Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Een stalknecht voor de stalknecht  (792 keer gelezen)

Speeldatum: 24 mei 1300 (Einde lente)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 5 jaar geleden »
"Hou je mond, rotjoch." Met een vastberaden blik en een al even vastberaden hand in de nek van een jonge phaosfee liep Haddewych van Brugge richting de stallen van Bumetrel. "Nog één zo'n geintje en ik zal je tonen hoe hard een halfbloedje kan slaan."

Joash trok een gekke bek naar zijn gevangenbewaarster, zoals hij haar in gedachten noemde. Het was allemaal geweldig dat hij mocht blijven en dat de rijke phaosfeemevrouw zelf op hem zou letten, maar dat hij daar gratis Haddewych bij kreeg, dat beviel hem heel wat minder. In tegenstelling tot de meeste vrouwen op het kasteel trapte ze niet in zijn lieve, smekende puppy-oogjes en zijn gladde praatjes.

Toen ze hem wakker had gepord was het nog geeneens licht en nog voor hij goed en wel wakker was, moest hij nieuwe kleren aantrekken en stilstaan totdat de vrouw hem volgeprikt had met spelden. Dat ze daarbij ook door zijn huid prikte was absoluut expres en had niets te maken met zijn ongeduld. Toen ze eindelijk klaar was, moest hij naar de waterput om zich te wassen en ze had hem doodleuk twee keer teruggestuurd omdat hij bepaalde stukken niet had gedaan. Tegen de tijd dat hij schoon genoeg was, waren de kleren aangepast aan zijn postuur en kreeg hij een kwartier om zich door de pap van Johlar heen te werken. Dat was het ook het moment dat het halfbloedje meedeelde dat hij geacht werd voor zijn pap te werken. Daarnaast kon hij dan wel lessen volgen.

Hij kon hoog springen, hij kon laag springen, hij kon zich uit de voeten maken, het eind van het liedje was dat het koppel de stallen bereikte. "Meneer Dimar? Meneer Gnarl?" riep Haddewych. Veel zin om te zoeken leek ze niet te hebben. Werden haar rokken smerig zeker.

In de ochtend was er altijd heel wat te doen in de stallen. De dieren moesten verzorgd en gevoederd worden, er leek in de nacht altijd wel weer rommel te ontstaan die er de nacht ervoor niet was en zo vlak voor het begin van de lessen waren er ook nog eens leerlingen die nog even snel hun paard of pony een aai over de neus kwamen geven. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat Gnarl erg haastig leek toen hij bij de deur aankwam.

Het meisje dat er stond herkende hij als een van de bedienden, de jongen had hij nooit eerder gezien. 'Nu al een strafklant?' vroeg hij zich hardop af. 'Mooi zo. Al eens stallen uitgemest?' Fernand had vanochtend college Dierkunde op Ypsilon en Patu had een pony met koliek, wat betekende dat ze geen tijd hadden om stallen uit te mesten, terwijl dat toch echt moest gebeuren.

"Hij vraagt je wat, liefje," zei Joash poeslief, wat hem op een oorvijg zonder vertraging kwam te staan. "Mmmz," mopperde het phaosfeetje en hij wreef over zijn oor. "Hij komt hier werken," zei Haddewych kortaf. Niet dat dat per se de bedoeling was, maar dit was een makkelijke zin om uit te spreken. "Vrouwe Luthès zegt hij moet werken naast leren. Hier." Ze knikte met haar hoofd richting de gebouwen waarin de plaatselijke fauna huisde. "Hij is een schelm. Rotjoch."

En daarmee was de sollicitatie van Joash Loial achter de rug. Gelukkig was Patu Gnarl verplicht hem aan te nemen. Ze duwde de phaosfee richting de stallen en weg was Haddewych.
Het perfecte moment voor Joash om zijn sollicitatie in eigen handen te nemen. "Ze maakt een grapje. Ze is niet helemaal..." Hij draaide een rondje met zijn vinger langs zijn hoofd. "Een goede dag nog, meneer." Joash maakte een buiging waar Linwë trots op kon zijn en kuierde weg.

Helaas voor de jonge phaosfee was Patu niet alleen standaard zeer kortaangebonden, hij hechtte ook nog eens meer waarde aan de woorden van een jonge vrouw die hier al een tijd werkte dan aan die van een opgeschoten knul met praatjes. 'Hier blijven,' klonk het kortaf en de stalmeester gooide er meteen maar een verlammingsspreuk achteraan. Dat moest de boodschap wel duidelijk maken.

Met drie passen was de stalmeester bij zijn onvrijwillige knecht en pakte hem bij zijn arm, alvorens de verlammingsspreuk te verbreken. 'Meekomen.' De jongen werd zonder pardon meegevoerd de stallen in[1], naar Fernand toe. Aan de grijns op het gezicht van de stalknecht was te zien dat die het gebeuren van a tot z had gevolgd.

'Leer hem hoe hij een stal moet uitmesten,' droeg Patu Fernand kortaf op. 'Als hij niet luistert geef je hem maar een draai om zijn oren.' Dat was de landelf vast wel toevertrouwd, en anders diende Patu de oorvijgen wel toe als de werktijd van de jongen afgelopen was.
Terwijl hij terugliep naar zijn pony met koliek, bedacht hij dat hij geen flauw idee had hoe de jongen heette en wat voor werktijden hij geacht werd te hebben. Nu ja, dat zou hij vanavond wel eens informeren.
 1. En als je probeert weg te lopen, heeft Patu nog wel wat vervelende spreuken achter de hand die hem dat onmogelijk maken - bedenk zelf maar hoeveel moeite het kost om Joash de stallen in te krijgen.

Joash was niet te beroerd om zijn tong uit te steken naar de stalmeester, natuurlijk nadat die zich had omgedraaid. "Sjonge, díe is lelijk," zei hij met enige bewondering tegen de grijnzende landelf. "Dat je daarvoor werkt, zeg."

Veel kobolden had de jongen in zijn korte, geografisch zeer beperkte leven nog niet gezien. Een kobold in de 'rozenbuurt' was als een koning die vrijwillig door de leerlooiersbuurt reed. Joash wist eigenlijk niet eens zeker of een vrouw zo'n kobold wel kon vermaken. Ze werd vast afgeleid door zijn grote neus of die haren uit zijn oren. En de vrouwen die hij kenden waren echt niet kieskeurig. Geld was niet lelijk tenslotte.

De stallen die hij moest uitmesten roken behoorlijk, maar de jongen gaf geen krimp. Zijn neus was uitstekend aangepast in de jaren dat hij door Oikilan zwierf. In zekere zin roken de stallen nog vrij fris als je ze vergeleek. Eens kijken hoe slim die elf was. Met een beetje mazzel kon hij het de jongen een paar keer voor laten doen omdat hij 'd'r niets van snapte.'

'Pas maar op,' reageerde Fernand met een knipoog. 'Die oren zijn beter dan je denkt.' En ze hadden de neiging om alles te horen waarvan je niet wilde dat het die oren bereikte, terwijl je op een ander moment drie keer moest roepen voor je Gnarls aandacht had. 'Kom op, dan laat ik je zien waar alles staat.' Hij liep voor de knul uit en wees hem waar hij mestvork en andere gereedschappen kon pakken. 'Zorg dat je alles na gebruik precies weer op z'n plek zet, Gnarl is niet zuinig met vervelende klussen om je dingen te leren. Hij is vandaag hartstikke druk, en dan is hij nog beter in het verzinnen van rotklussen. Hoe heet je eigenlijk? Ik ben Fernand.'

Ze pakten de spullen die ze nodig hadden en Fernand wees aan welke stallen er allemaal uitgemest moesten worden. 'Waar hebben we je hulp eigenlijk aan te danken? Zo vroeg op de ochtend al strafwerk?' Hij kon zich niet herinneren dat hij de knul al eerder gezien had, maar hij kende ook niet alle eerstejaars. In ieder geval zou het joch er snel achterkomen dat strafwerk in de stallen ook echt werk betekende. Fernand was zelf in zijn beginjaren liever lui dan moe geweest en kende dus alle trucjes om zijn werk door anderen te laten doen; en inmiddels moest hij zo vaak op strafklanten letten dat hij zich ook niet meer liet vermurwen door zielige blikken en kleren die niet vies mochten worden.

Daar kwam nog bij dat hij over een uurtje op Ypsilon moest zijn voor zijn college Dierkunde, dus zo veel tijd om deze jongen de edele kunst van het uitmesten bij te brengen was er niet.

Die stalknecht was wel tof, besloot Joash voorlopig en hij liep dus achter de landelf aan en pakte keurig de spullen die hem gewezen werden. Hij gaf nuttige informatie in elk geval. Of het ook allemaal klopte, dat moest nog maar eens uitgezocht worden, maar de kobold zag er inderdaad niet echt uit alsof hij tegen een geintje kon.

"Joash," gaf hij zijn naam. De stallen die Fernand aanwees stonken naar stront, maar dat was niet echt een verrassing. "Strafwerk? Wat is dat? Ken niemand die werken leuk vindt, dus nogal logies dat 't 'n straf is, lijkt me." Hij haalde zijn schouders op. "De dure phaosfeevrouwe zegt dat ik moet werken en leren en dan mag 'k misschien blijven. Klinkt goed toch? Zie het wel even aan," zei hij stoer. 

Ah, schijnbaar was de nieuweling een soort beschermelinge van het zwarte schoolhoofd en blijkbaar net nieuw, want veel van het reilen en zeilen op Bumetrel leek hij nog niet te weten. Dat verklaarde waarom Fernand hem nog nooit gezien had. 'Och, je moet gewoon werk doen dat je leuk vindt, en dan neem je de rotklussen voor lief,' zei Fernand met de wijsheid van al zijn jaren. 'Maar strafwerk is als je niet oplet in de les of brutaal bent ofzo en dan sturen de leraren je hierheen of naar de wachters om vervelende klussen te doen. En als je ervoor betaalt krijgt of je verdient er je lessen mee, dan is het gewoon werk.'

Hij grijnsde bemoedigend naar het jochie en wees toen een stal aan. 'Daar beginnen we.' De dieren die de uit te mesten stallen bevolkten, had Fernand eerder op de ochtend al op het grasveld gezet, dus de ruimtes bevatten alleen een hoop vuiligheid. Hij legde uit wat de handigste volgorde was en stuurde nog een bemoedigende grijs op Joash af. 'Begrepen? Begin dan maar, dan neem ik die hiernaast.' Niks niet eerst voordoen, gewoon zelf laten aanmodderen, daar zou zijn leerling het meeste van leren.

Tot zover het plan om de stalknecht al het werk te laten doen. Joash keek eens naar de gereedschappen die hem ter hand waren gesteld. Juist ja. Hij plukte eens wat om in de stro en probeerde wat dingetjes uit totdat hij een redelijk idee had van het handigste gebruik van al die stokken met dingen.
Een kwartiertje later was de jongen geconcentreerd bezig om een stal uit te mesten en het ging hem niet eens heel slecht af. Hij ontdekte vrij snel dat een groot deel van de mest verscholen ging onder het stro dus dat het uitmesten iets langer duurde dan de twee minuten die hij had gehoopt.

Stal naar stal kwam aan de beurt en Joash betrapte zichzelf erop dat hij er best trots op was als hij een schonere stal uit kon lopen. Zuurpruim of niet, die kobold kon moeilijk zeggen dat hij niets had gedaan.

Toen de nieuwe knul een tijdje ijverig bezig was, verdween Fernand in de voorraadkamer om schone kleren aan te trekken en zich klaar te maken voor zijn college. Even later kwam hij weer terug, een stuk schoner dan even daarvoor. 'Goed bezig,' zei hij tegen Joash. 'Ik moet er vandoor. Als je deze rij klaar hebt, meldt je je maar bij Gnarl en vergeet niet om "stalmeester" en "u" tegen hem te zeggen. En als hij niet al iets anders voor je heeft bedacht, zeg je maar dat ik heb gezegd dat de zadels nodig ingevet moeten worden. Niet het leukste klusje, maar Gnarl kan vervelendere verzinnen, neem dat maar van mij aan.'

Fernand lachte bemoedigend naar de jongen en vertrok naar Ypsilon, in de prettige wetenschap dat hij nu niet alleen een goede beurt zou maken bij Gnarl, vanwege zijn vooruitziende blik, maar dat ook Joash het waarschijnlijk wel zou waarderen dat hij hem het leven niet al te zuur probeerde te maken. Als de knul vaker in de stallen moest werken, was een goede verstandhouding wel zo prettig.