Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Naar de ziekenzaal en daar voorbij!  (855 keer gelezen)

Speeldatum: 9 november 1302 (Einde herfst)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
*Dit speelt twee dagen na het incident met Elik en het mes.*

Zemca was na haar consult bij dokter Ralvio door Sadirs naar de ziekenzaal van Bumetrel gebracht. De arts ter plaatse had haar ook onderzocht en er volgde een lange operatie. Ze moest een nachtje blijven en voor Effyr werd gezorgd. De volgende ochtend kreeg ze de keuze: óf ze kon terug naar Elik óf ze kon mee naar het Zwarte schoolhoofd om een officiële aanklacht tegen hem in te dienen.

Zemca koos voor thuis. Ze had wel een lijst mee gekregen van de arts waar ze op moest letten en ze zou nog elke dag terug moeten komen voor controles en oefeningen, maar de fee begreep gelukkig ook wel dat de nachtelf niet beter zou worden van op een dergelijke zaal rond te hangen.

Effyr werd op de gezonde arm gedragen. De hand met letsel zat in een draagdoek. Met haar voet tikte ze een paar keer tegen de deur bij wijze van aankloppen. Ze was op de hoogte van Eliks schorsing en ze verwachtte dus dat hij wel thuis zou zijn. En dat was ook zo. Niet veel later keek ze in het gezicht van de man waar ze voornamelijk een heleboel woede voor voelde. Ze sprak tot dan toe ook niet. Ze keek hem voornamelijk zo vuil mogelijk aan.
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

De nachtelf opende de deur, in zijn hand een stoelpoot. Toen Elik zag wie het was, ging er een vlaag van verbazing over zijn gezicht. Het verschil in begroeting tussen Effyr en Zemca was behoorlijk en dat maakte het moeilijk om te beslissen hoe hij de begroeting zelf zou aanpakken. Daarbij kwam dat hij opeens bedacht dat hij een stoelpoot in zijn hand had. "Euh..." zei hij, verduidelijkend. "Ik was de stoel aan het repareren," volgde een verdere verheldering. Dat ze niet dacht dat hij van plan was om elke persoon die aanklopte neer te knuppelen.

Hij gebaarde dat ze binnen mocht komen. Veel nuttigs kwam er nog niet de echtgenoot van Zemca. Hij had zijn vrouw nog niet verwacht, wist eigenlijk niet eens zeker of ze uit zichzelf terug zou komen. En hij had een paar zware dagen achter de rug. Ontwenningsverschijnselen, schorsingen, schande, een huis aan gruzelementen, dreigende schadevergoedingen en een dreigende Mocha ergens in de nabije toekomst. Het was dat Fellow zo nu en dan even langskwam, anders wist hij niet zo goed hoe hij van A naar B kwam op een dag. Laat staan dat hij veel verder zou komen dan B.

Zemca stapte de kamer binnen en negeerde zijn opmerking over de stoelpoot. Ze wist in welke toestand ze de kamer had achtergelaten. Ze voelde zich er niet echt schuldig over. De elfin had wel andere dingen aan haar hoofd.

De vrouw keek de kamer rustig rond. Ze zag dat er wel al wat was opgeruimd, maar besloot ook al vrij snel dat ze voor nu liever bleef staan. Uiteindelijk was ze op de kamer ook wel uitgekeken en richtte ze haar blik weer op Elik. Zemca snoof en klemde de kaken op elkaar. Ze voelde boosheid en frustratie naar hem toe. Bezorgdheid, liefde en gemis werden zo hard mogelijk weggedrukt.

"Wat heb je voor jezelf te zeggen?" Ze kon altijd nog andere stappen ondernemen dan praten, nam ze zichzelf voor.
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

Elik nam de tijd om de deur van de kamer te sluiten. Het gaf hem tijd om over een antwoord na te denken en om de woede die hij in zich op voelde borrelen neer te drukken. Zemca's toon stond hem niet aan, maar hij dwong zich om zich te concentreren op de vraag zelf.

"Er was geen reden om je zo te verwonden," zei hij, nadat hij zich weer had omgedraaid. "Ik had mezelf niet in de hand." Hij ging op het bed zitten en keek naar Zemca's hand en glimlachte vluchtig naar zijn zoontje.

"Ik verwijt je niets." Hij zou Zemca niet nadragen dat ze zich zo had laten gaan. Ze was een vrouw, die lieten zich soms leiden door gevoelens die hen meer kwaad dan goed deden.
"Het is goed dat je teruggekomen bent. Ik zal zorgen dat je een beter onderkomen krijgt."

"Je verwijt mij niets?" Zemca voelde de spreekwoordelijke stoom uit haar oren komen. "Elik... Ik kan mijn hand misschien nooit meer normaal gebruiken! En jij neemt mij niets kwalijk? Je had jezelf niet in de hand? Wat is dat voor... Hier kan ik toch helemaal niets mee." Ze moest moeite doen om niet te gaan briesen, maar Effyr was erbij en dus kon ze niet gaan schreeuwen. Ze moesten niet al te hevig ruzie maken in zijn bijzijn en dus probeerde ze het op gewone conversatietoon te houden.

Zemca beet op de binnenkant van haar wang. "Waarom doe je zo? Waarom...Het lijkt alsof je steeds meer en meer bezig lijkt te zijn met wat een nachtelfman moet zijn en je trots en je eer et cetera. Daarom ben ik toch niet je vrouw geworden?" Ze wist heus wel dat hij op heel wat vlakken minder stoer of 'nachtelf' was dan zij. "Ik ben voor je gevallen omdat we konden lachen en veel plezier hadden. Dat we elkaar in een magisch duel lieten dansen en gekke dingen deden, niet omdat de een sterker was dan de ander of we elkaar moesten proberen te onderdrukken. Dat ben ik kwijt. Dat wil ik terug. Ik hoef geen stoere machoman. Ik wil Elik terug." Ze haalde haar schouders op. "En voor die uitspraak mag je me best een landelf vinden. Dat zij dan maar zo."
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

De stoelpoot werd intens bestudeerd voordat Elik antwoord gaf. "Die Elik moet je dan goed zoeken, misschien is ie nog wel ergens. Op dezelfde plek misschien waar je de oude Zemca hebt gelaten. Het meisje dat zichzelf kon redden. Dat nachtwezens deed op Ypsilon. Dat dromen had om de wijde wereld in te trekken. Dat beslist geen kinderen wilde de komende 100 jaar, laat staan verjaardagsfeestjes organiseerde. Voor dat meisje heb ik jaar in jaar uit van zonsopgang tot zonsondergang gewerkt en geld gespaard."

Hij gebaarde naar de kamer waar ze zich in bevonden. "Ik wil die oude Elik ook wel terug. Al was het maar omdat die nog spaargeld en bezittingen had gehad. Die had Mocha en de wacht allang gedag gezegd om zijn vrouw te volgen op haar avonturen."

De nachtelf gooide de stoelpoot op het bed. "Maar nu heb je dus een nachtelfvrouw die landelf is geworden en een zachtaardige nachtelf die een 'echte' nachtelf is geworden. Met een kind en zonder een noemenswaardig huishouden. Als je graag wilt horen dat het allemaal mijn schuld is, prima. Het is allemaal mijn schuld. En nu?"

Zemca slikte een vloek weg. Ze zweeg een tijdje en keek naar de Elik. Eerst besloot ze Effyr in zijn bed te leggen. Dan had ze wat meer bewegingsruimte. "Het is niet allemaal jou schuld. Doe niet zo stom. Dat wil ik niet horen. Zo klink je alleen maar alsof je jezelf zielig vindt."

De elf plofte naast Elik op het bed. "Ik kan mezelf nog prima redden, zolang ik niet aan tafels word geprikt. Dat ik probeer weer wat luchtigheid te krijgen door middel van een kinderfeestje, zegt niet dat ik een landelf ben geworden."

Ze gaf Elik een duw tegen zijn schouder. "En nu... kan ik kiezen tussen bij jou blijven of een klacht indienen bij het schoolhoofd en wellicht de mogelijkheid krijgen om naar Hazdor te vertrekken." Ze snoof even. "Ik zal je niet in spanning houden. Ik kies ervoor bij je te blijven." De reden daarvoor was heel simpel. "Dat schoolhoofd hoeft zich niet met ons te bemoeien en ik sterf liever dan dat ik voor problemen in mijn relatie bij een derde aan moet kloppen."  Weifelend keek ze naar haar man. Met haar goede hand duwde ze zich omhoog en ging ze over zijn schoot zitten, haar neus vlak bij de zijne. Haar blik boorde in de zijne. "Maar ik eis meer tijd van je. Dan zijn we maar als kerkerratten zo arm."
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

Ze kóós ervoor om bij hem te blijven. De nachtelf wist niet of hij boos moest worden om dat besluit of heel hard lachen. Hij hield zijn gezicht dus maar in de plooi. Er was geen keus. In elk geval niet een keuze tussen blijven of weggaan. Tenzij ze van plan was om tot haar dood een alleenstaande moeder te blijven. Het alternatief was dat ze hem doodde. Alleen die twee opties gaven haar de 'vrijheid' om bij hem weg te gaan. De band om haar enkel was daarin weinig anders dan de slavenband die haar vader aan zijn slaven gaf.

"Goed. Ik dien mijn contract bij de wacht uit en dan zal ik met je samenwerken. Paardenfokken in Mircam of slaven in Hazdor. Alles is te leren. Ik ben niet van plan mijn leven lang wachtrondjes te lopen op een school voor jonge myrofas. Zeker niet in een land waarin mijn zoon opgroeit als iemand van een ongewenst ras."

Hij omklemde de pols van Zemca's gewonde hand en bracht die omhoog. "Maar laat me eerst kijken naar je wond. Misschien heb ik iets om het genezingsproces nog wat te versnellen. Het is mijn schuld tenslotte. Ik weet niet wie dat verband gelegd heeft, maar het lijkt wel alsof hij bang was dat je hand weg zou lopen." Elik schudde zijn hoofd. Hij had Zemca behoorlijk toegetakeld, maar een goede arts of elixiër zou de schade redelijk hebben kunnen herstellen. De magie die ze daarbij gebruikt haddden, zou het genezingsproces versneld hebben. Geen reden dus om de hand zo in te pakken.   

"Heb je interesse in de slavenhandel?" Ze viel nog net niet van zijn schoot. Toch moest ze glimlachen. Haar vader zou daar dolgelukkig mee zijn en ze zouden als ze goed hun best deden snel een stuk rijker zijn. Ze hoefden geen eigen bedrijf meer te starten en van daaruit konden ze wel met de paarden aan de slag. Paardenfokken ging prima naast het slavenfokken. Ze vroeg zich ergens wel af of hij dan niet verder wilde met elixiër zijn, maar ze wilde het moment dat hij mogelijk in het bedrijf van haar vader wilde werken niet verstieren.

"En het was de assistent van de arts geloof ik, die het verband legde. Je mag het er wel af halen. Als je het er maar weer terug omheen doet als je klaar bent." Het was een flinke wond geweest, volledig door haar hand heen en ze kon haar vingers nog steeds niet allemaal goed gebruiken. Sommige vingers voelden ook wat koeler aan en waren wat bleker.
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

"Geen idee," zei Elik, naar waarheid. "Het deel van Hazdor waar ik vandaan kom, ik geloof niet dat ze er daar veel aan deden. Er zaten daar zelfs kleine groepen landelfen in de bossen." Hij liet zijn merkwaardig zwarte vlecht zien. "Dit zal wel ergens daar ontstaan zijn ooit. Ik weet niet of je vader daar blij van wordt. Aan de andere kant kan het zijn voordelen hebben misschien."

Hij wikkelde voorzichtig het verband van de hand en vervolgde: "Ik heb kennis van elixers en kruiden en een beetje van heelkunde. Ik denk dat ik wel van nut kan zijn." Hij glimlachte.
Die glimlach verdween toen hij het verband zo goed als los had gemaakt en de hand van Zemca zag. Elik fronste en bekeek de wondranden en de rest van de hand nauwkeurig. Hij keek zijn echtgenote even aan en wikkelde het verband toen weer om haar hand. Kennelijk waren er kruiden of zalfjes van toepassing voor deze wond.

Zemca trok een vies gezicht. "Heb je landelfbloed ergens?" Ach, na andere feitjes als dat zijn beste vriend een landelf was en zijn ex een luchtelf, verbaasde haar dat eigenlijk niet eens heel erg. Ze pakte zijn vlecht in haar goede had en speelde er wat mee, terwijl haar gedachten uitgingen naar de mening van haar vader. "Ik zou dat maar niet zo in de eerste paar gesprekken zeggen. Pas nadat hij je heeft leren kennen en ziet dat je uit het juiste hout gesneden bent." Elik was tegenwoordig qua karakter zonder twijfel een nachtelf. Dat goede effect had ze in ieder geval wel op hem gehad.

"Niet goed?" De frons sprak boekdelen.
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

"Je vader heeft vast wel vaker contact gehad met nachtelfen uit het noorden. Als hij niet ziet of hoort waar ik geboren ben, dan zou me dat verbazen. En ik denk dat hij wel beter weet dan mijn raszuiverheid aan te kaarten. Als hij een goede handelaar is, zal hij er juist de voordelen van inzien. Een nachtelf met zwart haar maakt bepaalde slaven misschien spraakzamer." Elik was niet bang voor de vader van zijn vrouw. Zemca was van hem, hij had haar opgeeist volgens alle oude tradities. En ze had hem al een zoon gegeven, een raszuivere kleinzoon voor Zemca's  vader.

"Heeft Kyna je behandeld voor die wond? Of een van die assistenten van haar? Toch niet die vieze weerwolf?"

"Nee. Niet Kyna. Geen assistent en zeker niet de weerwolf." Ze glimlachte. Het feit dat hij vieze weerwolf zei, maakt haar bijzonder goedgehumeurd, terwijl het toch eigenlijk niet zo bijzonder zou moeten zijn. "Ik was bij dokter Krathuis in Oikilan. En die had een elf als assistente, een luchtelf. De man heeft gekeken, de elf heeft verbonden. Het nam bijzonder veel tijd in beslag. Ik was duidelijk geen prioriteit voor die geit. Volgens mij hielden ze me gewoon subtiel vast op die plek totdat de kapitein van de wacht tijd kon maken om me uit te horen."

"Ik had begrepen dat dit nogal wat gevolgen voor je..voor ons heeft gehad?"
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.

"Hmm," zei Elik, "dat is te zien. Er is behoorlijk..." Wacht even... Krathais? Oikilan? Waarom was ze in vredesnaam naar Oikilan gegaan om de hand te laten verbinden? Hij wist dat ze Bumetrel verlaten had, maar hij was er vanuit gegaan dat dat was nadat ze bij Kyna langs was geweest. Wat de arts daar ook alweer over gezegd? Bij Cerce, een kater deed vreemde dingen met je geheugen.

"Hmm? Oh ja. Ik ben geschorst bij de wacht. Twee weken. En ik heb gisteren een interessante dag gehad met een bord om mijn nek. Nu weet iedereen dat ik een dronkaard ben. Leroy heeft zich bijzonder goed vermaakt." Zijn oude vijand had zo ongeveer de halve voorraad van de wachterskantine over hem heen gegooid, samen met een paar collega's met wie hij het normaalgesproken prima kon vinden. Van je makkers moest je het maar hebben. "Bij Mocha heb ik mijn gezicht nog niet laten zien. Die is op zijn minst not amused."

"Ben je nou serieus eerst naar Oikilan gegaan en heb je daarna pas wat met die hand gedaan? Ik weet dat ik mijn mes erin geprikt heb, maar je hebt toch wel iets op Ypsilon geleerd over wondverzorging? Je hand ziet eruit alsof er behoorlijk wat magie aan te pas is gekomen om het te fiksen. Zo'n rotzooi wordt het niet als je de boel meteen goed laat behandelen."

Zemca knikte langzaam. "Sterker nog. Ik ben eerst aan een voettocht richting Hazdor begonnen. Ik was boos, dacht niet na. Ik wilde weg van jou, weg van Mircam, weg van deze school. Het is dat Jakobus me vond, denk dat ik het anders door bloedverlies en uitputting niet had gered." Ze zei het nonchalanter dat ze zich erbij voelde. Vooral omdat haar handelen Effyr in gevaar had gebracht. Over zichzelf maakte ze zich iets minder zorgen. Zeker nu het erop leek dat haar hand ook wel weer goed zou komen met de tijd.

De vrouw verschoof wat op Eliks schoot. Met haar goede hand kreeg hij een zachte tik tegen zijn achterhoofd. "Maar waag het niet meer me ooit nog eens met een landelf te vergelijken."
Luctor et emergo
~Ik worstel en kom boven.