Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Bestemming bereikt  (781 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 10 jaar geleden »
Catherine was niet nieuwsgierig. Niet naar Bumetrel, niet naar de woudelf die voor haar zat. Ze had een glimlachje zijn kant op geprobeerd, maar keek al snel weer gedachteloos naar buiten. Een glimlachje naar Bumetrel had ze niet eens aan gedacht.
Haar hersenen registreerde de omgeving buiten niet tot nauwelijks, ze bezat geen angstige of vreugdevolle gedachten over haar lot, ze voelde alleen haar slapende been, haar koude handen en stijve rug. Een reis van vier dagen doorbrengen in een koets was zeker niet het meest lollige op aarde.

(…)

Het was warm. Haar handen waren al twee dagen niet koud meer, de omgeving was groen in plaats van het grijze waar ze vandaan kwam. De woudelf zei nog steeds geen woord, en Catherine zweeg ook. Er hoefde niets gezegd te worden. Ze kende hem niet, ze zou hem nooit meer zien, waarom praten?

(…)

Nog een nacht had ze doorgebracht in een iets te smoezelige herberg. En de witte wolken waren zelfs hier grijs geworden, de blauwe lucht was niet meer te zien. Regen tikte tegen de ruit van de koets, het overstemde de hobbelige cadans van de paardenhoeven. Regen, regen, Catherine hoorde alleen de regen. En toch hoorde ze  niet bij de regen wereld buiten de koets, ze was toeschouwer. Zij zat ín de koets, vanuit haar wereld kon ze de andere observeren. Hm. Andere werelden creëren door jezelf met een paar wandjes af te scheiden van de rest van de wereld. Daar kon ze waarschijnlijk geen theorie uithalen.
De lucht was weer blauw, donkerblauw. De wolken wit, en alleen de modderige straten vertelden dat het geregend had. Of dat iemand met bakken water was staan smijten natuurlijk, wie zou het zeggen? De zon was in ieder geval al weg, net al de woudelf. Volgende stop: Bumetrel.
Het was adembenemend. In de verte, door de schemering heen vielen de contouren van het kasteel op te maken, opgelicht door tientallen lichtjes achter ramen. Het hield zelfs Catherine’s blik drie volledige seconde vast, voor ze dep door haar buik ademhaalde en haar spullen checkte.
Het koste uiteindelijk nog een half uur voor het meisje stijf uit de koets kon strompelen. Ze gaf de koetsier een knikje met haar hoofd als gedag, en weg was hij. Wat over bleef was een donkere, 15 jarige nachtelf met haar koffers.

Dit was hét moment voor haar om zoekend om zich heen te kijken en een zucht van verlichting te slaan. Dus deed Catherine dat niet, maar pakte ze haar koffers en begon doelbewust ergens heen te lopen. Waarheen? Geen idee. Moest je een bestemming hebben om doelbewust te zijn?

Ehri: Mooie post, levendig de reis beschreven.. +1 Merifel

« Laatst bewerkt op: 10 jaar geleden door Ehriondah L. A. Van Uncha »

« [Reactie #1] : 10 jaar geleden »
Charlotte liep net over het grasveld heen, toen ze een meisje zag staan. Heet leek of ze net was aangekomen want ze stond daar met haar bagage. Charlotte wist nog goed toen zij aan kwam. Het was huilen en getroost worden, maar daar kon ze nu weer een beetje om lachen. Gelukkig.

Charlotte was van plan om vrienden te maken, want ze wist wel dat je niet gelukkig kon leven in je eentje. Ze zag er ook tegen op om vrienden te maken, want ze had dan het gevoel dat ze haar mensen vrienden bedroog. Mensen vrienden..... Zij was er nu een van de Myrofas. Er schoten tranen in haar ogen bij de gedachte. Ik mag niet huilen! Ik wil nieuwe vrienden maken! Dacht Charlotte. Ze liep bijtend op haar tong naar het meisje toe en ging bij haar staan. 'Hoi, ik ben Charlotte.' Zei Charlotte. Zie je? Dat was niet zo moeilijk Charlotje! Waarom praat ik in me zelf? Charlotte was een beetje in de war van haar gedachte, maar begon zich toen weer te concentreren  op het meisje.

« [Reactie #2] : 10 jaar geleden »
De twee meisjes waren niet alleen op het grasveld. Oh nee, verre van dat. Behalve diverse wachters en ander ontuig hing er ook een konijn rond. En niet zomaar een konijn, het was Flap de Eerste. Dat rondhangen was trouwens vrij letterlijk. Flap had ontdekt dat een zweefspreuk - een van de weinige spreuken die hij beheerste - niet alleen handig was om leerlingen mee te pesten (het was altijd erg maf om te zien wat het uitspreken van 'Katexan emos' op hun studieboeken, om die vervolgens op een metertje afstand van de desbetreffende leerling te laten zweven, voor effect had). Nee, Katexan emos had ook effect op hemzelf, mits hij goed mikte.

En mikken, dat was lastig. Maar niet onmogelijk. Hij was begonnen op het zoldertje in de stal dat hij als zijn eigendom beschouwde en had daar wat door de lucht rondgedarteld, waarna hij door de deuropening gedoken was. Nu hing hij boven het grasveld rond. Dat zag er ongeveer zo uit:

Op een meter of twee boven de grond zweefde een uiterst geconcentreerd, grauw stoffen konijn dat één oog miste. Met zijn oren wapperde hij in de goede richting. Om de minuut of zo maakte hij een duikvlucht naar de grond, waarop hij hevig begon te piepen: 'Katexan emos! Katexan emos!' Dit had meestal als gevolg dat hij net op het nippertje de lucht weer inschoot, samen met de losliggende grassprieten, stenen en blaadjes die toevallig door zijn spreuk geraakt waren.

Inmiddels vloog hij boven de meisjes en maakte weer de onvermijdelijke duikvlucht. 'Katexan emos!' piepte hij streng, maar helaas, de spreuk miste zijn voeten totaal en kwam terecht op de koffer van het nachtelfmeisje. Dat was teveel van het goede. Zoveel kon Flaps spreuk nu ook weer niet aan. De koffer maakte een soort van sprongetje, dat het meisje ongetwijfeld moest voelen, en negeerde de spreuk verder. Flap stortte neer, mistte het nachtelfmeisje net en kwam terecht aan de voeten van...

...een weerwolfmeisje.

Flap had een hekel aan weerwolfmeisjes sinds het incident met Limki&de jurk. Maar goed, wat kon hij doen? Opstijgen ging niet zo goed meer. Dus krabbelde hij overeind, sloeg zijn armen over elkaar en zei: 'Welkom!'
Katiem!

« [Reactie #3] : 10 jaar geleden »
Charlotte schrok hevig toen er opeens een konijn een duikvlucht maakte en op haar voeten lande vervolgens opstond en hen begroette. Toen ze een beetje van de schrik was bekomen vond ze het konijntje er eigenlijk wel lief uitzien en *pakte het op.'Ahh, wat een schatje! Dus jij kan praten?' Zei ze tegen het konijn terwijl ze het aaide. Ze voelde zich niet zo verdrietig meer, maar juist blij. Ook blij omdat ze even geen last meer had van haar stemmetje in haar hoofd.

Ze zette het konijn op de grond en wachtte af of die nog iets ging zeggen. Ze vond het wel bijzonder om een pratend konijn tegen te komen en vroeg hem:'Wie ben je?'

*Mag het of niet?
« Laatst bewerkt op: 10 jaar geleden door Charlotte Bosch »

« [Reactie #4] : 10 jaar geleden »
Waah! Grote graaiende grijphanden! Waarom liet hij zich ook alweer met leerlingen in? Die konden nooit van hem afblijven, de akeligerds! 'Laat me los!' piepte hij zo woedend als hij kon. Hij was geen knuffelkonijn! En de manier waarop het kind tegen hem praatte, gewoon vreselijk! 'Katiem!'

En waarempel, hoewel het de weerwolf niet vloerde werd hij wel weer op de grond gezet. Woedend keek hij haar aan, maar het was al zo lang geleden dat iemand aan hem iets had gevraagd dat hij van de weeromstuit antwoordde op haar vraag wie hij was. Hij ging rechtop staan, sloeg zijn armen over elkaar, schudde zijn oren waardig naar achteren en piepte: 'Ik ben Flap de Eerste, Grootmeester in Magie.' Ja, dit was een onbekend feit, maar niettemin waar. Flap sprak nooit in volledige zinnen, behalve als hij grootsprak. Daar was hij goed in.
Hij was dan ook een magisch konijn.

Flap keek eens om zich heen en schatte de omgeving in. Het was hoe dan ook niet mogelijk om hier snel vandaan te komen, tenzij Patu hem kwam redden. Maar hij had nu even geen behoefte aan de aanwezigheid van de kobold. 'Jij komt hier leren? Is grote school, jij heel knap worden!' In grootspraak was hij beter dan in vleierei. 'Is ander weerwolfmeisje, en weerwolfleraar Rhiakath en veel meisjes in rood, groen, blauw. Wat jouw kleur?'

Intussen zat hij te zinnen op een mogelijkheid om die koffer te ontvoeren.
Katiem!

« [Reactie #5] : 10 jaar geleden »
Wow, die is boos! Dacht Charlotte. Ze kreeg wel antwoord op haar vraag, wat haar verbaasde. En toen hij ook nog een verhaaltje begon te houden viel ze er bijna van om. Toch vond ze het wel leuk om een konijn te zien die ongeveer net zo slim was als een Myrofas, en interessant.

Hij praat anders wel hakkelend. Oh wat is het toch een schatje!

'Ehh, ik ben groen.' Hakkelde ze een beetje. 'Hoe kom jij aan het praten?' Vroeg ze daarna. Zou ik ook vrienden kunnen worden met een konijn? Tuurlijk niet jo! Dan ben je wel erg gek! Hou op, waarom praat je tegen mij! Verwart probeerde Charlotte niet meer aan de stem te denken. Maar toch dacht ze na over vrienden zijn met een konijn.


« [Reactie #6] : 10 jaar geleden »
Groen dus. Flap knikte vrolijk. Andere leerlingen zouden uit de hoogte hebben gereageerd en gezegd hebben dat ze Merifel waren, maar deze was wel prima. Behalve als ze ging proberen hem te wassen, natuurlijk. Maar ze had nog geen poging in die richting gedaan, dus misschien viel ze wel mee.

Hij grijnsde wat - hij grijnsde altijd, zo was hij gemaakt - toen hij haar vraag hoorde. Ze praatte bijna net zoals hij! 'Ik weet niet...' zei hij, terwijl hij zich probeerde te herinneren wat was en wat was geweest. Heel in de verte wist hij nog iets van spreuken en ontploffingen en nog verder terug meende hij zich vaag iets te herinneren van een niet-zijn, het bestaan van een onwetend knuffelbeest.

Uitendelijk zei hij: 'Weet niet. Ik praat. Jij praat. Hoe praat jij?' Zou de weerwolf zich wel iets herinneren van het moment dat ze opeens kon praten?
Katiem!

« [Reactie #7] : 10 jaar geleden »
Charlotte zag dat het konijntje vrolijk knikte, en daar was ze blij mee. Misschien, heel misschien kunnen we wel vrienden worden. Nee dat zul je nooit! Ga weg! Alsjeblieft ga weg! Ik heb je niks aangedaan toch? Waarom ben je dan in mijn hoofd!? Ha! Ik ga al weg maar je zult zien dat je geen vrienden wordt met dat stomme konijn! Hij is niet stom! Charlotte's gedachten sloegen op hol. Wel, niet, Stom konijn. Wat moest ze doen? Wat moest ze denken?

Ze hoorde gelukkig dat het konijn begon te praten en dus probeerde ze zich te concentreren op Hem. Het lukte niet geweldig, maar haar gedachten kalmeerde een beetje bij het horen van die lieve stem. Eigenlijk is hij best wel slim. En ook wel lief.

 'Nou, toen ik begon te praten was ik nog heel klein, dus... Ik weet het echt niet meer. Maar je vroeg hoe ik praat? Nou, ik weet niet. Met een zacht stemmetje misschien? Dat mag jij beoordelen, maar als het je niet bevalt moet je het zeggen want dan praat ik wel anders hoor.' Zei Charlotte. Ze was blij dat dat er uit was zonder teveel trilling in haar stem, want ze had geprobeerd om niet te laten merken dat ze een beetje in de war was. Het verraste haar dat ze niet bijna begon te huilen. Misschien kwam het door het konijn, of wel dat die stem uit haar hoofd verdwenen was. Ze wist het niet, maar ze was er wel blij mee.

'Hoe heet je eigenlijk? Of heb ik dat al gevraagd?' Vroeg Charlotte. Hij is eigenlijk heel anders dan dat ik eerst dacht. Gelukkig wel in de goede zin. Charlotte zag wel een kansje van vrienden worden. Als hij ook vrienden wil worden heb ik er in ieder geval één! Toen de herrie in haar hoofd weer begon probeerde ze aan iets anders te denken, en al gouw werd de herrie in haar hoofd minder, Maar het was er nog steeds.
« Laatst bewerkt op: 10 jaar geleden door Charlotte Bosch »

« [Reactie #8] : 10 jaar geleden »
Klein... Oh ja, dat gebeurde met deze wezens. Eerst waren ze klein en konden ze niets anders dan krijsen, net als de drieling die Flap weleens op Ypsilon gezien had. Daarna werden ze groter en sleepten ze overal knuffels met zich mee (hij was blij dat hij niet meer in die niet-zijn-staat was, toen ook hij overal mee naartoe gesleept werd), vervolgens groeiden ze op en werden ze nog akeliger. En praatten ze.

Hij kon al het gepraat van het meisje niet helemaal volgen. Patu was altijd veel minder uitgebreid, die zei: 'Doe dit' of 'Dat mag niet' en dan wist je waar je aan toe was. Maar goed, dat werd op den duur ook wel... saai? Saai was juist wat hij wilde, althans bij myrofas. Bij hemzelf echter...

'Katexan Emos!' piepte hij en hup, daar zweefde hij weer. Dat was hij tenslotte aan het oefenen. Nu waren zijn ogen, pardon, was zijn oog op gelijke hoogte met de ogen van het meisje. 'Flap de Eerste!' zei hij, waarop zijn spreuk verbroken werd en hij weer op de grond tuimelde.

Hij was niet zo goed in twee dingen tegelijk doen.
Katiem!

« [Reactie #9] : 10 jaar geleden »
Wachtend op het antwoord speelde Charlotte met haar haar, en ondertussen probeerde ze de rommel in haar hoofd stil te houden. Dat lukte aardig. Poeh, poeh, ik ben eigenlijk best moe. Dat komt zeker door de rommel in mijn hoofd stil houden. Gelukkig werkt het. Dacht Charlotte.

Wat doet ie nou? Vroeg Charlotte zich af toen ze hoorde dat Flap een spreuk zei, nou eerder piepte. Met een geschrokken gezicht keek ze recht in de ogen van het konijn die vlak voor haar in de lucht hing. Toen ze zijn naam had gehoord proestte ze het uit:'hahaha! Flap de eerste? Wat een grappige naam!' Gelijk was de rommel in haar hoofd weer terug, maar ze kon er geen tijd aan schenken want meteen toen Flap zijn naam zei viel hij naar beneden en Charlotte probeerde hem te vangen.  

'Ehh... Dat was niet beledigend bedoelt. Ik vind die naam gewoon grappig. Sorry.' Zei Charlotte met een zacht stemmetje. Ze hoopte vurig dat hij haar kon vergeven, want anders waren de kansen verlopen om vrienden te worden. 'Ik... Ik wou ook even vragen waar je woon.'Vroeg Charlotte na dat ze haar excuses had aangeboden.

De rommel in haar hoofd was gestopt toen ze Flap probeerde te vangen. Misschien omdat Charlotte er geen tijd aan gaf, maar misschien ook anders. Hoe dan ook, de rommel was weg. Voor nu.