Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Een dappere queeste  (154 keer gelezen)

Speeldatum: 12 november 1308 (Einde herfst)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 maanden geleden »
De avond was gevallen en een eenzame vampier liep door de gangen. Nee, een vampier liep eenzaam door de gangen. Aegnor twijfelde even. Kon je als vampier wel eenzaam door de gangen lopen? Hij schudde zijn hoofd. Een vampier liep door de gangen. Alleen. Bij de grote deuren van de bibliotheek aangekomen, aarzelde de jongeman. Hij besloot naar de andere kant te teleporteren. Iedereen wist dat de deuren van de bibliotheek zo bespreukt waren dat ze zelfs zouden kraken al baadden de scharnieren in olie. Het was één van de verdedigingsmechanismes die Aegnor wenste te omzeilen.

Aegnor bleef doodstil staan aan de andere kant van de deur. Er klonk zacht gefluister vanaf de leestafels. Een groepje studenten had bedacht dat het een goed idee was om in de bibliotheek te gaan zitten met hun boeken. Moest hij respect hebben voor hun moed of medelijden met hun domheid? Het monster van de bibliotheek, zijn bloedeigen oudoom, was nergens te bekennen. Vladistov en Vladistov hadden als mens een bloedband gehad en Vladistov en Ancalimë hadden als vampieren een bloedband. Aegnor vond het goed genoeg.

De vampier liep op de bibliothecaresse in opleiding af en trok zijn mond open. Hij keek even verbaasd naar de duidelijk zichtbare uitsteeksels die een andere man vast welgevormd zou vinden. 'Ik heb een vraag,' deelde Aegnor zachtjes mee. Hij aarzelde even. 'Is dat niet koud zo op de tocht?' vroeg Aegnor en hij gebaarde met zijn hand vaag in de richting van haar borstkas. 'Of zorgt de aanwezigheid van al dat.. weefsel voor dusdanige isolatie dat je daar geen last van hebt?'

« [Reactie #1] : 4 maanden geleden »
Silke maakte een sprongetje van schrik. De vampier had bepaald stil gelopen. Ergens was dat eens beschreven, maar door wie ook alweer? Was het Heinrich Zimmerlich of Heinrich Kabalos? De laatste, waarschijnlijk, want hij was in eigenlijk al zijn boeken gefascineerd door geluiden.

Ze dacht na. "Ik voel het niet. Voel jij kou? Je leeft niet, en Zimmerlich beweert dat vampiers koud zijn, maar ik heb het nog nooit gevoeld." Voorzichtig legde ze haar hand op zijn voorhoofd. "Je hebt in ieder geval geen koorts." Peinsde ze.

Er werd vanalles over vampiers beweerd. Ze keek de jongen geïnteresseerd aan, beginnend bij zijn hoofd maar langzaam afzakkend. Zijn voeten waren niet zo interessant, besloot ze. Ook al konden ze zo zachtjes lopen. Ze knielde, en inspecteerde zijn schoeisel. Niets dat het zo zacht had moeten maken.

"Hoe doe je dat?" Vroeg ze, nog steeds geknield. "Zo zachtjes? Kun je me dat leren?"

« [Reactie #2] : 3 maanden geleden »
Aegnor onderging geduldig de inspectie van het meisje. Hij kon zich niet herinneren dat er andere vrouwen aan hem hadden gezeten de afgelopen jaren. Mannen ook niet, overigens. Niemand leek heel erg genegen te frutselen aan een vampier; een van de voordelen van zijn ras. Dat deze dame het toch nodig vond aan een vampier te zitten, deed Aegnor afvragen of de roddels over de bibliothecaris en zijn assistente dan toch minder absurd waren dan ze op het eerste gezicht leken.

'Door de deur komen? Dat heet wilsmagie,' antwoordde Aegnor. Hij wist niet helemaal zeker of ze doelde op het teleporteren of zijn bewegingen daarna, maar hij gokte op het eerste. 'Of ik je dat kan leren hangt af van je aanleg.'

De jonge vampier keek even om zich heen om er zeker van te zijn dat de oude vampier nergens te zien was. Hij hurkte ook maar neer zodat hij met zijn gezicht vlakbij het hare kwam. 'Ik heb je hulp nodig. Ik heb de boeken De Tweeënveertig Toepassingen Van Wilsovername In De Leer Van Oulin van Hilorius Hoogvoeth en Eeuwige Nacht - Doodswensen Van Een Wilsmagister van Leonard Laaghandt nodig. Normaal gesproken is de oude Vladistov een heel redelijke man, maar je weet hoe hij wordt als het om Hilorius Hoogvoeth en Leonard Laaghandt gaat.'

Aegnor keek Silke veelbetekenend aan. 'Toen ik hem er vorige week naar vroeg zei hij dat hij nog liever zijn eigen moeder zou opeten dan afstand doen van zijn boeken. Heel even dacht ik dat hij me de boeken dus mee zou geven, maar dat had ik verkeerd gedacht. Sindsdien heeft hij ze steeds bij zich. Gisteren fluisterde hij me toe dat hij ze mee zou nemen het graf in. Ik heb hem nog proberen uit te leggen dat hij al zo lang dood is dat er niets meer overblijft om te begraven als hij de eeuwige dood vindt, maar ja.. Hilorius en Leonard.. dan is alle rede zoek.

Enfin, kun je me helpen?'

Hij aarzelde even en voegde er toen aan toe: 'Eventueel mag je als dank wel een kusje. Op je wang. Ze zeggen dat je het daar wel voor doet.' Het laatste was niet echt goed meer te verstaan en omdat Aegnor niet helemaal zeker wist wat 'ze' met 'het' bedoelden liet hij dat maar in het midden.

« [Reactie #3] : 3 maanden geleden »
"Neehee." Zuchtte Silke. "Door de deur komen kan ik ook wel. Zo stil zijn, zo zacht lopen! Hoe doe je dat? En kusjes heb ik ook niks aan. Heb je ze over? Is dat omdat iedereen denkt dat vampiers alleen maar bijten? Of kus je regelmatig?"

Ze dacht na. "De bibliothecaris is een wijs man." Besloot ze. "Maar je moet hem niet om boeken vragen, want dan gebeuren er dingen die te diepgaand zijn voor de gewone stervelingen." Met een blik op de jongen besloot ze: "En gestorvenen."

Silke dook diep in één van de gangen van de bibliotheek en kwam terug met een ladder. Die zette ze bij de vierde boekenkast, vijfde gang. Ze telde de boeken, manouvreerde de ladder heel precies en klom razendsnel omhoog.
Daarboven zat het nest. Waar andere kastelen vermoedelijk vaker last hadden van wespennesten, muizennesten, rattennesten - hier was het een vampiernest. Het bestond uit papier, de resten van oude weggegooide dossiers, kladblaadjes van leerlingen en geschrapte dissertaties. Het werd bijeengehouden door een verzameling touwtjes. Rood, blauw, groen, wit, zwart, alle mogelijke rafeltouwtjes van de uniformen van de school zorgvuldig verzameld en tot een nest gesponnen. Het was bijzonder sterk. Je zou waarachtig denken dat vampiers geboren waren om nesten te bouwen.

De bibliothecaris was niet in zijn nest. Silke viste er alle boeken uit die ze kon bereiken en schoof ze op de bovenste plank van de boekenkast. Precies daar waar ze was opgehouden met tellen. Toen klom ze weer naar beneden, wandelde naar haar bureau en haalde een klein karretje tevoorschijn. Het was gevuld met boeken.

Ze wandelde door de bibliotheek, bracht boeken her en der terug, blies stof weg. Toen klom ze razendsnel op de ladder en deponeerde een flink aantal boeken in het nest. De boeken van de bovenste plank werden op het karretje gelegd en naar de balie gebracht.

"Zitten ze hierbij?" Vroeg ze de vampier. "Anders moet ik even kijken in zijn andere nesten."

« [Reactie #4] : 3 maanden geleden »
Aegnor keek aandachtig toe wat het meisje allemaal deed. Zoals ze door de bibliotheek vloog zou je denken dat haar vader een bibliotheekdraakje was geweest. Heel even vroeg Aegnor zich af hoe een hybride van een bibliotheekdraakje en een elf er uit zou zien, maar het resultaat van dat gedachte-experiment was zo verontrustend dat de vampier zijn aandacht snel weer op het hier en nu richtte.

Silke kwam terug met de boeken en Aegnor wierp er een blik op. 'Nee, hier zitten ze niet tus- wacht eens even.' Aegnor keek achterdochtig naar een klein boekje dat er een beetje zielig uitzag tussen het prachtige exemplaar van Tropp's De Hertaalde Geschriften Van Zeno's Dochters, Een Inkijk In De Dagen Van Licofaris en een rijk versierde dikke pil met de twaalfhonderdvijfenzestig voorschriften voor een godvrezend en kuis leven zoals die golden tijdens de heerschappij van koning Pauregius.

Voorzichtig pakte Aegnor het kleine, beduimelde boekje uit de stapel. Het had maar een paar, dikke bladzijden en de leren kaft had wel eens betere tijden gezien. De laatste paar bladzijden zaten aan elkaar geplakt. Aegnor sloeg het open en zijn ogen gleden over de tekst. Zijn mond viel open en zijn ogen rolden bijna uit zijn hoofd. 'De verrader,' concludeerde hij zachtjes en snel vloog de jongen naar een mooi bewerkte kast vlak bij hem. In de kast zaten een paar nauwelijks doorzichtige ruitjes. Aegnor hield het open boekje voor het glas en keek in de haast onzichtbare weerspiegeling.

Aegnor schudde zijn hoofd. Hij liep terug naar Silke en het lopen leek haast op dansen. 'Weet je wat dit is?' vroeg Aegnor en voor ze antwoord kon geven ratelde hij verder. 'Dit is een geschrift.. een werk. Dit hoort helemaal niet te kunnen bestaan. En de laatste keer dat er over dit wondertje werd gesproken is een geschrift van meer dan achthonderd jaar oud en dat is nog niet eens een betrouwbare bron ook. Ik had het er laatst nog met hem over en hij heeft met droge ogen staan vertellen wat hij er allemaal voor over had om dit in zijn bezit te krijgen. Vervloekte Vladistov. Maar wat een vondst. Wat een vondst.'

De vampier realiseerde zich dat hij stond te ratelen en keek Silke aan. Er verscheen een klein glimlachje op zijn gezicht. 'Wat staat er volgens jou op deze pagina?' vroeg hij en Aegnor gaf haar het boekje.

« [Reactie #5] : 3 maanden geleden »
Silke keek de ratelende vampier geïnteresseerd aan. Ja, je kon wel zien dat het familie was. Hij was lyrisch. Over een boek. Nou kon zij dat ook wel zijn, maar toch op een andere wijze. Dit had meer van de bibliothecaris, onpeilbaar lyrisch zijn. Zou je daar vampier voor moeten zijn? Of zat het in de familie Vladistov?

"Ik weet wel wat het is." Zei ze, en knikte. "Dat boekje is het boekje dat de bibliothecaris kwijtgemaakt heeft. Ik bracht het een week geleden mee, en toen ik het aan hem gaf begon hij te gillen." Ze keek peinzend. "Toen dook hij in zijn nest, viel eruit, dook er weer in, viel er weer uit, en verdween ergens bovenop een kast. Meestal is hij dan een dag weg, maar nu wat langer." Ze haalde haar schouders op. "Dat betekent dat het een belangrijk boek is."

Met een snoekduik viste ze een boekje onder haar bureau vandaan, bladerde erin en kwam bij een overzichtelijke index terecht. "Kijk, als hij een minuut gilt, dan is het een lesboek. Maar als hij een half uur bezig is, dan is het een roman. En de rest van de symptomen staat er ook. Maar die van een week, die had ik nog niet."
Inderdaad stond eenzaam en alleen achteraan de titel van het werkje vermeld.

Silke bekeek de vampier eens, en glimlachte. "Jij vindt het ook een belangrijk boek." Toen keek ze naar de pagina, en deed een stap achteruit. Ze huiverde, wierp er nog een blik op, fronste en schudde haar hoofd. "Nee, dat weet ik niet." Zei ze twijfelend. "Weet jij het?"
« Laatst bewerkt op: 3 maanden geleden door Tetachan U. M. Mocha »

« [Reactie #6] : 3 maanden geleden »
Het gedrag van Vladistov senior stond zwart op wit. Aegnor wierp er een blik op en merkte op: 'Hij had dus toch gelijk. Hij denkt dat je hem bestudeert. En dat je een re?ncarnatie bent van Ehriondah, teruggekeerd uit de dood om hem het leven onmogelijk te maken.'

De vampier gebaarde dat ze met hem mee moest lopen richting de kast waar hij net ook voor had gestaan. Die mooie met de raampjes. 'Ik weet niet wat jij ziet, zoals jij niet weet wat ik zie. Kijk maar eens in de weerspiegeling.' Aegnor hield het boekje voor het glas en de weerspiegeling klopte niet met wat er op het papier stond. In de weerspiegeling waren tekens te zien waarvan Aegnor niet wist of Silke ze zou herkennen. Zo veel boeken had Bumetrel niet over dit onderwerp.

'Het zijn runen, krachtige mensenmagie die de lezer zijn diepe angsten of verlangens toont. Maar dat kan helemaal niet. Mensenmagie is niet te combineren met onze magie. Zoiets krachtigs zou een enorme explosie moeten veroorzaken met alle myrofasmagie die hier rondslingert. Dit is een wonder dat uitgebreid bestudeerd moet worden.'

Al was het maar omdat deze pagina niet de enige curiositeit was. Zo waren de laatste paar bladzijden aan elkaar geplakt en was het tot nu toe niemand gelukt om die magie te verbreken. Of niemand was zo dom geweest om met zoiets mysterieus' te rotzooien. Aegnor klapte het boekje dicht en keek Silke terloops aan. 'Je.. uh.. Het is toch niet erg als ik dit boekje een tijdje leen om te bestuderen?'

Aegnor liet zijn vingers zachtjes over de rug van het boek glijden en liet zichzelf langs de kast omlaag zakken tot hij op de grond zat. Terwijl hij het boek in zijn handen liet ronddraaien, sprak Aegnor zonder op te kijken: 'Laaghandt en Hoogvoeth liggen trouwens in zijn nieuwste nest, daar boven de tafel helemaal boven aan het plafond. Hij wilde weten welke van zijn nesten je kende.' Maar dat de bejaarde bibliothecaris hem had voorgelogen over dit boekenwondertje vond Aegnor genoeg reden om Vladistov een hak te zetten.

'En daar tussen de kast met de Hoogelfse Woordenlijsten en die met de vierenzestig delen van de Gorgoonse Geschiedschrijving door Gregorius Gerritsen zit een klein doorgangetje naar een hol dat je waarschijnlijk ook nog niet kende.'

De jongeman zweeg even en vroeg toen peinzend: 'Waarom blijf je hier eigenlijk werken? Ik heb gehoord dat je moeder de concubine van een invloedrijk man is. Weet zij geen machtige mannen die nog een - uh - vrouw zoeken?'

« [Reactie #7] : 1 maand geleden »
"Mevrouw van Uncha leeft nog." Zei Silke peinzend. "Dus ik weet niet hoe dat kan. Ik denk dat ik mezelf ben, en ik maak geen levens onmogelijk. Ik bestudeer ze wel. Maar zonder onmogelijkheden toe te voegen. Dan kun je niet meer bestuderen. Het liefst voeg ik me helemaal niet toe, maar ook dan kun je niet bestuderen, dus het moet wel." Ze haalde haar schouders op. "Maar meneer Vladistov is al dood, dus het geeft niets dat zijn leven onmogelijk is. Dat is namelijk al zo. Maar dat vergeet hij wel eens. Of misschien wel altijd. Dat zou ik moeten nazoeken."

Ze bladerde in haar boek, tot ze terechtkwam op een pagina met een cijferlijst. Ze telde, vergeleek met een andere kolom en telde. "Nee, niet altijd. Maar wel vaak."

Silke luisterde geïnteresseerd naar het verhaal van de vampier. Het ging over mensenmagie, en die sectie was ze juist aan het categoriseren. Maar de uitleg deed meer vermoeden dat het boek in de verboden sectie thuishoorde. "Nee, dat kan. Als het maar terugkomt. Het was niet eenvoudig om terug te vinden de vorige keer." Er was zelfs een dreigbrief aan te pas gekomen.

Ze keek omhoog. Het nest aan het plafond was niet onbekend, maar het gangetje wel. Daar zat 'ie dus, de wijsgeer. Het werd tijd dat ze daar eens ging stoffen. Er was een flink aantal boeken verdwenen uit de bibliotheek de laatste tijd, en altijd 's nachts. De kans dat het leerlingen waren schatte ze klein in.

"Er zijn boeken." Antwoordde ze. "Ik heb ze nog niet allemaal uit. Als ik ze uit heb wil ik wel trouwen. Mijn moeder is tevreden als ik hier ben. En in de archieven staan nog veel boeken vermeld die allemaal verdwenen zijn. Ik heb al vierhonderddrieëntwintig reizen in Oikilans achterbuurten gemaakt, en heb een begin terug. Maar ik ben nog niet in Merons Beerput geweest. Wel bij Hogendorst op zolder, en ik heb dat boekje van Simeon Opuntius, je weet wel, die in de rozenbuurt. Het was heel handig dat ik het zegel van de IRMM heb, want alleen door die brief al kreeg ik zevenentwintig boeken van hem terug. En je weet hoe moeilijk dat is. Maar ik ben blij met de bibliofielen in Oikilan, want die hebben het grootste deel van de verdwenen boeken in de buurt weten te houden. De rest moet ik nog traceren, maar er is een begin."

Silke hield haar hoofd scheef en bekeek de vampier van top tot teen. "Waarom trouw jij eigenlijk niet?"