Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Elementaire magie jaar 2 les 1: Opfrissing  (2017 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

Inderdaad. Gaea ging niet met het haardvuur bezig. Luna probeerde het wel. Het lukte niet. Iglio liep even naar Luna. Ze spoot met een Hydoree-straal een deel van het vuur weg. Ze had best goed gemikt, ook al was ze blind. Het kleine straaltje was precies in het midden gekomen. Nu brandde er een cirkel van vuur. Omdat het vuur nu verspreid was, zou Luna het makkelijker kunnen doven. In elk geval zou het vuur niet groter worden, daar had Iglio voor gezorgd. Maar het vuur zou uit zichzelf ook niet uit gaan. Dat zou Luna moeten doen. "Ik neem aan dat je zelf wel kan merken wanneer het vuur uit gaat, niet?"

Iglio liep verder door de klas. Floris oefende druk. Het zou hem wel lukken. Iglio twijfelde echter bij Raleana. Die scheen de moed zelfs al op te geven. Haar vlam was ook wat groot. Iglio hurkte naast haar neer. "Lukt het niet?"

Luna hoorde de stem van De Cappicio en schrok een beetje. Hij had toch niet gezien dat ze 'vals had gespeeld?' Ze hoopte van niet. Ze antwoordde: "Ja, dat merk in wel, als er geen warmte meer vanaf komt, of als het niet knettert, ik merk het wel." Ze ging maar weer verder met het doven van het vuur. Het was toch best moeilijk in vergelijking met het kaarsvlammetje. Ze zei de spreuk nog en paar keer, en telkens leek het vuur kleiner te worden. Zou het met meer mensen makkelijker gaan? Ze vroeg het zich af, misschien wel, maar misschien maakte het ook helemaal niets uit.
Wat kijk je, is je boek uit?

Gaea was opgelucht dat ze niet hoefde te proberen het vuur in de open haard uit te maken. Luna probeerde het wel, en het scheen haar nog aardig te lukken ook. De leraar was nu bezig Raleana te helpen om haar kaars te doven, Floris concentreerde zich om zijn kaars weer aan het branden te krijgen.
Gaea besloot de spreuk in stukjes te gaan leren. 'Pareksò ignis,' eerste stuk. 'Ten bian bouleseos,' tweede stuk. 'Emou poiein,' derde stuk. 'Apotneske.' Nu nog allemaal achter elkaar...

Thomean zat nog steeds naar zijn kaars te kijken. De docent was niet langs geweest. Bij veel mensen had hij de kaars weer aangestoken, maar bij hem was hij het blijkbaar vergeten. Hij mocht deze leraar vorig jaar al niet, maar dit jaar mocht hij hem nog minder.

Hij zou het zelf maar moeten proberen. Wat was die spreuk ook alweer? Even keek hij door zijn aantekeningen. 'Pareksò ignis ten bian bouleseos emou poiein, phué!' Dat was hem. Weer mompelde hij de spreuk een paar keer in zijn hoofd. Daarna ging hij weer geconcentreerd naar de plek staren waar nu een vlam zou moeten komen.
'Pareksò ignis ten bian bouleseos emou poiein, phué!' fluisterde hij, en wonder boven wonder brandde er direct de eerste keer een kleine vlam! Misschien heb ik wel talent dacht hij. Dit was de eerste spreuk die hem in een keer gelukt was, misschien dat hij toch voor bepaalde magie een beetje aanleg had.

Snel keek hij om naar de leraar. Thomean dacht dat de ander het niet gezien had. Mooi, geen reden om het gem te laten weten. Nu eerst maar eens goed oefenen.
Bck Bck

Het meisje liet haar hoofd op haar armen liggen toen ze de stem van de leraar hoorde.

'Ziet het eruit alsof het lukt?!'

Het meisje bedacht zich dat ze het d'r maar eens met haar mentor over moest hebben om overgeplaatst te worden naar Socophon, ze moest toch iets?! Ze had dan misschien het eerste jaar wel gehaald, maar dat was ongetwijfeld puur geluk geweest.

'Ben ik hopeloos?' vroeg ze, waarna ze haar hoofd draaide om de leraar te kunnen zien.

Ze wist dát ze magisch begaafd was, maar de afgelopen jaren had niets in die richting zich getoond, daarvoor wel. Dit was dan ook de reden dat ze juist naar Merifel wilde en niet naar Socophon. Ze wist het... Ze was alleen bang dat ze haar 'gave' verloren was.

"Ben ik hopeloos?" Klonk de stem van Raleana van achter een tafeltje niet ver bij haar vandaan. "Ach welnee," probeerde ze Lea gerust te stellen, "het lukt je vanzelf wel, gewoon proberen. Misschien kun je het wel, maar geloof je niet dat je het kunt. Probeer het nog één keer, oké?" Luna had namelijk een plannetje bedacht. Ze kon Raleana best een beetje helpen. Ze maakte zich gereed om meteen nadat Raleana de spreuk uit zou spreken, haar vlam te doven. Of in ieder geval, helpen om dat voor elkaar te krijgen. Nu was een één minnetje aan, als ze de verkeerde vlam doofde zou de eigenaar van de vlam hoogst verbaasd zijn omdat zijn of haar vlam zomaar uitging. Ze moest dus heel precies richten. En dat ging lastig, want ze wist alleen van welke kant de stem van Lea klonk, niet waar de kaars stond.



off: als je wilt dat je kaars zomaar uitgaat als raleana haar spreuk uitspreekt, mij best :P
Wat kijk je, is je boek uit?

'Ach welnee, het lukt je vanzelf wel, gewoon proberen. Misschien kun je het wel, maar geloof je niet dat je het kunt. Probeer het nog één keer, oké?' klonk de stem van Luna.

Raleana zuchtte. Achja, waarom ook niet? Toen ze de kaars van Luna zag, die niet heel veel meer brandde bedacht ze zich dat die misschien makkelijker was. Het meisje draaide zich naar diens kaars toen en sprak de spreuk uit. Omdat ze met haar zij naar haar eigen kaars toe stond zag ze die vanuit haar ooghoeken bewegen. Even fronste ze toen ze zag dat die uit ging. Toen ze echter Luna zag staan snapte ze het. Luna had niet kunnen zien dat ze niet op haar eigen kaars richtte en had dus om het elfje te helpen de kaars uitgemaakt waarvan Luna dacht dat die op ging richten...

Lea schoot in de lach.

'Luna, het is heel lief van je, maar ik denk niet dat ik beter word in spreuken als jij mijn kaarsen uitmaakt...'

Er schoot maar één vraag door haar hoofd heen: hoe wist ze het? Ze was betrapt, en ze antwoordde dan ook: "Als dat nodig is om je motivatie omhoog te krijgen, dan maar op die manier. Hoe wist je trouwens dat ik meehielp?" Ze probeerde Raleana's kaars weer aan te steken, het ston ook zo slordig als ze hem uitmaakte en niet weer aanstak. "Pareksò ignis ten bian bouleseos emou poiein, phué." Ze hoopte dat deze keer de vlam van Raleana's kaars aan ging. Dat was tenminste de bedoeling. "Is je kaars weer aan, Raleana? Anders moet je het maar even aan De Cappicio vragen." Jammer dat ze het gemerkt had, maar misschien zou Raleana nu wel verder gaan met proberen. Ze kon het vast wel, maar ze geloofde volgens haar niet dat ze het kon.
Wat kijk je, is je boek uit?

Deze les is gesloten.