Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
1

Recente bijdragen

Pagina's: [1] 2 3 ... 10
1
Bibliotheek / Het einde van de wereld is nabij
« Laatste bijdrage door Elias Lovitis Melnitz 2 maanden geleden »
Sommige myrofas hadden er al een ochtend opzitten. Zonsopgang was een goed moment om even de poten te strekken en eventueel vast een bodempje te leggen voor het ontbijt. Of een ontbijtje mee te nemen voor Johlar en Kimberly. Het was nooit verkeerd om vrienden te hebben op hoge plaatsen, maar op Bumetrel gold dat ook voor lagergelegen plaatsen zoals de kelder met de keuken en de voorraadkamers.

Toch had Elias er niet zoveel zin in. Nou ja, hij stond er wat dubbel in. Een bezoek aan de bibliotheek met bijbehorende bijtgrage bibliothecaris was geen bijzonder aanlokkelijk vooruitzicht, maar als de bibliothecaris-assistente met bijbehorende bevallige borstpartij er ook was...

"Vladje is nooit blij, ongeacht wie er langs komt," merkte Elias somber op. "Tenzij je een exemplaar van de Myrofaswerken van Cornelius Lucien in eerste druk komt brengen, misschien. Maar dan kun je beter doorlopen naar de Witte Toren want dan krijg je er promotie van denk ik."

Onderwijl grabbelde Elias in een van zijn zakken naar de bos met lopers sleutels. "Momentje, ik denk dat eentje er op moet passen, maar het kan zijn dat je even de andere kant op moet kijken omdat ik het slot moet..." hij keek even naar de nachtelf in het gezelschap, "euh, hogere magie moet toepassen."

"Nee... deze?" Elias probeerde een tweede sleutel. ."...lijkt erop..." De weerwolf tikte vakkundig een derde sleutel af. ..."bíjna..." De vierde sleutel draaide en klikte, "...hebbes!" en de medewerker binnendienst opende met een triomfantelijk en gastvrij hoofd de deur voor de medewerker technische dienst en de studentassistent van dienst.

"Gaat u voor!"
2
Kasteel Bumetrel / Eira's aankomst
« Laatste bijdrage door NPC 2 maanden geleden »
Borrig draaide zich weg van het meisje zodat ze niet kon zien dat hij een grijns op zijn gezicht had. Hij klopte met zijn vuist op de poortdeur.

Caeldir stond op het punt om het kind te vertellen dat haar binnenkomst ook een illusie zou blijven maar toen leek ze iets bij te draaien. Of de wapens verboden waren? Er lag een uitgebreid reglement in het kantoor van Alaiz met een uitgebreide doch niet-uitputtende lijst die maar zelden geraadpleegd werd door iemand anders dan de kapitein of een enkele wachter. Caeldir wist echter vrij zeker dat een boog met toebehoren onder de wapens viel.

'Je mag je wapens inleveren, net zoals eventuele andere verboden zaken. Wanneer je het schoolterrein verlaat kun je je wapens weer meekrijgen, al zul je in de stad[1] niet zo veel hebben aan een pijl en boog denk ik.'

De ogen van het meisje deden Caeldir niet zo veel, want hij had het niet zo op puppy's. Honden waren pas interessant als ze je konden verdedigen. En meisjes met puppyogen hadden zelden veel van het leven gezien. Hij dacht even na en zei toen: 'Wil je een gratis tip om je leven wat makkelijker te maken hier?'
 1. Bumetrel was vroeger een kasteel in de middle of nowhere maar maakt tegenwoordig onderdeel uit van de hoofdstad van Mircam: Oikilan
3
Kasteel Bumetrel / Eira's aankomst
« Laatste bijdrage door Eira Junia Luva 2 maanden geleden »
Eira bestudeerde de wachters nauwkeurig, het waren een Landelf en een dwerg.
De landelf kon ze wel waarderen, haar soort en met een in haar ogen goede houding, toch kon ze het niet laten een wenkbrauw omhoog te trekken bij zijn 'ja,ja'. 

Het gedreuzel en de stem van de dwerg irriteerde haar mateloos, als protest zuchtte ze diep, sloeg haar armen over elkaar heen en beet een beetje op haar lip om zich in te houden. En welke sukkel aan de andere kant kon er nou weer niet fatsoenlijk lezen en horen?
Ze had geconcludeerd dat ze hier geen hoge standaarden hadden.

De landelf leek haar best oké, de meeste landelfen waren goed in haar ogen.
Maar dat beeld verdween toen hij haar vroeg naar de wapens.
Was dat serieus een vraag? Was hij blind?
Ze droeg toch overduidelijk een pijlenkoker en een boog op haar rug?
Weer schoot één van haar wenkbrauwen omhoog.
''Nee meneer, Deze pijlenkoker en boog is maar een illusie.''
Ze wachtte even, maar vervolgde zich weer, wetende dat het misschien toch niet slim was om de wachters compleet tegen de haren in te strijken.

'Maar geen idee of dat verboden is.''
ze begon te twijfelen, haar houding verzwakte wat. Ze maakte haar armen los van elkaar en begon wat te frummelen aan haar rechter vlecht. Zette een stap dichterbij, draaide haar hoofd een beetje schuin, glimlachte en keek hem aan met haar heldere lichtblauwe puppy-ogen.
''Is het mogelijk dat ik mijn pijl en boog mag houden, meneer?''
4
Kasteel Bumetrel / Eira's aankomst
« Laatste bijdrage door NPC 2 maanden geleden »
Voor de poort stonden twee wachters, een landelf en een dwerg. Het was nog vroeg en geen van beide wachters hadden op dit moment heel veel schik in hun werk. Caeldir, de lange elf keek toe hoe er een meisje uit de mist opdoemde en met de charme van een nieuweling hen te woord stond. Hij wisselde een veelbetekenende blik uit met de potige dwerg Borrig.

'Zo,' zei de elf lijzig, 'ja ja.'

Hij nam de brief aan van het meisje en rolde die open. 'Luva, hè,' zei hij langzaam en bekeek het kind eens goed. 'Zo.' Caeldir nam de tijd om de brief door te lezen en gaf die toen aan Borrig, die al die tijd zwijgend had staan toekijken. Caeldir en Borrig waren geen goede vrienden, maar ze konden toch redelijk goed met elkaar opschieten en geen van beiden waren ze heel erg onder de indruk van Eira's houding. Het kasteel zat vol met kinderen van edelen, soms zelfs van de allerhoogste soort.

'Nou mejuffrouw Luva, ik begrijp dat je hier komt als nieuwe leerling van Socophon,' zei Caeldir. Hij wist dat ze ergens deze maand verwacht werd, maar de elf had genoeg preken gehad van Tsur en Magvatero om zich netjes aan het protocol te houden. 'M'n collega hier die zal dat even controleren.'

'Hmm,' bromde Borrig en hij knikte. Toen draaide hij zich een kwartslag en brulde: 'D'r is een nieuwe. Kijk effe of die op de lijst staat, ja? Luva. Elfje. Nee, geen liefje.. LUVA, achterlijke.. uh.. uilskuiken.' Het bleef even stil en toen klonk er een stem: 'Jep, die staat er op. Socophonner.'

Caeldir knikte. 'Zo. Dat lijkt goed. Heb je wapens of door de IRMM verboden zaken bij je?'
5
Bibliotheek / Het einde van de wereld is nabij
« Laatste bijdrage door Hector Esskell 2 maanden geleden »
De elf keek Elias aan en hij haalde diep adem om iets te zeggen maar toen realiseerde hij zich dat dat geen zin had. En dus mompelde hij iets wat verdacht veel op 'ach stik' leek en sjokte achter Elias aan in de richting van de bibliotheek. Daar stond een vrolijke gorgo op de beide heren te wachten. Hector leunde met zijn rug tegen de grote gesloten deuren die naar de bibliotheek leidden. De deuren zaten op slot, had Hector geconcludeerd. Hij wist niet eens dat dat kon. Maar zo vaak kwam Hector ook niet in de bibliotheek.

'Hé slaapkop,' zei Hector en hij ramde Elias op zijn schouder. 'Heb je d'r een beetje zin in? Lekker op de vroege ochtend de handen uit de mouwen steken.'

Hector had Elias al op de hoogte gesteld van wat er moest gebeuren. Of anders was de weerwolf vast slim genoeg om het uit te vogelen. Jawel, Hector had een hoge pet op van zijn vriend. 'Nou, ik denk niet dat Vladje het een leuk idee vindt wat we komen doen. Dus we moeten maar een beetje voorzichtig zijn.' En wie beter om Hector te beschermen tegen de klauwen van een krankzinnige vampier dan de weerwolf die zo graag een alfa wilde zijn.

'En misschien is hij wel gestikt in al dat stof. Je moet altijd blijven hopen toch?'

Hector tikte met zijn knokkels op het slot. 'Jij hebt de sleutel toch?'
6
Kasteel Bumetrel / Eira's aankomst
« Laatste bijdrage door Eira Junia Luva 2 maanden geleden »
Geluidloos en gracieus bewoog Eira zich over de paden in het bos. Gewikkeld in een donkergroene mantel met zwarte leren met bont gevulde laarsjes.
Op haar rug droeg ze een boog en pijlenkoker, uitstekende bescherming voor een dame zoals haar, bovendien was ze de beste schutter van haar leeftijd in haar stad, zover ze wist.
Haar lange witte haar was netjes in twee vlechtjes gevlochten dat naar de voorkant hing, versierd met een sierlijke bloemenkrans op haar hoofd.

Ze keek erg uit naar haar eerste jaar op een echte school met andere myrofas, misschien zou ze nu eindelijk de kans krijgen om vrienden te maken!
Mits ze het waard waren natuurlijk, je sprak wel over een Luva.

Langzaam maar zeker zag ze door de dikke mistlaag een kasteel opdoemen, een erg betoverend en indrukkend gezicht. Ze begon haar tempo te verhogen en stond sneller voor de poort dan ze zelf verwacht had.
Geluidloos was ze uit de mist gekomen en stopte toen ze vlak voor de wachters stond.

Ze gooide de capuchon van haar mantel naar beneden, haalde de brief uit haar zak en zwaaide ermee voor hun neus.
'Mijn Naam is Eira Junia Luva, ik kom hier om me te mengen met de gewone myrofas en in te stromen in jaar 4 van Socophon. Open de poort alstublieft, het heeft lang genoeg geduurd.'
7
Bibliotheek / Het einde van de wereld is nabij
« Laatste bijdrage door Elias Lovitis Melnitz 2 maanden geleden »
"Hee, snotaap! Je mag niet rennen in de gangen!"

Een goddelijk blonde weerwolf liep op zijn gemak door de gangen van het kasteel der Bumetranen. Bumetrelen. Bumetrelletjes? Relletjes, sowieso, mijmerde Elias, terwijl hij de zwarte elf vrolijk de weg versperde.

"Jongen toch," vervolgde hij, "ik begrijp je drang om te rennen, zeker op de zaterdagochtend, de lege gangen, de ogenschijnlijke leraarloosheid - is dat een woord?... Nou ja, rood is rennen, zeker, maar zelfs op de zaterdagochtend is het begrip voor ons Heracori bedroevend.. eh... dinges." Hij kuchte even.

"Ik kijk het door de vingers, want ik heb meer te doen. Je zou het niet zeggen, maar er is leven na Heracor. Vraag maar aan meneer Eskell, die weet er alles van. Weet je, doe het gelijk maar, ik was net naar hem onderweg. Kun je je misschien nog nuttig maken ook."

Volstrekt gelovend in de volgzaamheid van de leerling, wandelde Elias verder. De bibliotheek. Welja. Geen grootser begin van de ochtend dan een bezoek aan Bumetrels meest verzuurde vampier.
8
Bibliotheek / Het einde van de wereld is nabij
« Laatste bijdrage door Hector Esskell 2 maanden geleden »
Buiten was het nog grotendeels donker. Er lag een dichte mist over de omgeving die de meeste geluiden dempte. Bovendien was het nog vroeg en dus was er niemand wakker. Nou ja, helemaal niemand?

'Nou, je moeder is zelf een..' galmde een stem over de binnenplaats. Wát de moeder van de ander precies was blijft tot op de dag van vandaag een raadsel, want de spreker werd overstemd door een luid kabaal van metaal op metaal. Dat lawaai overstemde ook de reactie van de vijfdejaars Heracori wiens moeder onderwerp was van gesprek. En dat was misschien maar goed ook.

Hector stapte de smederij uit en brulde: 'Je bent toch niet helemaal achterlijk? Die plank, die plank en die hoekijzers. O, ben je zielig? Ach jochie toch. Wat rot voor je. ZIE IK ERUIT ALSOF HET ME IETS INTERESSEERT?' Hij stormde weer naar binnen en mompelde: 'ze worden ook ieder jaar dommer.' De Heracori, een nachtelf die voor straf Hector moest helpen op de vroege zaterdagochtend keek alsof hij in staat was om de smidsjongen te vermoorden. Maar Hector zag het niet.

Toen Hector even later weer naar buiten kwam met een veel te grote bak met gereedschap was de nachtelf bijna klaar met de planken en de ijzers op de handkar te laden. Met een flinke dreun liet Hector de gereedschapsbak op de kar landen en even later ging het tweetal op weg naar de bibliotheek. Toen Hector opzij keek, zag hij de elf gapen en Hector grijnsde breed. Hij duwde de kar het gebouw in terwijl de elf de toegangsdeur open hield.

'Nou, ik hoop dat hij er al is want ik heb geen zin om alleen naar binnen te gaan,' zei Hector tegen de elf. Die haalde zijn schouders op en leek niet zo veel zin te hebben om een gesprek aan te gaan terwijl het nog zo goed als nacht was. Aangekomen bij de bibliotheek waren de grote deuren dicht. Maar er stond niemand te wachten. 'Lui varken,' foeterde Hector.

'Wat?' reageerde de elf verontwaardigd, 'ik doe toch..'

'Nee, niet jij,' onderbrak Hector hem. 'Dat hondsjoch. Hier, zet maar neer en ren naar Elias toe om hem te halen. En als hij nog ligt te ronken dan gooi je maar een emmer water over hem heen.' De jongen keek hem nu een beetje onzeker aan, maar Hector gebaarde ongeduldig met zijn hand. 'Hup hup, rennen maar.'
9
Bibliotheek / Het einde van de wereld is nabij
« Laatste bijdrage door Meneer Vladistov 2 maanden geleden »
Het heeft nog nooit zo donker geweest of het wordt altijd wel weer licht, dacht de bibliothecaris neerslachtig. Er schuilde een confronterende waarheid in de woorden die ooit door een onbekende minstreel waren gezongen. De rust en veiligheid van de duisternis duurde niet eeuwig want er kwam altijd een moment dat de duisternis onverbiddelijk verscheurd werd door het licht. En Vladistov kon het licht bijna voelen, zo dodelijk als de zon.

Met een tederheid die je zelden zag bij de stokbejaarde man streelde hij met zijn knokige vingers de vacht van het dier dat hem was ontvallen. Vladistov zat bovenop de hoogste boekenkast, hoog verheven boven de aardse zaken die de stervelingen bezighielden. Hier had hij alle ruimte om na te denken over de eeuwigheid van de dingen, al viel het leven van de kat daar duidelijk niet onder. Vladistov had al vele jaren een innige relatie met het beest.

Hij had het harige mormel gehaat. Intens gehaat. Maar was haat niet een vorm van liefde? Vele jaren lang had Vladistov geprobeerd het beest te vermoorden, maar de kat was klein en vlug geweest terwijl Vladistov oud en krakkemikkig was. Het hielp ook niet dat de kat - net als de meeste bewoners van het kasteel - de bibliotheek zoveel mogelijk meed.

'O mijn leven,' verzuchtte de oude man met krakende stem. Tijdens het aaien kwamen er plukken van de vacht los. Het ooit zo majestueuze roofdier dat met gracieuze bewegingen door het kasteel had geparadeerd was nu niet meer dan een verwrongen en leeggezogen zakje botten. 'Mijn leven, o mijn leven.' Deze kat was de enige persoon die Vladistov nog had gehad in zijn eenzame leven. En nu was hij moederziel alleen achtergebleven. Dat hij degene was die hiervoor verantwoordelijk was deed daar niets aan af.

Met een zacht geluid dat het midden hield tussen knorren en miauwen liet Vladistov zich op zijn zij rollen. 'Wat hebben we het goed gehad, vind je niet? Goed gehad, zo goed gehad. Ze begrijpen je niet. Maar het gaat voorbij. Alles gaat altijd maar voorbij, vind je niet? Maar ik zal van je blijven houden. Geen ander. Nooit een ander. Je bent..' Het gemurmel ging over in een hinnikend gegiechel. De vampier krulde zich op in foetushouding, met zijn geliefde slachtoffer tegen zijn borst geklemd.

'Het is niet erg om dood te zijn hoor, we zijn allemaal een beetje dood. Dood. O, dood. Maar je bent nu veilig, ja jij wel.'

Vladistov liet zijn vermoeide hoofd rusten op de tweede editie van Ulvirs Botanie in Borgonië en gaf lieve kusjes aan de kat en Ulvirs lijvige meesterwerk. Erger dan dit kon Vladistovs leven moeilijker worden, toch?
10
Oikilan-Stad / Blauw en wijs versus een draak
« Laatste bijdrage door Gisèle M. S. Ne. Ethelgis 2 maanden geleden »
Peinzend wierp Gisèle een blik op de ketel. Er had een elixer in moeten zitten, maar dat wat erin zat leek in de verste verte niet op wat het moest worden. Ze kon blij zijn dat het niet was ontploft. Was ze een ingrediënt vergeten? Nee toch, ze had het lijstje nog speciaal gecheckt! Had ze het kruid niet genoeg fijn gestampt? Te wild geroerd? Er zat niks anders meer op, dit goedje kon niet meer gered worden. Voor een moment dacht ze eraan om het nonchalant uit het raam te gooien. Weg is weg, niet? Maar dat was bij nader inzien misschien niet het beste idee. Met de ketel onder haar arm beende ze naar buiten.

'Goedemorgen heer Malt', groette Gisèle de fee een paar deuren verderop[1]. Ze wandelde naar de goot en kieperde de ketel erin om. Een dubieus groen mengsel stroomde eruit en verdween licht bubbelend in de afvoer. Een merkwaardige lucht vulde de straat, waarvan niet te zeggen was of het nu aangenaam rook of stonk. Het mislukte elixer in de goot dumpen was waarschijnlijk ook geen goede optie, maar het was een prima alternatief voor het raam.

'Er was mij iets ter ore gekomen,' babbelde de weerwolf, terwijl ze terug liep met de ketel. 'Iets over de draak, u weet wel, dat nare beest.. Maar hoorde ik nu dat u van plan was om hem te gaan zoeken? Dappere keus, hoor.' Gisèle keek even op naar de lucht, alsof de monsterlijke draak daar ieder moment kon verschijnen. Grote bek, scherpe tanden, klauwen die je zo uiteen reten.. Zo'n beest was eigenlijk ook wel indrukwekkend. Desondanks had Gisèle de draak liever dood dan levend. Hij leverde veel te veel problemen op.

'Ja, dat vind ik een hele goede zaak.' Ze twijfelde even. Stiekem had ze behoorlijk de behoefte om aan de dagelijkse sleur in Oikilan te ontsnappen, en een avontuur te beleven zoals vroeger.. Maar dat kon ze niet meer maken, toch?

'Ik ben enigszins nieuwsgierig, hoe kwam u op het plan? En wat is uw strategie?' Haar ogen twinkelden lichtjes.[2]
 1. Ik ga ervan uit dat ze elkaar wel eens zien in de straat o.i.d.
 2. Ik ben lang inactief geweest, en Gisèle is nu plots 29. Ik laat haar achtergrond even volledig open en onder voorbehoud. Het enige wat vaststaat is dat ze afgestudeerd is aan Ypsilon (Magiebeheersing) en nu in Oikilan woont.
Pagina's: [1] 2 3 ... 10