Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Royale aankomst  (817 keer gelezen)

Speeldatum: 3 juni 1302 (Begin zomer)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
Een stevige koets reed door de straten van Oikilan. Er omheen liepen lijfwachten die er voor zorgden dat het gewone volk niet in de weg liep. Aan de koets was niet direct te zien wie er in zat, maar het was wel duidelijk dat het een belangrijk persoon was. Binnen zat Everhard Staverius. Hij had de dag er voor een boodschapper naar Bumetrel gestuurd met de mededeling dat hij de volgende dag verwachtte langs te komen. De vorige dagen was Everhard bezig geweest met het ontmoeten van de machtigen der aarde, met als eerste de koning van Mircam.

Na een tijdje stopte de koets bij de poort van Bumetrel. Eén van de wachters liep naar de poort toe en wachtte tot deze opengedaan werd. "We worden verwacht," zei de landelf en hij toonde een kort briefje met daarop het zegel van Nascam zichtbaar.

« [Reactie #1] : 4 jaar geleden »
De poort werd geopend. De wachter had de brief met de zegel van Nascam bekeken en had geconcludeerd dat het een echte was. De schoolhoofden hadden de wacht bij de poort al op de hoogte gebracht dat de koets zou arriveren vandaag. Een koninklijke garde kon je ook zijn wapens niet ontnemen, daarom dat wel echt zeker moest worden gemaakt dat het hier ging om wie ze zeiden dat het ging.

Bij de ingang van het kasteel stond Maida te wachten, zonder haar wederhelft. De koning had immers gevraagd of hij niet met teveel poespas kon worden onthaald. En een centaur viel behoorlijk op, zeker als hij ergens stond te wachten met zijn collega. En dus was dit Maida's moment om te stralen in koninklijke aanwezigheid. Ze had zowaar geoefend op een vriendelijke glimlach. Dus dat ging helemaal goed komen.

« [Reactie #2] : 4 jaar geleden »
Sadirs had zijn nieuwe uniform goed verzorgd. Hij had zijn baard netjes geschoren en zich uitgebreid gewassen. Dit was een belangrijke dag. De koning van Nascam zou langskomen. Het zou een kleinschalig bezoek worden, was hem meegedeeld. Geen franje, maar dat veranderde voor Sadirs weinig. Het was nog steeds de koning van Nascam die zodra hij de poort door wandelde Sadirs verantwoordelijkheid werd. Alle wachters hadden dienst vandaag.

Hij had de jongens opgedragen bijzonder oplettend te zijn vandaag en er voor te zorgen dat er niemand in de buurt van de koning kwam zonder uitdrukkelijke toestemming van de koning, één van de schoolhoofden of Sadirs zelf. Ajith zat veilig opgesloten op de ziekenzaal en Tetachan gaf momenteel les. Voor beide deuren stond een wachter. Sadirs had van het witte schoolhoofd de opdracht gekregen om er voor te zorgen dat iemand de gymnastiekleraar in de gaten wilde houden. De gorgo had geen idee waarom, maar het was niet zijn taak om daar over na te denken.

Zodra de koets aan kwam rijden, liep Sadirs naar de poortdeur. Hij opende die en zag de lijfwacht komen. 'Heer Magvatero, vrouwe Luthés, het bezoek is er. Sadirs.' zond hij in de richting van het kasteel. Er kwam al vrij snel bevestiging. Sadirs keek even naar het zegel, het was een zegel dat hij twee keer eerder had gezien, maar nooit zo uitgebreid.

"Heel goed, jullie worden inderdaad verwacht." En op dat moment was het zwarte schoolhoofd er al.

« [Reactie #3] : 4 jaar geleden »
Het deurtje van de koets werd geopend en Everhard werkte zich naar buiten. In al die jaren lukte het hem nog steeds niet om met behoud van al zijn koninklijke waardigheid uit zo'n krap ding te kruipen. Zodra hij met beide benen op de grond stond, rechtte hij eens goed zijn rug en keek om zich heen. Bumetrel was veranderd. Hij was er één keer eerder geweest, om zijn dochter weg te brengen en toen had het er heel anders uitgezien. Nu het kasteel aan de stad was vastgeplakt leek het veel drukker.

Everhard liep op de phaosfee af die stond te wachten. Ondertussen liepen vier lijfwachten met hem mee. Ze waren lang genoeg in dienst om niet hinderlijk te wezen. "Goedendag vrouwe Luthés, het is een genoegen u in persoon te ontmoeten. Mijn dank voor u en uw collega om mij te ontvangen," zei Everhard tegen de vrouw. Ze zag er trots uit, hoewel haar oog iets leek te trekken. Het was een kleinigheidje waar Everhard verder geen aandacht aan besteedde.

Vanuit zijn ooghoeken zag de landelf dat het hoofd van zijn lijfwacht even overlegde met de kapitein van Bumetrels wacht. Er werd wat gefluisterd en geknikte en toen leek alles besproken. "Ik hoop dat ik niet te veel van uw kostbare tijd in beslag neem."

« [Reactie #4] : 4 jaar geleden »
Ergens bovenin het kasteel, verscholen in het duister, stond een donkere gedaante; zijn ogen samengeknepen en zijn lippen naar binnen gezogen. Met een blik doordrongen van haat en zijn handen tot vuisten gebald tuurde Kaimi Arceneaux door het grote raam naar buiten. Want daar, slechts een paar meters bij hem vandaan en enkel van hem gescheiden door een stenen muur, stond Everhard Staverius. De man die hem alles had afgenomen wat hem lief was.

Vergezeld door vier lijfwachten begaf de barbaar zich naar vrouwe Luthés. Hij vleide haar ongetwijfeld met mooie woorden, deed zich voor als Vanas in eigen persoon. Maar wat was het een schoft. Wat was het een dwaas besluit van het directie om die achterlijke vent hier te verwelkomen. Ze wisten niet wat ze in huis haalden!

Kaimi keerde zich met een ruk om. Een derde gestalte stapte uit het donker naar voren en schaduwde zijn bewegingen. Het maakte Kaimi nog woester dan hij al was. Hoe graag hij die Everhard ook de strot dichtkneep of een mes in zijn keel stak, het was hem niet gegund. Hij kon niets. Alleen maar toekijken en zichzelf opvreten van een intens verlangen om die smerige landelf hetzelfde lot te bezorgen als de man met zoveel van zijn volgelingen had gedaan.

Maar het kon niet. Kaimi stapte bij het raam vandaan en met zware passen baande hij zich een weg door de gangen naar zijn vertrek. Daar sloot hij zichzelf op, peinzend over de manier waarop hij Everhard het liefst zou laten lijden als hij hem eenmaal in zijn handen had.


« [Reactie #5] : 4 jaar geleden »
'Je gedraagt je hè.  We mogen onze oom niet voor schut zetten. ' Haar broertje kon soms nog zo wild zijn.  Ze haalde nog even een hand door de haren van Doran totdat het goed zat.
Vervolgens schoof ze naar de deur van de koets en liet zich helpen uitstappen door een van de lijfwachten.  Ze bedankte de lijfwacht en nam de muren van Bumetrel in zich op. Vervolgens kwam de poort in beeld, een oude bekende.

Ze liep naar haar oom toe maar wachten op gepaste afstand.  Haar oom zou haar vast wel gaan voorstellen als hij de tijd gevonden had. Kort keek ze even achterom of haar broertje al uit de koets was gekomen.  Hij was zich vast aan het voorbereiden.  Misschien was hij wel zenuwachtig de arme knul. Maar hij hoefde niet bang te zijn, hij had zijn zus om op terug te vallen.
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Aoife Neruth-Piuo »

« [Reactie #6] : 4 jaar geleden »
Maida boog een keurige reverence voor de koning. "De eer is geheel aan mijn zijde, majesteit. U bent hier van harte welkom en daar maken mijn collega en ik graag alle tijd voor." Deels was het een frase van beleefdheid, maar aan de andere kant was het ook een grote eer om een koning op bezoek te krijgen en zoiets was van zulk belang dat alle andere taken wel even konden wachten. Ze hadden gelukkig ruim een dag gehad om het voor te bereiden en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Iedere myrofas die ook maar een beetje gevaarlijk kon zijn of alleen al gevaarlijk keek, werd in de gaten gehouden. Het zou de schande van het jaar zijn als er iets mis ging tijdens dit koninklijke bezoek.

"Is uw reis naar wens geweest? En bevalt uw verblijf in de stad u tot dusver?" Maida glimlachte zo vriendelijk en gastvrij mogelijk. Er was een banket verzorgd in de grote zaal voor wanneer de gasten hongerig waren en er was een rondleiding voorbereid en verder was het ook afhankelijk van wat de koning verder zou willen, want ze vermoedde dat er nog meer redenen achter zijn bezoek staken.

« [Reactie #7] : 4 jaar geleden »
"Mijn reis is zeker naar wens geweest. Het is al weer te lang geleden dat ik in het buitenland ben geweest. Ze wilden me in zo'n luchtschip hebben, om de zee over te steken. Maar mij niet gezien hoor, ik ben mooi met een gewoon schip gegaan," merkte Everhard op. Hij lachte even, hij was een landelf en had het niet op vliegen. Dat was tegennatuurlijk, hoewel zijn gastvrouwe daar ongetwijfeld anders over dacht.

De man gebaarde naar zijn neefje en nichtje dat ze dichterbij moesten komen. "Vrouwe Luthés, dit zijn mijn neefje en nichtje: prins Doran Gealeath Staverius en prinses Yaondra Staverius. Jongelui, dit is vrouwe Luthés, een van de beide schoolhoofden van Bumetrel." Nu alle belangrijke personen aan elkaar voorgesteld waren, vroeg Everhard aan vrouwe Luthés: "Is het wellicht mogelijk dat de jongelui alvast een rondleiding krijgen en wij elkaar even in uw kantoor kunnen spreken?" Doran en Yaondra konden vast rondgeleid worden door de kapitein van de wacht of iets dergelijks.

« [Reactie #8] : 4 jaar geleden »
Doran knikte alleen maar naar zijn zus.
Alsof hij zich ooit misdroeg, tss.
Hij streek zijn eigen hand door zijn haar om het werk van zijn zus ongedaan te maken toen ze niet keek en stapte vlot uit de koets.

Een beklemmend gevoel bekroop hem toen hij naast Yaondra op de binnenplaats stond. Hij vond het een redelijk mistroostige omgeving en tegelijkertijd vroeg hij zich af wat de reden van hun bezoek was. Hij wist dat Yaondra hier een deel van haar opleiding had genoten maar wilde zeker niet in haar voetsporen treden. Zover hij had begrepen zou hij tot hij naar Ypsilon ging wel een opleiding moeten volgen, maar die zou ergens aan een hof plaatsvinden. Persoonlijk stond dat idee hem ook niet helemaal aan, maar soms moest je je schikken naar je lot.

Toen hij zag met wie zijn oom stond te praten kon een oplettend toeschouwer de lichte afkeer van de phaosfee over zijn gezicht zien trekken.  Hij had zijn gezicht echter snel weer in de plooi en knikte respectvol naar Maida Luthès toen hij werd voorgesteld en wachtte op de dingen die komen gingen.
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Doran Gealeath Staverius »

« [Reactie #9] : 4 jaar geleden »
Yaondra stapte samen met haar broertje naar voren en irriteerde zich meteen al aan Doran. 'We vinden het een eer om u te ontmoeten vrouwe Luthés.' Hopelijk had ze zo haar fout van haar broer hersteld. Maar dat Doran hier een preek over kreeg was duidelijk. Mevrouw Luthés mocht dan een phaosfee zijn ze moest wel met respect behandeld worden.

Oh een rondleiding, dan kon ze Doran vertellen waar ze allemaal was geweest. Ze zou haar avonturen kunnen verduidelijken. Een glimlach op haar gezicht kwam tevoorschijn. Ja een rondleiding zou vast leuk zijn. Haar oude schooltje weer eens zien. Ze had er zin in.
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Aoife Neruth-Piuo »

« [Reactie #10] : 4 jaar geleden »
Het schoolhoofd lachte uiteraard om de anekdote die Everhard vertelde, dat was wel zo beleefd. "Zeebenen passen u beter, dan vleugels?"

Uiteraard liet Maida niets merken van wat ze dacht, maar haar jarenlange ervaring als beveiliger van een gevangenis hadden haar een behoorlijke myrofaskennis gegeven en ze was dan ook een expert in het herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Daarbij had je dan weer totaal geen kennis nodig om het stilzwijgende knikje van de lompe prins op te merken. Ze glimlachte vriendelijk naar hem en ook naar de prinses naast hem, die een stuk beter was opgevoed.

"Een groot genoegen op u beiden te ontmoeten, prins Doran en prinses Yaondra. Uiteraard is het mogelijk dat u alvast start aan de rondleiding." Sadirs kreeg een seintje dat hij mocht komen opdraven. Hij als kapitein kende het kasteel op zijn duimpje en kon ook instaan voor de veiligheid van de gasten.

Zodra de jongelui waren opgehaald, vroeg Maida aan de koninklijke gast of hij haar wilde volgen naar haar kantoor. Het was een rustige wandeling en een stevige klim naar de juiste etage, maar dat hield een myrofas fris van geest. "Wees welkom in mijn kantoor, kan ik u alvast wat te drinken aanbieden of een kleine versnapering? Er wacht u straks een uitgebreid maal, maar wie weet hoelang het nog duurt voordat we kunnen aanschuiven."

« [Reactie #11] : 4 jaar geleden »
Everhard zag nog net het gezicht van de jongen[1] en hij had het idee dat het schoolhoofd dit ook had gezien[2]. Everhard was not amused zoals de menselijke inwoners uit zijn land zo mooi uitdrukten. Doran zou zodra ze hier klaar waren een flinke uitbrander en zo'n harde draai om zijn oren krijgen dat die de rest van de dag zou tintelen. De jongen was een prins door zijn bloed, maar zijn gedrag liet zeer te wensen over.

De man keek toe hoe de gorgonenwachter zich ontfermde over de jongelui[3]. Hijzelf volgde het schoolhoofd naar haar kantoor. Hij had weinig problemen met de trappen, hoewel hij wel merkte dat zijn conditie wat slechter was dan tien jaar geleden. Eén van zijn lijfwachten ging voor hem naar binnen, keek rond en vertrok na een knikje van Everhard weer naar buiten. Daar zouden beide lijfwachten voor de deur blijven staan.

"Wat drinken zou ik niet versmaden," antwoordde Everhard. Het was een opmerkelijk knus kantoor. Kleiner dan hij gewend was uit zijn eigen paleis, maar het had wel iets. De man keek naar de levende wezens die zijn lijfwacht ook had opgemerkt en vroeg aan vrouwe Luthés: "Deze dieren ken ik niet, denk ik. Wat zijn het? Zijn ze magisch?"

Zodra hij voorzien was van een goed glas wijn en plaats had genomen, kwam de koning ter zake. "Een van de redenen van mijn bezoek betreft een aanmelding die ik graag zou willen regelen. Het leek mij het beste dit in persoon te doen, gezien mijn positie en de achtergrond van mijn zoon." Everhard glimlachte even en ging verder: "Zoals u wellicht weet heb ik maar één wettelijk kind: een dochter. Nu blijkt dat ik daarnaast nog een zoon heb, een bastaard. Ik wil graag dat hij een goede opleiding volgt, maar ik wil niet dat hij hier ingeschreven staat als mijn zoon."

Everhard pakte zijn glas wijn. "Ik heb niet zelf op Bumetrel gezeten, maar mijn dochter wel. En het onderwijs is goed, dus ik zie hem graag op deze school onderwijs volgen."
 1. D20:8
 2. D20:3
 3. Als jullie het verder uit willen spelen, kan daar een nieuw topic voor geopend worden.

« [Reactie #12] : 4 jaar geleden »
Maida begreep dat de lijfwachten het zekere voor het onzekere wilden nemen, maar het stak ergens toch een beetje dat haar kantoor zo werd uitgekamd voordat de koning naar binnen gaan. Nouja, je kon nooit weten of iemand in haar aanwezigheid had geprobeerd een vloek over het vertrek te plaatsen. Het had ook geen zin om zich hier druk over te maken. In Everhards situatie had ze hetzelfde gedaan waarschijnlijk.

Wijn werd voor de man ingeschonken en aangereikt. "Het zijn armadillo's. Ze zijn schoon en leven op insecten. Ze zijn niet magisch en ondanks dat ze niet harig zijn en wellicht op het eerste oog niet knuffelbaar lijken, zijn het goede gezelschapsdieren." Je had in ieder geval geen last van haren op de grond en op het meubilair en je kantoor was behoorlijk insecten- en ongediertevrij.

Maida nam plaats tegenover de koning en knikte. De laatste tijd kreeg ze wel vaker dit soort verzoeken. Mannen die wel voor hun bastaarden wilden zorgen, maar die hen niet wilden erkennen. "Ik dank u voor uw vertrouwen en het compliment. U kunt uiteraard rekenen op onze discretie. Ik neem aan dat de jongen zelf ook op de hoogte is van uw wens dat het geen algemeen feit wordt van wie hij een kind is?" Maida kon echter niet controleren wat de bastaard zelf zou rondbazuinen. "Weet de jongen dat hij uw zoon is?" Zo niet, dan was het alleen maar makkelijker. "En bij welke afdeling wilt u hem inschrijven?" Ze glimlachte excuserend. "Pardon, ik schakel meteen over op mijn zakelijke modus."

« [Reactie #13] : 4 jaar geleden »
Everhard luisterde nieuwsgierig naar de omschrijving van de vrouw. "Het zijn fascinerende dieren," concludeerde hij vervolgens om zich daarna weer te richten op het daadwerkelijke onderwerp van het gesprek. "De jongen is op de hoogte van het feit dat hij mijn zoon is en hij weet ook dat het niet aan de grote klok gehangen hoeft te worden. Zijn naam is Gideon, Gideon van Aldon. Hij is twaalf jaar oud en ik wil hem graag inschrijven voor Merifel, aangezien hij magisch begaafd blijkt te zijn. En zulke gaven moeten gekoesterd worden, vind ik."

Ook Everhard glimlachte even. "U hoeft uzelf niet te verontschuldigen, naar mijn mening is het goed om de zaken af te handelen voor de ontspanning begint. Voor zover er in mijn functie veel ruimte is voor ontspannen samen zijn met anderen. Een politicus lijkt zijn functie helaas nimmer los te kunnen laten." De landelf dacht even na en voegde nog wat toe aan zijn eerdere opsomming: "Ik zal de opleiding van de jongen betalen. Ik heb begrepen dat er voor de armere studenten een regeling is waarbij zij zowel tijdens als na hun studie arbeid moeten verrichten om hun schoolgeld terug te betalen?

Het lijkt mij goed als Gideon ook tijdens zijn studie klusjes doet. Ik zorg nu voor hem en hij heeft een mooie toekomst voor zich, maar daar hoort ook hard werken bij. Ik heb een hekel aan de adellijke jongeheren die zich gedragen als de groten der aarde zonder dat zij iets hebben verricht dat daar aanleiding toe geeft." Het leven was hard, dus om te overleven moest je hard werken. Of dat nu op het land of in de raadszaal was, maakte Everhard weinig uit, maar hij verafschuwde luie wezens.

"Maar ik ben nu alleen maar aan het spreken. Hoe bevalt uw functie als schoolhoofd van Bumetrel? En hoe is het om nu bij Oikilan gevoegd te zijn?"

« [Reactie #14] : 4 jaar geleden »
Maida knikte. "Dat is inderdaad correct, ze doen alvast klusjes op school en na de afronding van hun opleiding moeten ze dan nog enkele jaren voor of rondom de school werken. De schuld moet in ieder geval binnen tien jaar zijn afbetaald, maar bij sommige rassen, zoals bij weerwolven, zijn we er wat strenger op." Die hadden nu eenmaal niet zo lang te leven. Bij elfen liep zo'n termijn, zelfs al was er wat vertraging, wel los.

"Dan is zijn naam, zijn voogd, de betaling en afdeling al rond. Is er toevallig ook al nagedacht over een keuzevak? Als dat ze is dan kan ik morgen al een bewijs van inschrijving aan u leveren en het contract van betaling en ook dat de jongen er voor zal werken tijdens zijn schooljaren." Het zou de man wel enige korting op het bedrag geven, al was het daar de koning ongetwijfeld niet om te doen. "Ik zie wel wat in uw insteek dat de jongen nu al mag leren hard te werken. Dat zouden meer adellijke families moeten doen." Een landgoed runnen was immers ook hard werken en dan was je nooit echt vrij. Hetzelfde gold voor veel andere beroepen waarbij ook een grote verantwoordelijkheid was voor inferieuren en de omgeving.

De phaosfee glimlachte. Ze was gevleid maar toch ook een tikkeltje verbaasd door zijn interesse in haar als persoon. "De functie bevalt mij zeer goed. Mijn collega en ik voelen elkaar verrassend goed aan en we vullen elkanders gebreken aan. We zijn effectief en efficiënt en ook lang liggende problemen weten we bij kop en staart aan te pakken en op te lossen. Het is echter wel een baan die veel vergt, vrije tijd is er weinig bij en het sociale leven heeft betere tijden gekend, maar dat is ongetwijfeld een ervaring die u als de bestuurder van een land ook kent? Hoe bevalt u dat? Nu de rust weer wat lijkt terug te keren in Nascam? Als de berichten mij goed ter oren zijn gekomen." Het kon natuurlijk zo zijn dat er van alles aan het broeien was in zo'n land waar zij hier in Mircam weinig mee te maken kreeg. Ze had zo'n vermoeden dat de familie Arcenaux de koning nog wel eens hoofdpijn gaf, maar dat was een onderwerp dat ze liever vermeed.

Nu had ze nog geen antwoord gegeven op de vraag hoe de verhuizing was bevallen, maar dat was een onderwerp dat vast straks ook wel weer ter sprake zou komen. Ze vond de manier waarop het huidige gesprek verliep namelijk bijzonder prettig.

« [Reactie #15] : 4 jaar geleden »
"De jongen zal wapenkunde als keuzevak nemen," antwoordde Everhard, "dat is goed voor lichaam en geest. Een man moet een zwaard kunnen hanteren als hij leiding wil geven. En een magiër moet een goed lijf hebben als hij goed wil worden." De koning had zelf Lichaamsoefening gevolgd, maar wel met een magievak er bij. Hij wist dus hoe belangrijk de interactie was tussen lichaam, geest en magie.

Everhard luisterde geïnteresseerd naar het verhaal van de vrouw. Het was belangrijk om te luisteren naar wat anderen zeiden, zeker wanneer ze een zekere functie bezaten. Vaak zaten er interessante zaken tussen waar je op een later moment nog wat aan kon hebben. "Efficiëntie is een groot goed als leider, tijd verdelen is belangrijk. Er zijn veel meer taken dan dat er tijd is, dus ik probeer er voor te zorgen dat ik zo min mogelijk taken laat liggen. Vrije tijd is een luxe die ik weinig heb, al is dat ook deels mijn eigen keus. Het land zou niet verloren gaan als ik wat rustiger aan deed."

Everhard glimlachte. Hij bemoeide zich graag overal mee en dat zorgde er volgens hem voor dat zijn positie zo min mogelijk in gevaar kwam. "Nascam kent weer stabiliteit, inderdaad. De rust is weergekeerd nu de troon weer in handen is van een raszuivere myrofas. Ik kon niet aanzien hoe mijn voorganger ons land steeds meer in de afgrond liet glijden met zijn bijzondere keuzes, gelukkig heb ik dat grotendeels terug kunnen draaien met de hulp van de raad van edelen. Ik vind het belangrijk dat de koers die ik aanhoud in grote lijnen weerklank vindt bij het volk. Ik ben er immers om hen te leiden," legde Everhard uit.

"Bent u wel eens in Nascam geweest?"

« [Reactie #16] : 4 jaar geleden »
Maida schreef ook dit laatste stukje informatie op en dan had ze voor nu genoeg om de jongen officieel in te kunnen schrijven. Ze stopte het allemaal in een dossier met ook alvast de papieren die ze later officieel moest invullen en opstellen, zodat het snel en efficiënt geregeld zou zijn. "Dat klopt absoluut, majesteit, persoonlijk vind ik het dan ook een uitstekende keuze voor een bijvak. Vakken als godsdienst en etiquette horen tegenwoordig bij de algemene vakken. Dus daar zal de jongen dan ook genoeg van meekrijgen." De andere vakken van Socophon waren uiteraard ook zeer aardig, maar voor een bastaard misschien niet het meest van levensbelang.

"Het werpt zijn vruchten af. Men ziet het wanneer een leider hart heeft voor zijn taak en volgelingen. Ik heb werkelijk het idee dat de omgeving hem dan ook meer ter wille is. Daarbij werkt het als het volk een goed voorbeeld is. Als de leider de handen uit de mouwen steekt en hard werkt, wie zijn zij dan om dat niet te doen?" Ze glimlachte. Ze hoopte ook dat dat effect zo werkte bij haar leerlingen. Marcus en zij werkten ook hard en hielden de orde. Daarbij speelden ze geen kinderachtige spelletjes met elkaar zoals hun voorgangers.

"Ik vrees dat ik nog nooit in Nascam ben geweest. Als phaosfee uit Hazdor komt uw land ook niet als eerste bij me op om te bezoeken. Het is een land met veel rassen en een wonder dat ze allemaal zo kalm naast elkander leven, maar ik weet niet of ik me daartussen thuis zou voelen. Er zijn altijd veel vooroordelen tussen dag- en nachtwezens." In de hogere kringen viel dat echter wel mee, al lag dat ook aan het land van herkomst. Een dagwezen hoefde immers van zijn levensdagen niet aan te kloppen bij een hoog huis in Hazdor. Ze hoefde dan ook niet aan Staverius te vragen of hij daar ooit wel eens was geweest. "Maar wellicht, als mijn functie het me toestaat," of wanneer ze weer in een volgende fase van haar leven was, "dat ik eens het schone Nascam ga bewonderen." Ze glimlachte oprecht vriendelijk naar de koning. "En hoe bevalt Mircam u tot dusver? Bent u hier voornamelijk aan het werk? Of heeft u ook nog tijd voor ontspanning? De stad heeft op dat vlak veel te bieden."

« [Reactie #17] : 4 jaar geleden »
Everhard glimlachte. Nee, de banden met Hazdor waren niet heel goed. Dat waren ze onder Arcenaux al niet heel erg geweest, maar sinds Everhard de troon in handen had waren de relaties verslechterd. Nu hielp de aanval op Ypsilon daar ook aan mee, maar Everhard zette zichzelf als echte landelf neer en daar hoorde een hard beleid tegen nachtelfen bij.

"De verhoudingen met Hazdor zijn ietwat gespannen, inderdaad. Maar dat betekent niet dat er geen nachtwezens welkom zijn." Zolang het geen nachtelfen waren. Die waren niet welkom.

"De reden dat alle rassen naast elkaar kunnen leven is dat ze gelijkwaardig aan elkaar zijn binnen het politieke systeem. En wanneer de vorst er voor zorgt dat dit ook in de praktijk redelijk werkt, zorgt dit voor rust heb ik gemerkt. Gelijkwaardigheid en autonomie, trouwens. Maar ik zal niet vervallen in een rede over de politieke structuren van mijn land."

Everhard glimlachte even bij de laatste opmerking van de vrouw. Hij wist niet of ze het zo had bedoeld, maar het was geen heel groot geheim dat Everhard een groot hart had. Met heel veel liefde. "Mircam bevalt mij tot nu toe uitstekend. Het is een land waar ik veel van Nascam in herken. De bevolking is vriendelijk en het herbergt de wetenschappelijke top van de hele wereld. En Oikilan is een mooie stad. Het is als Aldon, maar met meer instanties. De IRMM, de tempels, Bumetrel, het hof, alles is aanwezig. Zeer praktisch, moet ik zeggen."

De landelf glimlachte opnieuw. "Ik ben blij dat ik de gelegenheid heb gehad de zaken rondom mijn bastaard in alle rust met u kon regelen."

« [Reactie #18] : 4 jaar geleden »
Maida glimlachte terug, misschien glimlachte ze teveel voor haar doen en haar status. "Het is mij een eer dat ik in uw land welkom ben. U bent natuurlijk ook altijd welkom om van de gastvrijheden van Bumetrel te genieten." Haar hand ging richting haar kapsel om een niet aanwezig verkeerde lok recht te strijken, maar deze beweging werd halverwege afgebroken en in plaats daarvan werd hij naar de karaf met wijn gestuurd om haar gast en zichzelf nog eens van een nieuwe ronde drank te voorzien. Een man moest nooit dorstig de deur uitgaan.

"Ik deel uw blijdschap over dit aangename gesprek. Het doet me deugd dat we ook de zakelijkheden soepel hebben kunnen doen verlopen." Dat was een mond vol werkwoorden. "Moge de zaken in de toekomst even soepel gaan." En daar toostte ze op. "Ik vond het prettig u wat nader te leren kennen," voegde ze nog aan haar woorden toe. "Voor een dagwezen komt u zeer bekwaam over," aan haar toon was duidelijk te horen dat ze het bedoelde als grapje met een knipoog naar hun gesprek van zojuist.

« [Reactie #19] : 4 jaar geleden »
Everhard had het gevoel dat niet alleen de toon van het gesprek maar ook de houding van de vrouw subtiel veranderd was. Maida's laatste opmerking bevestigde dit. De landelf trok even een wenkbrauw op. "Voor een nachtwezen heeft opmerkelijk veel gevoel voor humor," diende hij het schoolhoofd van repliek. En op een iets minder scherpe toon ging hij verder: "Nu kan het haast ook niet anders of uw verblijf op Bumetrel en Mircam in het algemeen heeft er voor gezorgd dat u minder kwaadaardig bent. Net zoals mijn functie als edelman er voor gezorgd heeft dat ik minder lievig ben."

De koning lachte even en schudde zijn hoofd. "Nee, dat onderscheid tussen dag- en nachtwezens is in vele gevallen maar een arbitrair gebeuren." Vanzelfsprekend waren er verschillen tussen rassen, maar veel rassen vielen gewoonweg midden op het spectrum. "Hoe is het eigenlijk om gevangenbewaarder te zijn?" vroeg Everhard plotseling. "Er zijn genoeg myrofas die dat geen goede omgeving voor een dame achten."

« [Reactie #20] : 4 jaar geleden »
Maida liet een kort lachje horen. "U vleit me." En de glimlach bleef, ook al zei hij min of meer dat ze een soft nachtwezen was. Misschien was dat ook wel zo, als je bedacht dat ze al twee phaosfeeën en een kruislinge onder haar hoede had genomen. De beweegredenen waren meer dan goedheid en naastenliefde, maar al met al was dat niet wat een hard en kil monster deed.

De vrouw trok haar wenkbrauwen op bij de vraag van de koning. "Ik zou niet verbaasd moeten zijn dat u in mijn verleden gedoken bent en toch... een dame ervaart niet dagelijks dat een koning zich dusdanig voor haar interesseert." Ze trok een mondhoek op. "Mijn wijlen man en ik werkten er samen, hij stond in voor mijn veiligheid en ik had meer de leidinggevende dan de gewelddadige functie. En dan verschilt het niet zoveel van een baan als schoolhoofd, behalve dan dat we hier leerlingen hebben en geen criminelen, alhoewel Merifel erg haar best doet soms om het tegendeel te beweren."

"Wat vindt u eigenlijk van vrouwen op machtige of leidinggevende posities?" Ze was benieuwd of hij het een goed iets vond of dat hij dan meer de behoefte kreeg om zo'n vrouw op 'haar plaats' te wijzen.