Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Verzoek tot wijziging bestemmingsplan  (361 keer gelezen)

Speeldatum: 22 maart 1302 (Begin lente)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 4 jaar geleden »
..want ik wil niet dat de buren komen klagen over de grootte van mijn tuinhuisje.

De laatste dagen waren er hops gestuurd van Bumetrel naar Oikilan en vice versa. Alle communicatie was verzegeld en resulteerde in een rit van Bumetrel naar het hof van Mircam. Marcus had rustig de tijd genomen voor de tocht, al was het maar omdat hij niet zo snel meer was als eerder. In een dorp nabij Oikilan had Marcus overnacht om de volgende ochtend al op tijd verder te reizen en enkele korte bezoekjes te brengen in de hoofdstad.

Rond het middaguur verscheen een schone en goedgeklede centaur bij de poorten van het Mircamse hof. Het wapen van Bumetrel was duidelijk zichtbaar op de mantel van Marcus en hij werd dan ook vrij vlot door de poort geleid door een wachter. Hij was een Almariaan op audiëntie bij het koninklijk hof van de buren. De koning van Mircam stond weliswaar boven Bumetrel, maar de school had veel autonomie. En dan was er nog de IRMM die zowel boven als onder het hof van Mircam stond en zich graag overal mee wilde bemoeien.

Marcus voelde zich maar weinig op zijn gemak in dit slangennest, maar hij sloot dit gevoel veilig op in een plekje in zijn brein. Dat mocht weer tevoorschijn komen als hij weer op weg was naar Bumetrel.

"Heer Magvatero." Alan Dagobert, raadsheer van de koning en edelman pur sang wandelde de ontvangsthal binnen, waar zojuist de heer van Bumetrel was binnengeleid. Er was een elegante zwierigheid in zijn passen, meer dan enige centaur ooit zou kunnen bezitten.

"Welkom, welkom. Dat was een opzienbarend huwelijk, dat u aanging, nietwaar? Die zeer opvallende zaak rond Alaiz Trezeguet - neemt u vooral plaats, maak het u gemakkelijk - , en dan alsnog een huwelijk - een interessante zet, een interessante zet. Maar het doet uw positie geen kwaad, integendeel." Met een halfbewuste wenk schoot een bediende toe die de heren van wijn voorzag.

"En dan uw afstamming, uw landgoed van oorsprong bij Cirquitos, de tweede zoon. Een roemrucht en opmerkelijk leven, heer Magvatero. U past bijzonder goed in de traditie van schoolhoofden op onze geliefde school."

Een slokje van de wijn. "En dat was waarvoor u kwam, nietwaar? De school. Er zijn betere tijden geweest, minder beroering onder de kinderen van Amina."

Marcus glimlachte vriendelijk bij de gladde praatjes van zijn gastheer. Politici waren slangen. Ze glibberden en kronkelden net zolang tot ze een zwakte zagen en vervolgens zetten ze hun giftige tanden diep in je vlees. Marcus was geen goede politicus, maar hij was wel uitstekend in staat zijn emoties en gedachten te beheersen. Veel zwakte zou de ander niet vinden.

"Zeker, het is een bijzonder huwelijk. Maar is niet ieder huwelijk bijzonder, zeker in de adellijke kringen? Ik ben blij te horen dat u mij een waardig schoolhoofd vindt, in de lijn van de familie Lucien." Marcus bleef vriendelijk glimlachen. Eigenlijk leek het wel alsof er een algehele vriendelijkheid van de centaur afstraalde. De gebruikelijke formaliteiten en wenselijkheden werden geheel volgens protocol afgehandeld tot ze aankwamen bij de reden van Marcus' bezoek.

"Er zijn rustiger tijden geweest," beaamde Marcus en hij nam een slokje van zijn wijn. "De kinderen van Amina hebben echter helaas een geschiedenis van oorlogvoeren in plaats van liefhebben. Het is een realiteit die we moeten veranderen, maar waarover we tegelijkertijd realistisch moeten zijn."

Hij woog zijn woorden zorgvuldig en deed rustig aan. Hij was een centaur, de ander was een elf. Het hoorde bij hun rassen om rustig en bedachtzaam te handelen, zeker wanneer het over grote zaken ging. "De reden van mijn komst is inderdaad Bumetrel, maar tegelijkertijd is het ook groter dan dat. Bumetrel, Ypsilon, Oikilan, het gaat om kennis, veiligheid en een goede toekomst."

Een nieuw slokje van zijn wijn volgde, terwijl de vriendelijkheid bleef stralen, uiterst subtiel. "Ik heb zorgen, heer Von Uladirion, zorgen om de toekomst van het onderwijs in ons deel van de wereld. Ypsilon is aangevallen door onze buren en de klap is hard geweest. Ouders hebben vertrouwen nodig om hun kinderen naar een oord te sturen ver weg van huis. Helaas blijkt dat vertrouwen er niet meer te zijn wanneer het om Ypsilon te gaat. Een pijnlijke constatering, maar een die niet ontkend kan worden.

Zowel Ypsilon als Bumetrel zijn onderdeel van Mircam en zij genieten de bescherming van haar vorst." Een vorst die jammerlijk had gefaald wanneer het om Ypsilon ging, maar daar was niets van te merken bij Marcus. "Ik had gehoopt met onze vorst te spreken over de toekomst van Bumetrel en Ypsilon. U zult namens hem spreken, dus hoop ik dat wij samen een open en productief gesprek kunnen hebben over deze zaken." Een vriendelijke glimlach volgde.

"Ik spreek namens uw vorst heer Magvatero. Daar behoeft geen twijfel over te bestaan." Beaamde de edelman vriendelijk, zij het een tikje neerbuigend. "Op het platteland zal het mogelijk zijn als heer overal bij aanwezig te zijn, maar het is uw vorst helaas onmogelijk om overal tegelijk te zijn." Het werd niet uitgesproken als reprimande, maar het gaf voldoende te denken.
De aanval op Ypsilon was plotseling en onvoorzien. Ypsilon lag ver weg. Enige dagen reistijd waren noodzakelijk. Het was jammer en onverstandig dat men op Ypsilon niet over voldoende verdedigingswerken had beschikt, zelfs niet de hoogst noodzakelijkste. De koning kon niet overal tegelijk zijn.

Och, die kasteelheren. Je merkte het direct als myrofas geen stedelingen waren. Een zekere tegendraadsheid, beter te omschrijven als boerse koppigheid, gemaskeerd met vriendelijkheid. Ze waren op hun hoede alsof je probeerde hun laatste koe van ze te innen als genoegdoening voor de achterstallige belasting.
Een gebrek aan ontwikkeling, niet op het vlak van de kennis maar op het vlak van de omgangsvormen. Zo'n man had immers ook maar weinig om mee om te gaan. Zijn vrouw en ondergeschikten, een zeldzame bezoeker, boeren uit de omgeving. Hij had een lief naaistertje dat zijn kleren in elkaar flanste, naar eigen achterhaald inzicht. De snit van zijn kleding net wat te grof, de hoed uiterst modieus - een half jaar geleden. De verfijning van de hofcultuur ontbrak hem volkomen. Jammer.

"Kennis, veiligheid en een goede toekomst." Alan klikte met beroepsmatige interesse. "De veiligheid en toekomst van onze school ligt de vorst na aan het hart. Wij hebben hier reeds onze bezorgdheid over uitgesproken in onze correspondentie."
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Tetachan U. M. Mocha »

Alle politici waren laffe honden, dat werd nog maar eens bevestigd door dit exemplaar. Marcus had een dikke huid, dus hij negeerde de beledigingen vriendelijk. Hij trok zich toch ook niets aan van wat de schoonmaaksters van hem vonden?

"En wij zijn daar dankbaar en blij om," reageerde het schoolhoofd op de laatste woorden van Dagobert. "Ypsilon lijkt langzaam af te glijden door de gevolgen van de aanval, daarom hebben wij ons als leiding van de twee onderwijsinstellingen in Mircam gebogen over een mogelijke oplossing. U weet natuurlijk hoe belangrijk het is dat wij onze jeugd zo goed mogelijk blijven onderwijzen." Het had immers ook bijgedragen aan de carrière van de gladde worm.

"En wij vroegen ons af hoe het hof aankijkt tegen een eventuele samenvoeging van Bumetrel en Ypsilon. De universitaire opleidingen zouden nog beter afgestemd kunnen worden op die van Bumetrel en alle kennis en studenten zou op één plek bijeengebracht zijn. Het zou de ouders weer het vertrouwen geven hun kinderen naar de universiteit te sturen en de veiligheid kan op die manier beter gegarandeerd worden."

Marcus nam een slok je van zijn wijn en liet het hier bij. Politici hielden niet van oplossingen, maar wellicht was dit een uitzondering. En uiteraard bleef Marcus vriendelijk glimlachen, in een constructievere houding dan Dagoberts verwrongen hersenen konden bevatten.

"Dat lijkt mij een verstandige oplossing voor een nijpend probleem, maar een waar u des konings toestemming niet voor nodig hebt." Het werd niet zo precies gezegd, maar de strekking was duidelijk: verspilt u mijn tijd hier nu?

De centaur had een dikke huid, zo ongeveer de huid van een landbouwer van veertig. Dik, gebruind, tanig en van alle elegantie gespeend. Hij wauwelde ook al net zoveel onzin. Het ontbrak er nog aan dat hij tussen zijn woorden door zo her en der een fikse roggel fluimde. Het was te hopen dat zijn heldere verstand niet was aangetast door de hoeveelheid zonuren die je opliep op het platteland.

Ook Dagobert glimlachte vriendelijk. De tijd van de koning was niet eindeloos. Het werd tijd dat de centaur ter zake kwam.

Dit was typisch een man die meer woorden dan gedachten had. Hij kon urenlang oreren zonder ook maar énig idee te hebben waarom hij dat deed en wie hij was. De tong van Dagobert was glad en vaardig in spreken en likken. Het waren niet de koningen die beschavingen deden instorten, het waren hun adviseurs wiens enige doel in het leven was om meer macht te hebben dan hun onbetekenende vader.

"Dat is een uiterst correcte analyse," complimenteerde Marcus de ander vriendelijk. Ieder kind verlangde naar erkenning. "De koning gaat echter wel over mijn belangrijkste voorstel. Ik zou graag Bumetrel verplaatsen naar Oikilan en het kasteel tegen de stad aan situeren." Voor de duidelijkheid voegde hij er aan toe: "En met Bumetrel verplaatsen bedoel ik niet dat ik alles opnieuw wil opbouwen, maar dat we het complete kasteel, al dan niet met omliggende gebouwen wil teleporteren."

Opnieuw volgde er een vriendelijke glimlach. "Onze koning heeft hier wellicht een visie op."

De adviseur van de koning trok niet eens zijn wenkbrauw op bij het al te brute vertoon van minachting van de boerse landheer. Maar ach, het was dan ook niet onverwacht. Wie stak er immers geld in de opleiding van de tweede zoon? Hij was opgeleid voor de boeken, niet voor publiek.

Maar zowaar, daar kwam dan eindelijk zinvolle taal uit des mans mond. Het had even geduurd. Het was duidelijk een man van vele woorden en weinig gedachten, gewend aan boeken die maar doorratelden over hetzelfde onderwerp plus honderd bijzinnen.

"Het volledige slot." Alan keek sceptisch. "Tegen de stad aan." Het zou een interessante toevoeging aan Oikilan zijn, dat was zeker. Bovendien zou het de internationale betrekkingen uitermate versterken.
Er was ruimte in de omgeving, maar de landgoederen waren persoonlijk bezit van de koning. "Dat zou een mogelijkheid zijn, mits er wordt voldaan aan enkele voorwaarden uiteraard." Zei hij, en wenkte zijn jonge klerk.

"Allereerst de grond, zij dient in pacht te worden genomen. De grond rondom Oikilan is onder geen enkel beding te koop. Dit heeft uiteraard effect op uw mate van zelfstandigheid. U dient te waarborgen dat de wetten van stad en land worden nageleefd in uw kasteel. U bent leenheer van de koning. De stadsschout zal hierop toezien, en controle houden. Uw oorspronkelijke landerijen kunt u verkopen aan de koning, of schenken tegen een vergoeding van tien jaren belastingvrijstelling."

"Dan de verdediging. De stadsmuur zal tussen het kasteel en de stad worden verwijderd. De muur rondom uw slot dient te worden verhoogd en verstevigd tot zij gelijk is aan de muren van Oikilan zelf, ook aan de stadskant. Zo wordt zij geen zwakke plek in de verdedigingswerken. Alle uitgangen van uw slot dienen in de stad uit te komen. Eigen uitgangen naar buiten de stad zijn ten strengste verboden. De gracht rondom uw slot dient te worden aangesloten op de gracht van Oikilan, en te worden uitgediept en verbreed tot zij gelijk is aan de Oikilaanse gracht. Uw eigen wachters zullen aangesteld blijven, maar dienen getraind te worden naar de eisen van de stadswacht. De stadswacht zal waar nodig uw wacht aanvullen."

"Dan de leerlingen. Er dient een begeleider aanwezig te zijn bij de leerlingen van de eerste drie leerjaren wanneer zij de stad betreden. De leerlingen van de hogere jaren krijgen vrije toegang. Zij blijven ten alle tijde uw verantwoordelijkheid. Oikilan is in geen geval aansprakelijk voor ongevallen die buiten of binnen de muren van Bumetrel plaatsvinden."

"Dan de huisvesting. Wanneer u van zins bent uw studenten, personeel, etcetera binnen de stad te huisvesten is dat zeker toegestaan. Zij blijven echter altijd uw verantwoordelijkheid. U bent aansprakelijk voor eventuele ongevallen die in, rondom en met de huisvesting van uw studenten, personeel, etcetera plaatsvinden."

"Dan de benodigde magie. De koning ziet graag uw voorstel in dezen tegemoet. Indien nodig zal de koning bedreven magiërs leveren."

"Wanneer u akkoord gaat met deze voorwaarden gaan wij akkoord met de toevoeging van kasteel Bumetrel aan het stadsgebied. U kunt hiervoor tekenen. Binnen enkele dagen zal dan ook de koning tekenen, waarna u zijn bode kunt verwachten en met de voorbereidingen voor uw verhuizing kunt starten."

Zowaar, ze kwamen ergens. Marcus luisterde naar de waslijst aan wensen die de elf had. Het meeste ervan klonk prima. De centaur zweeg even en humde toen. "In principe klinkt het voorstel heel goed," antwoordde hij. "Bumetrel is bereid de fysieke eigenschappen van de school aan te passen aan de eigenschappen van de stad. Leerlingen in de onderbouw zullen enkel onder begeleiding buiten het schoolterrein mogen komen. Iedereen van het kasteel zal de verantwoording zijn van mijn collega en mij, vanzelfsprekend."

Even vriendelijk vervolgde Marcus: "Het pachten en de daarbij behorende belastingen zijn geen probleem, maar ik ben bang dat het overdragen van autonomie een lastige zaak zal worden. Voor het onderwijs is het het beste wanneer zowel de school als de universiteit autonoom blijven. Wij zullen de wetten van de stad en de vorst naleven, zoals wij dat altijd gedaan hebben. En wij zullen verantwoording afleggen aan de koning, eveneens zoals wij dat altijd gedaan hebben. De wacht blijft onder bestuur van Bumetrel en zal uiteraard waar mogelijk samenwerken met de stadswacht."

Marcus glimlachte vriendelijk en beleefd. "Zowel de stad als onze vorst zal flink profiteren wanneer zowel Bumetrel als Ypsilon hier gesitueerd zijn. Oikilan kan zich nog meer profileren als het middelpunt van de wereld op politiek, juridisch en wetenschappelijk gebied." De koning zou aardig profiteren, daar zou deze gladde worm wel voor zorgen. En genoemde gladjanus zou er uiteraard voor zorgen dat hij er zelf ook niet op achteruit zou gaan.

"Mijn contacten bij de IRMM lijken trouwens te vinden dat Bumetrel en Ypsilon internationaal gezien zo belangrijk zijn dat het het beste zou zijn als de IRMM deze instellingen zou besturen." Als er autonomie werd afgedragen, dan zou de IRMM er als de kippen bij zijn om zich er tussen te werken. "Ik heb de vrijheid de overeenkomst te tekenen met de nuances die ik zojuist heb aangebracht, maar ik ben magisch gebonden aan Bumetrel. Het afdragen van autonomie zou ik moeten bespreken met mijn collega en daar zou wel enige tijd overheen kunnen gaan." Tijd die de IRMM ongetwijfeld goed zou kunnen gebruiken.

"Wat een goede wijn, trouwens," merkte Marcus tenslotte maar op om niet al te agressief te eindigen. Vervloekte diplomatie.

Het was het beste voor het onderwijs als de school en de universiteit autonoom bleven. Het beste voor het schoolhoofd, zou hij bedoelen. Hij was eenvoudig weg een te koppig manneke om overheidsbemoeienis te accepteren. Precies de reden waarom Dagobert dat noodzakelijk achtte. Wat moest de stad, wat moest het hof met een eigenwijze drol vlak buiten de muren? Daar kwam alleen maar hommeles van.

En dan dat prachtige dreigement. Wanneer de beste man al zo'n problemen had met een beschaafde vinger in de pap van de koning, dan zou hij de vuist in de pap van de IRMM niet toelaten. Om nog niet te spreken van het feit dat de IRMM hier haar hoofdkwartier had, maar geen donder te zeggen had over de stadsinrichting. Dat was geen dreigement. Hij lachte kort, twee keelklanken: "Ha ha."

"De IRMM, waarde mijnheer Magvatero, heeft op dit gebied maar weinig in te brengen. Zij kan u geen toestemming geven voor uw verzoek. Wanneer u haar de ruimte geeft uw school te besturen, zult u alsnog het hof om permissie voor verhuizing moeten vragen." Hij glimlachte minzaam.
"Het gaat hier niet om profiteren zoals u dat zo interessant uitdrukt. Het gaat hier om de beste oplossing voor uw probleem. Het hof heeft u een aanbod gedaan waarin de controlefunctie van de schout niet ter discussie ligt. Wij hebben hier opzettelijk gekozen voor de schout, en niet de IRMM, daar de schout de koning verantwoording schuldig is waar de IRMM een zelfstandige organisatie is. De controlefunctie zou niets anders behelzen dan een maandelijks bezoek, waar de controle van de IRMM de vorm aan zou nemen van een vaste, door u betaalde IRMMkapitein op uw kasteel. Uw geliefde authoriteit ligt bij het hof niet ter discussie. U wordt leenheer, geen burger."

Marcus bleef vriendelijk glimlachen. Hij mocht dan misschien geen diplomaat zijn, hij had wel het fatsoen zich te gedragen. Iets waar de ander niet bijster bekwaam in was. "De nuances van de verhoudingen tussen de IRMM en het hof zijn mij als eenvoudig man wellicht niet heel bekend," merkte hij liefjes op. Het hof vond dat het oppermachtig was en dat de IRMM slechts te gast was, maar de IRMM vond dat het boven alle staten stond. Wellicht geloofde de landelf werkelijk wat hij zei, maar dat leek Marcus niet heel logisch.

De IRMM ging over misdaden, maar was creatief genoeg om alles wat daar mee te maken had ook onder hun verantwoordelijkheid te laten vallen. Ypsilon was het toneel geweest van misdaden waar de IRMM jurisdictie over had en Bumetrel huisvestte ten minste twee veroordeelde criminelen. En de IRMM had ongetwijfeld aardige invloed bij de vorst van Mircam.

"De schout is welkom, uiteraard. Bumetrel is een gastvrij en ontvangend oord. Ik zal hem met alle liefde rond laten leiden, waarna hij zijn bevindingen kan rapporteren aan de koning. Maar Bumetrel legt nu rechtstreeks verantwoording af aan de koning en zal dat ook blijven doen." De IRMM buiten beschouwing gelaten, was de vorst de enige die boven de kasteelheer stond. 

"De verhuizing zou grote voordelen opleveren, ik ben er van overtuigd dat onze vorst dit toe zou juichen. Bumetrel zal zijn defensie aansluiten op die van de stad, iedereen die onder de schoolhoofden vallen zullen onze verantwoordelijkheid zijn. Wij zullen er op toe zien dat de wetten van stad en land nageleefd worden, zoals dat altijd al gebeurd is. De schout is welkom om als gast rondgeleid te worden en hij kan vervolgens rapporteren aan de koning. De wacht blijft onder Bumetrel vallen en zal samenwerken met de stadswacht. Bumetrel zal rechtstreeks verantwoording afleggen aan de koning."

Volgens Marcus hadden ze dan alle zaken gehad. "Als u het daar mee eens bent, hebben wij een overeenkomst en kan ik hier en nu een handtekening zetten. Over de huidige grond zal ik moeten overleggen, maar dat kunt u binnen enkele dagen per hop horen."
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Aegnor Ancalimë »

"Nochtans zijn die verhoudingen betrekkelijk eenvoudig. De IRMM is een rechtbank, geen koning." Dagobert knikte vriendelijk.
"U realiseert zich dat de schout des konings uitvoerende macht is, nietwaar?" Het was betrekkelijk moeilijk om in de studiebol van de man tegenover hem door te dringen. Zijn dikke huid had vermoedelijk zijn gehoorgang vernauwd. De adviseur van de koning hield er niet van om zijn woorden te moeten herhalen - het kwam zo neerbuigend over - maar hij ging er na een korte twijfeling toch maar toe over: "De koning kan, zoals gezegd, niet overal tegelijk zijn. Wanneer u rechtstreeks aan de koning rapporteert zal dat via de schout plaatsvinden. Zo zijn de wetten van de stad, waarvan u deel zult uitmaken."

En hij verduidelijkte nog maar eens, omdat dat broodnodig bleek: "Tot dusverre hebt u geleefd naar de landswetten. Maar voor elke stedeling gelden de stadswetten, gehandhaafd door de schout, daarboven. Deze hebt u tot dusverre niet in acht hoeven nemen. Maar daar u verzekert dat wel reeds gedaan te hebben voorzie ik geen enkel probleem bij uw aansluiting op Oikilan." Het laatste werd met een zweem van sarcasme uitgesproken.

"Wij zijn het eens."
« Laatst bewerkt op: 4 jaar geleden door Tetachan U. M. Mocha »

Dagobert was niet alleen glad, hij was ook een klein beetje achterlijk. Goed, misschien iets meer dan een klein beetje, maar daarover kon Marcus niet oordelen in de korte tijd die ze samen doorgebracht hadden. De man begon zichzelf te herhalen en te herhalen, alsof hij dacht dat hij daardoor intelligenter begon te klinken. Marcus glimlachte vriendelijk en knikte begrijpend.

"Heel mooi, ik zal tekenen en zal dan niet langer uw kostbare tijd in beslag nemen." Marcus kon wel wat dingen bedenken die de gladaal kon doen, maar geen van allen waren ze behoorlijk genoeg om te noemen. Zodra de klerk het document had gebracht en de handtekeningen stonden, groette Marcus de aanwezigen vriendelijk en verdween. De man uitte een diepe zucht toen hij buiten het hof was en schudde zijn hoofd. Politici waren walgelijk.

Maar de verhuizing was een feit.