Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Mijn baas is een oude zwakke man.  (769 keer gelezen)

Speeldatum: 31 mei 1302 (Einde lente)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
Met een klap vloog de deur open. Linwë stormde de werkkamer van Rhiakath binnen. "Ik wist het wel. Die oud landelf... Ik mag hier alleen maar zijn door jou en wat ik ook zeg... hij vat het meteen op als een belediging."  Ze plofte neer op een stoel. "Ik wilde alleen maar zeker weten of wij hier veilig zijn, denkt hij meteen dat ik zijn vrouw minacht." Ze siste tussen haar tanden door. "En hij noemde me een gemerkte... en dan wel doen alsof hij niets tegen me heeft...." Ja, hij gaf haar kinderen eten, kleding en veiligheid, daarvoor was ze hem dankbaar, daardoor zou ze loyaal aan hem zijn, maar dat betekende niet dat ze niet kwaad werd als iemand haar enkel als een bepaald ras zag en niet als de persoon die ze was.

"En hij is zo zwak." Ze trok een vies gezicht. "Hij stortte net ineen omdat hij een beetje emotioneel werd. Oude, zwakke man. Ik hielp hem nog, ondanks wat hij zei." Ze voelde de neiging om met dingen te gooien. "Wedden dat hij dat ook niet ziet." Ze haatte het. Zij was niet lager geboren dan hij, door omstandigheden lager gevallen. En hij was een man. Kon hij haar daarom zo behandelen. Moest zij het daarom slikken. Ze kende de antwoorden, maar vrolijk werd ze er niet van.
Mama van Sira en Berner.

Rhiakath stond met zijn rug naar de deur, in een kast te rommelen. Hij had hier ergens tekeningen liggen, hij wist het zeker. Ze moesten hier ergens zijn. Met een ruk draaide de man zich om toen er iemand naar binnenstormde, maar hij ontspande zich toen hij zag wie het was. De weerwolf was zo druk aan het zoeken geweest dat hij haar niet eerder had opgemerkt. Even schoot het door zijn hoofd: Het is een kwestie van tijd voor je dood bent als je zo onoplettend blijft.

Maar direct daarna schudde hij die gedachte van zich af en luisterde naar zijn vrouw. De tirade die volgde verbaasde Rhiakath enigszins, maar hij wachtte geduldig tot ze klaar was. Toen stapte Rhiakath op haar af. En gaf haar met de vlakke hand een klap in het gezicht. Hij bracht zijn gezicht heel dicht bij het hare en keek haar indringend aan.

"Denk na voor je wat zegt, vrouw. Mahtan is degene die er voor zorgt dat wij een normaal leven kunnen leiden zonder iedere dag bang te moeten zijn dat de IRMM ons gezin kapot komt maken. Hij is een oude zwakke man omdat hij net als jij dingen heeft meegemaakt. Oude mannen veranderen niet snel. Hij heeft een goede reden om nachtelfen te haten."

Rhiakath zuchtte even en ontspande wat. Hij ging op de rand van de stoel zitten en legde zijn hand rustig op haar achterhoofd. "Geef hem tijd en laat hem zien dat jij anders bent dan de monsters die hij heeft gezien. Je bent zelf een elf, je weet dat een jaar niets is voor jullie rassen. Geef hem wat tijd en vertrouw hem. En vertrouw mij. Je bent veilig bij mij en mocht het hier niet meer veilig zijn, dan kun je er van op aan dat ik er voor zorg dat ik jullie veilig zal houden."
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Linwë keek geschrokken na de klap en was verbluft. Dit was de eerste keer dat Rhiakath haar op deze wijze had geslagen. Haar wang begon te gloeien. Ze voelde hoe haar trots begon te bokken, maar zijn indringende blik wist dat te temmen en zwijgend luisterde ze naar zijn woorden.

"Ik vertrouw jou ook," protesteerde ze tegen zijn woorden. En ze zuchtte. "Hij is niet de enige die moeite heeft met vertrouwen." Linwë fronste en klonk bozer dan ze was. Sinds de dag dat ze had besloten iets met Bernard te beginnen en kinderen te krijgen, was ze geen dag meer veilig geweest. Even misschien, toen ze was uitgehuwelijkt, maar toen had ze zorgen over haar kinderen. Ze wist niet goed hoe ze moest ontspannen. Moest ze geloven in de bescherming van een landelf? Zo dicht in de buurt van de grens met Hazdor? Waar haar familie mogelijk nog altijd wachtte op een kans om de smet op hun familie uit te wissen. En dan was er nog de IRMM en nachtelfen in het algemeen die Rhiakath vast het hoekje om wilden helpen vanwege zijn massamoord op de achter gebleven soldaten.

Maar hier was het redelijk veilig. Een relatief veilig haven die ze eigenhandig aan het verpesten leek te zijn. "Moet ik mijn excuses gaan aanbieden? Alhoewel ik niet denk dat hij voorlopig zin heeft in me." Ze leunde voorover, legde haar voorhoofd tegen Rhiakaths schouder. "Ik wilde alleen maar..." Ze wilde een zekerheid die niemand haar kon geven. Ze wilde weten of Mahtan wat tegen haar had, wilde weten of hij toch niet stiekem een vijand was. Ze was wachter zo tactisch geweest als een muis dansend in een val.
Mama van Sira en Berner.

Het was goed om te horen dat ze hem vertrouwde. Rhiakath streelde zacht haar haren, terwijl hij naar haar luisterde. Aan het eind knikte de weerwolf. "Zo meteen, als iedereen de kans heeft gehad wat af te koelen. Dan wandelen we er samen even heen. En daarna zal ik even met hem alleen spreken. Het zal allemaal wel meevallen, maar let alsjeblieft een beetje op je houding, Lin."

De weerwolf rook haar geur en trok haar dicht tegen zich aan. Linwë was impulsief en fel, dat was wat hem in haar aantrok. Maar het was tegelijkertijd wat haar in de problemen bracht. Een tijdje later stond Rhiakath op en liep naar de deur. Hij ging richting de werkkamer van Mahtan en klopte op de deur. Rhiakath ging naar binnen, groette Mahtan kort en knikte even naar Linwë. Ze had ondertussen vast nagedacht over hoe ze haar excuses ging verwoorden.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Linwë liep met Rhaikath het kantoor van Mahtan binnen. Het leek zo makkelijk, excuses maken. Ze had er zelfs les in gegeven over hoe je dat netjes conform de etiquette kon doen, maar wanneer het jezelf betrof, dan was het toch een stuk lastiger. Trots was maar een lastig ding en het rassenverschil hielp niet mee.

Na het knikje van Rhiakath, deed Linwë een stap naar voren. Ze maakte een diepe reverence voor hem, waarbij ze ook haar hoofd voor hem boog. "Hooggeboren heer Carathin, graag wil ik mijn spijt betuigen voor mijn gedrag eerder vandaag op de dag. Ik vraag u nederig me mijn onbezonnen en kwetsende vragen te vergeven, ik zie in, nu ik weer helder kan nadenken, dat ik nooit aan u en uw bescherming had mogen twijfelen, evenmin had ik nooit de indruk mogen wekken uw vrouwe te minachten." Ze slikte even. "Ik ben u zeer dankbaar voor alles wat u mijn gezin doet en ik schaam mij voor de manier waarop ik daar vanmorgen mee ben omgesprongen." Ze was uitgesproken en boog nogmaals haar hoofd en wachtte gedwee de uitspraak van Mahtan af. Het zou haar niet eens verbazen als hij nog steeds boos was en haar als een ongehoorzaam kind de ruimte uit zou sturen.

Ondertussen ging er een storm aan emoties door de nachtelfin heen. Ze voelde zich een laffe landelf zoals ze zich nu naar de man opstelde. Ze leek wel te kruipen. Aan de andere kant was dit misschien nodig, zeker bij een landelf als baas en die baas had ze nodig. Aan de andere kant meende ze het nog ook daadwerkelijk, de klap van Rhiakath had haar bij zinnen gebracht. Maar omdat het zo was, moest ze zichzelf dan ook zo vernederen? Het leek erop van wel. Linwë hoopte heel hard dat ze hier goed aan deed.
Mama van Sira en Berner.
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Linwë Worrseyu-Calaelen »

Linwë kwam niet verder dan haar reverence.

Carathin stond op van zijn stoel en hief zijn hand op. Met zijn kleine twee meter torende hij boven Rhiakath en Linwë uit. Hij richtte zich tot Rhiakath, maar versterkte zijn gedachten zodanig dat Linwë ze ook op kon vangen.
Ik heb je vrouw eerder vandaag weggestuurd om te voorkomen dat ik mijn zelfbeheersing zou verliezen. Ik heb me ingehouden ten opzichte van je vrouw, omdat ik jou respecteer, Rhiakath.

Hij liep naar het raam en staarde naar buiten. Jouw vrouw heeft me beledigd en indirect ook de vrouwe van dit kasteel. Ik wil haar niet meer zien. Ik wil dat ze dit vertrek nu verlaat. Daarna zullen jij en ik naar buiten gaan en met elkaar spreken. Van man tot man.
Hij zond de weerwolf een detail van twee figuren wandelend over de weg richting het dorp.
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Mahtan Carathin »

Rhiakath keek rustig naar de grote elf. Hij was het ondertussen wel gewend dat veel myrofas boven hem uittorenden. Hij hoorde de woorden van Mahtan, maar wist niet of Linwë die ook had ontvangen. De weerwolf knikte even richting Mahtan en zond toen naar Linwë: 'Ik zal verder met hem spreken. Ik zie je straks weer.' 

Hij wachtte tot Linwë de kamer weer was uitgegaan. Even later vertrokken beide heren naar buiten, terwijl Rhiakath zich afvroeg hoe beledigd de elf was. En hij vroeg zich tevens af waar de oorzaak precies lag: in Linwës beledigende woorden, in Mahtans geestelijke gesteldheid of een combinatie van beiden. Het leek Rhiakath maar het beste om het initiatief aan Mahtan over te laten.

[1]
 1. Twee GM's om het topic op vaart te houden
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Linwë boog haar hoofd diep voor de man. "Heer Carathin." Daarna draaide ze zich om op haar hielen en verliet ze het kantoor. Rhiakath kreeg nog een korte blik, geen glimlach, zonder telepathische boodschap. Ze had geen woorden nodig om hem te laten weten wat er door haar heenging. De situatie was er ook geen die veel te raden overliet.

De elfin ging niet meteen terug naar haar eigen vertrek. Ze wilde zelf ook een frisse neus halen, maar dan niet in de vorm van een wandeling met zichzelf alleen als vrouw, maar rustig zittend op het balkon starend in de verte. 
Mama van Sira en Berner.

Je bedoeling was goed, viel Mahtan met de deur in huis. Maar je had er beter aan gedaan om eerst met mij te spreken, voordat je je vrouw meenam. Nachtelfen houden er niet van als ze op hun plaats worden gezet en zeker niet twee keer in korte tijd.

De landelf zweeg een tijdje terwijl ze verder liepen.
Jouw vrouw is een gevaar voor mijn huishouding. Ze is niet in staat om zich te schikken in een positie van afhankelijkheid, onderdanigheid. Elke moeder is bezorgd om de veiligheid van haar kinderen, maar het feit dat ze niet alleen mij niet competent acht om die veiligheid te waarborgen, maar ook jou, haar eigen man niet, dat baart mij zorgen. Wat als zij haar eigen maatregelen neemt, zonder te weten hoe die zich verhouden tot andere maatregelen? Niet alleen jouw veiligheid en die van je roedel is in het geding, Rhiakath, ook mijn eigen. Ik heb een weloverwogen risico genomen, maar dat is op basis van mijn vertrouwen in jou.

De bladeren ritselden. Er klonk het knappe van droge takken op de grond. Er klonk een zacht geknor. Het geritsel werd harder en kwam dichter bij de twee wandelende mannen. Heel even was het stil, alsof er iets zat te loeren in de bosjes.

Vier korte pootjes droegen een dik everzwijn het wandelpad op. Zijn rode kraalogen keken onbevreesd naar de twee volwassen mannen. Zijn vacht was wit. De mannelijke ever draaide zich een kwartslag en keek nogmaals naar de mannen, vooral naar de landelf. De albino knorde luid en tevreden en toen hij vond dat hij lang genoeg stil had gestaan, stak hij verder de weg over en verdween hij weer ritselend tussen de bosjes.

"Wellicht houden ze er niet van," beaamde Rhiakath, "maar dat neemt de verantwoordelijkheid van mijn vrouw niet weg. Zij heeft u verkeerd behandeld en wilde zichzelf daarvoor excuseren. Maar blijkbaar was het daar nog te vroeg voor."

De twee liepen buiten toen Rhiakath iets hoorde en rook. De weerwolf deed een stap extra, zodat hij half voor de elf liep en keek in de richting van het geluid. Het was iets zwaars en groots dat zich daar bewoog. Toen het zwijn verscheen, hield Rhiakath even in. Maar het beest leek weinig kwaads in de zin te hebben en verdween al snel weer. De weerwolf glimlachte even. Het was een mooi om een machtig dier te zien dat zich niets aan trok van wat er om hem heen gebeurde.

Hij liep weer verder, dit keer weer naast Mahtan. "Ik begrijp dat u een risico heeft genomen en daar ben ik u ook dankbaar voor. Uiterst dankbaar zelfs. En ook Linwë begrijpt dit. Ze is een gewonde vrouw, Carathin. Ik heb haar herinneringen gezien." De weerwolf schudde zijn hoofd en zweeg even. Zijn ademhaling werd wat zwaarder en hij balde kort zijn vuisten om ze daarna weer te ontspannen.

"Ze heeft een fout gemaakt en daar neem ik de verantwoordelijkheid voor op me. Het is een koppige vrouw, die eerder de mond van een weerwolf dan een elf heeft bij degenen om haar heen. Maar ze is mijn vrouw en ze zal mij gehoorzamen, zeker wanneer het er echt om gaat. U heeft mijn woord dat ze zich zal gedragen."

De weerwolf wierp een blik op Mahtan en voegde er toen aan toe: "Ik heb met haar gesproken nadat ze bij u was geweest. Ze wilde haar excuses aanbieden en ik begrijp dat dit wellicht te snel was. Ik wil echter graag benadrukken dat haar woorden te snel, verkeerd gekozen en beledigend waren, maar dat ze dit beseft en dat ze haar gedrag zal verbeteren. Ik vertrouw u en uw vrouw en Linwë vertrouwt mij. Ze zal u en uw vrouw dus ook vertrouwen, hoewel dit wellicht tijd nodig heeft. Sommige wonden hebben tijd nodig."
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Ook Carathin was onder de indruk van het dier. De everzwijn was niet de knapste onder de dieren, maar wel taai en vindingrijk, gevaarlijk als hij gewond of getergd was. Wellicht was het gunstig teken van de goden.

Terwijl ze verder liepen, sprak de weerwolf en luisterde de landelf. De wandeling deed Mahtan goed. De omgeving en de woorden van Rhiakath deden zijn woede afnemen.
Je hebt goed gesproken, Rhiakath. De woorden van je vrouw maakten me boos en ongerust, maar je hebt me gerustgesteld. Hij keek even opzij naar de weerwolf en knikte hem toe. Jouw vrouw is jong en ze heeft veel meegemaakt. Het is goed dat ze hier werkt en haar vaardigheden benut. Het lijkt haar goed te doen. Het enige wat ik van haar verlang is het respect dat mij toekomt. Ze hoeft niet te doen alsof ze ontzag voor me heeft en ik hoef geen excuses die geen basis hebben. Ik verwacht dat ze me gehoorzaamt en haar werk goed doet.

Het gezicht van de landelf werd iets donkerder. De volgende keer dat ze openlijk tegen mij ingaat, zal ik mezelf niet inhouden omdat ze andermans vrouw is. 

"Dat begrijp ik," zei de weerwolf. Linwë zou zich niet nog een keer gedragen. En als ze dat wel deed dan was het niet Mahtans woede waar ze bang voor moest zijn. Ongehoorzaamheid ontwrichtte een roedel en het was Rhiakaths taak als alfa om voor zijn roedel te zorgen.

"Het doet me goed deze woorden over haar te horen." En wat Rhiakath betreft was het onderwerp daarmee afgedaan. Het had geen nut om eindeloos door te blijven praten over dingen die gebeurd waren. Zijn leven was veel te kort om achterom te blijven kijken.

"Hoe bevalt de functie van landheer, als ik zo vrij mag zijn?" vroeg Rhiakath aan de elf terwijl ze verder liepen.
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Goed, antwoordde de landelf. Het past me wel. Het is een praktische manier van leven, hard werken. En het geeft voldoening als de zaken gesmeerd lopen. Carathin zweeg een tijdje. Herinneringen kwamen boven, dingen die hij nog wilde doen. Bumetrel was een nuttige ervaring. Het heeft me op een bijzondere manier aan het denken gezet over vele dingen. Het is een goede beslissing geweest om te vertrekken, hoewel ik wellicht niet had kunnen blijven als ik zelf niet het initiatief had genomen.

Ik ben blij dat onze wegen zich opnieuw hebben gekruist, Rhiakath, vervolgde Mahtan. De omstandigheden hadden zonder meer beter gekund, dat ontken ik niet. Hoewel je ook zou kunnen zeggen dat het een wonder is dat we beiden nog leven. De landelf zuchtte diep, want met die woorden kwamen er beelden naar boven die hij wilde vergeten, maar die niet te vergeten waren.
Je moet me ooit nog eens vertellen hoe je het voor elkaar gekregen hebt om terug te keren naar Bumetrel zonder bij de IRMM afgeleverd te zijn. Je moet een buitengewoon goede ruiter zijn.

Rhiakath lachte bij de laatste woorden van Mahtan. "Wellicht zijn er myrofas die mijn daden op Ypsilon als gerechtigheid zien," zei de weerwolf. "Hoe het ook zij, de IRMM heeft mij niet te pakken gekregen en aangezien ik niet weet hoe graag ze mij willen hebben, blijf ik voorzichtig. Voor mijzelf is het eenvoudig. Ik word snel oud, ik verander snel van uiterlijk. Maar ja, ik ben niet alleen."

De weerwolf keek om zich heen, terwijl ze verder liepen. De buitenlucht was rustgevend en verfrissend. De myrofas hoorde in de natuur. Rhiakath glimlachte. "Ach, Bumetrel. Het was voor mij ook zeker een goede ervaring. Ik heb er veel geleerd sinds ik als groentje aankwam om boogschietleraar te worden. Ik heb altijd genoten van het mentorschap. Het is prachtig om te werken met de jongelui, om ze te zien opbloeien. En ach, de streken die ze soms uithaalden waren prachtig."

De weerwolf lachte bij de herinneringen. "Al moet ik toegeven dat het mentorschap van Heracor waarschijnlijk een stuk eenvoudiger is dan het mentorschap van Socophon."
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

Gerechtigheid is een breed begrip. Elk ras heeft zijn eigen standaarden als het gaat om recht of onrecht. De IRMM probeert een lijn te trekken door die standaarden heen, wat een loffelijk streven is. Aan de andere kant, nemen ze de tijd. Nachtelfen hebben de tijd, weerwolven niet. Ik ben er geen voorstander van als myrofas het recht in eigen hand nemen, maar ik kan begrip opbrengen voor wie dat wel doet. Hij glimlachte half. Ik had zelfs begrip op kunnen brengen voor onze groene collega's als ze zich beperkt hadden tot bloedwraak. Helaas hebben nachtelfen een matige zelfbeheersing. En het is aan diezelfde IRMM te danken dat je nachtelfen kunt vervolgen zelfs honderden jaren nadat de laatste slachtoffers en getuigen gestorven zijn.

De toon van het gesprek werd lichter en Carathin glimlachte om het enthousiasme van de weerwolf naast hem. Heracor eenvoudiger dan Socophon? Mmm, wellicht. Het scheelt dat de leerlingen minder over het leven nadenken en het leven meer actief beleven. Bij Heracor moet je het enthousiasme enigszins temperen om de geest wat ruimte te geven, bij Socophon geldt het omgekeerde. De landelf lachte. De verslagen van Rathiain waren uitgebreid, als je ze eenmaal gevonden en geordend had. Je kon precies lezen in welke verslagen ze lol had en in welke niet. Alsof ze bijna trots was als iemand in haar Socophon strafwerk had opgedaan.

De landelf genoot ook van de natuur. Zijn ogen volgden de hond die ergens voor hem achter een vlinder aan joeg. Ik heb het mentorschap onderschat. Ik heb de situatie waarin in terechtkwam onderschat en mijn eigen kunnen overschat. Misschien worden weerwolven snel oud, Rhiakath, maar landelfen worden te langzaam oud. Misschien was ik niet te oud voor Socophon als zodanig, maar ik schotelde ze een landelf voor van het type 1200, terwijl de tijden in 1300 heel anders waren geworden.
Om over Kyna o Coilean en Rhiakath Worrseyu nog maar te zwijgen. De snotneuzen!
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Mahtan Carathin »

Wat de elf zei, klonk logisch. Na al die tijd in gezelschap van wezens verkeerd te hebben die vele malen langer leefden dan hij, was hij er nog steeds niet aan gewend dat zij heel anders naar het leven keken dan de korter levenden.

Rhiakath glimlachte bij de herinneringen aan Bumetrel. Hij was toen vaak veel te druk geweest om te beseffen hoe mooi en rustig het leven was. "Ach, Heracori hebben een harde hand nodig en ik heb altijd mijn best gedaan om er zoveel mogelijk één groep van te maken. Het is goed voor die jongens om volledig te kunnen vertrouwen op je mede-leerlingen. Hoewel ze er niet altijd even blij mee waren als de hele klas straf kreeg als ééntje zich misdragen had." Hij grinnikte.

"En die trots op het opgelopen strafwerk, dat herken ik wel. Zeker wanneer het creatieve streken zijn. Ik heb een hekel aan geëtter, maar de hele leerlingenkamer van Merifel leeghalen terwijl iedereen ligt te slapen is gewoon iets waar je als goede mentor niet anders dan waardering voor kunt opbrengen." Ze hadden allemaal straf gehad, daar had Rhiakath hoogst persoonlijk op toegezien. Rondjes rennen bij de vleet, maar de lessen daarna kregen ze verrassend veel punten van de man.

"Het lijkt me een bijzondere gewaarwording om te zien dat bepaalde delen van het leven in een stroomversnelling voorbij schieten. Zeker op Bumetrel gaat het allemaal hard voor elfen en dergelijk, lijkt me. Maar ook ouderwetse landelfen kunnen zich prima aanpassen. Ik zie nu bijvoorbeeld een heel andere landelf dan de mentor jaren geleden. Bepaald geen slechte ontwikkeling als je het mij vraagt."
Vampires aren't immortal. They're just harder to kill.

De landelf glimlachte. Het leven hier is langzamer en vanzelfsprekender. De seizoenen volgen elkaar op en op het land ben je gedwongen om dat ritme te volgen. In de winter is er tijd om te lezen en te studeren, in de zomer en de herfst leeft iedereen buiten. Als er tijd is trek ik eropuit met mijn hond. En hier is het bijna nog beter toeven dan in Treseburg. Het land hier leent zich voor de jacht. Met honden in de eerste plaats en wellicht later, als het land genoeg opbrengt, kan ik omzien naar een valkenier. Maar wie weet kan ik mijn echtgenote zo enthousiast maken voor de drijfjacht als de Carathins.
En na de jacht volgt het feestmaal...


Dat herinnert me trouwens aan iets anders. Ik wil je vragen om met mijn vrouw een feest te organiseren om het binnenhalen van de oogst te vieren. Jij hebt alle cijfers en de ervaring, maar ik wil dat Eildrim haar positie leert neer te zetten. Ze zit met haar hoofd nog half op Ypsilon en de studententijd en dat zij haar gegund, maar er zijn momenten dat ze op zal moeten treden als vrouwe Carathin.
De landelf zweeg even. Dát is iets dat jouw vrouw niet meer hoeft te leren. Ze past beter bij je dan de eigenares van de taveerne. Maar je bent volgens mij sowieso niet het type weerwolf dat gelukkig zou worden met een vrouwmens.
Het was alsof de oude landelf even grijnsde.