidelijk dat hij zijn eigen toren niet zou kunnen bereiken zonder geroosterd te worden, daarom bleef hij maar zitten. Het was niet zo dat hij niet bang was, nee, zijn hart zat zo'n beetje in zijn keel. Hij hoefde alleen niet rennen en krijsend rond te rennen als een of andere big die in zijn krulstaartje was gebeten. Knor. Hij rolde zich om en bracht zijn buik comfortabel op een van de takken. Op dat moment vloog de helft van de boom in de brand. Aelin keek geschrokken om en zag dat zijn kont nu opvallend zichtbaar was voor iets dat voor de boom zou gaan hangen. Aelin keek naar beneden, de sprong overleefde hij wel -duh, hij kon vliegen-, maar hij voelde er niets voor om uit de vertrouwde boom te springen. Daarbij, zou die venijnige, roze draak nu echt twee keer hetzelfde doel voor ogen hebben? Aelin keek naar beneden. Zijn andere schoolhoofd was ook gearriveerd en voor de rest liep er nog genoeg gespuis rond. Hij kroop iets verder naar het uiteinde van de tak. Hij vertrouwde er zo volledig op dat deze zijn gewicht zou houden, dat hij te ver kroop en de tak vervaarlijk ver doorboog. Nog een centimeter, schatte Aelin, dan zou de tak echt breken. Of hij moest iets heel geks doen. Een van de bladeren kriebelde in zijn gezicht, de nerven schurend. Hij zag hoe het terrein vóór zijn boom ook verschroeid werd.
'Hé beest, die oude boom heeft je toch niets gedaan.' Zei hij hardop, wetend dat het beest hem waarschijnlijk tóch niet zou horen.

« [Reactie #17] : 9 jaar geleden »
'Ik doe je wel wat, als je nu niet razendsnel uit die boom komt,' riep Olfughto van beneden. Hij was in het noorden van Hazdor geweest tijdens een vergadering en had telepathisch te horen gekregen dat er wat gebeurd was op Bumetrel. De man die hem dat gemeld had, had niet genoeg tijd gehad om duidelijk te maken wát er dan gebeurd was, maar Olfughto had besloten terug te keren naar het kasteel.
Toen hij vlak voor de poort was verschenen, was hem direct de totale chaos opgevallen. Leerlingen en personeel renden rond en de lucht werd gevuld door geschreeuw. Razendsnel had hij zich omgedraaid, in de verwachting daar een groep mensen te zien staan die Bumetrel kwam aanvallen. Daar was alleen maar een verlaten bos en in de verste verte was geen mens te bekennen. Het gebrul in de lucht had hem echter duidelijk gemaakt wat de oorzaak was van de hysterie die er heerste.

Op dat moment dook er een roze waas naar beneden, probeerde een paasvuur te maken van een van Bumetrels grote bomen en steeg weer op. Heel even bleef Olfughto verbluft staan. Een róze draak?! En alsof dat nog niet genoeg was, spuwde hij ook nog eens vuur. Terwijl Olfughto met een chagrijnig gezicht richting de boom beende, vervloekte hij alles en iedereen die het in zijn botte kop haalde om met vuur te smijten.

Olfughto had het niet zo op vuur.

Aangekomen bij de boom had hij gezien dat er een jongen in zat die bijna geroosterd werd en nu hoopte hij dat hij overtuigend genoeg overkwam. In dat geval kon de jongen met enige waardigheid zijn boom verlaten en naar de stal gaan. Ongeduldig bleef de nachtelf staan wachten op het antwoord van de jongen en wreef langs de verminkte kant van zijn gezicht. Hij keek om zich heen en kreunde zachtjes bij het zien van een tweede draak, een heel stuk verderop.

Welke idioot presteerde het om een school te stichten bij een nest draken?
The night is dark and full of terrors.

« [Reactie #18] : 9 jaar geleden »
WOAAH. Hij keek de draak nog even na en miste daarom wat zijn gevoelige zintuigen normaal gesproken zouden hebben opgevangen. In de chaos had hij de voetstappen volledig gemist. Plotseling klonk er een stem, vlak onder zijn boom. Met een ruk draaide Aelin zich om en ja hoor. Iets wat een luchtelf absoluut niet mocht overkomen, een luchtelf die nota bene in de bomen leefde, een heel dorp in de boomtoppen uit zijn hoofd kende, ja, díe luchtelf viel uit een boom. Of nee, eigenlijk viel de boom met hem. De tak brak met een akelige scheur af en kieperde langzaam naar beneden. Aelin greep nog naar een andere tak, maar miste op een haar. Sneu hoor. Hij klapperde met zijn vleugels, maar voordat deze enige houvast aan de lucht hadden gevonden, stonden ze beide voeten al op de grond. Zijn knieën bogen een moment door, toen kwam Aelin waardig overeind en keerde zich naar de man, waar hij met zijn rug naartoe had gestaan, ietwat beschaamd. Daar ging zijn zorgvuldige opgebouwde waardigheid. Hij knarsetandde een moment, bah. Gelukkig was hij op zijn benen terecht gekomen en niet plat op zijn muil zoals mensenboeren zich dat soms verwaardigden te zeggen. Aelin keek op naar de man, een van de docenten hier op school. Ol... Ol... Ollie?

'Misschien wilt u mij niet meer zo laten schrikken, meneer Ollie.' Aelin keek naar de afgebroken tak achter zich. Dat speet hem, bomen waren er niet om kapot te maken. Bomen waren heilig. De jongen streek met een haar door zijn hand. Of nee, met een hand door zijn haar en keek de professor vragend aan. Ja, nu zijn schuilplek van twee kanten was aangevallen -het roze geval was verantwoordelijk voor links, het elfengeval voor rechts- was het geen goede beschutting meer en dus vond Aelin dat de leraar voor hem wel een oplossing voor hem mocht bedenken. Zijn toren zou hij vast en zeker niet halen zonder levend geroosterd te worden, de stallen waren als een ei in een pan, zeker van hun dood... Daar zou hij dus mooi niet heen gaan.
'Mag ik me verwaardigen te zeggen dat u wel zojuist mijn schuilplek heeft vernietigd en dat ik nu onbeschut ben, meneer Ollie?'

« [Reactie #19] : 9 jaar geleden »
Iratrima stak een hoofd uit het raam in haar lokaal, raakte het bijna kwijt door een drakenpoot en liep weer naar het schoolbord toe. Ze keek naar de leerlingen, die zich allemaal vergaapten aan de kleine stukjes roze die ze af en toe langs zagen schieten. Omdat ze geen zin had om te moeten schreeuwen, liet ze met een handgebaar alle gordijnen dichtgaan en zei: 'Jullie zijn allemaal Merifel, ik breng jullie naar jullie leerlingenkamer. Iedereen blijft bij mij in de buurt. Zometeen controleer ik of iedereen er is en degene die het waagt om afwezig te zijn mag de komende tijd voor schoonmaker spelen.'

Iratrima glimlachte en het geroezemoes barstte los. Ze hoorde de kinderen speculeren over het aantal doden dat Dribbel zou doen. Eerlijk gezegd had ze geen enkel idee van het bestaan van een draak hier op Bumetrel gehad, dus luisterde ze onopvallend naar de gesprekken van de leerlingen. Het bleek om een roze draak te gaan die hier al tijden zat en er was nogal discussie over het aantal vermoorde schoolhoofden die op zijn conto toe te schrijven waren.
Toen eindelijk alle leerlingen hun tas ingepakt hadden, gebaarde Iratrima dat ze haar moesten volgen en ging hen voor door de drukke gangen. Ze leverde al haar leerlingen af bij de leerlingenkamer en haastte zich naar buiten toe. Bij de ingang van Bumetrel bleef ze staan en keek naar Dribbel, zoals de draak blijkbaar heette. Voorzichtig deed ze waar ze goed in was: Wilsmagie gebruiken. Het was mogelijk Myrofas en mensen te dwingen iets te doen en het was ook mogelijk deze magie toe te passen, dus moest het ook met draken kunnen. Ze wist helemaal niets van draken, maar ze kon het in ieder geval proberen.
Zodra ze contact had met de draak en voorzichtig zijn geest aftastte, merkte ze zoveel wilskracht en ongeremde energie dat ze snel de verbinding verbrak en om zich heen keek. Op het dak scheen een verzamelpunt voor leraren te zijn en dus vloog ze er heen. Ze groette de beide schoolhoofden en de leraren niet, maar zorgde enkel dat de schoolhoofden haar hadden gezien en ging op het dak staan.

« [Reactie #20] : 9 jaar geleden »
'Vijf strafpunten voor Heracor, vanwege je gedrag.'

Olfughto nam de jongen voor hem in zich op en vroeg zich af of hij ook zo brutaal was geweest toen hij zo jong was. Waarschijnlijk niet, want in zijn tijd kreeg hij geen strafpunten, maar een flink pak slaag. Ook al konden sommige leerlingen op Bumetrel zoiets wel gebruiken, was het helaas niet toegestaan en moesten ze dus op andere manieren fatsoen bijgebracht worden.

'De naam is meneer Olfughto,' zei hij en keek over zijn schouder naar de draak. Die leek van plan een picknick te gaan houden terwijl leraar en leerling met elkaar in discussie zouden gaan en het was niet moeilijk te raden wie er als tussendoortje zouden dienen. Daarom droeg Olfughto de jongen op de volgende dag zich te melden bij zijn kantoortje en sleurde hem zo'n beetje mee naar de stal.

-5 Heracor IC, Aelin Eleniel
The night is dark and full of terrors.
« Laatst bewerkt op: 9 jaar geleden door Olfughto »

« [Reactie #21] : 9 jaar geleden »
Dribbel vloog soepel, soepeler dan je zou verwachten van zo'n groot roze gevaarte, langs de obstakels en aanvallen heen. Zo nu en dan ketste er iets af tegen zijn schubben, maar dit deed hem niets. Hij blies verder met vuur, keek hoe het gras en de bomen onder hem verschroeiden. Soms sloopte hij een stuk dak, maar dat alles hield op toen de draak verbazend stil bleef hangen bij het zien van de vrouwtjesdraak. Al snel was hij er op weg naar toe, vuurspuwend om de schoonheid te imponeren, ze vloog echter weg en al snel zag Dribbel haar niet meer. Verbaasd bleef hij stil hangen om toen te kijken naar het kasteel, die ongetwijfeld zijn vrouwtje iets had aangedaan. Wie kon het anders zijn? Hij vloog terug, bozer dan voorheen en spuwde aan een stuk door. Bij het zien van de vrouwtjesmyrofas op het dak zette hij een duikvlucht in, sneller dan het vrouwtje vliegen kon en voor iedereen er erg in kon hebben nam Dribbel Ehriondah in zijn klauwen mee om samen met haar het kasteel te vernielen. Hij geen vrouwtje, zij geen vrouwtje.

« [Reactie #22] : 9 jaar geleden »
Och och, wat kon die Gustaf kinderachtig zijn op de meest onhandige momenten. Nu voelde ze zich terecht kwaad. Hij ging weer eens echt te ver door eerst haar af te schilderen af incapabel, daarna de als wilden rondrennende wachters als capábel en als laatste te suggereren dat het hem geen niets kon schelen als het kasteel werd veranderd in een vroegtijdige ruïne.

"Als jij de oplossing weet, kom er dan maar mee, voordat jou heiligdom veranderd wordt in een openluchttheater." Ze doelde op zijn huis.
"Ik neem aan dat jij de wereld ervaring hebt met jongvolwassen draken. Zo te horen." Ze wilde niet echt kwaad worden in het bijzijn van inmiddels meer docenten, die kwamen aangerend.

Ze wilde hem toebijten dat hij de naam schoolhoofd niet waardig was, maar zag daar van af. Daarentegen zag ze het roze gevaarte een duikvlucht nemen en schreeuwde: "Weg!" Niet zozeer naar het beest als wel naar de rest en schoot weg, vliegend op topsnelheid. Maar het beest was niet belust op nog meer slopen, maar eer ze goed en wel weg was, zat ze in zijn klauwen geklemd en scheerden ze omhoog voor een nieuwe duikvlucht.

Dit was zo'n moment waarop ze moest denken. En half hardop en lichtelijk paniekerig zei ze tegen zichzelf: "Denken! DENK DENK!" Waarom wist ze zo weinig van draken. Misschien kon ze een nieuwe poging doen een illusie te maken...

Dus wurmde ze haar handen door twee nagels, (en drukte zich stijf tegen hem aan als hij vuur spoog). Dit moest lukken...

« [Reactie #23] : 9 jaar geleden »
Gustaf wilde nog een poging doen Ehriondah mee te trekken, om haar in veiligheid te brengen, maar faalde jammerlijk daarin en had zijn handen vol aan niet al te hardhandig op de grond neerstorten in de vlammenzee die de draak ontstoken had in zijn duikvlucht. Met één hand hield hij zich vast aan een uitstekend... iets, waarna hij zich optrok en terug liep naar de plaats waar Ehriondah verdwenen was. Verhip, daar ging zijn plan, letterlijk, de lucht in. Hij keek even rond om te zien waar zijn collega's bleven en vroeg uiteindelijk.
'Is iemand hier goed in illusies? Of misschien, kan iemand hier überhaupt illusies, beter dan onze leerlingen?'
Misschien was zijn plan nog mogelijk, de vraag was alleen hoe hij Ehriondah veilig beneden zou krijgen...
'Ideeën?' zond hij Ehriondah toe. 'Anders stel ik voor dat je probeert te helpen met mijn plan...' Het kwam niet eens op in Gustaf om te peilen hoe het überhaupt met haar ging, maar sadistisch als hij was keek hij haar enkel met een grijns na toen Dribbel weer wat probeerde plat te branden in een duikvlucht.

« [Reactie #24] : 9 jaar geleden »
Vijf... punten aftrek? Hè? Hij? Welnee. Dat moest vast een foutje zijn. Hij kwam toch niet voor zijn lol uit de boom vallen? Ergens had hij zin om heel hard in het gezicht van de leraar voor hem HUUUH te gaan zeggen, maar hij vreesde dat dat niet heel goed zou vallen. Hij bedacht zich zelfs -jahaa, hij had dit helemaal zelf bedacht- dat een van zijn antwoorden wel eens als brutaal opgevangen kon zijn. Aelin fronste en keek de leraar voor hem aan, waardoor het er uitzag alsof hij hem boos aanstaarde. Vijf minpunten, hij kon het nog steeds niet geloven. Aelin staarde de docent een beetje dommig aan, hij stond werkelijk met zijn mond vol tanden. Welke idioot besloot nou weer om hém punten aftrek te geven. Hem! Bij Merlijns langgekrulde baard, dit was helemaal nieuw voor hem. Maargoed. Hij was nog steeds Aelin, hij was nog steeds knap, nog steeds slim, nog steeds niet in zijn ego gekrenkt -oké, stiekem wel een beetje- en hij was gewoonweg perfect. Heracor zouden hem vast niet afrekenen op vijf minpuntjes. Toch? Toch!

De naam is meneer Olfughto. Wattes? Ollie dus. Aelin volgde de blik van zijn leraar en wipte van de ene been op de andere. De draak was niet veel verder weg. Zijn hart begon sneller te kloppen en zoals het een wijs men behoort, begon hij toch wel een klein beetje bang te worden. Een ienieminiepeuterigpiepkleinbeetje dan. Hó! Ollie praatte tegen hem. Opletten dus. Waaat? Nablijven? 'Moet... moet ik nablijven? Maar meneer Ollie... ehh, Olfug... Olfughto... Ik kan er toch ook niets aan doen dat ik uit een bóóm val?' Trots. Waar was zijn tróts! Die grote hersenen ook altijd. Eh, mond. Hij krenkte zijn eigen diepgaande haartjes, omdat hij zijn mondje nooit toe kon houden. Waarom moest hij nou even voor zichzelf benadrukken dat hij uit een boom was gevallen. Hij! Brr. De schande. Ho. Waar gaan we heen meneer? Aelin voelde zich meegesleurd worden. Ho. Niet naar de stallen? De jongen begon een beetje tegen te stribbelen.
'Meneer, ik meen het, ik loop geen haard binnen om er levend verbrand uit te komen. Als u me in die stallen zet, dan ren ik net zo hard weer uit. Laat me dan tenminste een poging doen om naar de Heracor toren te rennen.'