Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Krekeltjes en korebloempjes blauw  (572 keer gelezen)

Speeldatum: 16 juli 1302 (Midzomer)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
Opgelaten kwam Eildrim terug aan op het landgoed. Ze had de gehele morgen colleges gehad en later op de middag nog een uurtje. Ze was vandaag ruim op tijd terug voor het eten van de avond. Aangezien het ook nog eens een keer zomer was, was het nu nog prachtig weer buiten. De zon scheen en buiten was het een heerlijk aangename temperatuur. Je kon eigenlijk zelfs zonder mantel wandelen en op het terrein bij het kasteel zou dat zeker wel kunnen. Daar was het veilig en daar was ze thuis.

Met een glimlach stond ze voor het werkvertrek van haar echtgenoot en ze besloot het er gewoon op te wagen. Ze klopte aan en opende even later de deur. Het was niet alsof hij kon roepen dat ze binnen kon komen en als je niet wist wie er voor de deur stond, dan was het lastig om iemand telepathisch te bereiken. "Heer Carathin", Eildrim maakte een reverence. "Ik hoop dat ik u niet al te zeer bij uw werkzaamheden stoor, maar ik wilde u uitnodigen voor een wandeling door de tuinen." Ze keek hem hoopvol aan en een brede glimlach verscheen op haar gezicht. "De lucht is blauw en het ruikt buiten zo heerlijk en dan kan ik mijn nieuwe parasol," -een van de huwelijksgeschenken-, "buiten dragen." Ze had hem al bij zich en hij stond zo goed bij haar zomerse gewaad.

Eildrim hoopte echt dat Mahtan op haar voorstel in zou gaan. Ze wilde graag ook plezier met hem maken. Ze hoopte dat het voor haar wat van de stijfheid tussen hen weg zou halen, zodat ze niet meer zo tegen zijn bezoekjes in de avond opzag.

"Vrouwe," Mahtan, zojuist opgestaan, legde zijn boek neer en maakte een buiging voor zijn jonge vrouw. Niet voor het eerst viel hem op hoe mooi ze was en ze was nog niet eens helemaal uitgegroeid. Hoe kan ik zo'n uitnodiging weigeren, zei hij glimlachend. Ik zou u het in gebruik nemen van uw parasol niet durven ontzeggen. Hij sprak op dezelfde toon, maar zijn ogen twinkelden spottend.
Hylas was nergens te bekennen, dus waarschijnlijk aan het 'bijpraten' met zijn gelegenheidswijfje plus nageslacht - het nest was niet zomaar aan het stro ontsproten - en ach, dat liep ook wel zo rustig.

Eildrim keek zeer tevreden met zijn antwoord en slechts voor een halve seconde keek ze hem even onderzoekend aan. De blik in zijn ogen was haar niet ontgaan. Ze stak haar neus een beetje in de lucht. "U bent gewoon jaloers op mijn mooie parasol." Daarna lachte ze een beetje en liep ze hem wat tegemoet. De vrouwe stak haar hand naar hem uit, zodat ze samen konden lopen, hand in hand of hand op arm. Ze vond het beide goed.

"Heeft u een goede dag gehad, mijn heer?" Ze had een heleboel te vertellen en te vragen, maar ze wilde rustig aan beginnen. Daarbij was het ook wel netjes om een beetje interesse in de ander te tonen.

"Ik ben zojuist nog bij Berthard wezen kijken, hij groeit hard." Hij was nog net iets te jong, maar over een of twee weken zou hij wel bij zijn moeder weg kunnen. Ze keek er nu al naar uit om voor hem te zorgen. Ze zou er waarschijnlijk in het begin wel wat hulp bij nodig hebben, omdat ze nog nooit een huisdier had gehad. Ze had er echter goed vertrouwen in dat het goed zou komen. "Hij blijft zo schattig en zit altijd te bedelen om aandacht. Dan zet hij van die grote oogjes op," tijdens het praten ging het vanzelf dat ze dat dan een beetje nadeed, "en kijkt hij je zo hoopvol aan en gaat hij heel hard kwispelen en dan kan je daar toch geen nee tegen zeggen." Ze was erg blij met haar puppy, bijna net zo blij als met haar eigen studeer- en werkkamer inclusief boekenkast.

Zeker. De velden liggen er prachtig bij, de dorpelingen zijn over het algemeen tevreden. Ik heb een overleg gehad met de schout en Rhiakath. Kortom, ik had een vruchtbare dag. Ik wilde juist een boek gaan lezen toen ik overvallen werd door mijn echtgenote.

Zijn echtgenote, hand op zijn arm, had ook een plezierige dag gehad, zo te horen. Met een tevreden glimlach hoorde hij haar enthousiaste verslag over de pup aan. Het beviel hem dat ze er zoveel aardigheid aan had. Ze kwam regelmatig even kijken, had de stalmeester hem gemeld.
Het is een goed nest, bevestigde Mahtan. Met een goede training zullen we straks over een mooie roedel jachthonden beschikken. Misschien kunnen we uit jagen gaan als uw vader het landgoed bezoekt.

"Jagen? Dat heb ik nog nooit eerder gedaan. Denkt u dat ik daar al goed genoeg voor kan paardrijden? Want u doet dat toch niet lopend met een pijl en boog?" Dat soort dingen had je niet in een luchtstad noch op Bumetrel. Dus haar kennis hierover putte ze vooral uit verhalen die ze wel eens had gehoord of gelezen. "Ik denk wel dat mijn ouders binnenkort het landgoed bezoeken." Ze waren nu al twee maanden getrouwd. Dus dan zou haar moeder vast over niet al te lange tijd zich ook komen vestigen op het landgoed.

Maar Eildrim moest niet afdwalen, want er was iets anders waar ze het eigenlijk over wilde hebben. "Maar ik had een vraag, of nee, eigenlijk is er iets waar ik uw mening over zou willen weten en uw advies over hoe ik een situatie moet aanpakken." Ze keek heel kort opzij, maar keek snel weer voor zich uit. Ze was blij dat ze wandelden, want anders had ze hem hierbij niet in de ogen aan durven kijken.

"Vandaag zat er een twee uur tussen de colleges en toen vroegen twee meisjes van dezelfde studierichting of ik met hen meewilde Oikilan in, want er was een grote markt op het marktplein met allerlei snuisterijen en dus meer dan de gewoonlijke voedselkramen en dergelijk. Voor de veiligheid, omdat laatst de kapitein van Bumetrel is vermoord in de stad, zouden er ook twee mannelijke studenten meegaan, omdat drie adellijke vrouwen alleen in de stad misschien wel vragen om problemen is." Tot dusver waren er nog geen problemen in haar verhaal. "En toen kwamen we uiteindelijk bij een kraam waar ze echt de meest prachtige hoofddeksels hadden en er was een hoed met een prachtige bewerking aan de bovenkant, zo elegant. Ik mocht hem van de verkoper uitproberen en ik was er meteen verliefd op, maar ik had behalve wat geld voor noodgevallen niets bij me en ik wist niet wat u ervan zou vinden als ik dat soort aankopen zou doen zonder dat met u besproken te hebben. Dus ik kocht het niet."
Ze slikte even. Ze praatte wel erg veel. Misschien was ze een beetje aan het rekken naar de echte kern van wat er nu precies scheelde. "En toen was er één van de jongemannen, een luchtelf, die erop stond om de hoed voor mij te kopen. Dat sloeg ik uiteraard af, want zulk een gift aannemen van deze man vond ik ongepast." Maar natuurlijk was de kous nog niet af. "Echter, toen ik vanmiddag terug wilde met de koets, toen lag er een hoedendoos in het rijtuig met daarin de prachtige hoed, die ik op de markt had gezien...Zonder een kaartje van een afzender." Maar ze wist natuurlijk wel vrij zeker wie de schenker was. "Dus ik vroeg me af wat ik nu moest doen?"

Mahtan lachte. Het duurt nog wel even voordat de honden zo ver zijn, vrouwe. U hebt alle tijd om uw twijfels over uw paardrijkunst weg te nemen. En anders neemt u uw toevlucht tot uw gevleugelde strijdros. Dat zal ongetwijfeld een heel nieuwe dimensie aan de jacht geven.

De blik van de landelf veranderde in een serieuze toen zijn echtgenote ter zake kwam. Hij luisterde zwijgend, iets dat niet vreemd was, maar dat Eildrim kennelijk wel een tikje onzeker maakte. Niettemin volhardde hij erin tot ze klaar was met haar uitzetting.
Het verliezen van zijn tong had één voordeel: het dwong hem tot een geduld dat hij anders wellicht niet gehad zou hebben. Het gaf hem wat extra tijd om zijn irritatie niet te goed te laten merken en zelfs niet tegen zijn vrouw uit te varen.

Ik zie dat het een moeilijke situatie voor u is, antwoordde Carathin uiteindelijk. Er is u niets te verwijten. U werd ongetwijfeld overvallen door de gebeurtenissen. Het handelen van de jongeman is uitermate ongepast en ik zal hem daarvoor verantwoording vragen. Ik zal de kosten voor de hoed aan hem vergoeden, als hij inderdaad degene is die de doos in het rijtuig heeft achtergelaten. Dat men u geschenken aan wil bieden, juich ik toe, maar niet buiten mijn weten om.

De koetsier die Eildrim naar Ypsilon bracht, zou hij persoonlijk uitleggen wat zijn taken waren en welk gedrag er van hem verwacht werd.

Een kleine aanwijzing, Eildrim, als ik zo vrij mag zijn: wanneer u iets aantreft in Oikilan dat u graag zou willen aanschaffen, dan zal elke winkelier bereid zijn om het artikel in kwestie te bewaren voor de echtgenote van heer Carathin totdat er fondsen zijn om het te kopen. Dat is het voorrecht van de adel.

De reactie viel mee. Ze mocht de hoed zelfs houden, maar toch zat het haar niet helemaal lekker. Ze knikte bij zijn aanwijzing. "Ja, heer, ik zal het onthouden voor de volgende keer." Een voorrecht van de adel, het was niet alsof ze daar in het verleden al uitgebreid op die manier van had mogen genieten. Ze was vooral het nichtje van geweest met de moeder die te ver onder haar stand was getrouwd. Dus het waren dit soort details waar ze dan nog aan moest wennen of waar ze niet meteen aan dacht, maar dit zou ze niet meer vergeten. Ze voelde zich behoorlijk ongemakkelijk erbij.

"Bent u boos op me?", vroeg ze wat kleintjes. Hij zei wel van niet en hij praatte het goed voor haar alsof ze gewoon door de situatie overvallen was. Dat was ook zo, maar als een vrouw zoiets zei, dan zat daar vaak wel een dubbele laag achter. Of dat ook zo was als een man het zei, wist ze niet. Als hij maar niet dacht dat ze met deze jongeman had staan flirten of meer dan slechts oppervlakkige gesprekken had gevoerd.

Zou dat moeten? kaatste Carathin terug. Hij hield stil en keek Eildrim aan.
Je bent een getrouwde vrouw. Ik vertrouw erop dat je je zo gedraagt en ik heb ook geen reden om dat niet te doen. Als ik bang was geweest dat je de verantwoordelijkheid niet aankon, dan had ik je niet laten studeren. Er is niemand die mij verbiedt jou hier te houden.

De landelf schudde zijn hoofd. Herinner je je wat ik gezegd heb, die eerste nacht van ons huwelijk? De huwelijksmantel is zwaar. Je draagt hem één keer in je leven daadwerkelijk op je schouders, maar de rest van je leven blijf je het gewicht voelen. De adel heeft zijn voorrechten, maar die worden in evenwicht gehouden door verantwoordelijkheden. Mahtan glimlachte even. Hij was weer eens aan het doceren geslagen. Maar zoals elke modebewuste elf weet, zijn het niet de lichte mantels, maar de zware die het mooist vallen en die de meeste indruk maken. En de mantel van de Carathins is bij Vanas niet de lelijkste in zijn soort. 

Eildrim schudde snel haar hoofd. "Nee, heer, ik.." Maar heer Carathin ging verder met spreken en dus hield ze haar mond. Ze knikte een paar maal bij zijn relaas. Ze luisterde naar wat hij zei. Ze wist dat ze verplichtingen en verantwoordelijkheden had. Ze deed ook haar best om dit allemaal zo goed mogelijk te doen, maar het was lastig als ze niet precies wist hoe bepaalde zaken hoorden te gaan. Ze was nog jong en een hele nieuwe wereld met ongeschreven regels leek voor haar open te gaan. Er waren allerlei zaken waar ze eerder nog nooit zo over had moeten nadenken, maar nu ze inde sociale ladder gestegen was, werd er ook duidelijk meer verwacht.

"Ja, heer." Ze sloeg haar ogen neer. Ze wist niet zo goed wat ze nu moest zeggen. "Ik ben heel blij met uw vertrouwen in me en ik wil u niet teleurstellen." Ze voelde zich haast als vroeger bij een mentorgesprek. Toch had ze geen spijt van haar beslissing om de gebeurtenis met hem te bespreken. Stel dat hij er zelf achter was gekomen, dan had het vast heel slecht eruit gezien, terwijl er dan nog steeds precies hetzelfde was gebeurd.

De landelf schudde zijn hoofd. Je stelt me niet teleur en ik zweer bij Vanas dat je je best moet doen om mij te teleurstellen.
Hij legde zijn hand op de bovenarm van Eildrim. Het was zover als hij durfde te gaan als het om aanraking ging.
Eildrim, ik ben eeuwen ouder dan jij. Ik weet niet hoe het komt, maar elke uiting van waardering die ik uitspreek, lijkt te verdrinken in een preek. Als je mijn woorden hoort, beschouw mijn waardering, mijn complimenten dan als een pegasus en mijn preken als een boerenpaard. Dat paard blijft wel staan, het is de pegasus die wegvliegt als je niet oppast. Herinner je de pegasus, Eildrim.

Met zijn vrije hand raakte hij heel even haar wang aan. Gekke Eildrim, je weet niet half hoezeer ik op je gesteld ben geraakt.

Eildrim fronste even en keek op. Ze durfde hem zowaar recht in de ogen aan te kijken. Zijn woorden waren vriendelijk, misschien vielen ze zelfs onder de noemer vol genegenheid. Ze had moeite om de verbazing van haar gezicht te houden. Een klein glimlachje wist echter ook wel door te breken. "Echt?" Zijn aanraking van haar wang en de woordelijke bevestiging dat hij om haar was gaan geven, deden haar goed. Dat was misschien wel wat ze een beetje nodig had. Ze merkte dat ze er eigenlijk een beetje emotioneel van werd.

Natuurlijk was het niet haar droom om met een oude man te trouwen en tot haar spijt lukte het ook echt niet om verliefd op de man te worden. Toch was hij nu wel haar man en het was een opluchting dat er toch wel iets was tussen hen, al zou het uiteindelijk maar vriendschap zijn en wederzijdse genegenheid. Ze wilde nog steeds haar sprookje en ze was er nog niet aan toe om dat beeld te laten varen.

Eildrim kauwde een beetje op haar wang en glimlachte het gekke gevoel in haar keel weg. Het was maar vervelend om je zo onzeker te voelen. Ze zou graag nog op wel honderd vlakken bevestiging vragen en of hij dat wel mooi, goed of leuk vond, maar die neiging onderdrukte ze. "Ik ook op u. U bent lief voor me." Ze glimlachte wat opgelaten.

De oplossing was natuurlijk veranderen van onderwerp. "Vandaag hadden we college over de verschillende myrofasoorlogen, een kort overzicht. Ik moet een stuk van vierduizend woorden schrijven over de eerste zeeslag bij Illiadel," vertelde ze zo luchtig mogelijk.

De landelf glimlachte. Echt. En hij glimlachte opnieuw om haar reactie. Ze had karakter. Ze zou vanzelf haar weg vinden. Daar hoefde hij zich in elk geval geen zorgen over te maken. Zou zijn broer hebben geweten aan wat voor een meisje hij zijn broertje had uitgehuwelijkt?

De eerste zeeslag, was dat niet in de tiende eeuw? De landelf keek even peinzend voor zich uit. Het is niet een slag waar ik veel vanaf weet. Het is een goed onderwerp om over te schrijven. Je kent Iliadel goed tenslotte. Als het af is, zou ik het graag lezen. Het is lang geleden dat ik iets van jouw hand onder ogen heb gehad. En dit keer zou ik het kunnen lezen zonder steeds na te hoeven denken over de beoordeling ervan. Niettemin, het is aan jou. 

Ze wandelden samen voort en de landelf nam de tijd om de omgeving in zich op te nemen. Hij had nog geen spijt gehad van de verhuizing. Het was hier goed toeven en er kwam een bepaald ritme in de dagen. Het wees erop dat hij zijn personeel goed had gekozen.
Ben je tevreden over het personeel, Eildrim? vroeg hij. Zou je nog andere myrofas aan je gevolg willen toevoegen? Een gezelschapsdame misschien? Een page of een loopjongen?

Eildrim lachte zachtjes. "Ik vind het fijn dat u het wilt lezen, want dat was eigenlijk wat ik ook wilde vragen. Of u het, als het af is, een keer wilt proeflezen. Het is het eerste grote stuk wat ik moet schrijven voor mijn opleiding aan de universiteit. En u weet aan wat voor zaken het dan moet voldoen. Ik zal zorgen dat u het ruim op tijd voor de inleverdatum krijgt." Zodat hij tijd had om het te lezen en er eventueel ook nog tijd was voor toevoegingen en verbeteringen. "Tenzij u het natuurlijk liever niet in nakijkmodus wil lezen." Want anders moest er nog steeds worden nagedacht over een beoordeling.

"Vindt u dat ik nog lijk op het meisje van toen? En wat vond u toen eigenlijk van me?" Stiekem was ze hier al vanaf het begin nieuwsgierig naar. Toen had de man vast nooit vermoed dat hij ooit met haar, of een luchtelf, zou trouwen en haar ook vast niet op die manier bekeken, maar toch.. Het was wel leuk om te weten. Ze wist wel dat de man het wat minder goed met Iarchon kon vinden, want ze had Iarchons kant van het verhaal vooral gehoord. Niet dat ze daarnaar zou vragen. Dat waren haar zaken niet, niet meer en ze wilde het niet over Iarchon hebben.

Na een tijdje wandelen was het Mahtan die haar een vraag stelde, in plaats van andersom. Ze dacht na over zijn vraag. "Ik ben zeker tevreden. Flo is wel een aardig meisje. Ze doet haar best in ieder geval. Verder heb ik veel te maken met mevrouw Worrseyu. Zij leert me hoe je een huishouden moet bestieren. Ze is goed, maar heel streng en een beetje eng." Eigenlijk vond ze Linwë niet zo aardig, maar ze wilde er niet over klagen. Waarschijnlijk leerde ze het zo het snelste en het beste en het was het doel dat ze zelf ook wist wat er moest gebeuren. "Een gezelschapsdame is wel fijn denk ik, iemand die wat meer ervaring heeft met sommige zaken dan ik. Alleen ben ik erg weinig hier wellicht voor zo iemand. Ik ben veel op Ypsilon. Dus ik had daar zelf ook over gedacht en dacht toen dat u misschien daarmee wilde wachten tot ik mijn studie had afgerond." Verder wist ze niet zo goed of een persoonlijke page of loopjongen zijn tijd wel genoeg zou kunnen vullen als ze voor haar moesten werken, misschien als ze later meer thuis was. "Ik weet het niet zo goed. Ik ben redelijk gewend veel zelf te doen. Dus ik moet nog wennen aan dat je zoveel uit handen kan geven. Denkt u dat ik een page of een loopjongen nodig heb?"

De landelf knikte. Ik zal het lezen en als er zaken zijn die ik niet begrijp of dingen waar je nog wat aandacht aan zou moeten besteden, dan zal ik dat zeggen. Maar de echte nakijkmodus laat ik achterwege, als je het niet erg vindt. Ik ben geen docent meer en sommige zaken leer je beter van je medestudenten of docenten op de universiteit.

De volgende vraag had hij verwacht. Dat wil zeggen, hij wist dat die een keer zou komen. Je lijkt op het meisje van toen, maar je bent ook volwassener geworden. Je bent beheerster, denkt iets meer na over je woorden... nu ja, meestal dan. Hij glimlachte. Ik herinner me niet zoveel van dat ene jaar. Het was een merkwaardig jaar... ik herinner me vooral dat je me verweet dat ik Rathiain Negorid niet was. Mahtan lachte. En je was niet de enige. Hij zweeg even. Ik weet niet wie er na mij is gekomen, maar ik denk dat hij of zij onbedoeld baat heeft gehad van dat ene jaar dat ik op Bumetrel was.

Hij keek even opzij naar de jonge vrouw met haar parasol. Zijn echtgenote. Ze was zo jong, zo half nog in de wereld van universiteit en de student uithangen. En toch was ze ook de vrouwe van zijn landgoed.
Eildrim, er is iets wat ik met je wil bespreken, begon hij en hij wachtte totdat hij haar volle aandacht had. De vroegere geneesheer van Ypsilon, doctor Krathais, meent dat het mogelijk is om mijn... om me weer te laten spreken. Het zou me een groot genoegen geven als het lukte, niettemin is het een gevaarlijke ingreep. Ik overweeg om hem toestemming te geven om het te proberen en ik wil dat je dat weet. Het was zijn beslissing, maar als het misging, zou Eildrim daar de directe gevolgen van merken. Hij wachtte af hoe ze zou reageren.

Eildrim glimlachte. "Ik geloof dat er na u nog drie zijn gekomen. Twee mannen en een vrouw. De vrouwe als laatste. We accepteerden niet zo gemakkelijk een vervanger van vrouwe Negorid, denk ik" Socophon had blijkbaar behoefte aan een moeder en niet aan een vader.

De jonge vrouwe merkte iets aan de toon in haar hoofd. Het leek iets ernstigs te zijn. Ze liep wat langzamer en hield uiteindelijk zelfs halt, terwijl ze naar Mahtan luisterde. Ze leek niet heel enthousiast. "Mijn heer, niets liever dan dat u uw vermogen om te spreken weer terug zou krijgen en ik wil u ook allerminst tegenhouden als het uw beslissing is om deze ingreep te ondergaan, maar.." Ze aarzelde even voor ze verder sprak. "Ik wil u niet kwijtraken." Om meerdere redenen niet. "Dus ik vind het een beetje eng."


Ook Carathin bleef staan en knikte ernstig. Het is ook eng, vrouwe. Ik heb lang met dr. Krathais gepraat. Hij is eerlijk geweest over de risico's. Daarom geloof ik dat hij in staat is om een goede inschatting te kunnen maken. Als hij van mening is dat hij de operatie kan doen, dat de kans van slagen meer dan aanwezig is, dan ben ik geneigd om hem te vertrouwen.

De landelf ging op de grond zitten, zomaar op het gras. Het is niet alleen mijn spraakvermogen, Eildrim. Mijn tong, wat er nog van over is, herinnert me elke dag aan de gebeurtenissen waarbij ik hem kwijtraakte. Ik wil het vergeten. Er in elk geval niet elke dag aan herinnerd worden...
Hij schudde zijn hoofd en speelde met de bloem die hij onbewust uit het gras had getrokken. Het was zo'n moment dat Carathin daadwerkelijk een oude man leek.

Ik zal je ouders informeren als ik de ingreep laat doen. Ik ben niet van plan kwijtgeraakt te worden... De landelf glimlachte even. ... Maar mocht het gebeuren, dan zul je een uitgangspositie hebben waarmee je elke luchtelf kunt huwen die je wilt.

Eildrim sloeg haar ogen neer en luisterde. Een geneesheer wist er natuurlijk veel meer van dan zij en als hij zei dat het kon, zou het vast wel goed komen, maar toch bleef er een onaangenaam gevoel aan haar knagen. Ze hoorde zo vaak over myrofas, die koorts kregen na een operatie en dan dood gingen.

De jonge vrouwe was even verbaasd toen Mahtan zomaar in het gras ging zitten, alsof hij niet een adellijke landheer was. Ze stond er aarzelend naast, maar klapte toen haar parasol in en ging naast de man zitten. Met magie zouden grasvlekken vast wel uit haar rok verwijderd kunnen worden. Ze wist niet zo goed wat ze moest zeggen. Ze legde haar hand op zijn arm en probeerde er zo voor hem te zijn. "U heeft me overtuigd. Ik denk dat u de ingreep moet doen. Voor uw spraak, om rust te krijgen van het verleden." Ze glimlachte kleintjes. "Maar dan wil ik wel mee en aan uw bed zitten wanneer u weer ontwaakt." Dat ze nog een toekomst zou hebben als hij zou sterven, was een geruststelling, maar ze had geen hekel aan de man, ze wenste hem niet dood. Ze had het vele malen slechter kunnen treffen. Nee, ze wilde dat hij de ingreep zou overleven.


Zo gemakkelijk? Carathin glimlachte. Ik heb wel eens meer moeite moeten doen om je ergens van te overtuigen. Hij legde zijn hand op de hare. Om haar direct daarna verbaasd aan te kijken. Je wilt mee? Hij kan wel uren bezig zijn... De landelf fronste een beetje. Het was niet zozeer de uitspraak zelf die hem verbaasde, maar meer de toon, de manier waarop. Oh, ze zei wel: 'ik wil', maar vermoedelijk bedoelde ze: 'ik zal'. Goed dan, vrouwe, uw wens is mijn bevel.

Hij kwam overeind en stelde voor om nog een stukje te lopen. Het is een mooie dag. Vertel me eens wat je al weet over die zeeslag...