Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Een nieuw slachtoffer  (613 keer gelezen)

Speeldatum: 22 oktober 1304 (Midden herfst)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 2 jaar geleden »
OOC: Dit alles gebeurt in een droom ^^. Dus is niet 'echt'.

De nacht was al lang niet meer jong en in het weerwolvenhuisje lag een zekere vrouwelijke weerwolf diep te slapen. Deze diepe slaap werd zoals elke nacht gepaard met een dromen. Meestal werden ze niet onthouden, maar ze waren er altijd.

De droom die Gisèle vannacht had, bracht haar naar terug naar 't Hoekje. Naar een bepaalde avond wanneer ze met een nimf allemaal kleine cadeautjes aan het uitdelen was aan de leuke heren die die avond van hun bier genoten. De weerwolvin was net bezig met het versieren van een sirene toen er iemand op haar schouder tikte.

Een faun gekleed in een paarse gillette stond achter haar en op het moment dat ze omkeek, mekkerde hij en hupste op handen en hoeven 't Hoekje uit. Eenmaal buiten stonden ze niet meer in Oikilan, Gisèle bevond zich in een vallei. Zover als het oog kon kijken, strekte het gras zich uit Een grote boom stond in het midden van alles. Haar takken reikte ver om zich heen in alle richtingen en zachtjes wiegde ze op de wind die over het veld streek.

De wind duwde zacht tegen de rug van Gisèle, in de richting van de boom. Het gras kriebelde aan haar blote voeten terwijl er allemaal kleine insectjes in de richting van de boom kropen. Van de faun die haar hierheen had geleid, was in de verste verte niets meer van te bekennen.

« [Reactie #1] : 2 jaar geleden »
Het was een doodnormale lesdag geweest in het leven van het weerwolfje Gisèle. Vermoeid was ze 's avonds in bed gekropen, na nog even met de medebewoners van haar huisje te hebben gekletst. Nouja, ze had iets gemopperd over regen en een verschrikkelijke opdracht voor Telepathie, maar de rest had niet naar haar waterval aan gezanik geluisterd.

't Hoekje. Ze had niet gedacht dat ze er zo snel weer zou zijn, na wat er in augustus was voorgevallen. Wacht eens.. Dit wás de avond in augustus! 't Hoekje was leuke taveerne, met leuke myrofas en erg veel leuke drank. En ditmaal ook een érg leuke, mooie sirene. Vreemd, ze kon niet herinneren dat ze die sirene tijdens de betreffende avond in 't Hoekje had zien lopen. En waarom versierde ze eigenlijk een sirene? Ach, wat maakte het allemaal uit. Gisèle was er nu gewoon, net als een faun achter haar met een lelijke paarse gilet. Was het dezelfde faun die Eleonora gekust had? Ze wist het niet. Misschien moest ze dat maar eens een keer vragen, als ze de kans kreeg. Iets wat ze wel wist was dat zij ook op handen kon lopen! Zelfs zonder haar voeten.

Dat deed ze dan ook met alle gemak van de wereld. Goed, dat ze het zo eenvoudig was had ze niet verwacht, en dat ze het zo lang vol kon houden ook niet. Normaal gesproken zou haar hoofd al na een minuut eruit zien als een overrijpe bes en aanvoelen als een bom die op ontploffen stond. Op handen lopend kwam ze aan in de vallei, een boom stond op zijn kop. Soepel liet het meisje zich weer op haar voeten belandden waar gras en beestjes kriebelden. Ze giechelde kort, het bloed zakte weer uit haar hoofd, hoewel die niet rood was geworden.

'Hallo?' echode Gisèle door de vallei, die duizenden "Hallo's" duister terugkaatste als het ware een afgesloten ruimte. Waar was de faun heen? En nog belangrijker: waar was zij?
'Vele vragen heb ik voor u, euh, edele boom.' Kon de boom wel praten? Of zat er iemand in? Was de faun erin gekropen? Zie je, ze had inderdaad vele vragen.
:hihi:

« [Reactie #2] : 2 jaar geleden »
Een haast manisch gelach klonk vanachter Gisèle.
"Och edele boom ammehoela. Dwaas kind! Een stel wortels kwamen onder Gisèle uit de grond. Ze wikkelde zich rond de voeten van de weerwolvin en tilde haar op. Langzaam veranderde de wortels in takken en Gisèle ging hoger en hoger. De boom leek zelf ook hoger te worden. In de verte kwamen de bergtoppen in zicht voor Gisèle. Toen ze eenmaal  in de toppen van de boom zat, hield de reis naar boven op. In de toppen van de bomen kwam ze weer iemand tegen. Het was echter niet de faun zoals misschien gedacht werd. Het was een heel ander wezen, iets dat Gisèle nog nooit gezien had gezien.

Een rood tenger wezentje, ongeveer half zo groot als Gisèle, maar duidelijk gespiert. Het wezentje had een lange staart die uitkwam in punt, leerachtige vleugels en verder stonden er een stel puntige hoorns Het wezentje had een stel fel rode ogen en een enigszins gemene grijns op zijn gezicht.[1] De wortels overstegen Gisèle waardoor ze al snel op de kop kwam te hangen.
"Dus jij durft hier zomaar bij mijn boom te komen? Dwaas kind." lacht het wezentje. Met een klauw pakte hij de kin van Gisèle vast en printe erin met zijn nagels. "Dwaas kind."

Met die laatste woorden spleet de boom doormidden en viel Gis
 1. http://www.impandotyugh.com/wp-content/uploads/2015/04/imp_by_willdan-d6h1gsx.jpg
« Laatst bewerkt op: 2 jaar geleden door Vladimir I. V. Ru. Teresjkova »

« [Reactie #3] : 2 jaar geleden »
'Ammehoela jezelf!' schreeuwde Gisèle terwijl ze aan de wortels omhoog werd getrokken. Ze ging hoger en hoger en hoger... Totdat ze zo ontzettend hoog was, dat ze bergtoppen met sneeuw erop zag liggen. Gelukkig had ze het niet koud, dat scheelde al een hoop. Eerlijk gezegd had ze het best warm, alsof er teveel dekens op haar lagen. Dat sloeg natuurlijk nergens op, ze bevond zich midden in de lucht, niet in haar bed.

Vervolgens stopten de takken met stijgen en meteen deed ze een verwoede poging om de takken van haar voeten af te trappen[1], maar ze zaten muurvast. Demonstratief sloeg Gisèle haar armen over elkaar en wachtte af. Ooit zouden die vervloekte takken wel loskomen, en dan zou ze gewoon naar beneden klimmen. Dat kon ze goed!

Maar zoiets gebeurde niet. In plaats daarvan verscheen er een vreemd rood wezentje, dat ergens in Gisèles hoofd een belletje deed rinkelen. Het was geen myrofas, dat wist ze zeker. Toch was het iets dat ze kende, maar waarvan? Het belletje rinkelde door en de weerwolf drukte haar handen tegen haar oren. Vervolgens ging er ook nog een lichtje branden, dat een eindje voor haar vloog. Plotsklaps schoot het haar te binnen: het was een duivel! Wat was het lang geleden dat ze daarover had gehoord. Als mens was ze regelmatig naar de kerk gegaan, maar sinds ze een weerwolf was geworden kwam ze er niet meer. En maar goed ook, want de mensen in het dorp vonden toch dat Gisèle zelf door de duivel bezeten was.

'Ik ben geen kind!' gilde de zogenaamde "volwassene", tijdens haar val. 'Ik ben al eenentwintig jaar hoor! En je bent lelijk en stom!' Haar etiquette was weer prima, net zoals al-tijd. Apart, ze viel wel érg langzaam en er klonk muziek, klassieke muziek. Bevreemd nam de weerwolf de omgeving in haar op en bleef intussen rustig doorgaan met vallen. Het duurde een tijdje voordat Gisèle doorhad dat ze ook in dit trage tempo ooit de grond moest raken. Na die realisatie haalde ze de knappe sirene voor haar geest, stal de vleugels en plakte die vervolgens aan zichzelf.[2] Het mislukte, ze vielen eraf..
'Kataban![3]' spreukte Gisèle. Verdorie, haarzelf afremmen lukte ook al niet! Wat kon ze nu nog doen? Een schild oproepen waarmee ze zichzelf in ving? Iemand telepathisch waarschuwen?

'Help!' krijste ze daarna, wild met haar armen wapperend. Zoiets was ook een optie. 'Help! Help!'
 1. (1, 3) -1 aftrek. Winst bij hoger dan 7
 2. (1, 9) -1 aftrek. Winst bij hoger dan 7
 3. (8, 3) - 2 aftrek. Winst bij hoger dan 7
:hihi:
« Laatst bewerkt op: 2 jaar geleden door Gisèle M. S. Ne. Ethelgis »

« [Reactie #4] : 2 jaar geleden »
De imp[1] zwaaide Gis nog vrolijk na terwijl ze naar beneden viel. De weerwolf viel en viel steeds verder. De wanden veranderde van de binnenkant van de boom  naar een meer steen achtige omgeving. Totdat de wanden uiteindelijk verdwenen en er een blauwe licht voor in de plaats kwam.

Het wapperen met haar armen zorgde ervoor dat Gisèle van vallen over ging tot vliegen. Als ze naar haar armen keek, zou ze zien dat haar armen veranderd waren in een stel witte vleugels met hier en daar roze veertjes. Langzaam begonnen de witte en roze veertjes ook de rest van haar lichaam te bedekken. Toch veranderde ze niet in een vogel, nee ze bleef haar menselijke lichaam behouden. Rustig vloog ze verder door de blauwe lucht. Nergens was land te bekennen, hoewel er steeds meer wolken kwamen.

Op een wolk zag ze Vigo Amèl en Aegnor Ancalimë tegenover elkaar zitten. Om de beurt schreven ze briefjes om die vervolgens als kleine perkamenten vogeltjes naar elkaar te sturen. Ze vogeltjes gaven de ontvanger elke keer een klein kusje op hun neus voordat het opende en zijn boodschap liet lezen. Op een andere wolk zag ze zichzelf, maar dan vijf keer. Beneden haar scheen de zon vel tegen de onderkant van de wolken.
 1. Dat rode wezentje

« [Reactie #5] : 2 jaar geleden »
'Ieeh!' Ze zou te pletter vallen op de stenen, of op z'n minst flink gebutst zijn, als een beurse appel die op de grond gegooid was. Hard wapperde Gisèle met haar armen. Niet dat dat wat uit zou maken, ze had immers geen vleugels.

Of toch wel? Een snelle blik op haar ledematen maakte duidelijk dat ze onder de veren zat. Ze kriebelden een beetje en hier en daar dwarrelden een paar veertjes naar beneden. Tijd om ze goed te bestuderen had ze niet; de hoofdzaak was nu uittesten of de flapperdingen daadwerkelijk konden flapperen. Met haar armen (die nu meer vleugels waren) maakte ze een aantal krachtige slagen waarmee ze snel in hoogte won. Na een paar keer proberen had ze het vliegen aardig onder de knie en kreeg het gevleugelde wolfje het voor elkaar om op dezelfde hoogte te blijven hangen.

Nu was het tijd om de omgeving eens goed in haar op te nemen. Ze zag meerdere wolken, de zon kwam vanuit de grond. Gisèle fladderde dichterbij en ontwaarde twee figuren op wolkjes, die brieven schreven. Haar aandacht werd echter al snel getrokken door een andere wolk waarin ze zichzelf heel veel keer zag. Dat was ideaal, want ze was ongelooflijk nieuwsgierig naar haar nieuwe uiterlijk. Het was best mooi, vond ze zelf. Haar armen waren vrijwel onherkenbaar, en er hingen erg veel veren aan. Het waren in principe gewoon vleugels geworden. Er zaten veren op haar hele lichaam, behalve op haar gezicht. Ergens halverwege haar nek waren de veren gestopt.

In een opwelling trapte Gisèle hard tegen de wolk. Ze had er liever in geprikt, maar dat ging niet met die vleugels. De wolk barstte uiteen in nog meer Gissen, die naar beneden tuimelden. De echte Gisèle joelde en besloot dat het tijd was om eens te gaan landen. Met onhandige vleugelslagen bereikte ze de grond en liet haar vleugels naast zich zakken. De omgeving was saai, er hing mist voor zover ze kon kijken en de grond bestond uit stenen. Voor de rest was er Niets. Zelfs geen Gissen. Die waren allemaal weg.

'Hallo-o-o?' galmde Gisèle spookachtig tegen het Niets dat misschien toch Iets was. 'Is daar Iets?' Beter was het niet weer dat rooie ding, dan zou ze met hem afrekenen. Dat bracht haar op een idee: ze moest een spreuk paraat houden voor het geval dat.
'Aposterandreos[1],' zou er gesist worden, als Iemand of Iets het waagde in het domein van de Gis te komen. Jammer genoeg had Oppermachtige Gevleugelde Gis niet door dat haar spreuk voor geen meter werkte.
 1. (2, 3) -1 aftrek. Winst bij hoger dan 5
:hihi:

« [Reactie #6] : 2 jaar geleden »
De witte mist kolkte om haar heen en voor een moment werd hij dikker en dikker totdat er niks anders meer te zien was als mist. Achter Gis trok de mist op totdat er een kaarsrechte tunnel verscheen met de wanden en het plafond van dezelfde dikke mist. Er leek geen einde te zitten aan de tunnen. In de mist verschenen verschillende gezichten die Gisèle probeerde aan te spreken, maar meer dan vaag gemurmel was het vaak niet.

"Natuurlijk is er iets, er is mist en er zijn doden en schimmen, eigenlijk is er best veel hier." De stem klonk vanuit de tunnel.
"Och doe geen moeite met je spreukjes." De stem klonk dichterbij. Ondertussen liep er een weerwolf dichter naar Gisèle.
"Je moet wakker worden," sprak Vladimir toen hij wat dichterbij kwam. "Je komt nog te laat." Een straal met water kwam vanuit Vladimir's hand recht in Gisèle's gezicht.

« [Reactie #7] : 2 jaar geleden »
Er was een stem in het Niets, dus het veranderde in Iets. De stem klonk bekend, heel bekend, een beetje als..
'Vladimir?' Er was een lichte teleurstelling te horen in de manier waarop Gisèle het uitsprak. Ze had gehoopt op iets spectaculairs, een vliegende draak bijvoorbeeld, of een dansend aapje met een hoed. Maar dit was Vladimir de weerwolf, en die was niet spectaculair.
'Ben jij dat? Hoezo geen moeite met spreukjes, die zijn toch best handi-'

'Hè, doe niet zo vervelend!' reageerde ze geërgerd. Vladimir was dus niet alleen saai, maar ook nog eens irritant. Met haar hand veegde ze haar gezicht schoon. Althans, ze bewoog haar hand in de richting van haar gezicht en sloeg zichzelf natuurlijk met haar vleugel. Een paar roze veertjes dwarrelden naar beneden en Gisèle keek de weerwolf voor zich beduusd aan.
'Ohja,' mompelde ze, waarna ze een uitdagende blik op Vladimir wierp en zichzelf droogspreukte. Hij kon wel zeggen dat ze daarmee moest stoppen, maar hij had lekker pech!

'Maar waarom moet ik wakker worden? Droom ik dan? En ik vind dit best leuk trouwens,' babbelde het weerwolfje vrolijk verder. 'Wat heb jij hier eigenlijk te zoeken?' Ze keek om zich heen. Er was hier niet veel te beleven en te zien. Er was teveel voor Niets, maar te weinig om het echt Iets te kunnen noemen, vond Gis.
'En wie zijn die figuren in de mist?' vroeg Gisèle, wijzend op de gezichten. De hoofden waar Gisèle naar had gewezen, keken plots behoorlijk angstaanjagend. De monden waren opengesperd en scherpe tanden onthulden zich. De dingen maakten geluid, een soort gekrijs.

'Euh,' mompelde ze, 'zullen we hier weggaan? Niet dat ik ze niet aankan, ik ben immers een sterke weerwolf-vogel met net zo scherpe tanden als die dingen.' Een trotse grijns verscheen, de Gis was klaar voor de strijd. Hoe zou ze er eigenlijk uitzien in attanna met die vleugels?
:hihi:

« [Reactie #8] : 2 jaar geleden »
"Ja geen idee, het is jou droom. Dus waarom ben ik hier? Vertel jij het maar," reageerde Vladimir monotoon. De mist met de gezichten kwam steeds sneller op Gisèle af totdat hij haar en de weerwolf volledig omringd had en ze haast tegen elkaar stonden.
"Natuurlijk droom je, wat had jij verwacht? Oh die figuren zijn al je vrienden en kennissen maar ze zijn dood en het is jou schuld en nu komen ze jou opeten."

Vladimir keek even om zich heen.
"Maar als je niet zelf wakker wordt, moet ik het maar doen."  Met die woorden kreeg Gisèle een klap in haar gezicht om vervolgens te verdwijnen.
"WAKKER WORDEN ZEI IK TOCH!" klonk er nog in Vladimir's stem voordat ze achter gelaten werd met de figuren in de mist.

« [Reactie #9] : 2 jaar geleden »
'Ieh! Echt waar?' Ze tuurde in de dichte mist. 'Ohja, nu zie ik het. Maar ik kan nog niet zien wie het zijn, misschien als ze wat dichterbij komen..' De mistfiguren raasden op het tweetal af en beschermend hief Gisèle haar handen voor haar eigen gezicht, voor zover dat ging met de vleugels eraan.
'Zo dichtbij hoeft van mij ook weer niet. Jij ook niet, trouwens.' Met die woorden zette ze een stap naar achter, zodat ze iets verder van Vladimir verwijderd stond en wapperde wild met haar vleugels. De schimmen gingen een stukje weg.

'HÉ!' grauwde de jongedame boos nadat Vladimir haar op haar wang had gemept. Ze deed een poging om hem een duw te geven, maar haar vleugels flapperden in het luchtledige. Ergens drong een soort tweede wereld tot haar door; ze lag tegelijkertijd in bed, maar bevond zich nog steeds in het Ietsige Niets met de mistfiguren.

Over de mistfiguren gesproken.. Een paar kwamen op haar af gevlogen, de monden opengesperd. Vladimir had gelijk, want ze herkende de personen. Ze zag Aloisia, Miras en Eleonora, Awan en de stomme knol George, haar ex-mentor Tetachan, de kleine elfenbaby van haar neef Symon, de kraai Jake.. Maar het ergste waren de gezichten van haar moeder, die vreemde punttanden had, en die van Dux. Mama was echter duizend keer zo eng, want ze kwam sissend op Gisèle af.
'Mama! Mama! Mama!' gilde Gisèle paniekerig, 'nee, je bent niet dood toch? Ik heb niets gedaan! Ben je een vampier? Waarom ben je een vampier? Ik weet dat de mensen dachten dat je een vampier was vanwege je rode haren, maar..'


Een ijselijke gil volgde. De arme weerwolf was doodsbang.
'Mama! Nee, niet bijten, ik smaak vies! Help! Dux, help me! Vladimir kom terug!' Ze sloeg per ongeluk met haar hoofd tegen de muur naast haar bed. Het werkte verrassend ontnuchterend. 'Au, au.. Au..' Gisèle sloeg de dekens van haar af en keek verwilderd om zich heen, haar handen tegen haar hoofd gedrukt.
'Bij Olki.. Wat was dat..' De droom was nu volledig verdwenen uit haar blikveld en het enige wat restte was een prachtige bult op haar kop. Met een hoop gestommel stond ze op uit haar bed, opende haar kamerdeur en verdween al mopperend naar de keuken, op zoek naar een doek en wat koud water.[1]
 1. Volgens mij zijn er niet veel weerwolfkarakters (alleen Panne dacht ik) die in het huisje wonen, maar voel je vrij te reageren als NPC. Of misschien iemand uit een ander (studenten?)huisje naast het weerwolvenhuis (dan moeten de huisjes wel met de muren aan elkaar grenzen en niet vrijstaand zijn) die wakker is geworden van een bonk en gekrijs vanwege gehorige muren.
:hihi: