Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Braaksel  (603 keer gelezen)

Speeldatum: 3 augustus 1299 (Einde zomer)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [] : 6 jaar geleden »
Het was 3 augustus 1299 en de universiteit was dicht. Een vrije dag, waardoor professoren hun studenten extra huiswerk konden opdragen en zelf uit konden slapen. Waardoor het lang uitgestelde latafikatoernooi voor studenten eindelijk van start kon gaan. Waardoor achterstallige huishoudelijke taken eindelijk gedaan konden worden. En waardoor lekker van de zon genoten kon worden.

Maar er hing iets onaangenaams in de lucht. Een zure, kleffe geur. Een geur waarvan je gelijk walgneigingen en kippenvel kreeg. En degene met een sterke neus, die niet gelijk over hun nek gingen, zou de geur van bloed goed te ruiken zijn.
Niemand rook het nog, maar het zou veranderen, want de geur breidde zich langzaam uit. Vanaf de bron, ergens in het afgesloten kantoor van de directeur, kroop de geur onder de deur door de gang in. Langzaam verspreidde het zich door de lucht van het personeelsgebouw, tot het de zich zou nestelen in de neusvleugels van een myrofas.

Met andere woorden, er stonk iets verschrikkelijks in Aeson Aegidius' kantoor.

« [Reactie #1] : 5 jaar geleden »
Het probleem van bepaalde myrofasrassen is dat er al gauw een bepaalde karikatuur gaat ontstaan over hun karakter of hun uiterlijk. Zo zouden kobolden grote oren en een grote neus hebben en bovendien groenachtig van kleur zijn. In het geval van Evren Gnarl geboren Doubek klopte deze karikatuur aardig. Zij was voor koboldbegrippen zeker niet lelijk, maar voor andere begrippen bepaald uitstekend.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat iemand met zo'n gok één van de eersten was die de geur van braaksel opving. Vooral ook omdat Evren Gnarl een van de weinige myrofas was die zich op dat moment in het personeelsgebouw ophield - ze wilde nog even iets nakijken. Nu hield ze bepaald niet van het aroma dat de gangen vulde, maar ze herkende het wel. Zeker sinds ze een klein jongetje onder haar hoede had dat nog wel eens ziek wilde zijn.
De kobold volgde dus haar neus[1], localiseerde de bron en stak na een beleefd kloppen haar vriendelijke groene hoofd om de deur.
 1. dat is eigenlijk onvermijdelijk, maar goed, je hebt van die uitdrukkingen...

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #2] : 5 jaar geleden »
Het was stil en donker in het kantoor. Maar bij het openen van de deur kwam de walm drie maal zo sterk naar buiten rollen en was ook zichtbaar waar het vandaar kwam:

Een roodroze massa. Het leek alsof iemand een aantal emmers drek over het bureau van de directeur had gegooid, het druppelde er langzaam en slijmerig vanaf. Het en der staken stukjes uit de massa. Het leek nog het meeste op vermalen, halfverteerde biefstuk, uitgesmeerd over het tapijt, gemengd met een laagje slijm en bloed en hier en daar een vermolmde aardappel.

Van Aeson was geen spoor te bekennen. Dat was misschien maar goed ook, hij zou ongetwijfeld niet kunnen waarderen dat iemand deze derrie over zijn Afrikaanse geluksamuletten heen had gegoten. Om over de vlekken in het tapijt maar te zwijgen.

« [Reactie #3] : 5 jaar geleden »
Evren wist wanneer ze het hazepad moest kiezen: op het moment dat haar maag zich omdraaide en een bijdrage wilde plegen aan het geheel en vooral wanneer ze de flauwe notie had dat hier iets niet in de haak was. Zij stak haar neus gauw weer uit Aesons zaken, wachtte even totdat haar maag zich weer schikte in zijn gewone functie en ging toen de kapitein van de wacht maar eens waarschuwen.

De kabouter verscheen algauw ter plekke, tezamen met een zakdoek en enkele collega's. Een onderzoek werd snel afgerond met als voorlopige conclusie: laten we eerst de directeur maar eens opzoeken en waarschuwen, voordat we iets gaan doen. Er waren voldoende vrijwilligers die Aeson Aegidius wel even wilden zoeken.

« [Reactie #4] : 5 jaar geleden »
Pas later die middag werd Aeson Aegidius gevonden. De student die hem vond, wist niet precies waarom ze hem hadden geprobeerd te vinden. Het was ook niet echt alsof Aeson moeilijk te vinden was geweest, de landelf liep gewoon over het terrein en was zich van geen kwaad bewust dat hij gezocht werd. De directeur nam telepathisch contact op met de kapitein en maakte de man duidelijk dat hij liever niet wilde dat er een zoektocht naar hem op zijn eigen universiteit werd gehouden.

Vervolgens liep hij naar zijn kantoor, al met een zeer goed idee waar al de commotie om ging. Hij duwde een zakdoek tegen zijn neus, opende voorzichtig de deur en bekeek de ravage. Hij bleef in de deuropening staan, zachtjes met zijn hoofd schuddend, om vervolgens naar binnen te gaan. Voetje voor voetje, proberend om niet in de kleffe smurrie te staan, liep hij naar het bureau. Hij had hulp hierbij nodig. Juffrouw Rylin, sorry dat ik u op uw vrije dag stoor, maar zou u per direct naar mijn kantoor kunnen komen?

Hij wilde een raam openen, maar besloot dat hij dat de rest van Ypsilon moeilijk aan kon doen. Nee, het was beter om op de gang te wachten op de fee.

« [Reactie #5] : 5 jaar geleden »
Poe, poe, soms vroeg ze zich af waarom ze zoveel dieren had. Ze liet zich in een simpele maar fijn zittende stoel vallen in haar huisje. Haar 'vrije' dag gebruikte ze vaak om de grote klussen te doen. Zoals vele bakken verschonen en extra aandacht te geven aan al het spul. En daarnaast moest ze nog haar lessen voorbereiden. Maar dat was voor later.
Ze schonk het glas wat naast haar op een tafeltje stond vol met zoette wijn en pakte van dat zelfde tafeltje een boek.
Eerst even ontspannend lezen met wat drinken daarna ging ze wel verder.

Ze had nog geen drie bladzijdes gelezen of ze werd al gestoord. Heer Aegidius? Eigenlijk had ze helemaal geen zin om bij de directeur langs te gaan. Maar een verzoek van je baas kon je niet weigeren. Ze nam gauw een slok van haar wijn en legde haar boek weg. Ze bezocht nog gauw even haar slaapkamer op om een luchtje op te doen. Ze kon niet bij de directeur aankomen met een typische dierenlucht.

Na wat zo'n tien minuten had kunnen duren arriveerde de fee in het gebouw. Meteen werden haar neus geprikkeld met een afschuwelijke geur. Had een van de leerlingen soms een magiebom met stank naar binnen gegooid. Ze wist niet veel van magie dus ze twijfelde eigenlijk wel of dat bestond.
Hoe dichter ze bij het kantoor van heer Aegidius kwam hoe sterk de stank werd. Het koste haar moeite om haar handen naast zich te houden. Wat stonk er nou zo?

'Heer Aegidius u had geroepen.' Ze knikte de man toe. Een reverence wilde nu niet lukken in deze stank. Ze had een vermoeden dat de stank uit het kantoor kwam en dat zij er wat aan moest doen. Ze hoopte toch zo dat ze het fout had.
« Laatst bewerkt op: 5 jaar geleden door Rylin Amerly »

« [Reactie #6] : 5 jaar geleden »
 Aeson glimlachte opgelucht toen de fee arriveerde, hoewel die glimlach wegviel achter de zakdoek die hij nog steeds tegen zijn gelaat aandrukte. Hij had telepathisch al contact gehad met het hoofd van de schoonmakers, die had laten weten dat het haar vrije dag was, maar ze een paar studenten met studiefinanciering zou sturen. Aeson begon het idee te krijgen dat hij echt eens de bezem door zijn personeelsbestand moest gaan halen[1]. Het lagere personeel nam de laatste tijd een te arrogante houding aan.

Maar goed, er zou iemand komen om het probleem op te lossen en nu was de fee er die hopelijk de problemen in de toekomst zou kunnen helpen voorkomen. “Bedankt dat u zo snel kon komen, juffrouw Amerly. En excuses voor de stank. Dat is hetgeen waar ik u voor heb laten komen.” Hij liep naar zijn kantoor toe, opende de deur en liet zien waar de stank vandaan kwam. De vleesroze prut stonk alleen nog maar erger, zo leek het.

“Ik wil graag een beroep doen op uw dierkundediagnostiek. Het is een complexe situatie, waar ik vrij weinig over uit de doeken kan doen helaas, maar mijn kantoor is overspoeld met kots. Drakenkots.” Aeson had zelf ook behoorlijke behoefte om over zijn nek te gaan. “Is het mogelijk dat u aan de hand van de braaksel kunt achterhalen wat dit dier mankeert? Of de draak ziek is?” Aeson had geen idee of het mogelijk was, maar de fee was veel meer bedreven in dit vakgebied.
 1. De schoonmaker, de wacht, de stalmeester, de smid, allemaal vacatures!

« [Reactie #7] : 5 jaar geleden »
De fee glimlachte zwakjes naar haar directeur. Ze was snel gekomen, liever had ze niet gekomen zeker niet als ze wist dat er drakenkots was. Niks was erger dan drakenkots. Wat die beesten allemaal aten smerig gewoon.

'Ik zal kijken of ik wat vind, weet u ook toevallig wat voorn draak het is geweest en als ik zo vrij mag zijn? Heeft u een idee hoe het in u kantoor komt?' Ze had niks gehoord over draken vandaag en als dribbel was geweest had ze dat vast wel gemerkt.

Na de vragen kwamen de daden, de fee stapte het kantoor binnen en sloeg meteen haar hand voor haar neus en mond. Ze had verhalen gehoord over drakenkots, nou die waren allemaal waar. De stank was verschrikkelijk, het zag er niet al te lekker uit. Als ze niet opletten zou ze zelf ook over haar nek gaan. En om het compleet te maken kreeg ze tranen in haar ogen.

Ze liet haar neus even wennen en bekeek de kots. Ze zag wat botjes, onverteerd vlees, ze hoopte dat dat stuk een geit was en geen faun. En nog meer vlees en sappen. 
Ze greep een handschoen uit haar jurk, de fee vond een aangepaste jurk met vakjes wel handig, en deed hem aan. Ze voelde eraan en besloot dat het pudding achtig was met enkele bitten en stukken onverteerd vlees. Ze bekeek de andere stukken maar zag niks raars.

Ze verliet het kantoor weer en bracht verslag uit. 'Op het blote oog kan ik niet zien of hij ziek is. Ik zou dat verder moeten testen. Maar het kan ook zijn dat er met magie gespeeld is maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen.' Ze was geen meester van magie helaas. Ze hoopte dat de man genoeg informatie had zodat ze haar schema weer kon volgen. Tenzij ze de kots verder moest onderzoeken dan kon ze haar schema weggooien.

« [Reactie #8] : 5 jaar geleden »
Toen de fee vroeg of hij wist hoe het braaksel in zijn kantoor was gekomen, knikte Aeson vaag vanachter zijn zakdoek. Ja, hij wist precies hoe het in zijn kantoor was gekomen en hij wist ook precies wat voor draak het was. Maar hij liet eerst Rylin rustig haar gang gaan en haar de massa onderzoeken. Toen ze weer zijn kantoor uit kwam lopen en rapporteerde, gebaarde Aeson haar om hem te volgen, de gang uit.

Toen ze in de buitenlucht weer stonden, voor de ingang van het personeelsgebouw, kon Aeson weer rustig ademhalen zonder te stikken in de smerige lucht. Hij stopte de zakdoek in zijn zak en keek Rylin aan. "Zoals ik al aangaf, is het een complexe situatie." Aeson scheen even na te moeten denken hoe hij dit ging uitleggen. "Dit is geen bekende openbare informatie, maar het archief van Ypsilon wordt bijgehouden door een paar archiefdraakjes. Het braaksel is van hen. Ik vermoed dat ze ziek zijn." Eigenlijk was het een heel simpele uitleg, nu Aeson het had uitgelegd.

"Zou u zo vriendelijk willen zijn er verdere tests kunnen doen? U kunt wel begrijpen dat ik graag zie dat ze genezen worden."




« [Reactie #9] : 5 jaar geleden »
Rylin volgde de elf graag. Nog langer in de stank blijven was niet goed voor een myrofas. Nu was de fee wel wat gewend met haar dieren maar dit was toch wel een paar tikjes erger.

Eenmaal in de buiten lucht snoof ze de verse lucht op. Wat een verfrissing was dit! Ze glimlachte kort en zag dat de directeur zijn gezicht ook weer helemaal liet zien.
'Oh echt waar archiefdraakjes?' Dat had ze niet geweten. Ze had nog nooit een archiefdraakje gezien maar wel veel over gelezen. Het waren slimme beestjes.
'Als ik bij de draakjes kan komen dan kan ik hun onderzoeken. Daar word ik wijzer van dan hun maaginhoud.' Overgeven kon van alles betekenen. Een erge ziekte of het eten van iets verkeerds. Zo niet dan kon Rylin alleen de kots onderzoeken en dan hopen dat daar wat uitkwam.

Nu ze wist dat het meerdere draakjes betrof had ze haar schema figuurlijk al verscheurt. Ze zou in de avond hard moeten bikkelen. Haar vrije avond.

« [Reactie #10] : 5 jaar geleden »
Rylin reageerde opgewekt toen ze vernam dat het om archiefdraakjes ging. Aeson was wat minder opgewekt en schudde jammerlijk zijn hoofd. “Ja, maar daar zit hem nou juist de kneep. De reden waarom u nog nooit deze draakjes heeft gezien, is dezelfde reden waarom niemand op Ypsilon, inclusief ikzelf de draakjes heb gezien: het archief is verborgen.”

De directeur haalde zijn schouders op. “Het archief is gemaakt door nachtelfdirecteuren.” De directeur had een laconieke houding, alsof hij het feit accepteerde dat zijn nachtelfvoorgangers het archief verborgen hadden en een verborgen archief iets heel normaals was. In werkelijkheid was het een grote bron van ergernis voor de landelf.
“Er is een magische doorgang in mijn kantoor naar het archief, waarlangs archiefstukken worden verzonden[1]. Op die manier worden ze ook gevoerd. En op die manier kunnen zij communiceren en blijkbaar ook overgeven.. Ik weet niet hoe de situatie is in het archief en ik hoopte dat u daar meer duidelijkheid over kon geven.” Zelfs jaren na het tekenen van het directeurscontract struikelde Aeson over de leuke geheimen van Ypsilon die zijn voorgangers hadden aangelegd.

"Ik hoop dat ik niet tekort ben geschoten bij hun verzorging, maar dierverzorging is niet precies mijn specialiteit. En aangezien juffrouw Dògnet[2] meer buiten Ypsilon verblijft dan aanwezig is en nauwelijks meer toekomt aan haar eigen taken, kon ik dit ook moeilijk aan haar toevertrouwen."
 1. Steevast, als Aeson een archiefstuk nodig heeft, schrijft hij instructies op een stukje perkament dat hij in een stenen kom gooit, waarna het dossier in zijn la ligt.
 2. Zwangere stalmeesteres, ingetrokken bij een rijke baron in de buurt

« [Reactie #11] : 5 jaar geleden »
'Ohw,' kwam er wijs uit de fee haar mond. Als het archief verborgen was kon je er inderdaad niet bij. En dus ook niet bij de draakjes.
Rylin knikte af en toe wat op het verhaal van de man. Het was best interessant, ze had nooit geweten dat directeuren van Ypsilon een magische doorgang hadden naar een of ander verborgen archief.
Eigenlijk had ze weinig aan het verhaal wat de status van de draakjes betrof. Tot hij over het voeren begon.

Rylin had inderdaad gemerkt dat juffrouw Dognet niet vaak aanwezig was. Ze kwam vaak bij haar pegasus en negen van de tien keer was de vrouw er niet.
'U heeft ze te eten gegeven? Wat heeft u ze gegeven, of heeft u misschien nog wat over van wat u gaf?' Misschien had de directeur wel iets verkeerds aan de draakjes gegeven. Het verkeerde voedsel of bedorven. En dat kon wel eens tot voedselvergiftiging leiden.

« [Reactie #12] : 5 jaar geleden »
Aeson knikte met een uitgestreken gezicht. "'Ohw' geeft de hele situatie inderdaad heel goed weer, juffrouw Amerly. En ik heb het boek 'Hoe tem je een draak, een naslagwerk voor drakenhouders' raadgepleegd, voornamelijk vlees."  Er gingen bedriegelijk weinig boeken over hoe je een draak verzorgt in verhouding met het aantal boeken hoe je een draak doodt.

"Ik geloof niet dat ik er iets van over heb om eerlijk te zijn, nee. Ik haalde het vlees meestal bij de slager n Treseburg, bij gebrek aan betere leveranciers. Daar heb ik een speciale regeling mee getroffen. Overigens, nu ik u toch spreek: denkt u dat het mogelijk is dat u zich een klein deel over de stallen zou kunnen ontfermen? Dat vraagt niet veel van u, slechts het aansturen van studenten en het controleren of de dieren goed onderhouden worden."

Een student met een zwabber en een chagrijnig gezicht kwam aanlopen. Aeson moest zich inhouden om niet te gaan grinniken. "Denkt u er gerust even over na, vrouwe. Ik ga jongeheer von Maltov even instructies geven over zijn ondankbare schoonmaaktaak. En als u zo spoedig mogelijk mij een verklaring zou kunnen geven wat de draken precies mankeren, dan zou ik dat op prijs stellen."

« [Reactie #13] : 5 jaar geleden »
Bij de slager van Treseburg. Ze haalde daar zelf ook af en toe wat vlees en daar leek nooit echt wat mis mee te zijn.
'O nou.' Die vraag kwam wel wat onverwacht. Al begreep ze wel waarom de man haar vroeg. Wie had er na de stalmeesteres het meest verstand van dieren, de dierkunde docent. Ze wilde het wel doen maar kon ze er wel tijd voor vrijmaken?

'Ik kom morgenavond wel bij u langs met mijn resultaten en mijn antwoord op het voorstel.' Dan had ze nog even bedenktijd en tijd om te kijken of het wel ging lukken voordat ze straks in de problemen raakte.
'Nog een fijne dag heer.' Ze keek de directeur en student even na. Ze was blij dat ze het zelf niet hoefde schoon te maken maar medelijden met de student had ze wel. Nou ja de wereld was hard af en toe.
De fee draaide zich om en liep naar haar lokaal om wat boeken te pakken. Ze zou wel even opzoeken wat de draakjes konden hebben.