Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
0
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

FABulously late!  (534 keer gelezen)

Speeldatum: 11 januari 1305 (Midwinter)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 1 jaar geleden »
Hij was laat. Gezeten op een donker ros en gehuld in een mantel van net zo'n donkere zijde kwam Avaril van huize Tenharian aangereden, eerst in gallop, dan vertragend tot een drafje. In zijn gevolg waren twee soldaten, nachtelfen uitgerust met helm en speer en het blazoen van meesters huize; een zwart veld met daarop een zilveren wolfshond. Twee schrikwekkende honden flankeerden de jonge edelman terwijl hij met opgeheven kin en borst vooruit door de straten van Oikilan paradeerde.

Zijn bestemming was duidelijk; voor hem lag kasteel Bumetrel, de huisvesting van de gelijknamige school. Maar Avaril was hier niet voor de kleuterschool. Zijn interesse lag gevestigd op de universiteit die sinds kort ook haar intrek in het kasteel genomen had. Liever zag huize Tenharian, en dan meest van al grootvader Ondar, Ypsilon stikken in haar problemen, maar Avarils bezonnen vader Urvnos zag met het ouder worden van zijn zoon een kans om het instituut van dichterbij te bestuderen. Daarbij was Ypsilon de enige universiteit in de buurt en had Avaril niet veel ander keuze dan hier te komen.

Maar hij was dus laat. Alles was in orde, het papierwerk was getekend en rekeningen waren betaald. Enkel Avaril miste nog. Het schooljaar was al meer dan een week aan de gang, maar Avaril dacht er nog niet aan zich er druk om te maken. Hij had namelijk belangrijker zaken aan zijn hoofd, zoals zijn achtenvijftigste verjaardag vieren.
Halverwege zijn reis naar Oikilan had Avaril halt gehouden in Vylthar, de hoofdstad van Hazdor, om er zijn vrienden van oud nog eens een bezoekje te brengen. Dat bezoekje was echter uitgelopen met gevolg dat zijn aankomst op Ypsilon op z'n minst gezegd was uitgesteld.

Maar nu eindelijk had hij zijn eindbestemming bereikt. Avaril trok aan de teugels en kwam tot stilstand voor de poorten van het kasteel. De plek was lang niet zo indrukwekkend als Avarils voorouderlijke thuis, maar hij had zich er al op voorbereid zijn verwachtingen laag te houden. Je wist maar nooit in landen als deze.

"Doe open!" riep Avaril gebiedend in de richting van het wachtershuis. Ongeduldig als hij was richtte Avaril zich tot zijn escorte en wierp hen een dodelijke blik toe. Eén van de soldaten kwam dus naar voren en verklaarde met een luide stem: "Hier is Avaril Mervasa, erfgenaam van huize Tenharian! Wij gebieden u open te doen!"

[1]
 1. Sorry voor de lange post! Hier is een koekje  :koekie:
"Vincere, aut mori" - Tenharian
« Laatst bewerkt op: 1 jaar geleden door Avaril M. Tenharian »

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #1] : 1 jaar geleden »
De landelf Lonnard stond boven de poort en zag het merkwaardige gezelschap al van verre aankomen paraderen door de straten van Oikilan. Het verbaasde hem weinig dat het nachtelfen waren. Naast Lonnard stond de dwerg Benjamin, die de naderende elfen ook had opgemerkt. Het verbaasde Lonnard iedere keer weer hoe Benjamin het voor elkaar kreeg om overal overheen te kijken met zijn kleine postuur. "Maak je borst maar nat, dit is er weer zo eentje," kreeg Lonnard te horen van zijn medewachter en even later begon het geschreeuw inderdaad.

Vanaf de binnenkant van de poort, werd er door een andere wachter naar boven geroepen wat er aan de hand was. "Er staat een nachtelf voor de poort die gebiedt dat we open doen voor 'em," riep Lonnard terug. Het antwoord leek verdacht veel op 'hij kan die bevelen in zijn hol steken', maar dat zou ongepast zijn dus verstond Lonnard het vast verkeerd. "Wat wil die?" werd er vanaf beneden gebruld. Het was een andere stem.

"Wat wil je?" brulde de dwerg over de kantelen heen, met een stem die niet onderdeed voor die van de nachtelf. "Waarom kunnen die nachtelfen nooit gewoon aankloppen, zoals normale myrofas dat doen?" verzuchtte Lonnard.

« [Reactie #2] : 1 jaar geleden »
Er gebeurde niets, geen kraakje geen piepje, niets. Avaril speurde de poort af naar enig teken van leven, maar al wat hij zag was een lompe blok steen met een splinterhouten doorgang. Thuis sierde een grote stenen boog met een zorgvuldig afgewerkte eikenhouten deur de toegang tot het landgoed Tenharian en opende de poorten vanzelf. De wachters wisten namelijk wel wie ze door moesten laten en voor een persoon als Avaril kon je maar beter snel opendoen.

Van binnenuit klonken wat doffe geluiden en uiteindelijk verscheen er iemand bovenaan de poort. Hij schreeuwde wat en mompelde daarna in zichzelf. Avaril wachtte even af. Zijn oren waren niet gewend aan het boerse accent van hier.
De soldaat opende zijn mond alweer om te antwoorden, maar Avaril legde hem het zwijgen op: "Ik kan voor mezelf spreken, soldaat. Ik ben geen idioot", hij richtte zich tot de dwerg, "Avaril van huis Tenharian. Ik gebied u open te doen. Ik word verwacht." Zijn toon was kalm, maar er klonk duidelijk irritatie in zijn stem en ook de twee honden raakten stilaan geagiteerd.
"Vincere, aut mori" - Tenharian

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #3] : 1 jaar geleden »
De dwerg schudde zijn hoofd en moest toch even glimlachen. De nachtelf zou het zichzelf zoveel makkelijker maken als hij even aanklopte bij de poort. Of desnoods een van de soldaten aan liet kloppen. Maar de combinatie van zijn arrogantie en het feit dat hij een nachtelf was, zorgde er voor dat de wacht weinig haast maakte met hem binnenlaten. Benjamin zag hoe de twee honden onrustig werden. De beesten zagen er gevaarlijk uit en dat was iets dat de dwerg niet helemaal lekker zat. Er liepen burgers rond en het was niet de bedoeling dat de beesten iemand zouden aanvallen.

"Zeg even tegen Ulrig dat hij die beesten mag doodschieten als ze losbreken," zei Benjamin zachtjes tegen Lonnard en voegde er toen aan toe: "Die honden, bedoel ik." Voordat de twee nachtelfsoldaten ineens dood neervielen omdat ze een onverwachte beweging maakten. Toen richtte de dwergenwachter zich weer tot de nachtelfen buiten.

"Nou, dat gaan we dan effe nakijken. Heb je de tijd? Kan wel effe duren, namelijk," riep hij naar de nachtelfen. Ondertussen werd beneden aan de poort in alle rust een lijst met namen gecontroleerd. Buiten de poort begonnen zich langzaam myrofas te verzamelen die het hele gebeuren zaten te bekijken. Er werd een vraag vanaf beneden naar boven geroepen en Benjamin moest uit het zicht van de nachtelfen even grinniken voor hij met een serieuzer gezicht de vraag herhaalde.

"Was het Duranio, zei je? En schrijf je dat met of zonder een H? Is ut niet handiger as je even je papieren komt brengen?"

« [Reactie #4] : 1 jaar geleden »
Avaril legde zijn vingers op zijn slapen en zuchtte. Zijn hoofd deed pijn van deze situatie. Het was niet zozeer het wachten zelf dat het probleem vormde, maar de attitude van de poortwachters. Avaril hoefde maar naar hun smerige koppen te kijken om zich de varkensstallen die zij een thuis noemden voor te stellen. Vanaf nu waren dit soort mormels vast dagelijkse kost, dus moest Avaril er maar aan gaan wennen.

Allerlei myrofas begonnen zich voor de poort te verzamelen en dat kon Avaril niet waarderen. Normaal gesproken hield de edele nachtelf wel van een beetje aandacht, maar dit onderkruipsel was zijn blik nog niet eens waardig en het pijnigde hem nog meer dat hij in discussie met een dwerg voor gesloten deuren gezien werd.

De twee wolfshonden voelden Avarils ongunstige positie aan en blaften naar de omstaanders om hun meester te beschermen. "Af, Doodslag. Af, Huiler.[1]", commandeerde hij. Het laatste wat hij nu wilde waren een hoopje wachters die een probleem maakten van zijn honden. Hij gaf de honden een goedkeurend klopje waarna ze beiden gedwee gingen liggen.

"Nee..." Avaril slaakte een diepe zucht en steeg van zijn paard af. "Laat ons binnen verder praten als waardige mannen", zei hij al smalend. Hij beviel zijn mannen de nieuwsgierige myrofas op afstand te houden, waarna hij met zijn neus voor de poort ging staan. Oh, waarom verspilde hij toch zoveel energie aan dit gepeupel?
 1. Af, Doodslag. Af, Huiler.
"Vincere, aut mori" - Tenharian
« Laatst bewerkt op: 1 jaar geleden door Avaril M. Tenharian »

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #5] : 1 jaar geleden »
Het duurde een tijdje voordat Benjamin beneden was. Natuurlijk had een andere wachter het deurtje in de poort kunnen openen, maar de nachtelf had tot dusverre contact gehad met Benjamin dus was het wel zo netjes als de dwerg hem beneden ook weer te woord kon staan. Even later ging het deurtje in de poort open en zag de bezoeker een stevige dwerg, met een imposante baard staan. Die blokkeerde de doorgang, hoewel zijn omvang hierbij bepalender was dan zijn lengte.

"As ik het goed begrijp dan wil je toegang tot het kasteel. Dat kan wel, maar dan moet ik wel je aanmeldingspapieren hebben. Die hebben je ouders gekregen met de hop," zei de dwerg tegen de nachtelf. Om zijn behulpzaamheid te tonen, besloot Benjamin alvast wat extra informatie te geven. "Als je naar binnen wilt, dan zul je alle wapens en door de IRMM verboden middelen af moeten geven."

« [Reactie #6] : 1 jaar geleden »
De deur opende dan eindelijk en Avaril moest een meter naar beneden kijken voor hij de dwerg aantrof. Van dichtbij was hij nog lelijker dan Avaril had gedacht. Het leek wel of hij in elkaar geslagen en gekneed was door een trol en achteraf nog eens een goed bad in de paardendrek had genomen. De dwerg stond dan ook veel te dichtbij naar zijn zin, dus nam Avaril meteen wat afstand. Wie weet wat voor besmettelijke ziektes het ding bij zich droeg.

Avaril staarde de dwerg ongelovig aan. Zag hij er soms uit als een klein kind? De nachtelf mocht dan misschien nog geen vrouw en kinderen hebben, hij was zelfstandig en oud genoeg om zijn eigen papieren in orde te brengen. Daar had hij zijn ouders heus niet voor nodig. Avaril haalde dus van tussen zijn riem netjes gevouwde documenten met zijn stempel erop en overhandigde die aan de dwerg.

"Is dit een regel van de kleut... Bumetrel?" vroeg Avaril zich luidop af. Aan zijn riem hing een glanzend zwaard en verstopt in zijn laars zat ook nog eens een dolk. "Ik ben namelijk een student van universiteit Ypsilon. Daar zal ik mijn wapens zonder twijfel nodig hebben." Aan zijn zadel zat ook nog een jachtboog vastgebonden, maar zijn soldaten zouden in een herberg in de stad verblijven gedurende het jaar en zijn rijdier er ook onderbrengen. Geen probleem daar dus.
"Vincere, aut mori" - Tenharian

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #7] : 1 jaar geleden »
Benjamin nam de documenten aan en opende ze. Hij had wel eens vuilere voorwerpen gezien. De dwerg las met een half oog wat er stond en hield intussen de nachtelf in de gaten. Wat er achter de nachtelf gebeurde was een zaak voor Lonnard en Ulrig. De papieren leken in orde en Benjamin stak ze omhoog zodat de wachter achter hem ze over kon pakken. Die ging vervolgens controleren of de naam wel voorkwam op de lijsten van Bumetrel. En ondertussen had Benjamin de gelegenheid om nog even een gezellig gesprek te voeren.

"Tja, zo zit het nu eenmaal mekaar hier," zei de dwerg en hij haalde zijn schouders op. Er was wat voor te zeggen om leerlingen hun wapens te laten houden. Merifellers hadden tenslotte ook hun magie altijd bij zich. En Socophonners hun steekhoudende argumenten. Maar een beetje vechtersbaas redde zich ook wel met zijn vuisten.

"Je heb je wapens niet nodig hoor, d'r is niemand die Bumetrel zal overvallen. Wij zullen je wel beschermen." De dwerg snapte wel dat deze nachtelf zich zorgen maakte om zijn gezondheid. De wachter achter Benjamin gaf de papieren terug. "Ziet er goed uit," merkte de landelfkruisling op en Benjamin knikte even. Hij gaf de papieren terug aan de opgeblazen nachtelf en keek de jongen toen rustig aan. Die mocht zelf weten of hij zijn wapens af wilde geven of terug wilde gaan.

« [Reactie #8] : 1 jaar geleden »
Wat ging dit traag zeg. Avaril had al vijftien keer naar Skalatin en terug kunnen reizen in de tijd die de wachter nam om zijn documenten na te lezen. Moest hij zich in een betere positie hebben bevonden zou hij de lelijke trol al lang aan de kant hebben geduwd om toegang te krijgen, maar Avaril was hier om te blijven, dus kon hij zich maar beter aan de regels houden.

En alweer dat onschuldige gedrag. De imbeciel zou wel een toontje lager praten als hij wist dat Avaril hoogst waarschijnlijk al wel wat jaartjes langer over deze aarde liep. Hij walgde van dit soort myrofas; ze kenden hun plaats in deze wereld duidelijk niet.

Discussiëren over hoe hij de bescherming van de wachters niet nodig had, was nutteloos. In feite bedoelde Avaril dat zijn arm slap zou gaan worden als hij niet met echte wapens zou kunnen oefenen, maar de dwerg was zijn woorden niet waard. Avaril knoopte het zwaard dus los van zijn riem, maar in plaats van het aan de dwerg te overhandigen, keerde Avaril zich abrupt om en duwde het in de armen van één van zijn soldaten, die het voor hem zou bewaren. Avaril vertrouwde het familiestuk niet in de handen van dit individu.

"Zo, kan ik nu naar binnen gaan?" vroeg Avaril duidelijk geërgerd.
"Vincere, aut mori" - Tenharian

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #9] : 1 jaar geleden »
Benjamin vermaakte zich prima. Wachters hadden een vrij saai bestaan. Zoals de naam al aangaf deden ze eigenlijk niet veel meer dan wachten. Vaak tot hun dienst er op zat. En vervolgens tot ze weer aan de slag moesten. Dus dit soort dingen waren welkome afwisseling. En nachtelfen waren nu eenmaal geen graag gezien ras in Mircam.

De nachtelf liet zijn zwaard netjes achter, blijkbaar begon het door te dringen dat de jongen hier niet zoveel in de melk te brokkelen had als hij gewend was. "Momentje," bromde de dwerg en hij mompelde iets onverstaanbaars. Benjamin schudde zijn hoofd. Hij zuchtte eens diep.

"Wat heb je in je laarzen?" vroeg hij vervolgens. Het leek haast wel magie. Of eigenlijk was het dat ook gewoon. Dacht het jochie nu echt dat hij de eerste was die een wapen naar binnen probeerde te smokkelen?

« [Reactie #10] : 1 jaar geleden »
Bij Cerce, wat moest de dwerg nog meer van hem?! Avaril viste de dolk uit zijn laars en liet hem voor de voeten van de dwerg vallen. "Hier, deze mag je houden." Het stalen voorwerp lag Avaril toch niet nauw aan het hart. De dwerg zou er misschien nog wel een wip in het plaatselijke bordeel voor kunnen krijgen. Het zou Avaril verbazen moest er thuis een dwergenwijfje op hem zitten wachten die daar bezwaar op zou hebben.

"Is dat alles?" Of moest hij zijn gesp ook nog inleveren? Avaril had nog geen voet binnen gezet op het kasteelterrein of hij had al een hekel aan de plek. Hij kon er echter niet omheen dat er geen bibliotheek groter was dan die van Bumetrel in de wijde omgeving en dat er veel kennis verborgen lag achter de deuren van het kasteel. Dat was Avarils enige drijfveer en de reden waarvoor hij maanden lang gereisd had over zee en land. Het was zijn kostbare tijd maar beter waard.
"Vincere, aut mori" - Tenharian

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #11] : 1 jaar geleden »
Heel even overwoog Benjamin de bovenkant van zijn bijl per ongeluk in het gezicht van de nachtelf te rammen toen deze bukte, maar besloot dat dit meer problemen op zou leveren dan het hem waard was. Bovendien zou het niet lang duren voor de nachtelf in kwestie flink aangepakt zou worden door medestudenten of stadsgenoten als hij zich zo zou blijven gedragen. De dwerg pakte de dolk niet op, maar tikte hem met zijn voet naar achteren. Daar pakte een andere wachter hem op.

"Kom maar mee," zei Benjamin en hij deed een stap naar achteren zodat de jongen naar binnen kon komen. Zodra de nachtelf binnen was, werd het deurtje in de poort achter hem dicht gedaan. Benjamin kreeg de dolk overhandigd en hij gebaarde naar het nachtelfhaantje dat hij door kon lopen over het pad dat naar het kasteel leidde.

Al snel kwamen ze bij de wachtersgebouwen en Benjamin hield zijn gast even tegen. "We gaan effe langs de kapitein, die kan er voor zorgen dat je op een gepaste wijze welkom wordt geheten." En zo werd de nachtelf naar binnen gedirigeerd, naar het kantoor van de kapitein van de wacht. Toen ze binnen gingen, bleek het dit keer Alaiz te zijn die hier zat. Het maakte Benjamin niet zo veel uit. Hij deed de deur achter hen dicht en bracht kort rapport uit aan de centaur achter het bureau.

"Dit is Avaril Tenharian, een nieuwe student die ons meerdere keren bevolen heeft hem binnen te laten. Dus we zijn zo vriendelijk geweest maar te gehoorzamen. Dit probeerde die mee te smokkelen naar binnen," zei Benjamin en hij legde de dolk op het bureau neer. "Hij heb buiten de poort twee soldaten, een paard en twee honden staan."

Spoiler (klik om te bekijken/sluiten)

« [Reactie #12] : 1 jaar geleden »
Kon het zijn? Mocht hij echt naar binnen? Avaril gaf een aai over de kop van zijn honden en fluisterde hen toe te wachten op hem voor de poort. Het voelde niet goed hen hier achter te laten, maar eens hij van de wachter af was zou hij ze wel komen halen. Met een handgebaar liet hij de soldaten ook even weten dat ze niet meer nodig waren en dat ze alvast een herberg moesten opzoeken. Hij zou ze later contacteren.

Avaril liep het pad richting het kasteel op. Hij was al op zoek naar iemand die hem misschien de weg kon wijzen naar het kantoor van de decaan, toen hij plots merkte dat de dwerg hem achtervolgde. Wat moest die kleine rat nu weer?
Een bezoek aan de kapitein; Avaril had het niet beter kunnen bedenken. Hij zuchtte, maar bedacht zich dat dit de perfecte gelegenheid was om een klacht in te dienen wegens het lastig vallen van een student.

Hij luisterde naar de vergiftigde tong van de dwerg en nadat hij was uitgesproken deed Avaril zijn mond open: "Deze dwerg spreekt leugens. Hij liet me onnodig lang wachten voor de poort omdat hij en zijn collega's dat klaarblijkelijk grappig vonden. Ze bespotten mij en mijn naam voor iedereen die het kon horen en dreigden mijn trouwe honden neer te schieten. Ik heb mijn wapens volledig vrijwillig afgegeven en heb er ook geen probleem van gemaakt."
Avaril was niet te spreken over het gedrag dat de dwerg en zijn collega wachters hadden vertoond, maar hij was steeds kalm gebleven. Echter nu de dwerg hem rechtstreeks aanviel was het Avaril genoeg geweest. Het kon hem niet schelen wat er met de dwerg gebeurde, als hij maar met rust werd gelaten.
"Vincere, aut mori" - Tenharian
« Laatst bewerkt op: 1 jaar geleden door Avaril M. Tenharian »

« [Reactie #13] : 1 jaar geleden »
Wachter Benjamin kreeg een goedkeurend knikje. Hij was altijd prettig beknopt in zijn rapporten. Het zou de lengte wel zijn. De jonge nachtelf kreeg een vriendelijke glimlach. "Welkom op Bumetrel, jongeheer Tenharian. Mijn naam is vrouwe Alaiz Magvatero née Trezeguet."
In alle gevallen dienden de goede zeden in acht te worden genomen, zeker als een ontmoeting plaatsvond in een sfeer van irritatie. Als edelman zou deze jonge nachtelf dat ongetwijfeld op waarde schatten.

"Waar ik vandaan kom, is het gebruikelijk dat een gastheer zich gastvrij en uitnodigend opstelt. Als u meent dat dit instituut daarin tekortgeschoten is, dan bied ik daar namens mijn echtgenoot excuses voor aan. Anderszijds mag men van gasten verwachten dat zij zich beleefd en bescheiden opstellen zodat ze ten volle kunnen genieten van de geneugten van hun verblijf. Als gast neemt men immers een positie aan van afhankelijkheid ten opzichte van de gastheer."

De centaur keek ernstig terwijl zij haar woorden koos. Ze vervolgde: "Het is de gastheer die er in eer in stelt om zijn gasten te voorzien van alle noodruft en om hen te beschermen tegen rampspoed van allerlei aard. Een gast zou die eer toch niet willen bezoedelen door deze taken zelf op zich te willen nemen?"

Een vriendelijke, geduldige glimlach werd opnieuw richting de nachtelf geworpen. "Ongetwijfeld was het niet uw bedoeling om een wapen binnen te smokkelen, maar zag u in dit voorwerp in de eetste plaats een gereedschap en geen wapen. De wacht heeft niettemin de opdracht ook de dolk als wapen en dus als verboden bezit te zien. Natuurlijk kunt u daar als edelman begrip voor opbrengen."
Ze had dan wel veel weg van een paard, maar ze was koppig als een ezel. (Alictor Trezeguet)

NPC

  • (Meerdere spelers)
« [Reactie #14] : 1 jaar geleden »
Nadat Benjamin verslag had uitgebracht aan vrouwe Magvatero deed de dwerg een paar stappen achteruit, totdat hij half achter de elf stond. Hij leunde met zijn rug tegen de stenen muur en hield zich verder buiten het gesprek. De opmerkingen van de nachtelf werden genegeerd, want niemand zat te wachten op een welles-niettesdiscussie, daarvoor was de tijd van vrouwe Magvatero veel te kostbaar. Hoe duurder de naam, hoe duurder de tijd.

Als de centaur iets wilde weten of iets anders nodig had van Benjamin dan zou hij het wel horen. En als hij dan toch ergens moest wachten, was de warmte van dit kantoor toch beter dan de frisse buitenlucht. De wachter stond hier prima.

Spoiler (klik om te bekijken/sluiten)