Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Vigo's herinneringen  (254 keer gelezen)

Speeldatum: Verschillende momenten in Vigo's leven.

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 2 jaar geleden »
17 januari 1302

De laatste spreuk passeerde Vigo's lippen, waarna een oorverdovende stilte achterbleef. De fysieke tol die de magie eiste was voelbaar in de ledematen van de phaosfee. De man zakte op zijn knieën en liet zijn handen zakken. Zijn handen dropen van het bloed. Maar het was niet zijn bloed dat aan zijn handen kleefde.

Met een vreemde uitdrukking keek hij naar het inmiddels levenloze lichaam dat voor hem in de kleine ruimte lag. Het was een vrouw, met de ronde kenmerkende gelaatstrekken van een fee. Ze had vlasblond haar en roodroze vleugels, dikke roze lippen en een melkwitte, zijdezachte huid.

Vigo walgde van het zachte uiterlijk van de vrouw, maar hij kon ook zijn blik niet van haar afhouden. Het wanstaltig schepsel.

De vrouw had een eens witte jurk aan, die nu rood kleurde van haar bloed die uit haar poriën leek te komen. Ook haar bruine ogen, die grijsgeaderd waren, staarde Vigo met een doodse blik aan, terwijl rode tranen haar gezicht ontsierde.
Langzaam begon de magie onder haar huid zich te roeren. Haar wang barstte open, waarna een grijze vlek langzaam zich spreidde, alsof haar lichaam twintigmaal zo snel verging als zou moeten. Haar vleugels startten weer met bloeden, dik klonterig bloed dat bijzonder onaangenaam rook. Het rook naar bedorven magie, naar weerwolvenbloed en naar de pest.

Die geur deed Vigo langzaam weer bij zijn positieven komen. Hij kwam wankelend overeind en liep naar de emmer water die naast zijn bed stond. Hij goot voorzichtig het lauwe water over zijn handen, in het poging om het bloed van zich af te wassen. Ondanks dat het waterige bloed wel van zijn handen verdween, had hij het idee dat hij zelfs met al het water in de Parthenopische Zee zich niet schoon genoeg zou krijgen.

Hij staarde naar het laatste laagje water in de emmer. Een phaosfee staarde hem vanaf de bodem aan, eentje met wallen en een vreemde emotie in zijn ogen. Vigo bestudeerde zijn eigen gezicht, in een poging om te bedenken wat hij voelde. Voor een kort moment dacht de man dat het schuld was, maar hij wist zeker dat dat het niet was. Hij was misschien niet trots op de spreuken die hij over de vrouw had uitgesproken, maar het was krachtige magie geweest. Niets om zich schuldig over te voelen, hield hij zichzelf voor.

Maar dat onbenoembare gevoel bleef. Het drukte op zijn maag en het deed zijn toch al pijnlijke spieren om een onaangename manier spannen. De phaosfee begreep pas wat het was, toen hij een geluid achter zich hoorde. Zijn deur ging langzaam piepend open en een silhouet verscheen in de deuropening. Een lange gestalte keek naar het lijk dat in de ruimte lag en liet zijn blik vervolgens op Vigo rusten.
Op dat moment wist Vigo wat zijn hele lichaam hem toeschreeuwde. Wat voor gevoel hij in tijden al niet meer gevoeld had, maar nu krachtig aan zijn botten trok en hem in elkaar deed deinzen.

Het was angst. Vigo Amèl was bang voor wat hem te wachten stond, dat hij op dezelfde manier aan het einde zou komen als de dode vrouw. Het beklemmende gevoel was zo sterk dat Vigo's maag zich tegen hem keerde en de weinige inhoud eruit probeerde te gooien. Verslagen wachtte Vigo op wat komen ging.
Word meester van jezelf en word meester van anderen.
« Laatst bewerkt op: 2 jaar geleden door Vigo Amèl »

« [Reactie #1] : 2 jaar geleden »
29 oktober 1301

Een vreemdeling kwam de plaatselijke herberg inlopen van het dorp Puenta Piedra. Het was een mensendorp in het noordoosten van het Spaanse koninkrijk, wat Myrofas Ycill noemden. Het dorp lag ver weg van de grote steden en de meeste grote handelsroutes kwamen nauwelijks in de buurt van het dorp. Veel vreemdelingen kwamen er dan ook niet hier en de man werd dan ook met argusogen gevolgd, terwijl hij naar de bar liep.

Het was een lange man met een lichte huid en stijlbruin haar dat onder zijn zwarte muts vandaan kwam. Hij had lange, dunne gelaatstrekken. Zijn dunne lichaam ging gekleed in zwartbruine kleding dat gemaakt was van dik leer. Aan zijn heupen hingen twee wapens: een handkruisboog en een zwaard en de man zijn houding maakte duidelijk dat hij een geoefend krijger was. Zijn ogen gleden door de kroeg, hij keek de mensen aan en maakte daarna oogcontact met de herbergier.
Deze kwam gelijk aanlopen en ging achter de bar staan. "Wat moet je hier vreemdeling?" Ook de barman klonk argwanend, het kwam weinig voor dat hij aan mensen buiten zijn eigen klantenkring schonk. De vreemdeling opende zijn gehandschoende hand, waarin een munt lag. Deze legde hij op de toog.

"Mijn naam is Esbern en ik ben een myrofasjager!" Hij verkondigde dit luid, zodat iedereen het horen kon. Er ging gemompel op in de kroeg. Het mensendorp had weinig last van Myrofas, maar ze kenden de gevaren van het magische volk. Ze wisten hoe vampiers en weerwolfen gewone mensen opaten en hoe gorgonen en sirenes mensen martelden voor vermaak. Aan de andere kant dronken ze ook het bier dat de feeën brouwden en kenden ze het verhaal van de nachtelf die de draak in het nabije gebergte zou hebben verslagen. Omdat de inwoners van het dorp weinig te maken hadden verder met Myrofas, stonden ze er neutraal tegenover.
Maar ze begrepen heel goed dat er genoeg mensen waren die zich grof geld lieten betalen om wraak te nemen op kinderrovers en ander myrofasgespuis. Deze myrofasjager keer de zaal rond. "Ik ben op zoek naar zwarte wezens. Lieden met donkere verkleuringen op hun huid; nachtelfen en phaosfeeën."

De meeste mensen in de ruimte bleven zwijgend naar Esbern kijken. Van achter in de zaal sprong één man op en banjerde gehaast naar voren. Het was een gezette man met een rode gloed op zijn gezicht. "Ik kan je wel de weg wijzen." sprak hij snel en hij gebaarde de lange man dat hij hem naar buiten moest volgen. De lange man overhandigde de munt aan de barman. "Schenk deze goede man als hij terug is maar wat extra's op mijn kosten in." Daarna volgde Esbern de mensenman naar buiten.

Buiten wees de hulpvaardige man in noordwestelijke richting. "Ziet u die hoge boom daar in de verte? Aan de voet daarvan begint een klein pad, dat leidt naar een afgelegen houten huis. Daar wonen al decennia een phaosfeeënechtpaar." Voor de zekerheid begon hij ze te beschrijven: "Een man en een vrouw. Ze hebben een grijzige huid en zwarte vleugels. We hebben weinig last van ze verder." De gezette man maakte een buiging en haastte zich weer naar binnen, naar zijn gratis biertje.

De myrofasjager bleef staan kijken hoe de deur van de herberg achter de man dichtviel. Ergens vertrouwde hij het niet, het ging wel erg gemakkelijk op deze manier en Esbern was een man die op zijn intuïtie vertrouwde. Aan de andere kant was dit een van de betere aanwijzingen die hij in lange tijd gekregen had en was dit het waard om te zoeken. Hij liep het dorp uit, waar drie metgezellen met drie paarden op hem wachten.
Esbern had niet gelogen in de herberg, maar één ding hadden de mensen in de herberg fout gehad. Hij was niet één van de vele mensen die jacht maakte op Myrofas. Hij deed zijn muts af en zijn puntoren werden zichtbaar. Net als een van zijn metgezellen was hij een landelf. Hij reisde samen met een weerwolfbroer en zus. Maar ja, ze maakte wel jacht op Myrofas.

“Een phaosfeeën echtpaar die al jaren in afzondering leven.” meldde Esbern de anderen, die opgewekt knikten. Dat was precies waar ze naar opzoek waren. Esbern sprong op een van de paarden en ging hen voor: de mannelijke weerwolf volgde hen te voet.
Het pad was duidelijk te volgen, zelfs als ze niet de aanwijzingen van de man in de herberg hadden gekregen. De vier Myrofas reden tussen te toppen door, tot ze een rookpluim boven de kruinen van de bomen zagen uitkringelen. Esbern gebaarde dat ze halt moesten houden, ze stegen af van de paarden en de weerwolfvrouw stak haar neus in de lucht. “Ik kan ze ruiken. Twee phaosfeeën.” Eisbern knikte. “Ik ga erheen. Jullie weten wat je te doen staat.” De andere drie knikten, als een geoefend team gingen ze allen hun eigen weg. Esbern liep in de richting van de open plek.

Op de openplek stond een kleine huis met witte muren en grijze balken. Aan de zijkant stond een vrouw de was aan de waslijn op te hangen. Ze had lang zwart haar in een paardenstaart en twee grijze vleugels opengevouwen op haar rug. Vanachter het huis klonk een ritmisch geluid, alsof iemand op een doffe trom sloeg.
Esbern kuchte, de vrouw draaide zich razend snel om en bekeek de landelf van top tot teen, waarbij haar blik ook over diens puntige oren ging. “Schat!” riep ze, waarna het geluid achter het huis stopte. Voor geen seconde verloor de phaosfee de onverwachte bezoeker uit het zicht. Haar ogen verraadde een mengeling van verbazing, achterdocht en minachting.

Esbern deed een stap naar voren. “Mijn naam is Esbern en ik wil…” Een mannelijke stem onderbrak hem luid. “Kan me niet boeien.” Een mannelijke phaosfee kwam van achter het huis vandaan, een houthakkersbijl in zijn handen. Hij keek Esbern met onverborgen rancune aan.

“Mijn naam is Vigo. Nu we het beleefde gedeelte gehad hebben, kun je beter zo snel mogelijke weer doorlopen, elf.” Vigo keek naar de andere phaosfee: “Vrouw, ga naar binnen. Ik handel dit wel af.”
Word meester van jezelf en word meester van anderen.

« [Reactie #2] : 2 jaar geleden »
10 juli 1303

Aan weerszijden begeleid door zwaarbewapende nachtelfen, liep Vigo door de onderaardse gangen. De parels zweet glommen op zijn hoofd, terwijl hij geconcentreerd zijn blik richtte op het voorwerp dat tussen zijn handen zweefde. Het was niet goed zichtbaar wat het voorwerp precies was, want er lagen meerdere lagen krachtschilden overheen. Maar het was klein genoeg om in een rugzak te passen en het was dan ook onduidelijk waarom Vigo het op zo'n complexe wijze meenam.

De gang waar ze doorheen liepen was slecht belicht. Hij was vier meters hoog en drie meters breed en om de vijf meter was een nis van waaruit fakkels licht verspreidden. De muren, de vloer en het plafond waren allemaal gemaakt van hetzelfde donkerbruine gesteente, maar verder zag je nauwelijks dat dit ooit een mijngang geweest was.  Het had een gang bovengronds kunnen zijn geweest, maar de lucht proefde koel en onzuiver.

Pas toen ze over een stenen brug liepen werd het helemaal overduidelijk: ze waren omgeven met duister. Het enige licht kwam van de fakkels op de brug en een enkele spleet zonlicht, zo hoog boven hen, die deed beseffen dat ze zeker tientallen meters ondergrond zaten en dat deze immyrofasse leegte onder de brug enkel maar door ging. Zelfs Vigo moet een deel van zijn concentratie opofferen om dit spektakel te aanschouwen. "Het gat." grijnsde de nachtelf links van Vigo met onverholen trots. "Als je hiervanaf naar beneden valt... Het is waarschijnlijk een mijl diep." Vigo knikte, maar geen van de drie verminderde snelheid; ze waren alweer de brug gepasseerd en liepen door een andere gang. Nog een kruising, nog een gang, de gang splitste zich in tweeën en toen bereikten ze eindelijk een roodhouten deur. Hij stak vreemd af in de stenen gangen, maar de vampiermagiër die de wacht hield maakte een enkele handbeweging en de deur zwaaide open.

Achter de deur was een grote zaal, gelijkende een troonzaal, het plafond werd ondersteund door lange pilaren die in een cirkel stonden. In die cirkel stonden drie nachtelfen en een phaosfee, gekleed in simpele zwarte gewaden. Vigo keek naar de phaosfee, maar hij herkende de man niet. Degene die Vigo hier verwachtte was er niet.
In plaats daarvan kwam een van de nachtelfen op Vigo aflopen. Vigo herkende de autoritaire, hoogmoedige houding nog voordat zijn gezicht in het flakkerend licht van de fakkels zichtbaar werd. "Generaal Ulsterrin." Vigo's stem klonk dof, zonder enige emotie. Maar er waren barsten in deze houding te zien, tekenen die verraadden dat de man uitgeput was. "Waar is commodore Terwan?"

De generaal knipte in zijn vingers en een van de andere nachtelfen stapte naar voren met een kistje. Het was een kist beslagen met een bijzonder soort metaal en met zorg en detail afgewerkt. De generaal sprak verder: "Legionair Amèl, goed je te ontmoeten. Je klinkt vermoeid. We hebben deze opslagcontainer speciaal gemaakt volgens de specificaties die we hadden, dus we zullen het nu van je overnemen."
Maar Vigo verroerde zich niet, de blauwe krachtschilden zweefden nog steeds als een pulserende bol tussen zijn handen. "Ik wil commodore Terwan spreken." De generaal was duidelijk niet gewend dat iemand zijn bevelen niet gelijk opvolgde, want de nachtelf kreeg een gevaarlijke uitdrukking op zijn gezicht. "Toen de raad de rapporten over dit wapen hebben gelezen, hebben ze besloten het hele project onder mijn toezicht over te dragen. Commodore Terwan is op een veldmissie en is pas over enkele dagen terug. Tenzij je tot die tijd de schilden wilt ophouden, raad ik je aan om het wapen aan ons over te dragen. Vergeet niet dat je voor ons werkt."
Eigenlijk stond Vigo's hoofd er niet naar om deze lange man tegen te spreken, maar het was een aangeboren eigenschap: "Ik werk voor commodore Terwan. Niet voor het Hazdorse leger." De generaal boog voorover richting de kleinere Vigo, hoewel de nachtelf duidelijk niet in de buurt van het wapen wilde komen. Zijn toon werd lager en dwingender: "En Terwan werkt voor mij. Geef dat wapen van je aan ons."

Voor enkele seconden bleef het grimmig stil, maar toen vloog het wapen dat nog steeds omgeven was door krachtschilden in de kist. De nachtelf sloot de drie sloten op de kist en gaf Vigo een teken dat het veilig was om de krachtschilden op te heffen. Dat deed Vigo, hoewel dat als een tegennatuurlijke beslissing aanvoelde.
Het was een last die van zijn schouders viel en pas nu merkte Vigo wat een fysieke uitputting het was geweest om het wapen hierheen te vervoeren. Hij keek op naar de langere generaal, wiens gezicht weer op neutraal stond. "Legionair Vigo Amèl, je wordt over twintig uur verwacht in deze zaal voor een debriefing. Gebruik die tijd gebruikt om uit te rusten, mijn assistent zal je een kamer toekennen."

Gedwee volgde Vigo de assistent van de generaal, terwijl de kist met het wapen een andere kant op gevoerd werd. Vigo's zintuigen waren afgestompt, anders had hij waarschijnlijk wel doorgehad hoe de generaals blik hem volgde tot hij uit de zaal verdwenen was. Maar Vigo Amèl had deze vijandigheid niet opgemerkt..
Word meester van jezelf en word meester van anderen.

« [Reactie #3] : 2 jaar geleden »
29 oktober 1301

De houthakkersbijl stak in de zompige aarde enkele meters van de plek waar Vigo lag te smeulen. Hij had zijn handen geheven toen de vlammen naar zijn gezicht suisden en daarmee had hij zijn gezicht tegen het vuur beschermd. Maar zijn handen brandde nu, niet van echt vuur, maar van de witte blaren die het vuur had veroorzaakt. Vigo klemde zijn vingers in zijn eigen handen, beet zijn kiezen op elkaar en probeerde overeind te komen.

Esberns laars raakte hem tegen zijn slaap en Vigo's hoofd deed de aarde opspatte, wat in Vigo's ogen terecht kwam. De phaosfee knipperde versufd. Hij zag door het bruin heen hoe de landelf boven hem uittorende. Boven de landelfs hand pulseerde een kleine, blauwe vlam, hetzelfde soort vuur waarmee hij net Vigo had aangevallen.
"Dacht je nou werkelijk dat een plattelands boertje zoals jij mij met een bijl te lijf kon gaan? Ik heb magie gestudeerd aan Bumetrel. Ik kan tien van jouw soort aan, pahosfee." De landelf grijnsde kwaadaardig terwijl hij het woord phaosfee met alle mogelijke verachting uitsprak.

Van binnen het huis klonk gegil van een vrouw en enkele opgewonden kreten van twee mannen. Vigo keek de elf aan. Het was geen angst dat Esbern in zijn ogen zag, alleen minachting. Daarom schopte de elf de phaosfee nogmaals. Ook uit het huis klonk weer gegil.
"Alsjeblieft." sprak Vigo. Toen Esbern hem met vuurmagie had bestookt, had de man geen enkele keer een kik gegeven, maar het was in de trilling van zijn stem te horen dat hij pijn leed. "Alsjeblieft, laat mijn vrouw met rust. We hebben niet veel geld, maar wat we hebben mag u meenemen." Esbern hoordde wat hij wilde horen, maar het klonk hem vreemd in de oren. Het was niet oprecht genoeg. Vandaar dat Esbern Vigo nogmaals met zijn laars bewerkte. Na enkele schoppen tegen zijn ribbenkast, ontsnapte bij Vigo een kreun. Esbern knielde bij Vigo neer en hield zijn vuurbal vlak bij Vigo's gezicht.

"Vuur is altijd al mijn element geweest." sprak Esbern, terwijl hij het de zinderende vlammen vlakbij Vigo's grijze, bloedende gezicht hield.. "Vuur is zo fascinerend. Het vernietigd alles op zijn pad. Dorpen, bossen, bergen..."
"Bergen branden niet." Onderbrak Vigo de man grommend.
"...phaosfeeën. Daarvoor zijn wij hier. Wij hoeven je geld niet, wij worden ruimschoots betaald om phaosfeeën te vangen. Jij en je vrouwtje leveren goed geld op en de wereld is weer een stuk mooier zonder jullie nachtwezens."

Vigo zei niets. Er viel ook niets meer te zeggen, want Esbern had een slaapspreuk over hem uitgesproken en Vigo viel langzaam in het donker niets.
Word meester van jezelf en word meester van anderen.