Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Herinneringen aan een oude vriend  (240 keer gelezen)

Speeldatum: 11 september 1302 (Begin herfst)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
 :open:
Het begon langzaam weer tijd te worden om binnen te zitten. De haard flink opgestookt in de leerlingenkamer, met z'n alle bij elkaar en gezellig doen of samen huiswerk maken. De regen die tegen de ruiten tikt of de wind die door de gangen giert. De leerlingenkamer werd altijd sfeervol tegen de avond, met het licht van de haard en van de kandelaars. Er was alleen één luchtelf die in tegenovergestelde richting liep. In plaats van richting leerlingenkamer te gaan, had hij een extra mantel gepakt en liep hij de trappen af.

Aan zijn zijde liep een oude vriend, een vriend die niet vergeten mocht worden en die de jongen herinnerde aan de vrienden die hij had gemaakt tijdens zijn eerste twee jaar. Het blauwe beest[1] liep trouw aan de zijde van Iarchon. Nadat Zalzi naar Ypsilon was vertrokken, had Iarchon de zorg voor de hond deels op zich genomen. Eerst was het iets dat hij zo af en toe deed, maar namate oudere Socophonners van school gingen, werd die zorg steeds groter.

In zijn zak had Iarchon een stuk touw met een soort halsband voor Plato, maar voor zover het beest nog luisterde, vond hij het niet nodig. Het duurde niet lang voordat het tweetal buiten was en Plato iets verder van Iarchon's zijde wijkte. De hond had totaal geen moeite met de regen die op hen neerkwam, de luchtelf daarentegen iets meer. De kap van zijn mantel had hij al op gedaan en verder moest hij het maar doorstaan. Plato moest ook af en toe naar buiten hoewel hij, net als echte Socophonners, graag voor de haard zat.

Van de grond raapte Iarchon een stok op toen ze dichter bij de boomgaard kwamen.
"Zoek!" riep hij naar de hond nadat hij de stok weg had gegooid. Netjes bracht Plato de stok weer terug bij Iarchon.
"Goedzo," prees de luchtelf en beloonde Plato met een aai over zijn kop. Het beest leek af en toe prima bij Socophon te passen. De stok werd nog een keer weg gegooid terwijl Iarchon verder langs de boomgaard liep.

"Jij mist ze ook hè." Iarchon praatte wel vaker tegen de hond dus het was niet zo gek dat hij dat nu deed. Plato keek hem met een schuin hoofd aan toen hij de stok weer terug kwam brengen.
"Je weet wel, Zalzi, Luinor en Faith." Er werden nog meer namen opgenoemd van oude Socophonners die ondertussen al tegen het eind van Ypsilon zaten of zelfs daar al vanaf waren. Het waren myrofas die Iarchon had leren kennen via zijn broer in zijn eerste twee jaar en waar de luchtelf goede herinneringen aan had. Het was af en toe lastig voor de luchtelf om contact te houden met jaargenoten, de meeste waren jonger dan hem. Iarchon was bijna altijd wel de oudste van zijn jaar geweest door zijn late inschrijving en nu hij een jaar was blijven zitten werd het alleen maar erger.
 1. Uit hele oude topics heb ik begrepen dat hij blauw is en volgens mij ook op de een of andere manier tegen vampieren kan. Vraag me niet hoe, ik heb niet verzonnen dat dat zo is. Het zal in het huidig myrofas wel niet meer kloppen, maar voor nu ga ik er even vanuit dat dat nog steeds zo is.

Vannessea had zich ook met haar warmste mantel naar buiten gewaagd, maar niet omdat ze zo graag buiten was met dit weer. Haar tweeling had echter op dit moment wapenkunde en zoals gewoonlijk was ze even meegelopen. Nu had haar zusje een van de oefenzwaarden weten de beschadigen tijdens het wilde vechten, en in plaats van Kat had Ness het ding maar even naar de smidse gebracht, zodat haar zus niet een deel van haar les zou missen.

Gelukkig kon het nimfje nu snel weer naar binnen en net zoals de rest van de school bij de haard kruipen (behalve, uiteraard, de bovenbouw Heracori die op dit moment wapenkunde hadden). Ze sloeg haar mantel iets strakker om zich heen en haastte zich naar de Socophontoren over het sompige grasveld.

De stok werd nog op tijd opgemerkt toen hij haar kant opvloog, en het nimfje bukte om hem te ontwijken, maar de hond die erachteraan denderde zag ze te laat, en de hond zag op zijn beurt haar te laat, gericht op de stok zoals hij was. De catastrofe was onontkoombaar en de twee botsten tegen elkaar op. Het meisje kieperde voorover in het natte gras, en als ze het had gekund had ze gegild.
Every day has its trouble,
with us it comes in double.

Ook Iarchon had te laat gezien dat er iemand op hem af kwam en had de stok al in die richting gegooid.
"Plato, kom terug!" riep hij naar de hond nadat deze tegen het meisje was gebotst. Het beest gaf het meisje nog een lik op haar wang voordat hij de stok terug naar Iarchon bracht.
"Goedzo," zei de luchtelf tegen Plato en nam de stok aan. Met Plato aan zijn zijde liep hij naar het meisje toe.
"Goedemiddag Vannessea." Iarchon bood de nimf zijn hand aan om haar te helpen opstaan. Hij kende het meisje van vorig jaar toen ze bij hem in de klas zat. Nu was Iarchon blijven zitten en zat hij een jaar onder de nimfentweeling. "Sorry van Plato, ik had je niet gezien, anders had ik wel de andere kant opgegooid." De blauwe hond hield zijn kop schuin en keek Vannessea schuldig aan alsof hij sorry wilde zeggen.

"Zal ik even met je mee naar binnen lopen?" Hij wist dat het meisje niet kon praten, maar niks zeggen was geen optie voor Iarchon. Het meisje kon nog knikken dus antwoord geven op zijn vraag moest vast wel lukken.
"Plato, hier!" riep Iarchon over het veld naar de hond die ondertussen rondjes was gaan rennen. Plato werd netjes aangelijnd en Iarchon was klaar om naar binnen te gaan.

Vannessea kwam met de hulp van Iarchon overeind. Er zaten bruine natte vlekken op haar knieën en haar handen waren eveneens vies van de modder. Ze veegde haar haar uit haar gezicht, waarna er ook een bruine veeg op haar wang zat. De nimf keek met een grimas naar haar gewaad.

"-Dankjewel.-" gebaarde ze toen Iarchon voorstelde mee te lopen, hoewel de jongen het waarschijnlijk niet zou zien, laat staan begrijpen. De universele glimlach werd waarschijnlijk wel begrepen, en het meisje knikte ter goedkeuring. Eerder had ze het raar gevonden om dat te doen, te wild, te primitief, maar inmiddels betrapte het meisje zichzelf er soms op dat ze het ook gebruikte als ze met Kat was.

Terwijl de twee liepen, wees ze met haar vinger naar de hond en haalde haar schouders op, waarna ze Iarchon vragend aankeek. "-Hoe heet hij?-" vroeg ze met de hand die nog aan haar zijde hing. Het was automatisme.
Every day has its trouble,
with us it comes in double.

Netjes werd het meisje overeind geholpen en voordat hij het wist liep Iarchon met een meisje aan de ene kant en een hond aan de andere terug richting Bumetrel. De regen was dan wel gestopt, Plato zag eruit alsof hij in drie modderplassen tegelijk had gesprongen. Gelukkig had de luchtelf dit al voorzien en een oude doek meegenomen. Hij zou Plato straks wel schoonmaken als ze eenmaal bij het kasteel waren. De schoolleiding zou vast niet blij worden als de gangen vol moddervlekken lagen.

Vannessea wees naar Plato om vervolgens Iarchon vragend aan te kijken en iets te gebaren, als eerste reactie keek Iarchon vragend terug. Hij sprak geen gebaars voor als de nimf dat misschien zou denken. Het duurde echter niet lang voordat de luchtelf het vragende gezicht en het gebaar naar zijn hond begreep.
"Oh! Je wilt weten hoe hij heet," zei Iarchon even wachtend op een bevestiging. "Dat is Plato." De hond keek op bij het horen van zijn naam. "Hij is eigenlijk niet van mij, maar van een oude vriend. Die had hem achter gelaten bij Socophon toen hij ging studeren. Nu zorg ik voor hem."

Het kasteel kwam alweer dichtbij en Iarchon keek even naar Vannessea.
"Ik droog Plato even af, ik wil niet weer uitgefoeterd worden door de schoonmaaksters hier." Hij pakte de oude doek uit zijn tas en liet Plato met een paar simpele woorden stilstaan. Het duurde niet lang voordat Plato weer zo goed als droog was, terwijl de doek haast zwart was geworden.
"Zo we kunnen weer," zei Iarchon tegen de nimf.[1]
 1. als Vannessea al weg is gelopen kun je de laatste zin vergeten.

Het meisje genoot stilzwijgend van het gesprekje, eenzijdig als het was. Er waren er niet veel jongens die zo normaal met haar om konden gaan, want meesten letten óf alleen op haar beperking óf alleen op haar borsten.

Na het voorstellen van de hond gaf Ness hem een begroetende aai over zijn rug; haar handen waren toch al vies geworden van de modder en natte hond kon daar nog wel bij. Met een lichte zucht keek ze naar haar bruine handen, wees even naar de lucht, en maakte toen het algemeen bekende gebaar voor regen uit elk kinderliedje wat je maar kon bedenken en trok een vies gezicht. Praten over het weer was ook al in 1302 het veiligste onderwerp voor elk gesprek.

Toen ze bij de deur aankwamen wachtte ze geduldig op haar nieuwe kennis, voor ze in de richting van de Socophontoren wees en haar wenkbrauwen vragend omhoog deed. Ze deed alsof ze haar handen waste, en toen haar armen, zodat Iarchon haar bedoeling zou begrijpen. Ze wilde zo snel mogelijk weer schoon zijn!
Every day has its trouble,
with us it comes in double.

"Ja het is inderdaad slecht weer. Jammer dat de zomer voorbij is, de zon was prettig." De luchtelf hield wel van de zomer, buiten zijn huiswerk maken of met Plato wandelen was beter dan nu. Hoewel de winter met alle sneeuw ook wel zijn charmes had.
"Maar de winter is ook leuk, de sneeuw is heerlijk in de vakantie. Zeker als hier weinig myrofas zijn omdat de rest naar huis is." De eerste paar jaar was Iarchon nog naar huis gegaan tijdens de vakantie, maar tegenwoordig vierde hij zijn verjaardag op Bumetrel, niet dat veel myrofas die achter bleven wisten dat zijn verjaardag in de vakantie viel.

"Ik ga inderdaad richting de Socophontoren, opfrissen is wel een goed idee." Even grinnikte Iarchon toen hij weer naar Vannessea keek, ze zag er waarschijnlijk nog erger uit dan hij. "En daarna lekker voor de haard gaan zitten met een goed boek." Iarchon zag dat wel zitten, Plato voor zijn stoel en een goed boek. Een warme drank zou het helemaal afmaken, maar helaas zat dat er waarschijnlijk niet in vandaag. Rustig liep Iarchon verder naar de Socophontoren met Plato netjes aangelijnd naast hem.