Welkom, reiziger. [Log in] of [registreer je]. [Activerings-mail niet ontvangen?]


home
contact
chat
2
1
0
Stuur bladwijzer

Iemand op de hoogte brengen van dit topic? Iemand vragen om hier een bijdrage te plaatsen? Stuur een bladwijzer!

Een reddende Selkie  (431 keer gelezen)

0 leden en 1 reiziger bekijken dit verhaal.

« [] : 3 maanden geleden »
Bertus Zonderland vloekte luidkeels zodat iedereen binnen gehoorafstand omkeek.

Het was een winderige dag in Rumath en met name aan de kust was dat erg merkbaar. Grote golven beukten op de steigers en de boten en deden het hout kraken. Voor Bertus was dat goed voor de zaken. Met wilde touwwerk vernieuwen en de rompen verstevigen en kwamen daarvoor bij hem aankloppen. Maar de rukwinden vermoeilijkten zijn werk ook. De man was een klein vissersschip van een Wulverkapitein aan het inspecteren op houtrot, toen het hele vaartuig schommelend in beweging kwam. De trossen aan de steiger waren losgeschoten en de boot dreef door de aflandse wind langzaam maar gestaag van de steigers af.

“Knul!” Bertus sprong op de achtersteven van de boot. Gelukkig was het maar een klein visserszeilbootje van nog net geen dertien meter lengte. Hij greep het touw uit het water en zag hoe zijn loopjongen aan kwam sjezen over de houten planken van de steiger. “Vang deze vervloekte tros en wee je gebeente als je hem laat schieten!” Hij slingerde het uiteinde maar de wal. Hij was pas vijf meter afgedreven en dus viel de schade nog te overzien. Bertus was een mens, maar had een goede werparm. Het touw belandde vlak voor de voeten van zijn loopjongen, een hardwerkende maar niet al te pientere Brownie die het gelijk met twee handen vastgreep.

“Mooizo. Haal de schuit nu langzaam naar binnen. We moeten vooral niet…”
Het zou nooit helemaal duidelijk worden wat Bertus wilde zeggen. Waarschijnlijk was de boodschap dat de Brownie geen harde rukken aan het touw geven moest. Een boodschap die nooit aankwam, omdat -je raadt het al - de Brownie een harde ruk aan het touw gaf. De boot draaide om, Bertus verloor zijn evenwicht en de giek knalde vol tegen zijn slaap en sloeg hem overboord.

De Brownie sloeg verschrikt zijn handen voor zijn mond en liet daarbij het touw weer vieren. Hij staarde naar het water, net als andere inwoners van Rumath, maar niemand maakte aanstalte om het water in te gaan.
En Bertus kwam niet meer bovendrijven...

« [Reactie #1] : 3 maanden geleden »
Fi was niet heel ver van het vissersschip vandaan. Het scheepje was van een Wulver een concurrent van de familie. Je zou denken dat ze de Wulver aan het bespieden was maar daar zag Fi geen nut in. En daarnaast had ze daar ook helemaal geen zin in. Dit was haar vrije dag en ze genoot van het water dat haar voeten net aan raakte.

Ze had inkopen gedaan voor haar moeder en was nu even gaan rusten bij de haven. Bij de zee kon ze weer even ontspannen. Al lukte dat nu wel wat minder met al die wind. Maar ach dat hoorde ook bij de zee.

Iets verderop klonk gevloek. Ze keek even op maar zag verder niks wat haar aandacht nodig had.
De plons in het water deed haar opschrikken. Als haar ogen haar niet hadden bedrogen had ze net iemand van het scheepje zien vallen.
Met blote voeten renden ze naar de inmiddels ontstane mensenmassa. Een paar rimpels in het water deden haar tot actie voeren. Ze gooide haar tas opzij en sprong in het koude water.
Al gauw zag ze iets liggen. Toen ze dichterbij kwam was het duidelijk een persoon. Ze zwom naar de man toe en pakte hem bij de oksels. Gelukkig waren ze in het water. Op land was haar dit nooit gelukt.
Eenmaal boven aangekomen zwom ze met de man naar de kant.
Gelukkig waren een aantal mannen zo slim om de drenkeling uit het water te halen en haar daarna ook. Want ze was best wel uitgeput na haar redding. Ten minste redding dan moest de man het wel overleven...
Ze ging bij de man zitten en fluisterde zachte woordjes. 'Ga niet dood, blijf hier. Kom terug.'

« [Reactie #2] : 3 maanden geleden »
Ga niet dood

Door de klap van de giek was Bertus buiten bewustzijn voordat hij het water raakte. Of niet? De blauwe golven boven zijn hoofd vervormden zich in gezichten uit zijn verleden, terwijl het water pijnlijk in zijn longen doordrong. Hij bewoog niet, zonk langzaam naar beneden en zijn starre ogen staarden naar zijn ouders.
Zijn moeder klampte zich vast aan de revers van vaders jas en drukte haar lippen op de zijnen. De tranen biggelde over haar wangen. "De zee is ruw en te veel schepen keerden niet terug. Pas goed opjezelf. Ga niet dood mijn lief." Zijn vader beantwoordde haar kus, knielde daarna neer voor Bertje en streek hem over zijn hoofd. "Wij zijn de mannen Zonderland. Dat betekent dat op het water wij niet de dood vinden. Wij beantwoorden de roep van de zee, want het zeewater zit ons in het bloed." Bertje knikte, terwijl Bertus de bodem van het water bereikte.

Blijf hier
Het zonlicht speelde met het water en veranderde het schouwspel. Het was prachtig. Bertus keek nu naar zijn geliefde Remi en het zoute water op zijn gezicht was van mannelijke tranen. "Jij hoeft niet te vluchten voor wie je bent, lieve Remi. Je kunt veranderen in een zeedier. Wat dan nog. Dat verandert absoluut niets aan wat ik voor je voel." Hij greep haar handen vast. De prachtige Selkie genaamd Remi draaide haar hoofd af, maar hij legde zijn vinger onder haar kin en keek haar in de ogen aan. "Jij bent de mijne, als je dat wilt. En daar zal niets aan veranderen." Ze keek hem dolgelukkig aan. Het sparkelende licht in haar ogen was het mooiste wat Bertus ooit had gezien.

Kom terug

Iets sprong door haar gezicht heen, een zachte plons was te horen en rimpels vormden steeds grotere kringen. Een donkere gedaante kwam op hem af.
Hij rende door de haven zo snel als zijn voeten hem konden dragen. Hij trapte een stapel kratten vis om, zodat zijn achtervolgers vloekend uitgleden over de schollen en andere platvissen. Ze brulden hem na, maar Bertus stopte niet. Als de wacht hem te pakken had, zou het uit zijn. Hij wist niet hoe ze erachter waren gekomen dat hij de smokkelaars had geholpen, maar hij wist wel wat er gebeurde met dergelijke mensen. Als je geluk had werd je gebrandmerkt en verbannen. Als je pech had eindigde je aan de strop. Bertus moest een schip zien te bereiken en uitvaren. Dan was hij veilig.
Maar iets kwam van opzij en greep hem vast. Bertus stribbelde tegen, maar het was te laat. Handen van de donkere gedaante trokken hem mee naar het licht.


Hij hapte naar adem, en proestte het water uit zijn longen. Het brandde, maar elke teug lucht was een enorme opluchting. Bertus lag op zijn rug op de grond, nog niet in staat om zich te bewegen. Hij kinpperde met zijn ogen en langzaam werd het gezicht van een vrouw zichtbaar. Voor een honderdste van een seconde dacht hij dat Remi terug gekomen was, maar het was een andere vrouw. Een prachtige jonge vrouw, moest hij gelijk opmerken. Haar stem was zacht en zoet en ze keek hem aan met een blik alsof hij het belangrijkste op de aarde was. Er druppelde water uit haar haar, waardoor Bertus begreep dat zij hem gered had. "Jij. Heb jij me gered? Het water.." Hij kuchte. "Ik ben Ber.. Ik ben je eeuwig dankbaar."
« Laatst bewerkt op: 3 maanden geleden door Bertus Zonderland »

« [Reactie #3] : 3 maanden geleden »
Fi besefte vaag wat de mensen allemaal deden om de man niet te laten sterven. Ze bleef maar naar het gezicht van de man staren. Hij moest het overleven. Mannen hoorden niet te sterven door verdrinking. Dat kon ze als Selkie niet toelaten.

Toen gebeurde het de man gaf een duidelijk teken dat hij nog leefde. Het water kwam net naast haar neer maar ze merkte het niet eens. Ze glimlachte naar de man, hij was in leven.
Fi knikte. 'Ja ik heb je gered. Gelukkig is het niet voor niks geweest.' Wat was ze opgelucht zeg. Twee manen hielpen de drenkeling zitten en Fi week achteruit om hem ruimte te gunnen.

Nu durfde de Brownie ook in beeld te stappen. Lijkbleek keek hij naar zijn werkgever. Hij moest zich natuurlijk enorm schuldig voelen. Fi glimlachte even naar hem. 'Zullen we u naar huis brengen?' Samen met de Brownie kon ze dat vast wel. 'Ik denk dat u wel even wat rust kunt gebruiken.' Ze stond op en griste gauw haar tas van de grond. Gelukkig had niemand die gestolen!
Vriendelijk stak ze de man haar hand uit om hem omhoog te helpen.

« [Reactie #4] : 3 maanden geleden »
Bertus kwam maar moeilijk overeind. De Brownie greep zijn arm vast en stond toe dat Bertus op hem leunde, maar dat merkte de man nauwelijks. Zijn blik was volledig gericht op Fi. Hij reikte zijn hand uit naar de hare. Ze had een zachte en warme huid ondanks dat ze net het water uit was. En ondanks dat Bertus nog niet helemaal alle helder voor ogen had, bleef dat kleine detail hangen. Waarom was het zo belangrijk hoe haar huid aanvoelde?

Met zijn drieën liepen ze richting Bertus' huis. Bertus had een woning aan de rand van Rumath, niet ver van de haven. Het was een mooi, groot houten huis met een halfopen werkplaats en twee kamers. Tegen de tijd dat Bertus, Fi en Bertus' hulpje het huis bereikte was al het water uit Bertus' longen gekucht en was hij weer helemaal helder. Helder genoeg op de Brownie eens stevig toe te spreken: "Jij gaat naar huis. Je krijgt geen loon uitbetaald vandaag en ik hoef je de komende week niet meer in míjn haven te zien." Het was streng en de Brownie verliet zonder tegensputteren.

"Wat jou betreft, jongedame, mijn reddende engel," Bertus draaide zich om en klonk gelijk een stuk vriendelijker, "ik heb nog niets eens je naam mogen vernemen. Ik zal wat water koken en ik heb ergens doeken om je te drogen. Kom naar binnen." Hij opende de ongesloten deur. Binnen was het erg simpel ingericht, een tafel en een paar stoelen stonden voor een haard en achterin was de slaapkamer met een bed zichtbaar.
"Heb je het koud? Of krijgen Selkies het niet snel koud in water?"
« Laatst bewerkt op: 3 maanden geleden door Bertus Zonderland »

« [Reactie #5] : 3 maanden geleden »
Met hulp van de Brownie kreeg ze de man overeind. Gelukkig kon hij nog staan en nog belangrijker lopen. Ze verwachtte niet dat de Brownie de beste man kon dragen.

Even had de Selkie medelijden met de jongen. Ze wist uit de grond van haar hart dat de Brownie het niet expres had gedaan. Maar aan de andere kant, als zij er niet was geweest was de man gestorven. En dan was de Brownie er erger aan toe geweest. Hij kwam er vast overheen, hoopte ze.

'Reddende engel,' ze glimlachte even verlegen. 'Ieder die zou kunnen zwemmen had u gered. Ik was toevallig in de buurt.' Nu konden er alleen niet zoveel mensen zwemmen. Dus had de man gewoon erg veel geluk gehad.
'Mijn naam is Fi, Fi Vamora.' Ze stapte het huis in en keel vluchtig rond. Het was niet al te bijzonder. Misschien zelfs een beetje saai te noemen. Maar dat hield ze voor zich.
'Oh,' de man had al meteen door dat ze een Selkie was. Nu was die link wel makkelijk te leggen. Een jonge vrouw dat kon zwemmen. Dat kon bijna geen enkele vrouw. 'Nou normaal valt het wel mee maar met die wind buiten en uit het water heb ik het best wel koud gekregen.' En ze was in haar mensen vorm, in haar otter vorm was ze gewoon weer het water in gesprongen en had ze het prima gevonden.

« [Reactie #6] : 3 maanden geleden »
Met twee snelle slagen van zijn vuursteen kreeg Bertus het vuur brandend. Hij had nog water van vanmorgen in de pot zitten, genoeg voor twee koppen kruidenthee en zo weinig dat het snel opgewarmd zou zijn. Daarna liep hij naar een kast en haalde twee grote wollen doeken eruit.
"Juffrouw Vamora, of mag ik Fi zeggen?" Hij stapte naar haar toe en hield haar de handdoek voor. Het zou zonder zijn als Fi zich zou drogen. Met de waterdruppels in haar haar en haar natte kleding die haar vormen accentueerde...  Hij focuste zich op haar ogen en hield de doek voor.

"Ik ben blij dat u toevallig in de buurt was vandaag. Ik geloof niet dat ik u vaker hier heb gezien? Vamora.. Ik geloof dat er een visser is die die naam draagt, net buiten Rumath." Hij liep naar een stoel en hield die hoffelijk voor Fi neer, zodat ze plaats kon nemen. "Is dat uw man toevallig?"

« [Reactie #7] : 3 maanden geleden »
'U mag Fi zeggen.' Vamora noemde ze maar haar ouders. Zij vond Fi prima. Even dacht ze aan haar moeder. Die had het vast niet goed gevonden dat ze met de man mee was gegaan. Maar de man wilde haar vast alleen bedanken met een kopje thee. Het zou onbeleefd zijn als ze dat zou afslaan. Ze besloot na het kopje thee te vertrekken.

Ze nam de handdoek aan en sloeg hem om haar heen. 'Dankuwel.' Nu viel het haar pas op dat haar kleding nog erg goed doorweekt was. Ze hoorde haar moeder alweer in haar hoofd. Slim Fi.
'Nee dat is mijn vader. Ik help hem bijna elke dag met vissen.' Ze nam plaats op de stoel en sloeg de handdoek nog eens extra om zich heen.
'Als u wilt slapen dan begrijp ik dat. Dan maak ik u thee wel verder af en breng ik het naar u toe. En dan drink ik de mijne op en dan laat ik u lekker rusten.'
Zo dat klonk zorgzaam en ze had meteen gezegd dat ze na de thee zou gaan. Ze kreeg plots een soort argwaan over de man. De veel te lieve stem, hoe hij naar haar keek. Ze wist het niet. Voor nu gaf ze de man de voordeel van de twijfel.
« Laatst bewerkt op: 3 maanden geleden door Aoife Neruth-Piuo »

« [Reactie #8] : 3 maanden geleden »
Dus ze had nog geen man? Misschien liep Bertus een beetje te vlug van stapel, maar hij zag wel iets in Fi. Het was een lange tijd geleden dat hij daadwerkelijk interesse had gehad voor een vrouw, maar Fi had een liefelijke, onschuldige en toch prachtige uitstraling. Verder was ze zeer verzorgend, precies wat iedere man wilde hebben. Hij zou eerder in een steen veranderen dan naar bed te gaan en Fi laten vertrekken.

"Geen sprake van. Zo vaak krijg ik geen gasten over de vloer." Bertus twijfelde of dat wel goed genoeg klonk. Hij moest natuurlijk niet klinken als een zielige eenzame man. "Ik bedoel, natuurlijk komen alle kapitein die in Rumath aanmeren bij me langs, maar dat is werk. Ze noemen me niet voor niets, kapitein de kapiteins." Bertus lachte, maar bestudeerde stiekem of hij een beetje indruk op Fi maakte. Hij had al lange tijd niemand echt hoeven imponeren.

"Ik kende vroeger iemand, een Selkie genaamd Remi. Ken je haar?" Het water in de ketel borrelde en Bertus vulde twee bekers met kokend water en inheemse kruiden. "Ziezo. Een hete kop thee voor mijn redder." Hij zette de kop naast haar neer en kwam gelijk bij haar zitten. "Kan ik je nog verder op enige wijze bedanken? Ik ben een man met veel talenten en veel invloed. Ik kan elke wens die in je opkomt werkelijkheid maken."

« [Reactie #9] : 3 maanden geleden »
Fi schrok even. De man zou haar toch niet tegenhouden als ze wilde gaan? Toen bleek het om eenzaamheid te gaan. Wat de man weer probeerde op te lossen. Het enige wat Fi kon antwoorden was een voorzichtig glimlachje. Waren dit nou mannen die hopeloos om aandacht smeekte? Daar had ze eerlijk gezegd niet zoveel zin in. 'Nou na het kopje thee moet ik er echt vandoor. Ik moet mijn vader helpen met zijn werk.' Ze probeerde hem maar nog eens duidelijk te maken dat ze straks toch echt weg ging.

'Nee ik kan mij geen Remi herinneren.' Ze kende heus niet elke Selkie.
'Dankuwel, hier zal ik vast wat van opwarmen.' Doelend op de thee natuurlijk. Niet op de man die vlak bij haar kwam zitten.
'Elke wens?'  Dat leek haar wat sterk. Ze dacht even na. 'Op het moment heb ik geen wensen. Ik zou niet weten wat u voor mij zou kunnen doen.' Behalve dan haar straks te laten gaan. Jammer dat de thee nog zo heet was.

« [Reactie #10] : 3 maanden geleden »
Hoewel de thee Fi aardig opwarmde, lukte het Bertus niet om met haar hetzelfde te doen. Ze bleef afstandelijk jegens hem, weliswaar beleefd maar op een koele manier. Had hij nu al zijn mond versproken? Hij besloot wat gas terug te nemen, stond op en liep met de kop thee in zijn hand weer richting het vuur.
"Natuurlijk, ik wilde je ook niet van je werk houden." Hij zocht naar onderwerpen om over te praten. Dat was nooit een probleem want in de plaatselijke kroeg voerde hij altijd het hoogste woord, maar dat was als mannen onder elkaar. Hij had wat minder ervaring met zulke jongedames.

"Heeft je vader een goed seizoen gedraaid?" Bertus besloot het maar over werk te hebben. Dat was het makkelijkste en alle vissers hadden het de laatste tijd over niets anders. Het zalmseizoen zat er weer op, de vis trok massaal naar het noorden richting de Faroe-eilanden. Dat betekende dat alle vissers andere netten op hun boten moesten laten zetten, aas aan hun hengels veranderen of andere routes moesten varen. Een paar weken lang goed geld verdienen voor Bertus en hard werken voor de vissers. "Zijn jullie klaar voor de wintermaanden?"

De koppen waren te klein en de thee was zeer snel op. "Luister Fi, misschien dat je nu niets kunt bedenken, maar vertel het dan je vader. Vertel hem maar dat je mij gered heb, Bertus Zonderland, en dat hij jouw wensen graag zou willen inwilligen. Herinner hem er maar aan dat ik een aantal boten en huizen heb." Hij krabde opzichtig aan de tatoeage op zijn onderarm en glimlachte op zijn vriendelijkst naar Fi. "Kun je me dat beloven?"

« [Reactie #11] : 3 maanden geleden »
Fieuw, de man drong niet verder aan om langer te blijven. En hij ging ook nog eens van tafel. Fi voelde zich nu een stuk beter. Opgelucht kon je wel zeggen.

'Het was een redelijk seizoen. Vorig jaar hadden we het beter. Maar het is nog ruim voldoende wat we hebben binnen gehaald.' Ruim voldoende was een groot woord maar ze ging echt niet vertellen dat ze eigenlijk een beetje krap zaten. Dat zou haar vader niet waarderen.
'Zo goed als.' Ook daar zou Fi niet teveel over prijs geven. Voorzichtig nam de Selkie een slokje van haar thee. Hij was drinkbaar!

'Ik zal het hem zeggen dat beloof ik.' Haar vader kon vast wel wat gunsten van Bertus gebruiken. Zeker nu. De laatste slok thee werd genomen en de jongevrouw stond op.
'Ik wil u bedanken voor uw gastvrijheid.' Ze gaf de doek aan de man terug. 'Maar ik moet er nu echt vandoor. Dan kunt u lekker gaan uitrusten.
Ze pakte haar tas en verliet het huisje door de voordeur. 'Tot ziens meneer Zonderland.' En weg was ze.