Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Het einde van de wereld is nabij  (541 keer gelezen)

Speeldatum: 1 augustus 1312 (Einde zomer)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 6 maanden geleden »
Het heeft nog nooit zo donker geweest of het wordt altijd wel weer licht, dacht de bibliothecaris neerslachtig. Er schuilde een confronterende waarheid in de woorden die ooit door een onbekende minstreel waren gezongen. De rust en veiligheid van de duisternis duurde niet eeuwig want er kwam altijd een moment dat de duisternis onverbiddelijk verscheurd werd door het licht. En Vladistov kon het licht bijna voelen, zo dodelijk als de zon.

Met een tederheid die je zelden zag bij de stokbejaarde man streelde hij met zijn knokige vingers de vacht van het dier dat hem was ontvallen. Vladistov zat bovenop de hoogste boekenkast, hoog verheven boven de aardse zaken die de stervelingen bezighielden. Hier had hij alle ruimte om na te denken over de eeuwigheid van de dingen, al viel het leven van de kat daar duidelijk niet onder. Vladistov had al vele jaren een innige relatie met het beest.

Hij had het harige mormel gehaat. Intens gehaat. Maar was haat niet een vorm van liefde? Vele jaren lang had Vladistov geprobeerd het beest te vermoorden, maar de kat was klein en vlug geweest terwijl Vladistov oud en krakkemikkig was. Het hielp ook niet dat de kat - net als de meeste bewoners van het kasteel - de bibliotheek zoveel mogelijk meed.

'O mijn leven,' verzuchtte de oude man met krakende stem. Tijdens het aaien kwamen er plukken van de vacht los. Het ooit zo majestueuze roofdier dat met gracieuze bewegingen door het kasteel had geparadeerd was nu niet meer dan een verwrongen en leeggezogen zakje botten. 'Mijn leven, o mijn leven.' Deze kat was de enige persoon die Vladistov nog had gehad in zijn eenzame leven. En nu was hij moederziel alleen achtergebleven. Dat hij degene was die hiervoor verantwoordelijk was deed daar niets aan af.

Met een zacht geluid dat het midden hield tussen knorren en miauwen liet Vladistov zich op zijn zij rollen. 'Wat hebben we het goed gehad, vind je niet? Goed gehad, zo goed gehad. Ze begrijpen je niet. Maar het gaat voorbij. Alles gaat altijd maar voorbij, vind je niet? Maar ik zal van je blijven houden. Geen ander. Nooit een ander. Je bent..' Het gemurmel ging over in een hinnikend gegiechel. De vampier krulde zich op in foetushouding, met zijn geliefde slachtoffer tegen zijn borst geklemd.

'Het is niet erg om dood te zijn hoor, we zijn allemaal een beetje dood. Dood. O, dood. Maar je bent nu veilig, ja jij wel.'

Vladistov liet zijn vermoeide hoofd rusten op de tweede editie van Ulvirs Botanie in Borgonië en gaf lieve kusjes aan de kat en Ulvirs lijvige meesterwerk. Erger dan dit kon Vladistovs leven moeilijker worden, toch?

« [Reactie #1] : 6 maanden geleden »
Buiten was het nog grotendeels donker. Er lag een dichte mist over de omgeving die de meeste geluiden dempte. Bovendien was het nog vroeg en dus was er niemand wakker. Nou ja, helemaal niemand?

'Nou, je moeder is zelf een..' galmde een stem over de binnenplaats. Wát de moeder van de ander precies was blijft tot op de dag van vandaag een raadsel, want de spreker werd overstemd door een luid kabaal van metaal op metaal. Dat lawaai overstemde ook de reactie van de vijfdejaars Heracori wiens moeder onderwerp was van gesprek. En dat was misschien maar goed ook.

Hector stapte de smederij uit en brulde: 'Je bent toch niet helemaal achterlijk? Die plank, die plank en die hoekijzers. O, ben je zielig? Ach jochie toch. Wat rot voor je. ZIE IK ERUIT ALSOF HET ME IETS INTERESSEERT?' Hij stormde weer naar binnen en mompelde: 'ze worden ook ieder jaar dommer.' De Heracori, een nachtelf die voor straf Hector moest helpen op de vroege zaterdagochtend keek alsof hij in staat was om de smidsjongen te vermoorden. Maar Hector zag het niet.

Toen Hector even later weer naar buiten kwam met een veel te grote bak met gereedschap was de nachtelf bijna klaar met de planken en de ijzers op de handkar te laden. Met een flinke dreun liet Hector de gereedschapsbak op de kar landen en even later ging het tweetal op weg naar de bibliotheek. Toen Hector opzij keek, zag hij de elf gapen en Hector grijnsde breed. Hij duwde de kar het gebouw in terwijl de elf de toegangsdeur open hield.

'Nou, ik hoop dat hij er al is want ik heb geen zin om alleen naar binnen te gaan,' zei Hector tegen de elf. Die haalde zijn schouders op en leek niet zo veel zin te hebben om een gesprek aan te gaan terwijl het nog zo goed als nacht was. Aangekomen bij de bibliotheek waren de grote deuren dicht. Maar er stond niemand te wachten. 'Lui varken,' foeterde Hector.

'Wat?' reageerde de elf verontwaardigd, 'ik doe toch..'

'Nee, niet jij,' onderbrak Hector hem. 'Dat hondsjoch. Hier, zet maar neer en ren naar Elias toe om hem te halen. En als hij nog ligt te ronken dan gooi je maar een emmer water over hem heen.' De jongen keek hem nu een beetje onzeker aan, maar Hector gebaarde ongeduldig met zijn hand. 'Hup hup, rennen maar.'
Een dag niet gelachen, is een dag nie- Hé, d'r staat iemand in de schandpaal!

« [Reactie #2] : 6 maanden geleden »
"Hee, snotaap! Je mag niet rennen in de gangen!"

Een goddelijk blonde weerwolf liep op zijn gemak door de gangen van het kasteel der Bumetranen. Bumetrelen. Bumetrelletjes? Relletjes, sowieso, mijmerde Elias, terwijl hij de zwarte elf vrolijk de weg versperde.

"Jongen toch," vervolgde hij, "ik begrijp je drang om te rennen, zeker op de zaterdagochtend, de lege gangen, de ogenschijnlijke leraarloosheid - is dat een woord?... Nou ja, rood is rennen, zeker, maar zelfs op de zaterdagochtend is het begrip voor ons Heracori bedroevend.. eh... dinges." Hij kuchte even.

"Ik kijk het door de vingers, want ik heb meer te doen. Je zou het niet zeggen, maar er is leven na Heracor. Vraag maar aan meneer Eskell, die weet er alles van. Weet je, doe het gelijk maar, ik was net naar hem onderweg. Kun je je misschien nog nuttig maken ook."

Volstrekt gelovend in de volgzaamheid van de leerling, wandelde Elias verder. De bibliotheek. Welja. Geen grootser begin van de ochtend dan een bezoek aan Bumetrels meest verzuurde vampier.

« [Reactie #3] : 6 maanden geleden »
De elf keek Elias aan en hij haalde diep adem om iets te zeggen maar toen realiseerde hij zich dat dat geen zin had. En dus mompelde hij iets wat verdacht veel op 'ach stik' leek en sjokte achter Elias aan in de richting van de bibliotheek. Daar stond een vrolijke gorgo op de beide heren te wachten. Hector leunde met zijn rug tegen de grote gesloten deuren die naar de bibliotheek leidden. De deuren zaten op slot, had Hector geconcludeerd. Hij wist niet eens dat dat kon. Maar zo vaak kwam Hector ook niet in de bibliotheek.

'Hé slaapkop,' zei Hector en hij ramde Elias op zijn schouder. 'Heb je d'r een beetje zin in? Lekker op de vroege ochtend de handen uit de mouwen steken.'

Hector had Elias al op de hoogte gesteld van wat er moest gebeuren. Of anders was de weerwolf vast slim genoeg om het uit te vogelen. Jawel, Hector had een hoge pet op van zijn vriend. 'Nou, ik denk niet dat Vladje het een leuk idee vindt wat we komen doen. Dus we moeten maar een beetje voorzichtig zijn.' En wie beter om Hector te beschermen tegen de klauwen van een krankzinnige vampier dan de weerwolf die zo graag een alfa wilde zijn.

'En misschien is hij wel gestikt in al dat stof. Je moet altijd blijven hopen toch?'

Hector tikte met zijn knokkels op het slot. 'Jij hebt de sleutel toch?'
Een dag niet gelachen, is een dag nie- Hé, d'r staat iemand in de schandpaal!

« [Reactie #4] : 5 maanden geleden »
Sommige myrofas hadden er al een ochtend opzitten. Zonsopgang was een goed moment om even de poten te strekken en eventueel vast een bodempje te leggen voor het ontbijt. Of een ontbijtje mee te nemen voor Johlar en Kimberly. Het was nooit verkeerd om vrienden te hebben op hoge plaatsen, maar op Bumetrel gold dat ook voor lagergelegen plaatsen zoals de kelder met de keuken en de voorraadkamers.

Toch had Elias er niet zoveel zin in. Nou ja, hij stond er wat dubbel in. Een bezoek aan de bibliotheek met bijbehorende bijtgrage bibliothecaris was geen bijzonder aanlokkelijk vooruitzicht, maar als de bibliothecaris-assistente met bijbehorende bevallige borstpartij er ook was...

"Vladje is nooit blij, ongeacht wie er langs komt," merkte Elias somber op. "Tenzij je een exemplaar van de Myrofaswerken van Cornelius Lucien in eerste druk komt brengen, misschien. Maar dan kun je beter doorlopen naar de Witte Toren want dan krijg je er promotie van denk ik."

Onderwijl grabbelde Elias in een van zijn zakken naar de bos met lopers sleutels. "Momentje, ik denk dat eentje er op moet passen, maar het kan zijn dat je even de andere kant op moet kijken omdat ik het slot moet..." hij keek even naar de nachtelf in het gezelschap, "euh, hogere magie moet toepassen."

"Nee... deze?" Elias probeerde een tweede sleutel. ."...lijkt erop..." De weerwolf tikte vakkundig een derde sleutel af. ..."bíjna..." De vierde sleutel draaide en klikte, "...hebbes!" en de medewerker binnendienst opende met een triomfantelijk en gastvrij hoofd de deur voor de medewerker technische dienst en de studentassistent van dienst.

"Gaat u voor!"